Goudsche Courant, zaterdag 31 mei 1941

iV Ae BiyFT de tvd De telefoon in Nederlsinci bestaat zestig jaar 4 M Droomend stonden de oude huisjes rond het plein geschaard groen uitstak Is dat Weteringen niet Zeker meneer Dat is Weteringen Een aardig plaatsje maarte afgelegen om door toeristen bezocht te worden Dank je ei de professor Hij zette zijn lorgiiet op en tuurde metzijn bijziende qogen peinzend in derichting van h et achter het groenverscholen dorpje Daarna roerdehy langzaam ip zijn koffie H ET kleine buitencafé had het plotseling druk gekregen De oude kellner draafde heen en weer 200 snel zijn rheumatische beenen het hem veroorloofden van de tapkast waar de baas wreed uit zijn dommel was gewekt naar de wankele tafeltjes op het terras Eigenlijk was het geen pleisterplaats voor het groepje geleerden dat van dezen vryen middag gedurende het internationale congres gebruik had gemaakt om de vrije natuur op te zoeken Ze hadden het wel noodig na de lange inspannende zittingen die soms tot laat in den avond hadden geduurd Wat frissche lucht wat wind door 4e overigens spaarzame harenj Met kleine teugjes dronk de be kende Duitsche professor Wernebruch zijn koffie naast iem zat een collega uit Gent nevens dien twee hoogleeraren uit Groningen Zü zeiden niet veel maar wanneer zU spraken was het op de langzame bedachtzame wijze geleerden eigen Een tafeltje verder waren twee Finsche professoren van de Universiteit van Helsinski in gesprek gewikkeld met professor Woortmans den Hollandschen geleerde die al yete jaren aan de Berlijnsche Universiteit verbonden was Zijn lezing gisteren over de Dieuwe geneesmethode van een tot dusverre ongeneeslijk geachte ziekte had groot opzien gebaard ongetwijfeld mocht hij één van de meest vooraanstaande geleerden van dezen tiJd worden genoemd Juist schoof de oude kellner de kopjes op hun tafeltje Zeg eens zei Woortmans mét het flauwe accent door het jarenlange verblijf in den vreemde veroorzaakt HU wees op een kerktorentje dat in de verte boven het Van 120 Nestkasljes boEch zijn immers zeer bijzonder en waard ieöel jrfar opnieuw beleefd te worden Wilt u eens een merelnest zien vraagt Ky Een ander zou er urenlang naar zoeken doch hij buigt de takken van een jongen den terzijde en daartusschen vertoont zich een gevlochten cirkelvormig iets waarin twee groen gespikkelde eieren mat glanzen We hooren nog iets over kuif en pimpelmeezen en dan belanden we bü een groot probleem de jeugdbaldadigheid Hoewel de kastjes öpzettelykljoog werden gehangen worden eksels er dikwyls met lange stokken afgestooten En zonder een beschermend dak kan niet één vogel broeden De heer Strijland vat de zaak echter paedagogisch op hij neemt de jeugd wel een mee op lun tochten en gunt baar een kijkje in de kastjes Dat helpt beter dan harde woorden flie maar kwaad bloed zetten I Doch er zijn ook nog andere Vijanden waartegen regelmatig te velde moet worden getrokken de eekhoorntjes en Vlaamsche gaaien die een eiermaal zeer appreCieeren Zoo noodig gaat de bo sch wachtermet het geweer op deze Veelvraten op jacht Met een jilaafsch aanteekenen alleen komt men er dus niet hier geldt ook tiet parool om waakzaam te zijn En dat men dit tenslotte wel vol doende is blijkt uit het heimwee van het roodstaartje Vant zonder goede herinneringen krugt men geen heimwee De eenzame wandelaar liep den zonnigen weg af naar Weteringen Hy was blootshoofds zonder jas en toch kon men wel zien dat hij hier eigenlijk niet thuishoorde Af en toe bleef hij staan en keek vor schend om zich heen allerlei kleine dingen schenen zijn aandacht te trekken en hem zóó te boeien dat hy den tyd vergat Daar was het stille skiotje achter de groote weide de knotwilgen met hun knoestige stammen de trage koeien aan den kant het silhouet van het geboomte tegen den wyden horizon het was aUes