Goudsche Courant, woensdag 22 maart 1899

♦ eherren glaii of andere scherpe voorwerpen op tnfwchcn of tegen heiningen palen paalverbindingen kettingen gordingen mnrfu of schnttingen te hebben Ie plaatsen ol aan t brengen lager dan 2 10 M boven den openbaren weg A KT 2fi Ieder eigenaar vnirhtgebniiker beheerder of gebraiker van een gelionw een iitoep een berm eene bestrating of eenig ander 4ecl van een openbaren weg is verplicht bet plMrt en van lantaren of ganbniïen aan dat gebouw onder die toep in dien berm die bentrating ol dat andere deel van den weg te gedoogcn en toe te taan dal de stoep iKstrating of airtere bedekking wordt opgenomen en de daarop gestelde palen en hekken worden losgemaakt anneer dat tot het leggen van gasbnizen noodig is Ieder eigenaar beheerder ol vruchtgebrniker van een gebnnw is veriilicht te gedoogen dat daaraan de naamborden van de straten worden vastgehecht In de gevallen in de voorafgaande zinsneden van dit artikel bedoeld worden de noodige herntellingen aan de gebonwen stoepen palen hekken bestratingen en andere bedekkingen ten koste der gemeente verricht DERDE HOOFDSTUK Voorsehrilten bclrisflende bet bonwen in aan ol langs openbare wateren Abt 27 Hot is verboden tenzij met vergnnning van Bnrgemeester en Wethouder denren vensters luiken schermen balkons uithangborden schoorsteenen of eenig ander werk dat over het openbaar water openslaat ol uitsteekt te hebben te maken te veranderen of te vernieuwen Art 28 Het IB verboden teruö met vergunning van Burgemeester en Wethottdere en met Inachtneming van de door ol namens hen te geven voorsehrilten in het openbaar water steigers te plaatsen aki 2 Het is verboden tenzö met vergunning van Burgemeester on Wethouders over het openbaar water een overgang te hebben ol te maken By intrekking van de vergnnning moet de overgang binnen eene maand na de dagteekening van het besluit tot intrekking door den eigenaar vruchtgebrniker of bebaerder worden weggenomen Art I Hot is vurhiidi n privaten te hebben ol te maken welke over o in het openbaar water hangen staan ol geplaatst zijn Het is verboden laeealii n Uit de privaten in het openbaar water te leiden ol te storten anders dan door buizen ol potten Bestaande privaten welke niet aan do bepalingen van de beide voornigannde zinsneden van dit artikel voldoen zullen binnen zes maanden na de inwerkingtreilinf dezer verordening moeten zjjn opgeruimd ol wMaitrd Abt 81 De eigenaar vruchtgebrniker of beheerder van oen erf dat aan het openbaar water grenst is verplicht te zorgen door het ailnlirengen van walmuren schoeiingen ol glooiingen welke eveijwel het water niet mogen venianwen of den doortocht mogen belemmeren dat de groud niet in bet water uitzakke VIERDE HOOFDSTUK Vporschriften omtrent de wyze van bouwen AiiT 112 l e grond waarop een gebouw gesteld ol herbouwd wordt moot zoo noodig ter diepte van 0 5 M ontgraveu verwijderd en door mivht zand koohsch ol grind vervangen worden Bovendien moet onder eiken houten beiiedonvloer waaronder geen kelder is eene opene ruimte van 0 20 M onder de vinerbindten gelaten en met de bnitenlucht ioor roosters in doorloopeude gemeenschap gebracht worden Abt 3 By het stellen of gelieel vernieuwen van gebouwen moet de afstand tusseben den voorgevel van het gebouw en voor achter en lügevelsvan bestaande gebouwen tnsschen den iichtcrgevel van het gebonw en voor achter h zijgevels van beslaande gebouwen en tusseben zygeveli van het gebouw en oor eo achterguveU van lieslaande gebouwen minstens 10 M zgn Burgemeester en Wethouders kunnen in verband met plaatseiyke toestanden vergunnen datdieafsund verminderd wordt tot 5 ii Akt 34 Het is verboden gebruik t midten van slechte