Goudsche Courant, dinsdag 17 december 1918

zonder hoofdelüke stemming aangenom n Aan de orde He voorstel tot wiUzigbig dér Verordening op het bdieer der Gemeente Lichtfa l rielien No 8916 1 De algelneene beraadslaging wordt geopend De heer MUIJLWIJK M d V Het komt miJ voor dat er toch wel iets vóór is dat MUicht commissie dit voorstel nog e B terugkrijgt en aan een herziening onderwerpt want men moet niet vergeten dat toen de Commissie dit voorstel deed de toestand wel een weinig anders was dan thans Toen lag het in de bedoeling van de Cc nmissie orri een jongniensch aan te stellen dat zoo pas van Delft of van de Middelbaar Technische school kwam en grootendeels met het oog daarop is toen voorgesteld die wijzigingen in de instructie aan te brengen maar nu een ad junctdirecteur is benoemd die een man is van wien wij mogen verwachten dat hij van zessenklaar is gaat het nu wel aan dit voorstel zooals het oorspronkelijk is gedaan ongewijzigd te handhaven Ik althans acht het wenschelijk dat de Commissie het terugia ijgt en het aan een herziening onderwerpt De VOORZITTER Ik betreur het dat hetgeen de heer Muijlwük hier mededeelt niet ter kennis is gebracht in de vergadering van de Commissie van bijstand voor de lichtfabrieken Er is toch al een vergadering der Commissie geweest sedert de ad junctdirecteur zijn functie heeft aanvaard Nu heeft de Commissie dit voorstel aan B en W gedaan en zij is er niet in eenigerlei opzicht oj teruggekomen zoodat het van zelf sprekend is dat B en W dit voorstel aldus aan den Raad hebben aangeboden Maar toch wil het my voorkomen dat de wijzigingen niet van zoo ingrypenden aard zy n of zy kunnen wel in deze vergadering worden behandeld De zaak waarom het feitelijk gait de meeste wijzigingen zy n van eenvoudigen aard en betreffen een meer juistere redactie is de verhouding tusschen directeur en adjunct directeur Terwijl de heer Granpre Molière in dienst van de gemeente was droeg hy wel den titel van adjunct directeur maar feitelijk was de verhouding aldus dat de heer Swartwout de Hoog werd b jchouwd als de directeur voor de electrischo centrale en de heer Granpré Molière meer speciaal als de directeur van de gasfabriek Nu de heer Granpré Molière was ertrokken kwam het my gewensoht voor onverschillig welken titel de nieuwe titularis ook droeg dat tusschen directeur en adjunct directeur een andere verhouding kwam te bestaan TeiTvyl b v de heer Granpré Molière adjunctdirecteur was had hij om zich een dag buiten de gemeente te begeven verlof noodig yan den voorzitter van de Commissie van bijstand en gaf hij als hij dat verlof had gekregen daarvan kennis aan den directeur Dat geeft als van zelf tot minder gewienschte verhoudingen aanleiding Waar de adjiinctdirec teur als het ware een ambtenaar is staande onder den directeur is ook de directeur de aangewiezen persoon om een dergelijk kort verlof te verleenen natuurlijk met kennisgeving aan den voorzitter der Commissie Het wil mii voorkomen dat welke de titel ook zy bedrijfsingenieur of adjunct directeur de verhouding tusschen directeur adjunct directeur en boekhouder aldus geregeld behoortte worden Dit is hoofdzakelijk datgene waarop feitelijk de wijzigin neerkomt De bestaande verordening levert werkelijk een gevaar op Ofschoon de verhouding tusschen de heeren Swartwout de Hoog en Granpré Molière niet kon gezegd worden te wenschen over te laten kon het toch tot wrijving aanleiding geven dat zij naast elkander stonden dat de heer Granpré Molière te veo 1 als directeur van de gasfabriek en de heer Swartwout de Hoog te veel als directeur der electrische centrale werd beschouwd Wii gelooven dat zooals de redactie thans gekozen is de juiste verhouding tusschen de beide titularissen in het leven geroepen zal worden De heer MUIJLWIJK M d V Ik zal de eerste zyn om toe te stemhien dat het wenschelijk ware geweest d t ik er mede in de Commissie voor de Lichtfabrieken was gekomen maar zooals u bekend is was ik verhinderd die vergadering van de Commissie bij te wonen zoodat ik er op die vergadering niet over kon spreken Verder moet ik doen opmerken dat het zeer lang geleden is dat die zaak in de lichtcommissie is bospro1 de jaren welke hy aan de lichtfabrieken heeft dooigebradit is hy in het byzonder op de hoogte gekomen van de gasindustrie Waar de heer Swartwout de Hoog dus in het begin weinig wist van de gasfabriek is dat op dit oogenblik in geenen deele het geval en zou ik alleiminst willen toestemmen hetgeen de heer Jongenburger in dit opzicht heeft gezegd Ik wil echter nog in het midden brengen dat wat hier in het voorstel van B en W is belichaamd in het leven roept normale en logische verstandhouding tusschen chef en hem ondergeschikte ambtenarm Die verhouding is niet behoorlyk geregeld in de verordening zooals zy destyds was vastgesteld met het oog speciaal op den toenmaligen bestaanden toestand Maar waar op ditoogenblik de toestanden veranderd zün en de heer Swartwout de Hoog in staat is de volle verantwoordelijkheid voor de fabriek te dragen daar meenen B en W en