Goudsche Courant, woensdag 15 december 1869

niol zich meester Ic kimtieu mulieii van de gronden vnn anderen mam gebruik lo kunnen mukcu van die gronden om werken uit te voeren Dit ia naar myu oordeel een van de punten dio bij de algemeene waterstaatswet zouden behooren geregeld te worden Heeft meu hel öe it der gronden noodig voor die werken dau moet men de onteigeningswet toepassen Heeft men het bezit der gronden op lich zelve niet noodig maar moet men er werken bij o tegen aanleggen en aldus tijdelijk daarvan gebruik maken dan heeft de staat op dit oogeublik geen recht dit te doen eigener autoritei omdat geen wet hem de bevoegdheid geeft om de gronden van anderen in te nemen voor werken omdat hij die noodig aoht Wij hebben een voorbeeld in onze wetgeving hoe zoodanig geval kan geregeld worden Deze bctrefi de telegraphen Zij die hetzij op last van den staat hetzij bg concessie namens den staat tclegraaphlijnen aanleggen hebben het recht op de gronden van anderen opmetingen te doen paleu te plaatsen enz en de eigenaren moeten die bemoeiingen dulden Maar dat recht is in dit speciaal geval in de wet geradiceerd Men handelt alzoo uit krachte van cene wet Maar zulk eene wet die beroeghcid geeft om over eens anders eigendommen te beschikken bestaat voor de werken van den waterstaat niet Over de door mij besproken zaïik nu is een proces aanhangig voor den hoogen raad de staat heeft doen excipieren de bevoegdheid van de rechterlijke macht om van deze zaak keunis U nemen de hooge raa beeft die exceptie verworpen en de staat is van die uitspraak in revisie grkomen Ik zal dus omdat de zaak nog voor den rechter hangende is er niet verder uver spreken maar alleen dit zeggen dat de staal wanneer hij zon handelt zonder zijn recht te kunnen gronden op eene wet en zonder gebruik Ie maken van de onteigeningswet eene daad van willekeur pleegt hoe noodzakelijk de werken ook mogen wezen Ik zou zulk eene daad niet gaarne voor mijne verantwoording willen nemen en ik geloof dat de minister verkeerd heeft gedaan door tot zulk eene handeling bevel te geven Een ander voorbeeld wi arin de staat door eene mijns inziens niet zeer verantwoordelijke handeling ingrijpt in de ohlen niet van derde eigenaren maar van public ichleiyke lichamen Iedereen kent den Zuidpias in Zuid Holland gelegen iedereen weet dat er concessie is gegeven tot aanleg van een spoorweg van s Hage na ir Gondu die spoorncg uu moet door den Zuidpias loopen maar de werken voor dien spoorweg noodig belemmeren den waterstaat van den polder Hel polderbestuu beweert dat de waterstaat van den polder door die werken wordt gestoord Zekere handelingen tot hel leggen van den spoordam noodig behoefden de vergunning van het polderbestuur dat bestuur weigerde iu het belang van zijn polder die vergunning ie geven tenzij do rhijn spoorwegmaatsohappij zekere werken maakte die de stoornis van den waterafioop der polder zouden wegnemen De rhynspoorweg maatschappij gaat voort met die werken wordt bekeurd en in rechten geroepen maar daar op die overtreding geen gevangenisstraf maar slechts eene boelp bedreigd is betaalt zij het maximum der boete en de strafvervolging wordt daardoor gestuit Maar wat doet nu de minister ten einde den Ehijnspoorweg in staat te stellen om hare werken iu spijt van het bestuur van den polder toch te maken en daarmede voort te gaan Hij neemt eeuvouuig de toevlucht tot art 166 der provinciale wet en bij een besluit van 13 mei staatsblad u 86 vernietigt hij het besluit van gedep stalen van 1 mei 1860 en een ander besluit van 14 October 1862 waarbij goedkeuring wordt verleend ann de keur van het poldcrbestuur en aan eene ampliatie op die keur en vernietigt daardoor èn de goedkeuring èn de keur Op die wijze is het poldcrbestuur beroofd van de macht en de kracht om een waterstaat in zijn polder te handhaven en i la barbe van het polderbestuur wordt de dam in den zuidpias gelegd en de waterstaat van dien polder gestoord Een besluit vnn gedep staten map volgens art 166 alleen vernietigd worden wanneer dat besluit strijdt met het algemeen belang De minister grondt zijne vernietiging dan ook daarop dat het besluit in strijd was met het algemeen belang Neen mijnheer de voorzitter de overweging van het besluit t t vernietiging zegt niet dat het besluit der Gedeputeerde Staten strijdt met het algemeen belang maar dat de toepassing van de keur zou strijden m t het algemeen belang Maar dat is niet de bevoegdheid die de wet aan den minister geeft Wanneer de toepassing van de keur in een enkel geval zou strijden roet het algemeen belang dan is hot ook mogelijk dat do toepassing alzoo goohiedc iu het bedoelde goval dat zij tiici in strijd zou ijn met het algom n bil mg Pc kcnr zflvo is niet in strijd met liet