of onvoldoende bouwsloffïn Het is verboden in en boven het trasream berookte stseuen te gebruiken Abt af Het is verboden op gronden buiten de singelgrachten gelegen gebouwen te stellen of geheel te vernieuwen tenzg deze rusten o i paiilfnndeeringen bosthande uit palen van ten minste 10 II lengte en van eene doorsnede van ten minste 0 20 M aan den kop en van ten minate O INi M aan de punt Bnrgemei ster en Wethouders kunnen voor gebouwen van geringen omvang niet tot woning bestemd vrijstelling van dit verbod verleynen en in verband met plsataelijke toertaoden het gebruik van palen van mindere lengte dan 10 M vergunnen Abt Mi Ue bovenkant van bonten fundeeringen moet liggen binnen de ingelgrachten op ten minute 0 90 V onder A P en bniten de lingelgrachten op ten minste 0 25 M ond het zomerppil van den polder waarin het perceel gelegen is l e gemetselde fundamenten moeten wanneer zijrusten op paallundeeringcn ten minste een en eenhall maal en wanneer zü op zand aanplempingen olop roosterwerken worden aangebracht ten minste drieen een hall maal de dikte van het opgaand muurwerk hebben Alle gemetselde fundeeringen moeten van den aanleg al m kalk ol trasspecie worden opgetrokken Abi 37 Kik gebouw moet onder al de muren een tra sraam hebben van ten minste O BO M hoog dat ten minste 0 15 M boven den vloer der begane grondverdieping reikt Trasraam en grondkeerende muren moeten van harden steen in trasspecie ol Portland cement bevaltende minstens eén derde deel tras ol een vyide deel cement worden gemaakt In het trasraam moet worden aangebracht een doorloopendi goed dekkende voehtkeereiide l ag Als bet trasraam is algemetseld wordt daarvan aan den gemeente bouwmeester ol de beambten der bouwpolitie kennis gegeven een hunner stelt binnen vier en twintig uren een onderzoek in zonder zone goedkeuring worden de muren niet verder opgetrokken Abt 38 De gevels en andere muren worden te lood gesteld In bgzondere gevallen kunnen Burgemeester en Wethouders eene uitzondering op deze Iwpaling toestaan Abt 39 By op by ol verbouw of by vernieuwing an een gebouw wonden alle gevels en alle balkdragende muren van het gebouw benevens de scheidingsmuren tegen andere gebouwen van teen gemetseld Zy hebben tot op de hoogte van 9 M boven de kruin van de straat eene dikte van ten minste 0 22 M Voor woningen met eene bovenverdieping n een zolder of met een zolder allei n is eene dikte van 0 16 M voldoende De scheidingsmuren tegen andere gebouwen kunnen volstaan met eene dikte van ten minste 0 16 M Op uitbouwingeu voor trappen privaten en bergplaatsen is deze bepaling omtrent de dikte der muren niet van toepassing Het is verboden in woningen met alzonderiyke bovenwoningen de wanden langs trappen boven den beganen grond anders te maken dan van gebakken steen De onderzyden van houten trappen moeten met kalk of eene andere niet ontvlambare stof geplafonneerd yn Burgemeester en Wethouders kunnen toestaan dat afgezonderd gelogen gebonwen tvorden getouwd volbouwd of vernieuwd waarvan de gevel en zymuren van hout jn KT 40 Muren mogen niet hooger dan 13 M worden gebouwd tenzj met inachtneming der voorschriften ten aanzien van do dikte door Burgemeester en Wethouders in ieder geval te geven Art 41 In het belang der openbare veiligheid kan de Raad ten aanzien van de dikte der muren en den aanleg onder den grond voor fabrieken en werkplaatsen op voorstel van Burgemeester en Wethouders van de in artikel 39 genoemde afwökende afmetingen voorschryven Abt + 2 By de bepaling van de dikte der muren wordt alleen op het metsi lwerk van den muur zeil niet op de Mpouwmnren de beraping ol andere verdikking gelet Art 48 Uevels boven winkelpuien niet door