heeft ook de Commissie van büstand in het beheer der Lichtfabrieken ik wil den heer Muijlwyk een oogenblik uitzonderen gemeend dat die verantwoordelykhcid door den heer Swartwout de Hoog gedragen behoort te worden en dat de adjunctdirecteur evenals de boekhouder moest zyn een ambtenaar die zich te richten heeft naar den directeur omdat anders niet te beantwoorden is de vraag wie verantwoordelyk is voor den gang van zaken aan de gasfabriek De beraadslaging over het voorstel van den heer Jongenburger wordt gesloten Het voorstel van den heer Jlngenburger komt in stemming en wordt met 9 tegen 8 stemmen aangenomen VOOR de heeren Jongenburger Donker Kolyn van ialen Muylwük Hoffman Vingerling Dercksen en Broekhuizen TEGEN de heeren van der Ree de Jong van d er Torren IJsselstün Knuttel Bokhoven van der Want en van Eük De VOORZITTER Het voorstel van B en W wordt dus van de agenda afgevoerd Aan de orde Het voorstel nopens de inrichting van volistuintjai No 11119 2 Wordt zonder beraadslaging en zonder hoofdelüke stemmihg aangenomen Aan de orde Het voorstel tot wlJKising der Verordening op den Ontsmettlngsdienst No tl2 l094 De beraadslaging wordt geopend De heer VINGERLING M d V Ik kan mü zeer goed vereenigen met dit voorstel Alleen meen ik dat de billykheid medebrengt dat alsnog aan de hier bedoelde personen worde betaald hetgeen zü in de laatste maanden tekort gekomen zün door het verschil tusschen het loon dat zy nu krygen en dat hetwelk zü van den Ontsmettingsdienst ontvangen m a w dat aan de nu voorgestelde regeling terugwerkende kracht worde gegeven Uit dit voorstel blükt ik heb het ook nader geïnformeerd dat sinds Augustus die personen in den Ontmettingsdienst goedkooper werken dan in hun gewonen tak van dienst Waar de toestand altüd jujst omge keerd is kan ik mü er niet mede ver i eenigen dat nu eerst met ingang van 1 Januari a s die verkeerde toestand hersteld wordt Ik stel dan ook voor om aan de door B n W voorgestelde regeling terugwerkende kracht te verlcenen zoodat ïy geacht wordt in werking te zün getreden met ingang van 1 Augustus De VOORZITTER Bü B en W bestaat geen bezwaar om te voldoen aam de wenk van den heer Vingerling Ik zou echter alleen in overweging willen geven om het besluit te laten terugwerken tot 5 Augustus dat is de datum waarop de salarisverhoogingen zyn ingegaan De beraadslaging wordt gesloten en het aldus gewyzigd voorstel zonder hoofdelüke ftemming sangenomen Aan de orde De voorsteilen van Burgemeester en Wethouders de heeren dr Broelthuixen van dar Werf en van der Want tot wgxiging dar Verordening op de haffing der plaatarlijlv directe belastiag Maar Hat inkooIcM No 79 815 De VOOpZITTER In e vorige jeer gaarne zal medegaan met het denkbeeld van den heer Jongenburger De heer van der Want heeft het bestreden en heeft gezegd wat B en Hr voorstellen is de geWone gang van zaken die wy in groote bedrijven vinden Ik wil alleen opmerken dat men in groote zaken dikwyls twee directeuren aantreft zoodat dit een geheel andere zaak is De heer VAN DER WANT Dat is geheel iets anders De heer DONKER Waar wy allen weten en doordrongen zyn van het feit ijat de heer Swartwout de Hoog de man van de centrale is en waar er in verschillende stukken op gewezen is dat er zoo machtig veel tyd van den directeur gevergd zal worden o a omdat hy zich zal hebben bezig te houden met de aansluiting van andere gemeenten aan ons electrisch net zou ik de vraag willen stellen is de heer Swartwout de Hoog de aangewezen man voor de gasfabriek De heer Swartwout de Hoog zal voor de zaak plannen moeten ontwerpen want bü hem is toch de einduitspraak by hem is de directie in handen hü is het hoofd van het bedrijf en de anderen zyn aan hem ondergeschikt Waar ik de overtuiging heb dat wy ons wat het gasbedryf betreft niet geheel op den heer Swartwout de Hoog kunnen verlaten en waar het in de bedoeling heeft gelegen een techniker voor het gasbedryf te benoemen kan ik my er niet mede vereenigen om den adjunctdirecteur juist omdat hü voor het gas is ondergeschikt te maken aan den directeur Welke besluiten moeten genomen worden in het belang van de lichtfabrieken in haar geheel Als er een kwestie ontstaat by de gastechniek moet de mindere teehniker ide heer Swartwout de Hoog een beslissing nehien over een zaak waarin hy niet gdheel de meester is terwijl de deskundige wordt achtergesteld Daardoor juist krügen wü efen wryving en een ongezonde verhouding Ik kan dan ook niet inzien waarom niet een verordening zooals die voorheen bestond voor dé heeren Granpré Molière en Swartwout de Hoog kan worden gehandhaafd Ik acht iet in het belang van den goeden gang van zaken dat de adjunct directeur in hoofdzaak wordt aangesteld zooals in ti oude verordenftig staat voor de techniek van het gasbedrüf Daarom kan ik met den gedachtengang van den heer Jongenburger zeer goed meegaan en herhaal ik wat ik zeide dat in verschillende groote zaken dooj den heer Van der Want genoemd meerdere directeuren voor verschillende afdeelingen zijn De heer VAN DER WANT Dat is geheel iets anders