nog zooals veertig jaar geleden In gedachten zag hy eeri i i jongens op hun buik voorover bij het water liggen een schepnetje in de hand Langzaam ging hij verder Daar waren de eerste huizen van het dorp Het was hier stil in den warmen middag De zon ketste tegen de huisjes en zette de oude straatjes in een fel licht Daar was de markt met den breeden statigen eikeboom en de ronde bank in het midden Aan de overzijde lag de school de ramen stonden open en het rumoer van schuifelende voe ten en lichte Itinderstemmen klonk naar buiten De tyd was stil blyven staan De wandelaar ging hier even uitrusten Hy vouwde zyn Jianden op den knop van zijn wandelstok en zag peinzend om zich heen Droomend stonden de oude huisjes rond het plein geschaard Daar woonde Toontje van den bakker met wien hy allerlei kwajongensstreken had uitgehaald Die Toontje was een duvclsch jong geweest en de vreemdeling voelde onwillekeurig Pit onbehaaglyk ge oel m zich opkruipen als hy aan den veldwachter dacht die hen menigmaal in den kraag gepakt en in het gemeentehuis opgesloten had Niets was er veranderd om hem heen de winkeltjes met hun wankele gevels de piepende pomp onder den hoogen beuk en de oude hobbelige keien die het beeld zoo n innig vertrouwd relief gaven Hij stond op en ging verder De hoofdstraat in naar het oude hooge huis Een vreemde ontroering beving hem toen hy er vóór stond en naar den onbekenden naam tuurde die thans op de deur was geschilderd Gestalten traden naar voren Zyn moeder Haar zachte vriendelyke gezicht lachte hem vanachter de gesloten blinden toe Zijn vader in de strenge zwarte jas de pijp in den mond opende de deur en wenkte hem De tyd had een geweldigen sprong gemaakt veertig lange jaren terug De man zuchtte en wendde zyn schreden thans naar het kleine park dat dicht bij de spoorlijn lag Een meisjesgestalte scheen hem vóór te gaan een meisje met klare blauwe oogen en lange vlechten Hij volgde haar schucht en met kloppend hart de tasch op den rug net zooals vroeger De beroemde professor keek schichtig om zich heen en bloosde als een verliefde schooljongen Annie uit het snoepwinkeltje wat zou er van haar geworden zijn Automatisch stak hij af langs het stille straatje achter het marktplein en naderde behoedzaam het winkeltje met het eene raam Hy liep op heete kolen direct zou moeder Biegel de deur openen en dan moest hij maken dat hy weg kwam Warempel het oude uitstalkastje zag er nog net zoo uit als vroeger Daar lagen de zuurballen naast de knikkers t het zoethout r aast de tollen en er stonden verleideUjke stopflesschen met tooverballen en dropslierten De professor had er gaarne de kreeft met champignonsaus van vanavond voor gegeven als hij nog éénmaal een zachtsmeltenden tooverbal in zyn mond had mogen houden Langzaam ging hij verder boordevol herinneringen Elk huis dat hy tegenkwam elke boom op het plein had hem iets te zeggen Zelfs de geuren die hem af en toe in den neus kwamen deden vervaagde beelden naar voren treden Daar was het pakhuis in de Heerenstraat met zijn vreemd luchtjes van specerijen en kruidenierswaren Hoe vaak hadden Toontjj en hy zich niet op den bovenzolder verstopt als zij kattekwaad hadden uitgehaald Zoo kwam hij aan het park Hier bij den ingang had Toontje op wacht gestaan als hij er na schooltyd met Annie van het snoepwinkeltje een verstolen kwartiertje door de laantjes wandelde In den kleinen viiver zwommen wat eenden er tsjilptcn wat vogels in de boomen en in de verte rommelde een trein Wat lichte wolkjes dreten in de blauwe lucht het flauwe windje dat langs de takken streek geurde zoet naar bloemen en groen AUes zooals veertig jaar geleden Waar was de tyd gebleven Een man was in het verlaten park bezig het gras te knippen Toen d eenzame wandelaar naderde hief hy het hcrofd op en sloeg tegen zyn pet Er was iets in