Goudsche Courant, woensdag 8 juni 1870

n jjjaw i J ligchaam dan gesproken doch o iS straks medegevangen isscn It maar hg voegde rer men zioh wel iuist bet gevaar j ün beloond worft loon waarheen uit de gevanich goed te ge I gevolg is van igen is het dan j crhUr waarheid lull gen isscii bekend Iheeft verlaten zoo oordeel daarover pii üng die ik daarik bij het regtser vele recidivisten Irii en in het algezoodanigen die lemakkelijk zich ia üuu wordt dikvoorgehouden dat zeer strekt tot pen zich zij spretoe wat hun in titt voorgehouden Ind lic hebben erlangd zij door woort hun hart kwaleweren dat zulks er die zich wer er niet Welnu lordüFt ten aanzien lissiraflfefl zal bet ii c tuchthuisstraf ld daarop het antis dan ook dat Jsi eds hoop is om fige vrees bij den III kan als noodig iu misdreven te jialsten tijd de litld ze zaak en zal een groot voorIn de doodstraf te leggen van levcnsIbijvoegen de cellu tuchthuisstraf is aequivalent voor he regterlyke coUelu in bet Weekblad iiichthnisstraf geen doodstraf in som llijk hij gisteren te l al maakt hg er zij eeue pgniging neiguivalent is zg if ohaft voor zware eene tuchthuisstraf Ic ruime keuze voor liuiigheden siraf toe ld n misdrgven reeds iild t mijn amendement c taande gelegenheid kandighedeu toe te eii der hoogste straf gevallen waariu lop de hoogste straf Itander te vergelijken i in de omstandig iindigheden toelaat Imand die met voorlli ven zal ontnemen Ird die op zgn slagtIsci de doodstraf zou pilie en verschillende Itjestand is gebracht u dat geval zou ik lotidstraf op hem toe i uipmoordenaar ge na zonder aanleiding II het leven te bc Ir 11 drift niet gepro om allerlei kleine ritikzucht of andere liij niet onmiddellijk efi maar langdurig iju doel te berei idt bijua iu koelen bloede niet getergd begrijp ik dat men de doodstraf toepast Maiir ik zou daarvoor tcrugdcinztii waiiiipor iemand door sterke provocatie tot moord gebracht wordt ook al bedreef hij dien moord met Toorbcdachteu rade zelfs met opwachting Van daar dat mijns inziens bij de beoordeeling van ieder feit die vraag te pas komt of er geen veriachteude omstandigheden zijn en van daar mijn voorstel ciin den jregter zoo die omstandigheden er zijn gelegenheid te geven cene mindere stral in het vourslel uitgedrukt op te leggen Ik geloof dut zoo doende te gcmoet gekomen is aan de bezwaren van ben die de doodstraf geen goede straf achten omdat zij ondeelbaar is dat wil zeggen dat men de straf op woe leggpn wnnncer iici blijkt dat het feil ia gepleegd zonder dat er eenige verandering in de straf kan plaats hebben tenzij door luiduel van gratie hetgeen hier builen beoordeellug blijl t Ik maak de straf deelbaar wanneer de regier oordeelt dat er omstandigheden zijn waaronder eene mindere straf dan die des doods kan volstaan Ik ga ten aauzieu van de verzachtende omstandigheden in mgn voorstel verder dan de Begcring Ik neem zelfs aan verzachtende omstandigheden waar slechts posing tot misdrijf is Ik breid die toepassing uit ook tot art 6 van hel wets ontwerp terwijl de Eegeriug ze alleen toelaat in het geval van art 3 waarbij de doodstraf vervangen wordt in eenige gevallen door lavenshuige tuchthuisstraf in andere door tuchthuisslraf vau D tot 25 jaar Kn ik breid alzoo de toepassing van verzachtende omstaiuligheden uit niet alleen tot de gevallen waarin de doodstraf op werkelijk gepleegde misdrijven wordt bedreigd maar ook let de gevallen van poging tot die misdrijven Met die gevoelens bezield en overtuigd dat de doodstraf in den tegenwoordigen siiuid onzer maatschappij nog niet kau noch mag gemist worden in alle gevallen heb ik eene poging geduiMi ora aan die overtuiging die bij velen ook buiten dce Kamer bestaat voldoening te verschaffen Ik vraag met vroegere sprekers zoudt gij niet denken dat wanneer men op de hoogste der misdrgven de hoogste straf uiet meer loepast niet alleen maar haar zelfs niet meer bedreigt bij de bevolking de overtuiging zal ontstaan dnt die hoogste misdaad zoo zwaar niet is dat het