Goudsche Courant, vrijdag 29 maart 1889

Vrtldag 29 SaaH ir §§ 9 aOUDSCHE COURANT ISieuwS en Advertentieblad mor Gouda en Omatreken De Inseading van adT rtentita kan geschieden tot Mn nor des na mid dags van den dag der oitgave zQa der Brandmeestera en rerdere mansohappen met opgave der spuiten die het eerst bij den brand en tot water geven in gereedheid gebracht i jn gevaeit Art 36 De Opporbrandmeester begeeft zich niet buiten de gemeente zonder verlof van den Burgemeester en loader zich vooraf venekerd te hebben dat hij gedurende z joe afwezigheid behoorlek wordt vervangen Art 37 De benoeming van Brandmeesters en Onderbrandmeesters geschiedt door Burgemeester en Wethouders Deze ontvangen eene aanbeveling van den Opporbrandmeester Art 38 Aan do zorg van Brandmeesters is opgedragen hel toezicht over de spuit bij welke zy lijn geplaatst mot hot materieel daartoe behoorcnde Daaraan eenig gebrek bespeurende gsven z j er terstond schriftelijk kennis van aan den Opperbrandmeester De Onderbrandmeesters en de Spuitgasten staan onder hunne bevelen Bij het openvallen eener plaats van Onderbrandmeester zijn zij verplicht binnen veertien dagen daarvan aan den Oppeibrandmeester kennis te geven Art 39 Bij brand en andere dienstverrichtingen houden Brandmeesters elk voor zijne spuit aanteekening van de aanwezig geweest zijnde Spuitgasten Zij maken na het eindigen van den brand of vau andere dienstverrichtingen in overleg met de Ouderbraadmeesters eene lijst op der Spuitgasten die daarbij dienst hebben gedaan Deze lijst wordt door den Brandmeester eu deOnderbrandmeesters die tegenwoordig zijn geweest onderteekend Brandmeesters zenden gemelde lijst uiterlijk binnen twee dagen na lederen brand of dienstverrichting met de aanmerkingen die lij noodig achten aan d n Opperbrandmeester Art 40 De Adjunct Opperbrandmeesters da Brandmeesters en Onderbrandmeesters mogen niet langer dan één dag do gemeente verlaten zonder daarvan aan den Opperbrandmeester kennis te hebben gegeven Art 41 Om ontslagen te worden uit do eenmaal aanvaarde betrekking van Opperbrandmeester AdjunctOpperbrandmeester Brandmeester of Onderbrandmeester moet het verzoek daartoe worden ingediend bij Burgemeester en Wethouders welke de bevoegdheid bezitten ook ongevraagd ontslag te verleenen Art 42 De Spuitgasten worden door Burgemeester en Wethouders aangesteld en ontslagen Art 43 De Brandmeesters Onderbrandmeesters en Spuitgasten worden door Burgemeester en Wethooderabij de onderscheidene Spuiten ingedeeld Een algemeene staat deze indeeling bevallende wordt ter hand gesteld san den Opporbrandmeester doorwieu aan do Brandmeesters uittreksels er van wordt uitgereikt voor zoo veel elk hunner aangaat Deze brengen de aanwijzing ter kennis der spuitgasten Art 44 Alle personen bij de Brandweer in dienst ijn met inachtneming der bepaling van art 189 der Gemeentewet aan de boven hen in rang gestelden gehoorzaamheid verschuldigd Zij zullen de ontvangen bevelen zonder verwijl ten uitvoer brengen behoudens later beklag in geval van vermeende vetongeInking bij Burgemeester en Wethouders Art 45 Qedurende de bediening der brandspuiten lal niemand zich van de spuit verwijderen of de aan hem aangewezene standplaats verlaten zonder daartoe er of te hebben bekomen van dengene die boven hem gesteld is Art 46 Bi de behandeling der brandspuiten moet eene behoorlijke stilte orden in acht genomen Het ia verboden door geschreeuw aanleiding tot verwarring te geven of anderen van de vervulling van hunne plichten af te trekken Art 47 Niemand mag zonder geldige redenen ter beoordeeling van dengene die hem in rang voorafgaat nalaten zich in tps op zijnen post te bevinden noch dien zonder verlof verlaten Art 48 Het ondersoheidingsteekcn door ieder bü de Brandweer in dienst zichtbaar te