het gezicht dat den professor een schok van emotie bezorgde Hy keek den ander opmerkzaam aan Toontje van den bakker Warempel hij was het Ze begonnen een gesprek over allerlei dingen Toen klonken er Bclielle kinderstemmen en naderde geklepijer van vele haastige voeten Een paar jongens sprongen over het hek en liepen over het gras Hei daar riep Toontje enzwaaide met zijn vuist Verderopliepen een jongen en een meisje hij droeg haar tasch Zy hadlange vlechten met witte strikken Zoo was Ifet vroeger zoo ishet nu en zoo zal het altyd blyven meneer zei de tuinman wy sgeerig Is er wat veranderdsinds ik een schooljongen was Toen hoog hij zich voorover en ging weer aan het werk zonder den ander herkend te hebben De professor ging den zonnigen weg naar het burtencafé terug Hij bleef nog één keer staan keek achterom en omvatte met één blik het verleden Het stille dorp lag er in de warme zon 8e kerktoren piekte boven het groen uit in den blauwen hemel in de laagte m het park was een man bezig het gras te knippen Nu was dit alles voorbij dit was het onherroepelijke afscheid van zijn jeugd die hij in één kwartje nóg eens had beleefd De hceren waren opgestaan en trokken hun jassen aan Er vielen wat schaarsche woorden over het diner dat om acht uur zou beginnen over de zitting van morgenmiddag die byzondcr belangwekkend beloofde te worden en over de sluiting van het congres onmiddellyk hierop waarna de deehiemers weer naar hun haardsteden zouden terugreizen Kom het wordt zoetjesaanonze tijd zei professor Wernebruch Hij keek op zyn horloge Half vyf Hebben wy hier eenuur gezeten en het lykt hoogstensvyf minuten De tijd gaat snel Professor Woortmans was onbemerkt naderby gekomen De kellner hielp hem in zyn jas Zeker zei hy met afwezige wat droomcnge stem De tijdgaat snel wonderlyk snel iderlyl DAMMEN Een interessante spelstudle Dp wit peler zortd onderstaande stelling met partij gevan Con b ïprekmg in voorgekomen in speeld voor de bordenwedstrija stant It iS Zuart L Jutte H M ü 6 f m m m M m mm ü ii 16 m m m m m ae m m m m J S E a ê m m m m m m m mm Q m m 46 47 48 4 fiü Wit A Gorree Wif aan 7rt peelde 3 34 en leidde daarmodt een sp lgang in die in vele varianten lataal IS voor zwart Niets vermoedend verloor dozè ineens door een slagzet en wel door 8 12 te s lcn waarop it liet volgen 32 28 23 21 31 27 lad liliitum 33 2 24 33 43 38 ad Iiliitum 48 8 on het cind spel ging aldus 18 231 8 3 123 281 i4 29 28 32 3 14 32 38 35 30 etc en wit won Sfand zwart a5 sch op 11 1 5 16 18 25 wit 4 M h op 8 H 3 i 4 5 Volgens inzender is het cmdspel ook als volgt te winnen 18 23 8 3 23 28 34 29 25 30 3 24 128 32 3 26 32 38 26 48 16 21 2 l 23 21 261 23 18 11 17 of op 26 31 4826 38 43 wint wit door ovormaiht Zie diagram Zwart had na 3 J 34 het best kunnen voortzetten met 24 23 33 24 22 28 waarop wit door 24 19 28 26 I9 28 een zeer viiordoeIig n stand zou hebben overgehouden V i gen s de blagdrciging 32 28 31 27 3 3 23 43 38 48 6 zou anders 11 17 de eenige zet zijn geweest en de gevolgen daarvan worden door in endcr als volgt geanalyseerd 31 26 22 311 26 37 droigt 3 3 28 Hierdoor is 8 12 verhinderd evenals 15 20 of 16 21 en op 17 21 volgt 37 31 met dreiging 32 27 34 30 43 38 48 28 terwijl zwart niet meer 21 26 mag spelen wegens 43 39 en 33 2 Zie diagram 39 34 11 17 31 26 22 31 26 37 8 13d 32 27 13 19b c 48 42 17 21d c £i 37 32 en wit heeft zwart volkomen vastgezet zoodat deze moet offeren en verliezen p op 17 22 37 31 23 28 4 3 39 volgt latrr 31 26 dl 25 301 34 25 23 29 42 38 29 34 33 28 17 22 35 30 22 42 30 8 25 30 34 25 42 47 8 2 47 29 getijv 2 24 29 20 25 14 en v int b 17 21 37 31 34 30 43 38 48 8 gewonnon a Stand zwart 8 sch op 8 15 18 23 25 wit 8 sch op 32 35 37 43 45 48 17 22 dus gedwongen 37 31 verhindert 16 21 met 34 30 32 27 43 38 48 17 en 8 12 met 32 28 33 29 43 38 48 