gemetselde penanten ondersteund moeten rusten óp houteii ol getri ken yzeren balkliggers waaronder houten ol yzeren styien ol kolommen De ahnetingen moeten door Burgemeester en Wethouders worden goedgek eurd Abt 44 By opbouw moeten alle muren in verband met elkander worden opgetrokken Elke büidtlaag moet behooriyk om het andere bindt met ankers i U ter plaatse waar de bindten gestuikt worden ol tegen elkander komen met ingelaten zwa ln 8taartki ppeiyzers orden bevestigd Qeene binijten in eene iioogere verdieping mogengelegd worden voordat de bindtlaag der voorgaandeverdieping is geankerd en aangemetseld Sluitjevels moeten aan het tweede bindt worden I geank nk M Art 46 vergunning van Burgemeester Zoi hou minden en Wetmng geene woning aan den voorkant eene breedte hebben dan 3 50 M Akt 46 Het is verboden een gebouw tot woning te bestemmen te verbouwen in te riphten te verhuren in gebruik te geven ol h bewonen tenzfl het eene oppervlakte heeft Ulniien de hoofdmareu van ten minste 24 M vertrek tusseben den vloer klu g moet ten minste 2 80 De hoogte van en de ondefzyde der M zyn Art 47 De vloeren van woningen mogen niet lager gelegd worden dan 0 25 M boven de kruin van den aangrenzenden weg In woon en slaapvertrekken z$n ti van hout Aet 48 ledere woning die niet uit ten minste twee verdiepingen be 8taat moet van een zolder voorzien zjn Zolder mogen niet tot woonvertrekken worden bi stemd of ingericht tenzs met verpnning van Burgemeester en Wethouders Akt 49 Aan iedere woning welke geene andere bovenverdieping heelt dan een zolder is eene borstwering op dien zolder van ten minste 1 M en moet de nok van het dak ten minste 2 M hooger zgn dan de borstwering Art 50 Het is verboden o dakbedekkingen te maken te hebben ol te vernieuwen anders dan met onbrandbare stollen t daken met pannen gedekt te onderschieten met riet ol stroo Voor bniten de bebouwde kom der gemeente gelegen gebouwen ol hooibergen kan door Burgemeester en Wethouders van deze verbodsbepalingen tydeiyk onthefftng worden verleend De bepalingen van dit artikel zyu niet van toepassing op kleine of lage hokken dienende uitsluitend tot bergplaats voor hnishoudeiyk gebruik of tot het t houden van huisdieren of gevogelte en op geheel afzonderiyk staande koepels of zomerhuisjes in tuinen Art 51 Het is verboden een gebouw of gedeelte daarvan tot woning te bestemmen te verbouwen in te richten te verhuren in gebruik te geven of te bewonen tenzy het voorzien is van een afzonderiyk privaat dat door een raam van ten minste 3 dM oppervlakte of door een luchtkoker van ten minste 2 dM doorsnede in rechtstreeksche gemeenschap is met de buitenlucht en waarvan de toegang met een deur is afgesloten De deur van het privaat mag niet uitkomen in kamers of keukens of aan den openbaren weg Bestaande woningen niet voorzien van een privaat volgens dit voorschrift zullen vóór 1 lannari 1902 dienovereenkomstig moeten zyn ingericht Zoolang zoodanige woningen de inricüting van een privaat naar het oordeel van Burgemeester en Wetliouders slechts ten koste der bewoonbaarheid toelaten kunnen dezen zoo noodig onder voorwaarden verleuguig van dezen termyn verleenen Burgemeester i n Wethouders kunnen vergunnen dat meerdere bestaande woningou van één gi nieenschappeiyk privaat voorzien zyn Abt 52 Het is verboden privaten te hebben of te maken wahrby de afvoer der laecaliên op eene andere wyze geschiedt dan o volgens het tonnenstelsel 6 in waterdichte en goed algcdekte beerputten of verzamelbakken welke zoodanig gelegen Z n dat zg gemnkkeiyk te ledigen zyn i door waterdichte leidingen in een gemeente riool of een openbaar water Aht 53 Het is verboden beerputten of verzamelbakken van taecaliên