dragen en van wege de gemeente te verstrekken bestaat in eenon lederen armband waarop zijn rang en het nummer der spuit staat uitgedrukt Het moet worden teruggegeven wanneer het van wege Burgemeester en Wethouders wordt opgevraagd Art 49 Aan de spuitgasten die zulks verlangen zal gedurende den tijd dat zg in dienst zgn tot schadeloosstelling wegens tijdverlies uit de gemeentekas per uur worden betaald het bedrag door Burgemeester en Wethouders te bepalen Art 60 Bij brand worden de diensten gevorderd van het oogonblik van het ontstaan van den brand tot dal de brandspuiten weder inde bewaarplaatsen zijn gebracht Art 61 Door Burgemeester en Wethouders worden aangesteld twee Toren wachters waarvan lioh eiken avond één ten tien ure op den toren moet bevinden voorzien van eene trompet eu eene lantaarn met een helder brandend licht Hij zal aldaar onafgebroken verblijven in Januari en December tot ZM nre in Februari Maart April September October en Kovember tot vüf ure in Mei Juni Juli en Angnttot tot vier ore Bij ziekte of andere verhindering lal hü zich ten zijnen koste onder goedkeuring van Burgemeester en Wethouders doen vervangen De Torenwachter mag geen vuur op den toren medenemen of hebben Ieder half uur zal hij aan de vier hoeken van den toren het gewone sein blazen Hoofdstuk III Bepalingen omtrent de BranSbluKhnüddeUn Art 62 De bewaarplaatsen der Brandbluschmiddelen worden door Burgemeester en Weihouders aangewezen Zij worden gesloten door middel van gelijkwerkende sloten Uen sleutel daarvan berust bij den Opperbrandmeester een bij elk der Adjunct Opperbrandmeesters een bij ieder der Brandmeesters Onderbrandmeesters en Knapen Art 63 Alle bewaarplaatsen van ürandbluschmiddelen zoomede de woonplaatsen van den Opperbrandmeester de Adjunct Opperbraudmeesters Brandmeesters en Onderbrandmeesters worden op eene kennelijke wijze aangewezen in dier voege als Burgemeester en Wethouders bepalen Art 64 Geen materieel mag zonder vergunning van den Burgemeester buiten de gemeente worden vervoerd Wordt de vergunning daartoe verleend dan zal het vervoeren do bediening en het binnen de gemeente terug brengen der spuil moeten geschieden door het zich daartoe aanbiedende brandpersoneel bij voorkeur datgeen hetwelk bij de vervoerde spuit behoort Art 66 Minstens eens in het jaar moeten door den Opperbrandmeester op zoodanigen tijd als Burgemeester en Wethouders bepalen do brandbluschmiddelen worden beproefd en onderzocht waarbij alle brandspuitbeamblen en spuitKasten ieder bij zijne spuit moeten tegenwoordig zg n Hoofdstuk IV Bepalingen hij hei onUtaan va en gedurende den brand Art 66 Do Nachtwakers in wier wijk bü nacht brand ontstaat geven daarvan dadelijk kennis aan den Opperbrandmeester en aan de in hunne wp wonende Brandmeesters hunne klep roerende en Brami roepende met vermelding der plaaU waar die wordt bespeurd De overige Nachtwakers moeten dadelijk de klep roerende Brand roepen en ieder in zijne wp met den meesten spoed waarschuwen den Burgemeester de Wethondeh de Leden van den Gemeenteraad den Gemeente Secretaris den ïemeenteOntvanger den Gamizoens Kommandant den Koinraandant en de verdere OfScieren der Schutterij den Kommandant der Hoofdwacht den Commissaris en de beambien van Politie de Adjunct Opperbrandmeesters de Brandmeesters en Onder Brandmeesten den Directeur en de verdere beambien van de Gasfabriek den Directeur en den Boekhouder van de Waterleiding de Beambten en Bedienden ter ge meenteSecretarie den Kassier en de Beambten bij de Bank van Leening den Bewaarder van het Raadhuis en den Luider der klok van den groolen kerktoren Bij ontdekking van brand over dag geven de agenten ieder in hunne wijk daarvan kennis aan den Burgemeester de Wethouders den Opperbrandmeester do adjunct Opperbrandmeesters den Commissaris