De heer DONKER Gij kunt straks het woord krijgen gy vraagt het maar aan den voorzitter Ik geloof dus dat het in het belang van de gemeente en van den goeden gang van zaken is dat de oude verordening wordt gehandhaafd De heer JONGENBURGER M d V Ik geloof dat het voor u en voor ons het gemakkelijkst is als wy eerst stemmen over de vraag of de verordening al dan niet zal worden gewüzigd Daarom heb ik juist voorgesteld niet OM r te gaan tot wyziging van de bestaande verordening Er zün in den Raad in dit opzicht twee stroomingen en daarom is het beter dat wy die kwestie eerst by stemming U tmaken dan dat wy beginnen met uren over den inhoud van het voorstel te praten om eerst daarna over myn voorstel te beslissen Het voorstel van den heer Jongenburger wordt voldoende oiHdersteund en maakt derhalve een onderwerp van beraadslaging uit De VOORZITTER Alvorens tot stemming over het voorstel van den heer Jongenburger over te gaan wensch ik ook nog wel een en ander i het midden te brengen Toen indertyd werd voorgesteld een adjunctdirecteur te benoemen naast den heer Swartwout de Hoog is er in het büzonder de nadruk op gelegd dat die adjunct directeur tot taak zou krügen den heer Swartwout de Hoog ter zyde te staan omdat in verband juist mi6t de taak welke hy had wat betreft de aansluiting van de buitengemeenten aan de Electri sche Centrale en dergelyke zün taak zeer zeker te zwaar zou zyn om alleen aan het hoofd èn van de Gasfabriek èn van de Electrische Centrale te staan De Raad heeft toen ook beslist dat die adjunct directeiR zou worden aangesteld ofschoon een j minderheid van oordeel was dat de heer Swartwout de Hoog alleen de Gasfabriek en de Electrische Centrale w el drijven kon terwijl thans de bekwaamheid van den heer Swartwout de Hoog om de Gasfabriek te drüven eenigermate in twyfel wordt getrokken De adjuncWirecteur wordt althans boven hem gesteld Ik wil er nog wel even de aandacht op vestigen het is voor my lastig er over te spreken omdat ik het moet hebben over iets wat ligt in een tüd toen ik nog niet de eer had Burgemeester van Gouda te zyn maar volgens de mededeelingen welke ter zake tot my gekomen zyn is destyds de heer Swartwout de Hoog benoemd sptHsiaal met het oog op de Electrische Centrale Zyn kennis bepaalde zich toenmaals in hoofdzaak tot die van electrische bedryven Met het oog daarop is de adjunct directeur die hem ter zijde gesteld is geworden speciaal benoemd om voomamelük het gasbedryf in de hand te houden en in verband daarmede luidt de instructie zooals op dit oogenblik jiet geval is Nu wil ik er dadelyk op wyzen dat de benoemde adjunct directeur niet alleen een groote ervaring heeft ten opzichte van het gasbedrüf doch d t hü ook electrotechnisch ingenieur is zoodat hü den heer Swartwout de Hoog zoowel ten aanzien van het gasbedryf als ten aanziep van de electriciteit ter zyde kan staan Maar volgens de redeneering die ik hier gehoord heb dat als het ware de heer Swartwout de Hoog speciaal zou ra eten bly ven voor de Electrische Centrale en de adjunctdirec teuf voor de Josfabriek zouden er verhoudingen in het leven geroepen worden welke nti minder gewenscht zijn Er moet één persoon zyn wanneer het als het ware als êkn bedryf beschouwd wordt die de volle verahtwoordelükheid draagt Draagt men aan een adjunctdir c teur de gasfabriek op terwül de heer Swartwout de Hoog per slot van rekening toch de directeur der Lichtfabrieken is dan is in bepaalde gevallen niet aan te wyzen wie de verantwoordelüke persoon is terwyl Ijet naar het my voorkomt toch dringend noodzakelijk is dat zulks mogelyk js De benoemde heer van Hoorn moet verantwoordelük zyn zoowel voor hetgeen hy doet aan de gasfabriek als voor hetgeen hy doet aim de electrische centrale Als men echter den anderen weg bewandelde dan zou men consequent moeten zijn en moeten benoemen 2 directeuren aan de Lichtfabrieken ééw voor de gasfabriek en één voor de electrische centrale Dan eerst zouden wy een behoorlyke verantwoordelykhcid krügen ook volgens het oordeel dör Commissie Ik had geen oogenblik gedacht dit het tot bepaalde besprekingen aanleiding zou geven Het voorstel van Ben W beoogt speciaal om den persoon aan te wyzen die verantwoordelük is voor den gang van zaken aan de fabriek en wanneer het voorstOl van den heer Jongenburger wordt aangenomen dan zweeft die verantwoordelykheid ten aanzien van het gasbedrüf in de ucht en dan zal niet aangewezen kunnen worden wie voi antwoordelük is de heer Swartwout de Hoog dan wiel de heer van Hoorn Met het oog daarop meen ik dat het gewenscht is het voorstel zooal het hier gedaan wordt aan te nemei en ga ik het langzamerhand betreuren nu ik deze stemtmen hoor dat het voorstel nu niet nogmaals naa de Commissie voor de Lichtfabrieken gerenvoyeerd is ten einde nogmaals advies daarover te geven De heer DONKER M d V H komt my voor dat wanneer u spreekt over de meening van een minderheid hier in de bewuste Raadsvergadering waartoe ook ik behoortie u dip weergeven moet zooals zy werkelük was ik meen dat u dit niet gedaan hebt U hebt