te hebben ol te mjken onder woningen of een woimvertrek te hebben of te maken boven een beerput of verzaineltoik van laecaliên Abt 64 Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en Wethonders het water van daken ol aldaken iiiiilililli ik f onmiddeliyk op den openbaren weg te latni liiijpen Het water moet langs leigoten in een gemeenteriool ol een openbaar water worden algevoerd Hiervan is uitgezonderd het water van balkons dat langs pypen reikende niet hooger dan 0 10 M boven den weg daarover mag Worden algevoerd Aht 55 Het is verboden tenzj met vergunning van Burgemeester en Wethouders riolen of leidingen aan teleggen of in de bestaande veranderingen aan tebrengen waardoor faecaliën goot of spoelwater water uit fabrieken en andere vuile vloeistoffen in eengemeenteriool worden geleid I Art 56 Het is verboden i ovens fornuizen en stookplaatsen te hebben te maken of te herstellen anders dan in steen ol met l en op gewelven of muren van steen of yzeren platen i stookplaatsen anders te maken dan in verbandmet steenen ol yzeren schoorsteenen Abt 57 kookplaatsen moeten zoo zjn ingericht dat bet roet op onbrandbare materialen v lt terwyi de scljoorsteenbüezems op onbrandbare materialen moeten woirjen gebouwd AfcT 58 t Schoorsteenen en roo leidingen moetenzoo wydzgn dat zji behooriyk kunnen worden geveegd ol schoongemaAt en moeten van steen of metaal gemaakt frotflBp de wanden en tongen van steenen BÈboorsteen Rioeten ten minste 8 cM en die van metalen Sdhoorstepnen ten minste 2 mM dikte hebbep O i Art 59 Schoorsteenen en schoorsteenpypen door of lang de nok van oen gebouw uitkomende moeten ten minste 0 50 M boven die nok worden opgetrokken schoorsteenen zpelings of op eene andere wyze uit het dak komende moeten ten minste 1 M boven het hoogste punt van uitgang en boven de dakgoot van het belendende perceel worden opgetrokken Kappen en toe s e len tot rookverdrijving op de schoorsteenen behooren niet tot de in de voorgaande zinsnede vooigeschreven hoogten en moeten van onbrandbaar materiaal zgn Abt 60 Schoorsteenen rookgeleidingen en stookplaatsen moeten geheel vrfl van raveelingeu zolderbiiidten balken of ander houtwerk wordefi gemaakt Rindten balken deuren of voorwerpen van hout mogen m stookplaatsen rookgeleidingen of schoorsteenen of in de wanden daarvan niet aanwezig zyn Hooten schoorsteenmantels moeten aan de onder en de binnenzyde met yzer bekleed zyn Zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders mogen pypen van haarden of kachels en andere rookbuizen langs houtwerk ol behangsel op g en korteren afstand dan 0 30 M aangebracht worden Deze pypen en rookbuizen moeten op het punt waar zn door zolders plafonds houtwerk behangsel of andere brandbare materialen geleid worden van eene koperen dubbele bus waarvan de wanden ten minste 3 cM van elkaar verwyderd zfln omgeven zyn VIJFDE HOOFDSTUK Voorschrift omtrent het betrekken van nieuwe ol vernieuwde woningen Art til Het is verboden een nieuw ol grootendeels vernieuwd gebonw ol een gebonw dat te voren niet tot woning was bestemd ol ingericht te laten bewonen ol te bewonen indien niet ten minste drie maanden zün verloopen na de dagteekening van eeue door Burgemeester en Wethouders af te geven verklaring dat de binnenmetsel en ruwe pleisterwerken in het gebonw zyn voltooid en indien niet uit eene tweede verklaring van dat College biykt dat de woning overeenkomstig de bepalingen dezer verordening is gebouwd vernieuwd veranderd of ingericht Ter bekoming dezer verklaringen doet de eigenaar ol beheerder van het gebouw aan Burgemeester en Wethouders by de voltooiing der binnenmetsel en ruwe pleisterwerken en by de algelieele voltooiing van den bouw