8 terwijl 8 13 met speelbaar is wegens 32 28 34 30 43 38 48 8 Zwart IS derhalve gedwongen om met den zwakken zet 15 20 te vervolgen en hierop speelt wit 34 29 23 341 32 28 8 13f 28 17 met gewonnen spel voor wit tl 2 5 301 28 17 20 25 31 27 8 13 48 42 1 3 19 43 38 13 23 38 32 Op 24 29 slaat wit 3 3 24 en wint vervolgens door 35 30 Zwart moét dus spelen 23 29 4 3 38 18 23 18 12 en wit wint de party gemakkelnk Als poMtiostudi uit dr partij is deze stelling inderdaad belangwekkend en door de vele dreigingen met typeslagcn w elke wit tot zijn beschikking hoeft kan hij zwart dwingen tot een zoo zwakke voortzetting dat diens stelling geheel en al wordt vastgezet hetgeen men in middenspelen niet dikw ijls aantreft Hieronder volgt nog een fraai probleem uit OVER het algemeen denken wij veel te weinig na over den nauwen samenhang welke er er altijd weer is tusschen een uitvinding en den tijd waarin deze tot stand komt Verplaatsen we ons in de middeleeuwen dan blijkt dat menschen en goederen zich in dien tijd zoo weinig bewogen dat men zelfs aan een regelmatige brievenpost geen behoefte had Wilde iemand een boodschap doorgeven aan den een of anderen bloedverwant dan ging er deze maand of de volgende wel eens een kloosterbroeder dien kant op die den brief kon meenemen In de zeventiende eeuw werd dit al geheel anders Er ontstond een levendig verkeer van menschen en goederen en overal werden voortreffelijke postdiensten georganiseerd Zelfs een door bereden koeriers onderhouden nachtpostverbmding tusschen Amsterdam en s Gravenhage Intusschen begon de voortbrenging zich meer en meer in afbneken te concentreeren en toen aan het einde der achttiende eeuw de stoommachine haar intrede deed ontstond een industrieele organisatie welke geheel nieuwe verkeersmiddelen eischte V oor het snelle vervoer van menschen en goederen zorgde de stoommachine zelf voor het gedachïénverkeer moest de electrische telegraaf in geheel nieuwe banen worden geleid Juist te rechter tijd hier is weer de samenhang had Galvani de naar hem genoemde galvanische electriciteit ontdekt En nu was het eigenlijk een kleinigheid om met behulp van teekentaai zooals die reeds veel eerder voor optische seinen was gebruikt den electrischen stroom berichten te laten overbrengen De electrische telegraaf was een geweldige vooruitgang als men ze bij alle oudere gedachtenverkeersmiddelen vergeleek maar toch had men al spoedig het gevoel dat op dit gebied nog meer kon worden verbeterd Behoefte bestond bovenal aan een electrisch verkeersmiddel dat van huis tot huis kon worden geleld en voor de bediening waarvan geen bijzondere routine werd vereischt Als het eens mogelijk was het geluid van de menschelijke stem langs den electrischen draad over te brengen De uilvindiiig van Alexander Graham Bell Tal van uitvinders hebben jarenlang aan dit probleem gewerkt zonder resultaat tot eindelijk een toeval den Amerikaan Alexander Graham Bell d oplossing bracht hij maakte daarbij gebruik van een door f draadwindingen omgeven magneet De j ma fn etjl erd door een metalen plaatje dat door spreken tot trillen werd gebracht beïnvloed Hij gaf dien invloed in electrischen vorm door naar een tweeden magneet aan de andere zijde van de lijn Deze magneet bracht op zijn beurt het daar aanwezige trilplaatje tot spreken Dat was de uitvinding van Bell welke ook in het moderne telefoontoestel nog haar toepassing vindt In 1876 werd alzoo de telefoon uitgevonden maar spoedig stond men voor een nieuw probleem dat des te moeilijker was omdat de geheele zwakstroomtedhniek in die dagen nog zeer onvolkomen was Men was in sta öt twee personen telefonisch met elkaar te verbinden maar wat moest men doen indien een aantal personen in één stad met elkaar wenschte te spreken den Eersten Nationalen Wedstrijd voor oplossers van Damproblemen