gezegd dat het u bevreemdt dat die minderheid meende dat de capaciteit van den Keer Swartwout de Hoog zoodanig was dat hij èn wat de electrische centrale betreft èn wat de gasfabriek betreft de zaak alleen kon dryven Wy hebben nu een tweeden directeur het gaat niet meer anders zou ik zeggen laat die zaak zoo doorgaan miaar dat gaat eenvoudig niet Maar die minderheid had een andere meoning en die wil ik nog Si3 he de Hoog zoodanig was dat hü gemakkelijk beide afdeelingen der Lichtfabrieken voor züne rekening zou kunnen nemen en dat hy inderdaad ook bekwaam was voor het gasbedrijf Daarover wiil niet verder spreken maar ik wensch alleen te zeggen dat de zaak niet is voorgesteld looals ik my toen heb uitgelaten De VOORZITTER Ik gevoel mi genoopt met een enkel woord op te komen tegen de bewering van den heer Donker als zou ik scheef hebben voorgesteld wat toen gesproken is De mogelykheid bestaat dat ik my niet juist heb uitgedrukt Als dat tiet geval is zal de heer Donker wel uannemien dat het te goeder trouw is geschied en dat ik niet opzettdyk scheeve voorstellingen geef Ik meen echter even te moeten terugkomen op hetgeen ik in het midden h b gebra ht Men vond geen adjunct directeur noodig en het logisch gevolg was dal wanneer het voorstel om niet tot de lenoenxing over te gaan was aangenomen de heer Swartwout de Hoog de verantwoordelükheid gedragen zou hebben zoowel voor gasfabriek als voor electrische centrale Daarvoor zou hy alleen hebben gestaan Men achtte het niet noodig dat iemand hem daarin büstond en wanneer men dat vond was het logisch gevolg dat men den heer Swartwout de Hoog in staat achtte om de gasfabriek naast de electrische centrale te dryven Dat was alleen mijn bedoeling Ik heb niet vóór miJ liggen fat in die vergadering is gesproken maar ik beschouwde dat ds een gevolg van het toen gesprokene Men achtte het niet noodig dat de heer Swartwout de Hoog door iemand ter zyde werd gestaan zoodat ik aannam dat de heer Swartwout de Hoog voldoende in staat werd geacht de beide bedryven te voeren De heer DONKER M d V Bü die bespreking ik heb mü verkeerd uitgedrukt toen ik sprak van een scheeve voorstelling ik heb het zoo niet bedoeld dat zult gü wederkeerig wel van my willen aannemen hebben wü het woord voorloopig steeds naar voren gebracht en ik herinner mii dat toen ook genoemd is de techniker van die dagen de heer Gonda die het gasbedryf in handen had De verantwoordelykhcid was bij den directeur maar de uitvoering bij den heer Gonda Die toestand bestaat nog zoo Die büzotfdere kennis van het gasbedryf is niet noodig omdat de heer Gonda de techniek geheel in handen heeft Dat is toen ook gezegd Ik kan dus geen tegenspraak zien tusschen het toen gesprokene en de houding welke ik thans aanneem De heer JONGENBURGER M d V Waar gy u er zoo over verwondert dat er nog over dit voorstel het woord gevoerd wordt moet ik zeggen dat ik my daaroVer absoluut niet verwonder Ik vind de voorgestelde wyzigingen van zoo ingrüpenden aard dat ik my er geenszins over verwonder dat er dergelüke stemmen in deze vergadering opgaan integendeel ik bcgrüp niet dat er niet meer stemmen in die gedachtenlün van my worden gehoord want als ik even mag concludeeren op grond van hetgeen gy hebt gezegd dan wil ik op het volgende wüzen By de behandeling van het voorstel tot benoeming van een adjunct directeur heb ik gesproken over den toestand aan de gasfabriek en medegedeeld hoe daar alles bevonden is Men onderstelde toen dat de gasfabriek een uitstekende leiding moest hebben en nu is straks door u M d V toegestemd dat de heer Swartwout de Hoog hier gekomen is met de onderstelling dat hy niet op de hoogte van het gasbedryf was Gü hebt zelf gezegd dat de heer Swartwout de Hoog hier gekomen is voor het electrisch bedrüf en dat hy daarin heeft gewerkt Daarnaast komt een ad junctdirecteur die in het büzonder aanbevolen is voor de gasfabriek en nu wordt de bestaande verordening afgebroken waaronder men jarenlang gewerkt heeft en waartegen geen bezwaar bestaat torwl een toestand gebracht wordt waarby die adjunctdirecteur ondergeschikt wordt aan een directeur die van de gas zank niets afweet althans in de vergadering is vooreerst i gebleken van den wensch om het bedrag dat als noodzakelyk levenso iiioud wordt afgetrokken op ƒ 600 te bepalen en is ook na gchoudeh besprekingen good gevonden datl de som die voor elk kind al worden afgetrokken wordt gesteM opl ƒ 50 zoodat omtrent punt III vanl dit voorstel overeenstemming was verkre halen omdat U die naar mün gevoeg ihoofdzaken Ik wil daarmede niets onaangenaams zeggen aan het adres van Jen Swartwout de Hoog maar door U zelf is beaamd dat de heer Swartwout de Hoog zich heeft toegelegd opliet electrisch bedrüf De VOORZITTER Neen STEMMEN Dat is hier algemeen De VOORZITTER De heer Swartwout de Hoog is hier indertyd gekomen als specialiteit met betrekking tot dé electrische werken maar door len scheef hebt voorgesteld De meening van die minderheid had dezen ondergrond dat waar het gasbedrüf achteruitgaand is zoowel in verband met de