leven van den medemcnsch niet too hoog iu prijs is als men tot dus ver wel meende en wanneer gij die overtuiging wegneemt zoudt gg dan niet meenen dat gij bij hen bg wie zedelijkheid en gevoel zijn uitgedoofd eeue kweekplaats van moord in hel leveu zult roepen dat het peil van het ïoiksgewelen zal dalen Ik geloof ja en daarom gevoel ik mij gedrongen en verpligt om hetgeen ik vermeen dat eene ramp zou zijn voor de maatschappij de vermindering namelijk van de veiligheid des levens af te wjnden Ik breng hulde aan de gevoelens die den minister en de ondersteuners van het vels ontwerp bezielen maar ik geloof dat het een gevaarlgke slap is die overal waar men hem gedaan heeft en dat is in de discussie niet wederlegd tol niets onders dan verkeerde gevolgen heeft geleid tot vermeerdering van misdrijven niet gedeprimeerd door de hoogste straf Ik spreek nu niet van andere landen maar van ons land In ISöi nam mende doodstraf weg voor kindermoord en brandstichting in zekere gevallen en het is niet te loochenen wat men tr tegen zegge dat die misdrijven sedert dien tijd zgn toegenomen Men heeft dat wel vermoed Men is in 18 54 niet zoo naïf geweest om te gelooven dat die misdrgven beter gereprimeerd zouden worden door de mindere straffen maar men heeft den stop gedaan omdat men meende gelgk ik het nog meen dat de straf niet geëvenredigd was aan het misdrijf Ik heb gelijk de heer v D Linden zeide in 1854 volgaarne voor die wet gestemd doch indien ik toenmaals niet zoo jong lid van de vergadering ware geweest zou ik gaarne voorstellen hebben gedaan om de afschaffing van de doodstraf meer nog dan in die wet geschiedde uit te breideu Naar aanleiding van de thans door raij voorgestelde amendementer zal de considerans van hel wets ontwerp gewijzigd moeien worden want laat niemand het mg euvel duiden dat ik het zeg er staat thans eene onwaarheid in den considerans Ër staat dat het noodzakelgk is de doodstraf af te schaffen Niemand kan dit in waarheid zeggen want die noodzakelijkheid is uit niets gebleken Men kan ja zeggen dat die afschaffing wenschelgk is maar dat er cene objective noodzakelijkheid bestaat kan niemand beweren Daarom stel ik voor in den considerans te lezen dat het wenschclijk is de doodstraf in vele gevallen waarin zij nog is bedreigd nf teaohnlien en door andere straffen te vervangen In hel debut is de onschcndbaorhoin des konings gemengd en de Miiiisler verklaarde niet te begrijpen hoc dc e hier te pas kon komen Ik zul er uiteen conslitulioneel oogpunt niet op terugkomen maar de bewering van den Minisier dut op den aanslag op het leven des Konings ook nu de hoogste straf zal bedreigd blijven namelijk levenslange gevangenisstraf acht ik onjuist Levenslange gevangenisstraf toch is niet de hoogste straf in dit ontwerp iiaut daarbü is de doodstraf als hoogste straf bedreigd waar de Minist r die noodig ochtte tot bescherming van het leven Hoe eon Koningsmoord iu ons land moet daartegen eene straf als levenslange gevangenisstraf worden bedreigd ic straf wordt zij mild toegepast is geen straf voor hen die zulke feilen plegen en wordt zij toegepast gelijk de Minister schijnt te bedoelen dan is zij cene venslungc ijiiiging O ji lUe j av IIj js s Ministers bewering dat leveuslangc gevangenisstraf iu deze wet de zwaarste straf is en op koningsmoord is bedreigd de zwoarsle straf is de doodstraf Ziedaar Mijnheer de Voorzitter de redenen die mij bewogen hebben deze amendementen voor Ie stellen De geachte spreker uit Almelo heeft gemeend gisteren toen hij sprak aan sommige leden die hg meende te zien lagchen zoo hij zeide bij eene zoo ernstige zaak als deze eene berisping te moeten toedienen Maar wss die berisping verdiend Heeft uiet de geachte spreker zelf door onderscheidene gezegden ik zou bijna zeggen door enkele kwinkslagen tot lagchcB uitgelokt in eene zank die daartoe te ernstig is Ik ben ernstig geweest ik was zeer diep doordrongen van den ernst van het oogenblik van den stap iicn wij gaan agcn en die naar mgne