de vernieuwing of de verandering telkens een schrilteiyk verzoek om opneming daarvan door de beambten der boowpolitie W i ZE8DE HOOFDSTUK Voorschriften betreffende gehouwen en inrichtingen gevaarlgk voor de openbaze veiligheid of schadeiyk voo r de ojienbare gezondheid Art 62 Indien een gebouw muur kluis kelder put schoorsteen heining ol eenig ander getimmerte geheel of gedeelteiyk bouwvallig ol door verzakking scheef is geworden en daardoor voor de openbare veiligheid gevaar oplevert is de eigenaar beheerder ol vruchtgebruiker verplicht na ontvangst van eene schrilteiyke met redenen omkleede aanschrflving van Burgemeester en Wethouders dadeiyk de naar hun oordeel noodige voorloopige voorzieningen te treilen en het bouwvallige ol gevaariyke binnen den door hen bepaalden tyd te doen herstellen vernieuwen ol sloepen Burgemeester en Wethonders kunnen tevens bevelen dat het bedoelde gebouw door den eigenaar beheerder of vrucijtgebruiker ter hoogte door hen te bepalen en binnen den door hen te stellen termyn door eene schutting van den openbaren weg of het openbaar water worde afgescheiden Deze bepaling is ook van toepassing op kelderlniken en keldergaten in den openbaren weg alsmede op de werken en zaken genoemd in art 23 27 en 29 Art 83 Wanneer by niet regelmatig voortzetten of by staken van een aangevangen bouw het reeds gebouwdegedeelte geacht wordt gevaariyk te zjn voor deopenbare veiligheid is de eigenaar of beheerderverplicht onmidde liyk te voldoen aan de echrifteiyke aanmaning van Burgemeester en Wethouders tot hetafbreken van het gebouwde of toj bet aanbrengender voorgeschreven voorzieningen t Art 64 Indiep na instorting brand of gedeelteiyke afbraak van een gebouw of een muur jde overbiyfselen ge acht worden gevaariyk te zyn voor de openbare veiligheid is de eigenaar of beheerder verpUcht onraidj deliyk te voldoen aan de sphriftelyke aanmaning van Bnrgemeester en Wethouders om de overbiyfselen te doen omverhalen sloepen of wegruimen en het erf van den openbaren weg af te scheiden do jr eene schutting ter hoogte als by die aanschryving is bepaald of de daarby voorgeschreven maatregelen te nemen Art 65 Wie zich bezwaard acht betzy do r de beschikking van Burgemeester en Wethouders hetzy door de by die beschikking gestelde voorwaarden krachtens de artikelen 62 63 en 64 gegeven oj opgelegd kan binnen acht dagen of als de in de beschikking gestelde termyn korter is binnen dien termyn zich met een bezwaarBchritt tot des Saad wenden De Raad beslist zoo spoedig mogelyk op het bezwaarschrift wykt deze beslissing I van de beschikking van Burgemeester en Wethouders dan treedt het Raadsbesluit daarvoor in de plaats Abt 66 Zoodra de bewcuiing van een gebiraw door Burgemeester en Wethouders vermoed wordt nadeelig voor de openbare gezondheid te zyn wordt door hen een onderzoek dienaangaande opgedragen aan eeue Commissie van drie door hen aan te wyzen deskundigen Art 67 Het proces verbaal door de met het onderzoek belaste Commissie van deskmidigen zoo spoedig mogeiyk aa Burgemeester en Wethonders in te dienen zal behelzen een met redenen omkleed verslag der bevinding benevens de vcrmelduig van de vereisehte verbeteringen en van den tyd benoodigd om die aan te brengen of wel van het gevoelen dat het gebouw niet ter bewoning gesihikt kan gemaakt worden Art 68 Blykt uit het proces verbaal dat het gebouw verbetering behoeft of niet ter bewoning geschikt kan worden gemaakt dan wordt het door Burgemeester en Wethouders ter kennis gebracht van den eigenaar vruchtgebruiker of beheerder van het gebouw redurende acht dagen na deze kennisgeving zal de belanghebbende zyne bezwaren schriftelyk aan Bnrgemeester en Wethouders