verdringing van het gas door de electriciteit als in verband met de bijzondere tüdsomL stantügheden het werkelük niet noodzakelyk was om toen een adL Junctdireëteur te benoemen Er is dus door ons niet gezegd dat o i de capaciteit van den heer Swartwout gen Zooals de heeren weten stelden 1 het belastliaar inkomen van ƒ 80V76 B en W oorspronkelük vooi om den 1 Nu geef ik gaamo toe dat door de aftrek wegens noodiiakelijlc levens1 aewijiigd omstandighedoi na aaa J de Gróót ontworpen is met goedkeuring van Zijn ISxoellentie den Mi nister van Binnenlandsche Zaken een leiddraad die tot grondslag zoü kunnen dienen by het bepalen dei b zoldiging van het personeel bü net vakonderwijs werkzaam dat aan de hand van die leiddraad het Begiuuri voornoemd de bezoldiging van het Personeel der Ambachtsschool nader heeft geregeld dat evenwel nader blijkt het Rük 50 der verhoogingen zal betalen en de Provincie Zuid Holland daarin 80 zal dragen mits ook de gemeente Gouda de overige 20 voor haar rekening neemt dat waar verhooging der jaarwiedden voornoemd een billüke eisch is niet het minst omdat dit ook van hoogerhand wordt bevorderd en de tegenwoordige levenseischen nieuwe jegeling urgent maken dat zonder steun van Ryk Provincie en Gemeente het niet mogelijk zal zijn de nieuwe jaarwedden regeling door te voeren Reden waarom het Bestuur voornoemd Uw College beleefd verzoekt aan dit adres wel Uwe welwillende aandacht te wijden en te besluiten dat met ingang van 1 Januari 1919 aan de Vereeniging voornoemd eai verhooging van subsidie tot een bedrag van ƒ 1000 wordt toegekend t Welk doende enz ULBO J MUS Voorzitter C J M KROON Secretaris Zal aan de orde gesteld worden bij de behandeling der Gemeente begrooting 1919 Een adres van de Goudsche Winkeliersvereeniging houdende verzoek om politiemaatregelen te nemen tot betere bescherming van eigendommen no 1177 Dit adres luidt Gouda 6 December 1918 De Goudsche Winkeliersvereenisingg goedgekeurd b i Kon Besluit 28 Maart 1B07 geeft met verschuldigden eerbied te kennen dat op hare vergadering van 22 Nov j l besproken is de toenemende onveiligheid in deze gemeente en de vele diefstallen en inbraken welke gedurig plaats vinden in magaziinen en pakhuizen dat vooral de handeldrijvende middenstand van deze toestand schade ondervindt redenen waarom ziJ met den meesten aandrang U verzoekt by de a s behandeling van de reorganisatie van hei poliüe wezen die maatregelen te n ra n welke afdoen e kunnen leiden tot een betere bescherming van eigendommen t Welk doende enz C C KROM Voorzitter J G C KAMPHUIZEN Secretaris Aan den Raad der Gemeente Gouda Zal aande orde gesteld worden by de behandeling der Gemoentebegroo ting 1919 Een adres van Mej N van der Veer houdende verzoek om eervol ontslag als Hoofd der Ie Openbare Bewaarschool met ingang van 1 Maart 1919 no 1176 De VOORZllTER B en W stellen voor dit ontslag eervol te verleenen met ingang van 1 Maart 1919 Aldus besloten Aan de orde Het voorstel tot het geven van namen aannieuwe Btraten nabü het van Iterson ZiekoBhuia No 97J984 De VOORZITTER Bï is een wijzizigingsvoorstel ingekomen waarmede B en W zich kunnen vereenigen en in verband waarmede zij voorstellen döi onder a voorgestelden naam Burgemeester Martenssingel te behouden den onder b voorgcstelden naam Schoolstraat te veranderen in Dutoit straat De bedoeling is om waar in de onmiddelijke nabijheid ligt de Krugerlann aan de straten in die geheele buurt namen t geven welke aan Transvaalsche personen ontleend ziJn den onder c voorgestelden naam van Itersonlflim te wijzigen in De la Reylaan den onder d voorgestelden naam Plein 1918 te doen worden Pretoria plein n onder e voorgestelden naam Goejanverwellenstraat te doen luiden Christiaan de Wet straat den onder f voorgestelden naam Wielstraat te wijzigen in Cronjestraat den onder e oorgestelden naam Oostbtraat te veranderen in Dr Lcyds straat en den onder h voorgestelden naam Noordwesthoek te doen luiden Fourie weg Het gewijzigde voorstel van B en W wordt zonder beraadslaging en ken zij komt eerst nu weer ter tafel Omdat ziJ op de agenda voor deze vergadering stond kregen wij haar weer onder het oog gingen wjj ons er weer indenken en kwam de veranderde positie van die beide heeren ter sprake Ik vind het dui je heel ad rem dat wy de zaak nog eenj onder de oogen zien en ik zie niet in Wat er tegen is om nu de toestand zoozeer veranderd is dit voorstel nog eens aan de Commissie terug te zenden Wij zullen als leden van den Raad dit jaar nog wel eens moeten vergaderen en ik zie daarom geen enkele reden dit punt ddr agenda niet e n vergadering aan te houden De VOORZITTER Wanneer de Raad wenscht dit voorstel naar de Commissie vóór de Lichtfabrieken te renvoyeeren dan zal daartegen door mü allerminst bezwaar worden gemaakt maar voorloopig zie ik niet in welk practisch nut het kan hebben Ik kan althans niet begrijpen welke verandering er gebracht zou kunnen worden in de verhouding tusschen directeur en adjunqtndirecteur zooals zü hier wordt voorgesteld Wil de heer Muylwijk er echter een