v n Politie en den Bewaarder van het Raadhuis Art 67 Van al do in het vorig Artikel genoemde personen wordt door den Opperbrandmeester eene lijst opgemaakt op welke ieders naam hoedanigheid en woonplaats is vermeld en wolko lijst door hem in de maanden Mei en November van elk jaar wordt herzien De Opperbrandmeester is verplicht een afschrift dezer lijst terstond na hare vaststelling of herziening aan den Burgemeester in te zenden die zorgt dat do Nachtwakers met do namen en woonplaatsen der daarop vermelde personen bekend worden Art 58 De Bewaarder van het raadhuis zal bü brand met do klok van het raadhuis kleppen tot die van den grooten kerktoren luidt De Luider van laatstgenoemde klok zal overeenkomstig art 189 der gemeentewet en art 8 der Wet van W September 1853 Staattblad n 102 mot dat luiden vootrgaan tot dat hem van wege don Burgemeester bevolen wordt daarmede op te houden Art 69 De Torenwachter binnen de gemeente brand ontwarende zal onmiddellijk jhel brandsein blozen aan de onder het bereik van zijne stem zgnde Nachtwakers de plaat waar hg die ontdekt toeroepen naar die zgde een lantaarn met helder brandend licht uit den toren hangen en aldaar zoo lang laten uithangen tot dat hü den brand geheel uitgebluscht ziet waarna hg de lantaarn zal innemen en aan de vier hoeken van den toren het gewone sein blazen Art 60 De Opperbrandmeester on zg Adjuncten vernemende dat er brand is begeven zich daarheen Art 61 De Brandmeesters Onderbrandmees ers en de Spuitgasten moeten zich Wj brand begeven naar de bewaarplaats der spuit bg welke zq behooren ten einde die naar de plaats van den brand te vervoeren De brandspuiten zullen in gnen geval anders dan in tegenwoordigheid van eenen Brandmeester Onderbrandmeesler of knaap mogen warden vervoord Art 62 Elke spuit bq den brand aanwezig moet zoodanig worden in gereedheid gebracht dat zy op hot eoisie bevel van Jen Opporbrandmeester of die hem vervangt water kan geven Art 63 Als van de bramlkranen der waterleiding gebruik moet worden gemaakt gesohiedt de bediening daarvan met inbegrip van het plaatsen der hydrauten en het aanachroeven der slangen door het personeel van den redding of slangenwagen Art 64 Met inachtneming van art 73 der Wet van 28 Augustus 1861 Staattblad n 126 zullen tot het blusschen van den brand de brandspuiten en de slangen op en over alle erven en gebouwen kunnen worden geplaatst of gelegd en zal daar en van daar uit kunnen worden gespoten terwgl daar wgdera de overige werkzaamheden tot het blusschen van den brand noodzakelijk zullen kunnen warden verricht Tot naleving van deze bepalingen wordt aan den Opperbrandmeester diens Adjuncten benevens aan de Brandmeesters en Onderbrandmoesters mits voorzien van hun onderscheidingsteeken vergezeld van het benoodigde personeel der Brandweer de last verstrekt om met inachtneming der bepalingen van de Wet van 31 Augustus 1863 Staattblad n 83 de woningen gebouwen en erven zoo wel waar de brand plaats heeft als die welke in den omtrek daarvan gelegen zgn zelfs ondanka do eigenaars of bewoners ten allen tgde binnen te treden Art 66 De Burgemeester is bevoegd de herbergen en drankwinkels in den omtrek van den biand te doen sluiten en den toegang tot dezelven te beletten tot aan het inrukken der spuiten Niemand mag na de hem aangezegde sluiting en vóór dat deze is opgeheven eenigen sterken drank verkoopen of tappen hetzg in oi buiten de herberg of drankwinkel Art 66 Niemand zal tot den brand worden toegelaten dan de personen behoorendo lot de dienst der brandbluasohing de leden van den Gemeenteraad de Seeretaria der Gemeente eu de Antoriieiten met de handhaving der openbare orde belast doch deie allen niet dan voorzien van een onderscheidingsteeken waarop voor de Leden van den Gemeenteraad het Stedelgk Wapen