kunnen inleveren Aht 69 Indien Burgemeester en Wethouders na afloop van den termyn in het vorig artikel genoemd oordcelen dat de aangegeven gebreken het gebonw als schade lyk voor de openbare gezondheid voor het bewonen ongeschikt maken doch voor verbetering vatbaar zyu dan wordt door hen van hun oordeel en van de vereisehte verbeteringen niededeciing gedaan aan den eigenaar vriii iitgclirnikcr ut beheerder en daarUy een terinyn gesteld binnen welken de verböteringen moeien zyn aangebracht Art 70 Na afloop van den in het vorig artikel bedoelden termyn wordt door Burgemeesli r en Wethonders of van hunnentwege onderzocht of de verbeteringen zyn aangebracht Art 71 Indien Burgemeester en Wethouders na afloop van den in artikel 08 genoemden termyn oordeelen dat de aahgeduide gebreken het gebouw als scbadeiyk voor de openbare gezondheid voor het bewonen ongeschikt maken en niet voor verbetering vatbaar zyn ol wanneer de op grond van artikel 69 bevolen herstelling ol verbetering binnen den daarvoor gestelden termyn niet of niet voldoende is aangebracht geven zy daarvan kennis aan don Raad die daarop verklaart dat het gebonw al dan niet uls schadeiyk voor de openbare gezondheid voor het bewonen ongeschikt is By het Raadsbesluit dat een gebouw uls schadeiyk voor de openbare gezondheid voor het bewonen ongeschikt verklaart wordt tevens uitgedrukt of de aangeduide gebreken voor verbetering al dan niet vijtbaar zyn In het eerste geval wyst de Raad de noodzakelyke verbeteringen aan en stelt hy een termyn vast binnen welken de verbeteringen behooriyk ter beoordeeling en beslissing van Burgemeester en Wethouders aangebracht moeten zyn of hy gebreke daarvan het gebouw door de bewoners ontruimd moet worden In het tweede geval bepaalt de Kaad den termyn binnen welken het gebonw door de bewoners ontruimd moet zyn üe bovengenoemde termynen vangen aan met den dag waarop blykens het proces verbaal van dtin door Bupgemeester en Wethouders daarmede belasten beambte een afschrift van het Raadsbesluit aan den eigenaar vruchtgebrniker of beheerder en den hoofdbewoner is aangeboden of medegedeeld Abt 72 Het is verboden eene woning onder welkeh titelook in gebruik te geven te laten bewonen of te bewonen na afloop van den termyn van ontruiming krachtens artikel 71 gesneld Art 73 Wanneer een gebonw dat ontruimd is of ontruimd dioet worden tengevolge van het niet aanbrengen det door den Baad bevolen verbeteringen binnen den vttstgestelden termyn daarna voldoende is verbeterd zal het niet eer bewoond mogen worden dan nadat de Raad na ingewonnen advies van Burgemeester eriP Wethouders met overlegging van de bevinding der in artikel GO bedoelde Commissie op verzoek van den eigenaar vruchtgebrniker of beheerder het gebouw voor bewoning weder geschikt heeft verklaard Art 74 Het Raadsbesluit waarby een gebouw voor het bewonen ongeschikt of daarvoor weder geschikt wordt verklaard wordt openbaar bekend gemaakt v ZEVElVDE HOOFDSTUÏi Voorschriften betreffende de verplichtingen tusseben eigenaren van naburige ernen Ab t 75 De afsluiting in art 690 van het Burgerlijk Wetboek bedoeld moet geschieden door of bestaan uit een muur of houten schutting ol heining ter hoogte van ten minste 2 M boven het hoogst gelegen erf Een muur moet dik zyn ten minste 22 cM Met onderling goedvindea k ii de afitliiting geschieden door een heg Art 76 De afstand tusseben werken omschreven by artikel 703 van het Burgcrlyk Wetboek en eengemeenen of niet gemeenen qiiar mag niet minderbedragen voor o stallen gemetselde putten of bakken tot berging van meststoffen zout of andere bytende of scbadeiyke stoffen dan 70 cM b voor schoorsteenen ovenu tomuiten en andere stookplaatsen