voorstel van maken dan zal ik het in omvraag brengen De heer MUIJLWIJK M d V Ik stel voor het voorstel van B en W aan te houden en aan hun te renvoyeeren Het voorstel van den heer Muijlwijk wordt voldoende ondersteund en miaakt mitsdien een onderwerp van beraadslaging uit De heer VAN DER WANT M d V Ik vind den gang van zaken toch wel wat eigenaardig Eerst hebben wiJ gekregen het voorstel dat thans voor ons ligt tot wijziging der verordening en ik heb gemeend dat dit juist ten doel had in verband daarmede dat de toestand zooals die vroeger was zbu worden bestendigd Nu zegt de heer Muijiwijk dat dit voorstel eigenlijk meer een gevolg is geweest van plannen welke bestaan hebben om die functie te laten vervullen door een jonger persoon laten wy maar zeggen een soort van tijdelijke hulp of hoe men het noemen wil dus eigenlijk meer in de lijn van wat de minderheid van den Raad indertijd heeft gewild Nu begrijp ik echter niet dat de Commissie van bijstand of wie dan ook dergelijk voorstel indient zonder nog te wöen hoe de afloop van de 7 aak zal z jn Ik vind toen eenmaal besloten was om ee adjunctdirec t ur te benoemen h id do heer Muylwyk er direct werk van moeten maKeii maar nu het voorstel eenmaal zoover is begrijp ik niet dat het nog terug moet Als de heer Muy lwyk het per se wil dan zal ik my er niet tegen verzetten maar ik vind het een eigenaardigen gang van zaken Ik heb trouwf ns nog niet geweten dat er zoo n bepaald verlangen by de Commissie js geweest om niet over te gaan tot do benoeming van een ad junctdirecteur De heer MUIJLWIJK M d V De heer van der Want vindt het wat vreemd maar het is inderdaad toch niet zoo vreentd als hy schijnt te meenen Het voorste van de Commissie was eenmaal by B en W dezen hebben het doorgezet en dus was de Commissie er vertier van af Willen de heeren het nu behandelen my goed maar dan moet ik mü myn stem voorbehouden De heer JONGENBURGER Ik weet niet of de heer Muylwyk zy n voorstel intrekt dan wel ni t ik wil mü er niet tegen verzetten maar ik wil op den voorgrond stellen dat van mijn kant te verwachten is een voorstel om de verordening te laten gelijk zü is Ik zeg dit daarom opdat indien het voorstel van den heer Muülwyk wordt aangenomen mü in een volgende vergadering niet zal worden tegemoet gevoerd waarom zyt ge daarmede niet in de vorige vergadering gekomen Dan zouden wiJ weder van a tot z kunnen beginnen Dus indien het voorstel van den heer Muylwyk wordt gehandhaafd dan zal ik my er niet tegen verzetten maar anders is in deze vergadering van mij te verwachten een voorstel om de verordening te laten zooals ziJ is De heer KNUTTEL In den regel kan ik my wianneer een van de leden van den Raad uitstel van de behandeling van een voorstel wenscht daarmede wel vereenigen Nu het echter een voorstel geldt dat reeds lang den leden van den Raad bekend is en dat speciaal gekomen is van de Commissie van Bystand in het beheer der Lichtfabrieken waarvan ook de heer Muülwük deel uitmaakt verwondert het mij zeer dat door = 5 den heer Muylwyk staande de vergaderi ng een voorstel wordt ingediend oij de behandeling uit te stellen Ik meen dat men een instructie niet mag miaken voor een speciaal persoon doch dat men die maakt voor een betrekking en ik stel mij voor dat men toen deze instructie is vastgesteld zich die betrekking voor oogen heeft gesteld en niet den persoon Nu wenscht de heer Muylwijk omdat er een ander persoon is benoemd dan hy zich oorspronkelyk had voorgesteld die instructie opnieuw te wyzigen en dat vind ik toch verkeerd Daarom acht ik het wenschelyk om het voorstel alsnog in deze vergadering te behandelen De heer Muylwyk kan dan als hy bezwaren er tegen heeft die opperen en dan kunnen wy daarmede rekening houden en zien of ze al dan niet gemotiveerd zyn De heer MUULWIJK M d V In antwoord aan den heer Knuttel kan ik opinerken dat die instructie niet gemaakt is met het oog op den per soon maar wel terdege met het oog op de betrekking Maar aard van de betrekking is gansch veranderd en daarom juist heb ik bezwaar Eerst was de bedoeling een pas beginnende die zoo juist van Delft kwlam te benoemen maar later wenschte de Raad een vakman die klaar en bekwaam was voor de taak welke hem wachtte Indien er echter eenige oppositie is dan wil ik gaarne mün voorstel intrekken De VOORZITTER Wenscht de Raad dit voorstel aan te houden dan bestaat mynerzyds daartegen geen enkel bezwaar maar de reden ervan is my nog niet duidelijk geworden Ik zou dus namens B en W in overweging willen geven laten wij dit voorstel aanhouden tot een volgende vergadering De heer VAN GALEN M d V De volgende vergadering zal waarschünlijk a s Dinsdag zyn en de zaak moet dan toch eerst in de Commissie voor de Lichtfabrieken worden behandeld De VOORZITTER Ik heb gezegd een volgende vergadering De heer VAN DER WANT M d V Ik wil even dofn opmerken dat in het voorstel van de Commissie dat door B en W aan ons is toegezonden herhaaldeiük over den adjunctdirecteur gesproken wordt Er wordt o a gesproken van het geval dat de adjunct directeur ziek