uitgeschreven door den Ned Bond voor Damproblematiek secretariaat Vaartschestraat 10 Utrecht Thema constructie Zwart 12 sch op 2 8 10 12 14 17 21 22 25 27 30 Wit 13 sch op 19 23 24 28 29 32 35 39 43 44 Wit past in dit probleem eenige koeren op fraaie w ijze den meerslagregel toe en begint met 39 34 waarop zwart 22 31 moet slaan Vervolgens speelt wit 23 18 waarna zwart met 27 40 moet nemen hetgeen door wit met 18 20 beantwoord wordt Zwart suaat dan met 25 23 en wit met 29 7 waarop als besluit volgt 40 20 35 4 2 11 36 7 en wint Het benutten van den zet 23 18 om met 18 20 de zwarte schijf 25 op meerslag te brengen is een zeer fraaie vondst en het probleem is dan ook één van de mooiste vraagstukken welke in den genoemden wedstryd voorkwamen Het eerste net werd te Amsterdam op 1 Juni 1881 geopend 5 Dan moesten dat spra k vanzelf alle lijnen naar een tusschenstatioYi worden geleid en daar moesten de verbindingen tusschen de verschillende abonnc s tot stand worden gebracht Dat tusschenstation kreeg den naam telefooncentrale Met dat onderling verbinden van de telefoonabonné s ging het aanvankelijk niet zoo vlot omdat de apparatuur ervoor nog niet was gevonden Daarom liet men in het begin de telefonisten op de centrale de telefonische boodschappen eenvoudig van abonné tot abonné overspreken De oudste telefoondienst was diis eigenlijk een boodschappendienst zooals thans wel weer wordt toegepast als de abonné dien men opbelt niet thuis is Maar menschen die wel aanwezig waren en het liefst persoonlijk met elkaar wilden spreken bevredigde deze oplossing niet en dit had weer tot gevolg dat een primitief centraalpostje werd geconstrueerd waarmede achter = schillende abonné s met elkaar in verbinding Konden worden gebracht Uit dit primitieve centraalpostje groeide de centraalpost zooals wij die thans nog in kleine met de hand bediende centralen kennen Men ziet al weer er is samenliang tusschen de uitvindingen en den tijd waarin zij werden gedaan of liever de eischen welke deze tijd stelde De eerste telegraaflijn in Nederland dateert uit 1852 Vier en twintig jaar later in 1878 begon de telefoon in Amerika haar zegetocht Reeds het volgend jaar in 1877 vond de telefoon in ons land haar eerste toepassing doch zij werd alleen nog maar gebruikt bij de opsporing van storingen in de telegraaflijncn Terzelfdertijd nam men echter ook proeven om de telefoon voor het overbrengen van tijdingen te gebruiken Zoo werd op 15 Februari 1881 tusschen Cocksdorp op het eiland Texel en het plaatsje Texel de eerste publieke telefoonverbinding in Nederland geopend voor het overbrengen vaa telegrammen Het eerste telefoonnet voor publiek gebruik werd door de Nederlandsche Bell Telefoon Mij op 1 Juni 1881 te Amsterdam in getruik genomen Niattegenstaande het primitieve karakter vond de eerste telefoon een goed onthaal bij het BMbliek en al spoedig werd zij ook in een negentiental andere steden aangelegd o a te Rotterdam s Gravenhage Arnhem Haarlem Zaandam Utrecht en Groningen 1 Juni a s is het alzoo zestig jaar geleden dat de eerste telefooncentrale in Nederland voor het publiek werd geopend Rekenkundige Puzzle A t I B o fy f C t fe + D t fh f E fe + F te + CJ s + H n + I p fd I J it t y + K a f i 1 e + M a ul + N k + O a HO + P f + Q a + R T + S a fo + T k f t f U V + V ra fe t W yn fee + Y ei + Z s f AA e = X Opgave A = metaal 0 = deel van een huis B = hemellichaam P = kleurstof C = deel van den voet Q = bloedbuis D = deel van t gebit R = kippenloop E = voe woord S = op tentoonstelling F = oproer T = dapper G = gedicht U = deel van een visch H = afstammelirtf V = sfxxdie I = trede W = uit twee of meer J = klein soort paard draden best garen K = verbanning Y = tiende gedeelte L = ontkenning Z = broeibak M = kwaadspreken AA = groote waterpUm N = beschutting X = een zin uit een roman 9