dan 22 oM voor kamer en keukenschöorsteenen dan 10 cM Art 77 Het is verboden legen een gemeenen muur eene haardstede of een schoorsteen te maken tenzy de balken van het belendende gebouw daar ter plaatse tot op de helft der dikte van den muur wepgehakl met plaatyzer bekleed en met ten minste een halven steen bemetseld zyn Art 78 Ieder die een waterloop heelt over ol door een naburig erf of gebouw moet op zyne kosten in de oijening door welke het water afloopt yzeren traliën wier tu8schenruimt en niet grooter mogen zjin dan 1 cM doen stellen en onderhouden en vóór die traliën aan de zyde vanwaar het water komt een waterdichten vergaarbak ol bezinkpul hebben ten minste 30 I M lang breed en diep ACHTSTE HOOFDSTUK Van de overtredingen dfzer Verordening AuT 79 onverminderd de bepaling van artikel 8 van het Wetboek van Stralvordering Zyn met jiet opsporen en constateeren der overtredingea van de bepalingen dezer verordening belast de bealhbten dor gemeentepolitie de gemeente bouwmeester de beambten der houwpolitie en de rooimeestera e bovendien de leden van de ojienbare gezobdbeidscommissie oor zooveel bctrcit de artikelen 18 30 32 34 47 48 51 52 53 55 61 72 en 76 de opper en verdere brandmifesters voor zooveelbetreft de artikelen 18 23 39 60 56 57 58 59 O en 77 on de directeur eii de opzichter der gemeentegaslabriek voor zouveel betrelt artikel 26 Art 80 De amb enaren en beambten der gemeente poUtie de gciijcentcboiiumeester de beambten der bouw politic cic looiiijccsicr s de leden der openbare gezondüeidscominibsie do opper yn verdere brand meesters en de leden der in artikel 66 bedoelde commissie zi i bevoegd met innchtmiming der voorschrilten van li ct van 31 Ugustas 1853 Htaatsblad No h ondiinks de bewoners eigenaars beheerders ol vrodilgcbi inkers alle gebouwen en alle al of niet afgesloten ruimten binnen te trfden ten einde voor de naleving dezer verordeuing Ie waken of tot hare uil voering mede te werken Art 81 ls overtreders dezer verordening zullen niet alleen beschouwd worden de eigenaars vrnchtgebruikers ol beheerders der perceolen maar ook de arehitoctioi bouwmeesters opzichters aannemers werkbazen en alle anderen die eenig werk in strjd met hare bepalingen hebben verricht ol doen verrichten en nagelaten ol doen nalaten Akt 82 De overtreding van de bepalingen dezer verordening wordt gestraft met eene geldboete van tea hoogt te vyf en twintig gulden of met hechtenis van ten hoogste zes dagen Abt 83 Onverminderd do toepassing der straf op de overtreding van de bepalingen dezer verordening gesteld blyven de overtreders verplicht de bepalingen dezer verordening op te volgen en zal alles wat in stryd daarmede is ol wordt verricht ondernomen bewoond of nagelaten na schriftoiykc waarschuwing van Burgemeester en Wethouders en in spoedeischende gevallen zonder waarschuwing desnoods op kosten der overtreders door de zorg van Burgemeester en Wethouders worden weggenomen hclct ontruimd ol verricht overeenkomstig artikel 180 der Wet van 29 Juni 1851 Staatsblad No 85 Aii i 84 De artikelen 82 en 83 zyn niei van toepassjng óp de voorschriften van de arlAclen i75 en 76 OyERüANGSBEPALING Abt 85 Deze verordening treedt in werking op den veertienden dag nadat zy zal z jn afgekondigd Met dien dag vervallen de Vdrordening op het bouwea en op de verplichtingen Van eigenaars van gebouwen en van naburige erven in de gemeente vastgesteld den 7 October 1887 en afgekondigd den 26 October 1887 de Verordening tof wyziging dier Ver ordening vastgesteld den 17 Juli 1896 en afgekondigd den 5 Augustus 1896 en do Verordening lot wyziging dierzelfde Verordening vastgesteld den 27 Augustus 1897 en afgekondigd dea 9 September 1887 4i