of uitstedig is en dergelijke dingen meer over den adjunct directeur Hoe kan de heer Muylwyk nu zeggen dat dit voorstel is opgemaakt met het oog op een anderen toestand Het past geheel voor den bestaanden toestand De VOORZITTER Ik zie voor my zelf geen enkele reden waarom dit voorstel niet onmiddellyk zou kunnen worden behandeld maar waar er leden zün die daartegen bezwaar hebben en de zaak niet zoo dringend afdoening eischt geef ik in overweging het voorstel tot een volgende vergadering aan te houden De heer MUIJLWIJK M d V Ik trek myn voorstel in Aangezien het voorstel door den heer Muylwyk is ingetrokken maakt het geen onderwerp van beraad slaging meer uit De heer JONGENBURGER M d V Zooals zooeven reeds met een enkel woord door mü gezegd is zou ik het op prys stellen dat de thans functionneerende verordening bleef bestaan Ik juich het bestaan van die verordening toe en ik heb uit de stukken nog niet kunnen opmaken welke de groote motieven zyn welke B en W en de Commissie er toe hebben geleid deze wüziging voor te stellen Het eenige motief dat daarvoor wordt aaitgegeven is dat de byzondere omstandigheden van het oogenblik destyds oorzaak waren dat deze ietwat zonderlinge toestand in het leven werd geroepen Di n ietwat zonderlingen toestand heb ik nooit begrepen ey ik heb altyd de opvatting gehad dat het een logische samenstelling was Het is altyd de bedoeling van B en W en van den Raad geweest nooit werd daartegen protest aangeteekend dat de tegenwoordige directeur speciaal belast zou zün met het bdieer van het electrisch bedryf en dat wy daarnaast zouden hebben een adignctdirecteur belast m t het behee an het gasbedryf Nu is het eigenaardige dat in de breede debatten die hebben plaats gehad met betrekking tot de benoeming van een adjunct directeur speciaal op den voorgrond is gehouden het gasbedryf en ons door verschillende heeren van de overzüde is aangedrongen en zelfs naar het hoofd geslingerd weet wat gij doet gij brengt het gasbedrijf in gevaar als gü niet een adjunctdirecteur benoemt Door U en door de heeren Knuttel en Van Eyk speciaal is met aandrang op gewezen dat ten behoeve van de gasfabriek speciale krachten noodig zouden zyn en die heeren hebben laten doorschemeren dat wy door de benoeming van deiï adjunct directeur iemand zouden krügen daarmede was by het opmaken der voordracht rekening ge houden die voor den tak van dienst der gasindustrie aangewezen was waarbü Gouda wel zou varen Nu vind ik het juist zoo eigenaardig dat de verhouding op het oogenblik zoo is dat die adjunct directeur die speciaal een gasman zal zün en zich in et by zonder daarop zal toeleggen w rdt geplaatst onder den directeur die tot heden met het electrisch bedryf belast geworden is M d V Door u is er speciaal de aandacht op gevestigd dat de tegOiwoordige directeur in de eerstkomende jaren hoofdzakelyk belast zal moeten zyn met de uitbreiding van het electrisch bedryf in verband met de buitengemeenten Met andere woorden de adjunct directeur moet hoofdzakelük voor het gasbedrüf bezig zyn Wat nu ter wereld is er op tegen om de verordening te laten zooals zy is Ik herhaal Ik vind de verordening uitstekend en ik zie niet in één bezwaar waarom zy niet zou blüvcn doorwerken Wordt de verordening gewijzigd in den geest als B en V voorstellen dan kunnen wij niet meer contróleeren wat onze nieuwe adjunct directeur voor het gasbedryf is Dan is hy als het ware niet meer verantWoordelyk ten aanzien van den G emeenteraad omdat wij ons te vervoegen zouden hebben by den directeur en de adjunct directeur geheel uit onzen gezichtseinder zou verdwijnen Het is daarom dat ik den Raad in overweging zou willen geven om niet tot wijziging der verordening over te gaan De heer VAN DER WANf M d V ik kan my eenigszins in dun gedachtengang van den hjer Jongenbui ger indenken Ket is inderdaad juist dat wanneer wy nagaan de verschillende besprekingen welke reeds over deze zaak in den Raad gevoerd zün wy dan moeten zeggen het doet wel een beetje vreemd aan dat juist nu een voorstel komt om als het ware die beide functies onder éém leiding te béngen Daarom zeg ik ik kan niü dan ook zeer goed de bedoeling van den heer Jongenburger begryptn Maar toch geloof ik dat het beter is ten minste op dat standpunt wens h ik my te stellen dat wy wanneer wy die zaak heden behandelen uitsluitend het oog gericht moeten houden op den toestand zoials die nu geschapen is en op wat in vcbaud daarmede voor de Lichtfabrieken het beste is Al blyft er een zekere oneffenheid be staan tusschen het voorstel en vroegero uitlatingen in den Raad lèi gf loof ik toch dat die by het uitbrengen van myn stem den doorslag nie mag geven Ik geloof dat het voor een industrie zeer zeker wenschelük is dat wanneer aan het hoofd daarvan staat ein directeur deze ook da volle verantwoordelykheid voor de afdeelingen der fabriek op zich neemt en wanneer er aan die fabriek is een adjunct directeur dan is de goede giirg van zaken dat hy ondergeschikt is aan den directeur En waar wij eenmaal een directeur hebben nan het hoofd