innige overtuiging lot niets iindcrs kan leiden dan lut vermeerdering van hetgeen ie ereen voor de maatschappg vreest tot vermeerdering van onzekerheid van bet leven onzer medemenschen Het atnendemeiU van den heer de Biuuw wordt cndersteuud door do heercu Vkrueijejj van in MCQ HeKGMAN N InsINOKU van ÜÜMSTEIN en VAN Lynden van Sandenbiuo en maakt dus een onderwerp van beraadslaging uit Later zeide de heer de Brauw nog Ik geloof dal ik weinig behoef te zeggen na hel kort debat dat mij eenigzins doet bettvijfelen of wezenlyke ernst in deze zoo hoogst belaiigrgke zaak vele leden dezer verg dering bezielt Ik zal niet spreke i over de politieke ij lasstie door den heer v Akeklaken in de discussie gebrugt Ik geloof niet dat ik er aanleiding toe heb gegeven en ik heb er evenmin aan gedacht Ik vind de zaak te ernstig voor die ellendige kleiiigeesligheden van die dagelgkschc pulitiek waarvoor ik eene te groote miuachling heb dan dal ik er naar vragen zou of ten gevolge van het lot van dit ontwerp deze minister of wel dit ministerie aftreden zou of niet Ik vind de zaak te ernstig dan dat ooit zulk eeue gedachte in mgn gemoed zou kunnen opkomen betzij bewust hetzg onbiwust Het doet mg leed dat die gedachte bg één lid dezer vergadering il kunnen oprgzen Conservatief ol liberaal in zoo hoogst ernstige zaken is mij onverschillig wanneer in eene belangrijke zaak als deze een goed wetsontwerp wordt voorgedragen dan vraag ik met wie de voorsteller is of wie df overwinning behaalt Bant ze uit uw gemoed die ellendige politiek die ons vaderland bederft Mogl ik vraag hel aan ieder gemoedelijk man mogt dat spel hier bij deze ernstige zaak te pas komen Speel dat spel dat onafscheidelgk schijnt van constitutionele instellingen bij begrooliugcn en diergelijke maar uiet bij zulke hoogst erustige zaken als deze Ik zal ook niet verder spreken over hetgeen ile heer v Akeklaken nog meer in het midden bragt want het was niet veel bijzonders maar een enkel woord naar aanleiding van hetgeen de minister heeft gezegd De voorname bestrgding van mgn amendement door den minister bestond dunrin dal ik niet homogeen was met anderen die in mijn gecjt schenen te zijn en de doodstraf alleen willen toegepast hebben als er hloed vergaten is De minister had moeten aantoonen dat zulk gevoelen mijn gevoelen is dan zou ik inconsequent geweest zgn Maar ik heb niet den heer Guatama ik bedoel den hoogleeraar of een ander gevolgd maar mgne eigene opinie en die is dat er misdrijven zijn met of zonder bloedvergieten zoo gewigtig heizij op zich zelf hetzg in de gevolgen dat daartegen de zwaarste straf bedreigd moet worden Of zoudt gij niet denken als er een aanslag tegen hel leven van den koning of van de leden van het koninklijk gezin gepleegd wierd of als de burfers in de wapenen wierden gebragi tegen bel koninklijk ge ag dat daardoor stroomen bloeds zouden kunnen vergoten worden P Kn wie zal dan kunnen beweren dat daarop niet Ie hoogste straf behoort gesteld te worden die waarvoor men hel meest terugdeinst en die het gemoed hel incest beroert Ik wil lo doodstraf op vergiftiging zelfs als de dood er niet het gevolg van is geweest zoo zegt de minister Dat is zeer natuurlijk Wanneer iemand aan een ander vergift toedient üodat zonder andere omstandigheileu de dood er het gevolg van zou geweest zijn in die mate moet het altijd wezen zoo als niet alleen in het strafwetboek bepaald maar ook door do jurisprudentie uitgemaakt is dan is de misdaad begaan ook al is do dood niet gevolgd Is die man niet strafbaar met de hoogste straf als hij op die wijze gepoogd heeft het leven var een ander Ie benemen ook al gelukt het hem niet f Doch in de meeste gevallen als hel mei ernst gedaan wordt gelukt het waut het moet in regten uitgemaakt zijn dat de dosis vergift deu dood ten gevolge kan hebben anders neemt de regier geen verg i ii ir i an Pui vo laut ik eene ruimte de verzachtende omstandigheden De regter nlleeu kan beoordceleu of zulke bestaan j de wet bepaalt de straf op het