is afgebeeld en voor de overigen hunne betrekking is vermeld loo mede alle OfSeieren mita aan hunne uniform kennelgk Voorts zullen doch alleen met verlof van den Burgemeester of van den bevelhebbenden Officier van het brand piket der Scbatterg worden torgelaten alle Genees en Heelkondigen de betrekkiogea van hem in of naaat wiena haii de brand is zjj die de goederen bergen en de correapondentea der belrokken brandwaarborgmaataehappüen Art 67 Oeone goederen zullen geborgen of vei voord mogen warden zonder verlof ras den eigenaar of voorkennia der politie Art 68 Ieder onder wiens bewaring bü gelegenheid van brand goederen gekomen zgn die tot de brandspuiten of aan bgzondere personen b hooren ia gehouden binnen vier en twintig oren daarna aangifte en dea vorderd afgifte te doen aaa den Burgemeeater Art 69 Aan de Spuitgaaten Tan elke der twee apuiten die het eerat bg den brand en in gereedheid gebracht zün om op het eerate teekei water te geven kan eene belooning van tien tot vüf en twinti gulden worden uitgereikt Deze aom wordt gelükelgk onder de Spuitgaalea der apuit verdeeld Zü die niet tegenwoordig zgn geweeat deelen niet mede terwql ook zü die te laat zgo gekomen of zich onbehoorlglc hebben gedragen daarvan voor bet geheel of ten deele kannen worden uitgealoteo Art 70 Burgemeester en Wethouders bealiaaen of er belooningen zullen worden toegekend en loo ja tot welk bedrag en aan welke apniten De Opperbrandmeeater bealiat op aanwg zing van Brandmeesters wie der Spuitgaaten geheel of ten dooie moeten worden uitgesloten van de belooning toegekend aan de apuit tot welke zü behooren Art 71 De overtredingen der bepalingen dezer Verordening voor zooveel daartegen niet bg eene Wet algemeenen maatregel van bestuur of Provinciale Verordening straffen zün bedreigd worden gestraft en wel die van art 23 en 66 met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van ten hoogste vgftien gulden die van de artikelen 1 3 4 6 6 7 8 9 10 11 12 18 14 16 18 17 18 19 20 21 22 24 26 26 27 29 31 48 2e zinsnede 67 68 en de artt 44 46 46 47 48 60 un 65 voor zooveel de Spuitgasten betreft met eene geldboete van ten hoogste vüftien gnldon Art 72 Bg het in werking treden dezer Verordening is die op de Brandweer vastgeateld den 11 November 9 December 1864 7 Maart 1866 gowgzigd den 26 Juni 1871 en den 18 Juli 1876 ingetrokken Zünde deze Verordening aan de Gedeputeerde Staten van Zuid Holland volgena hun bericht van ii Maart 1889 in afschrift medegedeeld Ën is hiervan afkondiging geschied waar het behoort den 26 Maart 1889 Burgemeester en Wethouders voornoemd VAN BEBGEN IJZENDOOEN De Secretaris BEOüWEE Qonda Snelpoidrak vn A BKINKHAN b Zoov De uitgaTe dezer Courant geeehiedt dagelflk met niteondering Tan Zon en Feestdagen De prgs per drie maanden i 1 25 franco per poet 1 70 Ahoaderlijke Nommer VIJF CENTEN BINNENLAND GOUDA 28 Maart 1889 De Tweede Kamer heeft heden het amendement van den heer Kerdük Zaayer op art 3 arbeidawet uitbreiding verbod kinderarbeid tot 13 jaar verworgen met 60 tegen 30 stemmen Het amendement van de heer Veegeus uitbreiding verbod tot afloop sohoolcursua na 12 jaar werd verworpen met 47 tegen 42 stemmen Art 3 werd aangenomen Hoden middag ia uit de Bleekerasingel nabü de Zwemschool door den tamboer maitre van het garnizoen een kinderlükje opgehaald t welk reeds in staat van ontbinding verkeerde De netto winst beschikbaar voor do aandeelhouders in het Niemoi tan den Dag bedraagt over het afgeloopen jaar 72 000 wolk winstcijfer in de gisteren gehouden vergadering goedgekeurd De Arrondiasements Rechtbank te Kotterdam zette gisteren de behandeling voort van den Moord te Stolwgk Het eent had plaats het verhoor van deskundigen de heeren A C Harteveet en S Bülsma beUist geweest met de Igkschouwing van SggJB van Vliet