van de Lichtfabrieken daar moet hy naluurlyk ook de capaciteiten bezitten om die fabrieken i te beheeren Ik geloof dan ook in ver jpPH band daarmede dat de oplossing welke B en W aan de hand doerf voor een fabriek de juiste oplossing is Hetgeen de heer Jongenburger heeft betoogd zou feitelijk ten gevolge moeten hebben dat men niet voorstelt om de verordening zooals zü thans luidt te laten wknt het geeft altüd een ongezonden toestand in een bedryf maar om als het ware voor het gas een aparten directeur te nemen dus om te hebben 2 directeuren iets wat natuurlyk te Gouda wel een overbodige weelde zou zyn Ik kan my dus wel vereenigen met het voorstel van B en W en waar zich dit zoozeer aanpast aan den toe stand in alle eenigszins groote be dryven daar hoop ik dat de heer Jongenburger alsnog op zyn besluit zal terugkeere dat in elk geval zyn denkbedd niet voldoende weerklank hier zal vinden en dat het voorstel van B en W zal worden aangenlP men De heer DONKER M d V Ik moet beginnen met te verklaren dat ik onderhoud te bepalen op 600 en was het hun bedoeling dat teveu in art 4 der verordening zou worde bepaald dat zou worden aangeslagen ieder wiens belastbaar inkimicn berekend naar de bepalingen van deze verordening ƒ 100 of meer bedroeg m a w dat aanslag pas zou volgea wanneer men een bruto inkomen ha4 van ƒ 600 Nu meenden B en W dat die bepaling dat de aanslag paa begon bü oen belastbaar inkomen van ƒ 100 in verband met de vorhooging van het bedrag dat voor het noodzakelük levensonderhoud wordt algetrokken kon vervallen De heer Van der Want heeft echter voorgesteld die bepaling te handhaven zooals die oorspronkelyk door B en W was voorgesteld ik geloot dat wij goed zullen doen over dit punt de besprekingen te hervatten en in de eerste plaats het voorstel van don heer Van der Want te bespreken Beraadslaging over ptmt I luiden artikel 4 wordt gelezen Belastingplichtig is ieder die volgens de Iwpalingcn van artikel 245 der Cteneentewot in de belasting moet bydragen waarop door den heer Van dor Want een amendement is voorgesteld streklcende om aan het artikel toe te voegen en wiens belastbaar inkomen berekend volgens de bepalingen dezer verordening ƒ 100 of meer bedraagt De heer VAN DER WANT M d V Toen B en W dit voorstel hadden ingediend heb ik my er direct over verheugd dat zü by wijziging der verordening op de inkomstenbelasting zyn begonnen uit te gaan van het idee dat een belastlutar inkomen van minder dan ƒ 100 zou worden vrygesteld Ik meende dat B en W daaiaan een bepaald principe ten grondslag lag Daarom zou ik het betreuren als die bepaling eventueel toch niet zou tot stand komen Toon de heer Van der Ree dan ook voorstelde het bedrag van den aftrek voor noodzakelijk levensonderhoud van ƒ 500 te brengen op j 600 zooals oorspronkelijk opk door mij wer4giiwild heb ik dat voorstel alleen gesteund onder voorwaarde dat die bepaling van B en W zou blyven bestaan Ik zal dan ook myn voorstel handhaven en waar ik meen dat er nu niet bepaald een onverdeelde instemming daai Omtront bestaat acht ik het noodig dit voorstel nog eenigszins nader toe te lichten Met uitzondering van enkelen die een zelfstandige positie innemen maar dan toch nog geen groot inkomen hebben zullen van de aanneming van myn voorstel alloen profiteeren zy die volgens de bepalingen van de verordening zooals die door de aanneming van het voorstel van den heer Van der Ree is gewüzigd een belastbaar inkomen hebben van ƒ 75 ƒ 50 en ƒ 26 Dat zifh alleen zij die een inkomen boneden de ƒ 700 hebben of zy wier belastbaar inkomen door den aftrek voor de kindoren zoozeer is geslonken dat het niet meer dan rond ƒ 75 bedraagt Er zyn verschillende cyfers genoemd voor hetgeen mün voorstel zou kosten maar nu gevoelt iederoen dat aanneming van myn voorstel niet anders ten gevolge kan hebben dan dat een zeker aantal personen die belasting moeten betalen over bedragen varie ende van ƒ 25 tot ƒ 75 van de lyst zdllen verdwünon Dat zyn bedragen in belaatingpcimmgen uitgedruiét van ƒ 0 76 tot ƒ 2 26 En waar het aantal per wnen dat van dS lyst zal verdwünen wordt geschat op tusschen de 600 en 700 kan het nadeelig verschil nooit groot zün De berekening gemaakt aan de hand van d eenmaal opgemaakte Hist is müna tniiens ook daarom niet zuiver omdat op die lijst nog geen rekening is gehouden met den verhoogden aftrek voor noodtake lyke levensonderhoud van ƒ 600 En waar ik hier enkele cüfera noem mede in verband met die bewuste opgaven daar wil ik gaarne toegeven dat die cyfers wel giet geheel juist zyn maar toch in totaal geen giroi verschil kunnen geven Dan vind ik dat er na aftrek van f600 overblyvcn 164 personen met oen belastbaar inkomen van ƒ 25 dio iedei moeten betalen ƒ O 7ö of totaal i 123 266 personen die ieder i n belastbaar inkomen van ƒ S hebben en ieder moeten betalen ƒ 1 50 of totaal ƒ 399 en 175 personen met een lielaatbaar inkomen van ƒ 75 die ieder moeten bctalefi ƒ 2 26 of totaïü ƒ 890 98 Dus dat wordt in totaiil een verschil in opbrengst van de belasting van ƒ 909 86 een v r ïhU In