feit j aan den regter de beoordeeling of de hoogste dan wel eene mindere straf in elk bgzonder geval vereischt wordt Indieu ik voorop had gezet bloed om bloed de talio dan had de minister gelijk maai dal heb ik niet gedaan Er zijn in miju oog misdrgven die ora haar aard en gewigt de hoogste der straffen vereischeii of er bloed zij gestort of niet Ik heb ge egd dat de levenslange gevangenisstraf indien de minister het doel weiischle te bereiken eigenlijk eene pijniging zou worden maar niet dut de miuister zoo iels verlangd heeft Maar blijft het niet waar dat de straf of weinig beteekent als er om zoo te zeggen van den aanvang hoop op gratie is of zoo streng moet worden dat zg eeue pijniging eene foltering wordl veel erger dan de doodstraf zelve eerst dnn eerst rcgt eeue wraakoefening De minister zegt het moet zijn eene strenge stral Maar zoolang gij de kans openlaat om aan die straf te ontkomen door gratie is het geen strenge straf Wilt gij die straf verzwaren dan moet zij ik zeg niet met ligchamelijke pijniging maar met ligchamelijke beletselen en moeijelijkheden gepaard gaan en door beneraing van alle hoop eene zielsfolteiing worden Consequent zou er geeno gratie in zoodanig geval moeten kunnen verleend worden Maar dat is de bedoeling van den minister niet het zou ook de mijne niet zijn en daarom is deze straf gocne zware straf geene evenredig aan de misdrijven die men verlangt te reprimereu of zou men dit niet verlangen Ik houd het er dan ook voor dat de zwaarste en hoogste straf dat is de doodstraf op de zwaarste en ergste misdaden in zeer enkele gevallen moet behouden blijven De geachte spreker uil Almelo heeft het argument uit de sialisliek willen ouivernerpen In 1854 zegt hij is de doodstraf op manslag afgeschaft en tooh zgn de gevallen van manslag sederl uiet toegenomon Maar mijnheer de voorzitter slechts in cén enkel geval was vóór de wet van 1854 op manslag doodstraf bedreigd Art 304 Code Penal luidile De doodslag zal de iloodstraf mcdebreugen wanneer hij vooralgegaan verzeld of gevolgd zal zijn van eenige andere misdaad of wanbedrijf In alle andere gevallen zal de doodslager met deu eeuwigen dwangarbeid gestraft worden In de meeste gevallen nu wordl manslag begaan zonder die omstandigheden en die gevallen zijn stationair gebleven maar diiarop was dan ook geen doodstraf bedreigd en is dt straf dus ook niet in 1854 gewijzigd Maar de gevallen van kindermoord en brandstiuhting waarvan de doodstraf is afgenomeii zijn ic stationair gebleven maar vermeerderd Uit de slutisliok door de regeling zelve geleverd blijkt dat in de gevallen van kindermoord waarin beschuldigden hebben te regt gestaan eene interessante progressie heeft plaatsgehad v m vier tol vier jair Van 1850 tot 1853 waren er 15 gevallen van 1854 tot 1857 19 van 1858 lot 18I 1 21 van 1862 tol 18 15 32 gevallen en van 1806 lot 1868 venler loopt de statistiek nog niet en dus in drie jaren 28 gevallen gaat dit proportioneel in 1869 zoo voort dau zullen er in dat laatste viertal jaren en dus met inbegrip van 18G 37 gevallen zijn Nu wil ik aannemen dat op kindermoord andere omstandigheden van invloed kunnen zijn geweest ofschoon ik daaroniler niet als voldoende kan rekenen de vermeerdering van bevolking van 1854 tot 1870 maar die omstandigheden zouden dan toch eens tot stilslaan moeten zijn gekomen Maar neen het gaat voort er is progressie en dat is althans voor een deel ook daaraan toe te schrgven dut langzamerhand want dit gaat niet in ééns bij het volk de wolenschap is doorgedrongen dat er geen doodstraf meer bedreigd is Hetzelfde is bij brandstichting het geval en iu nog veel grooler male Van 1850 1853 in vier jaar dertien gevallen van 1886 1868 in drie jaar acht en veertig gevallen Dit is dan toch een feit dat opmerking verdient Mijnheer de Voorzitter dat juist in de twee gevallen waarin de doodstraf i afgeschaft in ons eigen land nnder ons oog die iiiisdiijven vermeerderd zijn Wij mngen dit nicl op zijdc ellen hel gc ond verstand verzet A