in de gemeente Berkenwoude Beide deskundigen Ulüvon bg de reeds gisteren bg hot vitum repettum vermelde conolasién lo dat de dood het gevolg was van verstikking en 2o dat bg de lijkschouwing niet duidelgk bleek waardoor deze verstikking was veroorzaakt Voorts verklaren zg nog geen enkele andere afwqking te hebbon waargenomen die den dood tengevolge zou hebbeu gehad Get J Meerkerk landbouwer te Stolwgk verklaart dikwgis bij de verslagene aan huis te zgn geweest en ook wel met haar over geld te hebben gesproken doch nooit te hebben gehoord hoeveel FEVILLETOM UIT VERRE GEWESTEN Naar iet Sugeltck LX 2 Hg zou er zoo niet over gedacht hebben als Ujgehoord had dat i ne nicht nog altgd met armoedeen gebrek te kampen had of in dien strüd bezwekenwas Dan zou het berouw wel achterwege zün gebleven Maar nu hg haor in de wereld zag verachgnen als zü gelgke in atand zoo innemend enmet zoovele vrienden was het een ander geval nu was hg bereid züne dwaling te erlcennen Hü sliep weder in Ipeinzende hoe hg eene verzoening tot istand zou kunnen brengen i Het scheen dat Uj een zeer eenvoudig plan vormde 1 om dit doel te bereiken Hg merkte op dat Holt j altgd dp dcnzelfden tgd naar huis ging Hü wist het er op aan te leggen dat hg hem op zekeren I middag ontmoeten moest toen hg da straat doorging Goeden avond mgntieer zei hü vriendelgk I Holt boog lk geloof ingnheer dat wg elkander behooren te kennen Geen antwoord zg bezat en ook nooit een kistje met zilvergeld te hebben gaaien In den avond van 8 Deoember ongeveer S i nar wilde get eene boodaehap gsH doen bg vrouw Van Vliet liohtte de klink aau de deur op doch deze zat onbeweeglgk vaat Get meende toen weg te gaan doch op de verzekering van den zoon van Verboom eene buurvrouw van vrouw Van Vliet dat er volk in huia waa ginir getuige er wéér heen en riep aan de deur hél hé Alweer geen gehoor krqgende eek getuige door het aleatelgal zag de lamp op tafel staan branden en een man zitten op een stoel bg de kaehel In dezen man herkent get den beklaagde Lebbe Get ia toen heengegaan Bdcl Lebbe zegt dat hü die persoon ia geweeat Get A Verboom bouwman te Stolwgk verklaart met de versUgene ouder dak in hetzelfde pand te hebben gewoond zgnde lüa kamer met een dun muurtje goscheiden van die van de verslagene en kunnende men over en wetf fftei hooren als er in d ë woningen hard geaprokxB wwrd De 3 beklaagdea heeft get meermaleo in de woning van de verslagene zien gaan ook nog in bet afgeloopen najaar Óp 6 December heeft getuige de vrouw nog gezond en wel gesien Om 5 uur in dien avond had hü bekl Van der Grgp hare woning zien binnengaan Get was toon aan het melken gegaan en had zoowat Vb u later van zijn zoon gehoord dat get Meerkerk aan de woning van de verslagene was geweest en dat hem niet was opengedaan Toen had get 2 maal uit zgne woning aan den muur geroepen Sügje ben je er in P doch had gnen antwoord gekregen Op verzekering van get s vrouw dat er toch volk in huis was was hg weer daarheen gegaan en had aan de deur gedraaid Vervolgens was get met een slok gewapend in bgzgn van zgn vrouw en 3 manspersonen weder naar de woning gegaan had een venster open getrokken en toen gezien dat er een flauw lichtje op tafel stond te branden Ik geloof zeg ik dat gg en ik eikonder behooren te kennen Denkt gü dat Ik ben zeker dat gü mgn naam niet weet vervolgde hü P vriendelük schertsenden toon Holt zag den ouden heer strak aan eu zeide Ik weet uw naam zeer goed Maar gü weet toch nog niet wie ik ben antwoordde deze Ik ken n antwoordde Holt als een slecht zelfzuchtig oud man die een jong teeder meisje dat geleerd had u vader te noemen met fiju oierlegde wreedheid behandeld hebt Vlei er u niet mede dat ik er niet van zou weten Ik heb u mgn leven lang in t oog gehouden en altgd op dit oogenblik gewacht