nl ji inrcii l rl iii en dus oiiL het brulnit tot goeilkcuniig nu luacimii i i i Smu n nic t Maiir omdat er m l ion i irUL nlicr dio coiiecasio hoeft voor een werk da van algemeen nut verklaard is tot de uitvoering van dat werk belang heeft om de keur van het waterschap te overtreden daarom vernietigt de minister de goedkeuring van de keur en daarmede de keur zelve Ik geloof niet dat deze handelwijze overceukomstg de wet is want de wet verklaart den minister alleen bevoegd om een voordracht te docu tot vernietiging van een besluit Van Gedeputeerde Staten wanneer dit besluit strijd met het algemeen belang niet wanneer de toepassing van de keur waaraan goedkeuring is gegeven aan het algemeen belang zou te kort doen Maar bovendien het algemeen belang is in deze zaak niet in het minste betrokken Wanneer men de motiveu van het besluit nagaat dan zal men vinden dat niet hot algemeen belang maar het belang van de aandeelhouders van den Rhijnspoorweg daarin is betrokken en daarom de minister Leeft goedgevonden het besluit van de Gedeputeerde Staten dat reeds negen jaren oud was te vernietigen Immers de aanleg van den spoorweg wordt niet verhinderd door den waterstaat van den polder Maar het zou aan den Rhijnspoorweg wat meer geld kcsten Dit is het gehecle motief van het besluit Het bestuur van dien polder heeft gevorderd vóór dat het de verlangde vergunning gaf dat de Uhijnspoorwegmuatschappij zekere werken zoude maken waardoor de stoornis van het waterstaatsbelang zou worden ondervnugen en dat ij zekere som zou betalen tot vergoeding voor de bemueiehjking van de communicatie in den polder Nu zegt de minister ten opzichte der laatste vordering in het besluit dai een polderbestuur evenmin als een provinciaal of geiucr ntehestuuraan het verleenen van cene vergunning de voorwaarde van betaling van geld kan hechten Ten aanzien van de provincialeen gemeentebesturen beo ik dit met hem volkomen eens maar niet ten aanzi n van eeu polderbestuur wanl een polder is niet zuiver een publiekrechtelijk lichuani maareen lichaam waarbij tevens de belangen der eigenaren wier landen in den polder liggen zijn betrokken Stremt raen den gometuschap in een polder dan kan het bestuur van dien polder met recht vergoeiling vorderen in hel lieUing zijner ingelanden althans daarvoor is iiiel zoi der grond veel te zeggen ïen aanzien der eerste vordering het maken van zekere werken namelijk komt iu het besluit deze overweging voor dal het maken van doorgaande tochten aan beide zijden van den spoorweg zijnde deze de bedoelde werkeiij waarvmi de koston volgens glubiile berekening op O UtlO zijn leschutteu naar hel oordeel van den watcrslaiit nier door het waterstaatsbelang van den Zuidphispolder wordt gevorderd Omdat nu naar het oordeel van den waterstaat het polderbelang die werken niet vordert en de Ehijnspoorweg ƒ 2Ü 000 hiervoor zou moeien uilgeven wordt deze moeielijkheid opgeheven en aan den Rhijnspoorweg vergund die som in zijn zak te houden en die des noods aan zijne aandeolliundeis uit te keeren Ik vraag waar alnal geschreven dat de waterstaat in dergelijke queestie als rechter moet beslissen en waterschappen aan die beslissing gebonden zouden zijn Ik vraag waar staat geschreven dat de minister de beslissing van den waterstaat moet volgen Ik geloof niet dat dit besluit verdedigbaar is noch uit het oogpunt van de wet noch uit de overweging dat hel algemeen belïug bij dete zaak betrokken is Een polderbestuur en niet de waterstaat is de beoordecla ir van het waterstaatslelang van den polder Wanneer er eene beslissing m iet genomen worden ten aanzien van dat belang Is er op dit üügenblik uiemand die haar nemen kan want de algemeene wet op den waterstaat die alleen bevoegdheid zou kunnen geven tol het nemen van ziodanige beslissing beslaat niet Noch de net noch bet algemeen belang geven dus in deze bevoegdheid om een besluit te nemen als de minister aan het geëerbiedigd hoofd van den staat heeft voorgedragen Indien het algemeen Belang in de gegeven omstandigheden een dergelijk besluit noodzakelijk maakt dan moest er eene wel ad hoc zijn geweest Even als de grondwet verlangt dat er eene wet op de waterstaat zij opdat dergelijke punten overeenkomslig dij vel kunnen beslist worden en alzoo de nitgestrektheiil en de bevoegdlieid van hel grondwettig oppcrtoczicht geregeld en begrensd zij evenzeer behoorde niet de uitvoerende macht eigener auioriteit diergehjke beslissingen te geven in bijzondere gevallen maar behoorde de wetgever zoolang de algemeene wet niet besl iat ook iu die gevallen zijne beslissing te geven Ik meen dus dat de minister gehandeld heeft in strijd met de wet daar zij niet I do bevoegdheid heeft een besluit vim Gedepuleerde Staten dal reeds j ireii gewerkt heeft