Ga uw weg Waag het niet mü weCr aan te spreken of ik zal in verzoeking komen om zelft uwe grijze haren niet te ontzien Zonder verder praatjes af te wachten liep Holt snel voort met de woede op het gelaat de handen samengeklemd terwül zgne lange armen heen en weer sHSgerden Het duurde een poos voordat de heer Lansing genoegzaam tot zich zelf was gekomen ora zijn weg te vervolgen Hg stond Holt na te staren toen de laatste woedend voortliep on riep verscheidene malen uit God zegen me Thomas die het goheele tooneel van den hoek der straat gezien had toen bij van eene boodschap lOVBUTENTIEN vrordeit i plattKt van 1 5 regels 50 Centen j iedere regel meer 10 Centen GROOTS LETTHBS worden berekend naar plantsminte BoTeadien vrorden alle Advertentieii gr kt is opgenomen in het ADVERTENTIEBLAD t welk des Maandags Terschgnt Get had nog gehoord dat er stilletjes een grendel aan de deur was diehtgeschoren Eenige oogeublikken later hadden zü nadat get had geroepen als er mannen in huis zga waarom doen jelui dan de deur niet open gehoord dat de deur stilletjes word geopend en dat drie peraonen waaronder van der Grg p de woning verlieten zich snel verwgderende in de richting van Sohoonhoven De laatste van de drie personen die de woning verliet had nog tot getuige gezegd man wat doe je me schrikken De vrouw is ook zoo geschrokken en büna van zich zelve gevallen Onmiddellgk daarop waren zq de woning van de verslagene binnengegaan en hadden hdar gevonden liggende op den grond bü de tafel Denkende dat zg van zich zelve was gevallen hadden zg haar nog met azgn gewaaschon doch het bleek dat het leven er uit was Van het woargenomene was toen onmiddellük aangifte gedaan bü den burgemeester De vroow van get A Verboom legt ie hoofdniak geUjke verklaring af als haar pan Nadat nog 3 getuigen verknringen hadden afgelegd omtrent den eigendom van het beursje en zilveren doosje van de verslagene werd de openbare terechtzitting voor eenige oogenblikken geschorst Na heropening kwam alsnu aan het woord de ambtenaar van het Openbaar Ministerie Deze wijst er op dat deze zaak de eerste is van zóó ernstigen aard waarvan deze rechtbank kennis neemt sedert de invoering der nieuwe strafwetgeving ernstig ook wegons den hier bestaande voorbedachten rade Deze zaak werpt een treurig licht op den maatschappelüken toestand op die soort van individuen die liever niets uitvoeren dan door werken in hun onderhoud te voorzien Het O M leest voor een artikel uit de N R Courant van 18 December 1888 waarin die soort van individuen zoo juist ia geschetst terugkwam zeide later tegen den koetsier van Dezing dat zü heer toen hg dien dag t huis kwam geheel van streek was LXI William Holt ging het nieuwe huis in en uit even als vroeger de nederige woning in de zesde Avenne Hg vermeed de bezoekers van zgne moeder terwyl hg de meest mogeUjke moeite deed om hun een goede ontvangst te bereiden en er zgn roem in scheen te stellen dat zün plan om hare plaats in de wereld te doeu hernemen zoo welgeslaagd was Zgne moeder begreep hem en liet hem zgn gang gaan Hg had eene kamer p de bovenste verdieping van het huis voor zich waar een eenvondig yzoren ledikant stond met een harde matras er in Twee of drie noodzakelgke artikelen maakten hot ameublement uit Hier sliep hg en als zgne moeder gezelschap had zocht hg hier zijn toevlucht met een boek zoodra de gasten vertrokken waren ging hg naar eene kleine zitkamer beneden de lievelingsplaats zgnen moeder en bleef daar Waarmede Mj zich ook bezig hield altyd waa Uij het liefst by haar En zoo verliep de tijd De weduwe had één verdriet wa w zij gedurig van vervuld was Het was William s ongeloof zg durfde het bg geen anderen naam noemen Hg ging nooit naar de kerk Hg venneed elke toespeling op godsdienstige onderwei peii en als hg maar