te vernietigrn wiuiuccr de toepassing eener watersohapskeur die zij bekrachtigden in coiiig bijzonder geval strijdt mot hel algemeen behing iniiar alleen iila dal besluit op zich zelf daarmede m atrijil is Ik heb dit in het middin willen hrcr gen om zoo mogelijk nog meer aandrang bij den minialer to bezigen lot het aan den dag leggen van meerder ijver ten aanzien van cene wet op den waterstaat hetzij eene algemeene wet hetzij bij partiele voorVüO zienigen lni onderheid meen ik den minister op het hart te mogen drukken zijn ijver in het behartigen ran het algemeen belang wat te willen temperen en alzoo niet willekeurig te handelen en de rechten van derden aan te randen hetzij van particulieren hetzij van waterschapsbeaturen of van andere staatsrechtelijke corporatieu zonder eene wet achter zich te hebben waarop hij zijne daad kan gronden De geheele discussie is te uitgebreid om daar ia haar geheel te worden meegedeeld daarom resumeeren wij wat door andere sprekers werd in t midden gebracht De heer v D Linden voormalig afgevaardigde voor hel kiesdistrict Gouda is niet minder verlangend naar eene algemeen wet op den waterstaat doch de beide voorbeelden door den heer de Buauw aangevoerd om de noodzakelijkheid dier wet aan te toonen acht hij zoo slecht mogelijk gekozen Het eerste voorb gaan wij voorbij van het tweede zeide de heer V 1 Linpf n dal het niets te maken had met de wet op den waterstaat het is eene zaak van toepassing der provinciale wet Het tweede voorb zou eer leiden tol den wensch dat de onteigeningswet kon worden herzien want dat geval in den zuidpias heeft het duidelijk gemaakt dat er ook op dat punt een leemte in de wet is Miju gevoelen is dut wanneer door koning en statengeneraal uitgemaakt is dal er onteigend zal worden tol het maken van een werk van publiek nut en wanneer de koning krachtens de wet de aanwijziug heeft gedaan van de richting van den weg en van de perceeleo waarover die gaan zal dan alleen nog slechts die parlicul ere eigendommen onteigend behoeven Ie wordfn maar voor het overige geene zoogenaamde onora publica kunnen verhinderen dat die percselen voor de werken gebruikt worden Maar nu er eene andere ineening schijnt te bestaan mijnheer de voorzitter komt het mij beter voor de onteigeningswet met zoodanig pnnt aan te vullen dan onophoudelijk belemmerd te zijn door een dwaalbegrip at deelt men er niet in Daarom zou ik mij met hem hebben vereenigd indien de geachte spreker den wensch had uitgesproken om de onteigeningswet op dal en ook op andere punten ie wijzigen Maar tot de algemeene wet op den wtterslaat heeft het voorbeeld geen belrekking Ik zal er nu van zwijgen en verder ook niet over bel eerste voorbeeld spreken hoewel daar nog veel van te zeggen zou zijn Ik geloof rchler dat het aangevoerde voor dit oogenblik genoeg is Worilt vervolgd L aatste B erichten Parijs 13 Dec Volgens het door den minister van finrncien uitgebracht rapport bedraagt de loopende schuld 818 millioen francs Het budget over 1868 toont een batig saldo aan van 18 j millioen De opbrengst der indirecte belastingen is gedurende de elf eerste maanden van 1869 met 32 millioen vermeerderd Hel waarschijnlijke totale overschot op hel budget van 1869 7 met inbegrip van hel batig saldo van 1863 73 milllioeu beloopen De minimier hoopl dat het budget over 1870 even gunstige resultaten zal opleveren Hij stelt verder voor het successie recht ten bedrage van 1 2Ü af Ie schaffen Hel totaal der gewone ontvangsten over 1871 zou bedragen 1771 millioen en dal der uitgaven 1774 millioen terwijl het cicedent van gewone en buitengewone ontvangsten ten bedrage van 97Vs millioen zou overgebracht worden op het budget van buitengewone uitgaven ten einde lot verschillende doeleinden te worden aangewend Een gedeelte daarvan ii l millioen zou worden besteed voor openbare werken De totale som aan openbare werken ten koaie gelegd zou even al voor 1870 60 millioen bedragen Alzoo zeidc de minister Zuller wij voor d eerste maal sinds lang met onze gewone inkomsten de uitgaven ten behoeve der openbare werken geheel kunneu dekken Vouriaan zou derhalve hel inroepen van aflosbara obligatien of wel in hei geval dal de regeering en de kamer het noodig oordeelden aan de voltooiing van werken van uiterst dringend belang meerdere impulsiele geven Er wordt geconslaleerd dat de amotliaatie kas in 4 jaren voor 100 millioen hcefi afgelost en dat hare dotatie in 1871 hel door de wel aangegeven cijfer zal overlroffcn Het raporl shut met de volgende woorden De e siaml van zaken toont genoegzaam aan hoe sterk en elüeraiU i de openbare meening is die lol lifselieimiiig der vrijheid aan alk buileiia ioiighe leM heelt peik gesteld on hoe de zedelijke kwelit v ui uiue rei e jriiig voldoende 13