Nieuws- en Advertentieblad voor Gouda en Omstreken. :chts AGB: DING. li EN v. ode, BIB, eenig Hnis- her, terdam, des naor- imiddags uitbieden KÜNST- PEN en le in het ,N? 2147. 1878. Vrijdag 31 Mel. VTVCOinSTIE. STANDEN. ither, ARTS. Nationale Militie. OEST. RTS, d: -schillende >n: 2o. van nlpercee- an vaarten UW,” )UDA. ONDERZOEK van de VERLOFGAN GERS der MILITIE TE LANDE. o NKMAN. <7 GOUDSCHE COURANT. 8OLIEDE JEKERING, met franco het Bureau IADEN van en 8en Junjj in het Ge- 3 intchrg ving eestekken en KEN, P. G. «Nu maar ei* kon\t niets van, vrouw! Je weet, ik ben liberaal genoeg in mijn denkbeelden, ik ben geen man van den stilstand, en wel degelijk van de vooruitgang, maar zoo iets mag ik niet goedvinden.. De permissie werd ten slotte geweigerd, de zoon naar elders gezonden en twee. elkaar beminnenden werden ongelukkig. Zij zijn niet de eenige die dit door dwaze standsvooroordeelen werden. Mei af voor den voor 25 ings-biljetten er Secretarie rs te Spaarn- BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Gouda, brengen ter algemeene kennis, dat ge regeld eiken Vrjjdag des voormiddags ten 8*/, uur in het Gasthuis gelegenheid zal bestaan om zich kosteloos te doen inenten en herinenten. Burgemeester en Wethouders voornoemd, VAN BERGEN IJZEN DOORN. De Secretaris, BROUWER. t ten 11 ure s in het Ge- sjjn, volgens sene gen by den rs te Spaarn- «Ja maar, beste Henri,» zegt Mevrouw tot haren echtgenoot, «wanneer de jongelui het nu eens zijn, dan moesten wij toch maar per missie geven. De hoofdzaak is dat zij elkander liefhebben.» <Dat is goed en wel, lieve,» klinkt het ant woord, maar het meisje is niet van onzen stand. Ik zeg er niets van dat hare ouders geen fat- soeniyke menschen zjjn en gaarne wil ik ge- looven, dat er op het meisje niets te zeggen valt, maar. zjj behoort nu eenmaal niet tot onzen kring.» «Het is waar, het was wel aardiger dat onze oudste jongen zjjn keus had laten vallen op een meisje dat tot onze cóterie behoorde, maar ’t moet erkend. het meisje is beschaafd, schgnt zachtzinnig, ziet er hef uit en. wat m. i. de deur dicht doét, zjj houden van elkander.» «Kom, dat zal wel overgaan. Denk je dat Frits zelf niet berouw zou gaan gevoelen over. «Neen, hoor eens, dat geloof ik niet» Een booswicht boort tot owen stand niet. En tot den myijn niet, Godlof I Multatuli't Vor»ten»chool. Goddank hoort men vaak zeggen, die standen van, vroeger, zjj zjjn gelukkig verdwenen. De nieuwere tjjd met zijn mildere begrippen en vrjjzinniger denkbeelden heeft ons ook in dit opzicht vooruit doen gaan en ons geleerd, dat alle menschen wezens zjjn van dezelfde soort en van gelijke bewegingen. De adel en de geesteljjkheid eens oppermachtig heerschende en hun staf zwaaiende over de gansche aarde zgn onttroond, de eerste alleen nog gezocht in enkele salons en de laatste alleen naar nog wat te zeggen hebbend, waar geringe ontwikkeling angst doet ontstaan voor een onbekende toe komst. De derde stand en langzamerhand ook de vierde, eens gewillig den nek krommende onder het juk dat gewoonte, vooroordeel en «Hoor eens Charles,” zegt mama tot haar van school t’huis komende zoon: «je moet nu voortaan niet steeds met die jongens van den bakker öp en neer gaan. Wandel liever niet Frits (wiens papa officier van justitie is) of met dat zijn jongens van jou stand «Maar mama, u moest eens weten wat een lollige jongen Piet van den bakker is. En knap? Nou vraag daar de meester eens na. In alle gevallen met dien lammen Frits om te gaan, daar bedank ik voor. Dat is een klikbek, en «HoHoCharles wat een leeljjke woorden, dat komt er van, datje steeds met zulke mindere jongens omgaat.» Papa komt juist binnen en hem wordt door mevrouw zijne echtgenoot, onder het oog gebracht dat Charles binnen kort naar een kostschool van fatsoenljjke jongeheeren moet worden gezonden. Hjj groeit anders zoo in ’t wild op en leert zulke vreemde manieren. Papa aarzelt, doch later, na nog eenige malen daartoe door mevrouw te zjjn aangezocht, stemt hjj toe.en zoonlief leert weldra welke men schen van zijn soort zjjn en welke hg in den omgang moet mjjden. Er is een vacature in een of ander college, b. v. in den raad of eenig ander lichaam. Er wordt beraadslaagd over een candidaat en ofschoon de heeren die daaraan deelnemen mee nen te behooren tot de werkelijk vrgzinnige, ontwikkelde personen zullen zg allen, tien te gen een, er op uit zijn om toch vooral menschen te nemen van den deftigen stand. Eilieve waarom? Juist onder de burgerklasse zjjn zeer velen, die gezond verstand aan een juisten blik paren, menschen die ijver voor en toewjjding aan eene goede zaak over hebben. Maar neen, een def tige botmuil wordt verkozen boven een flink burgerman. Waarom Och, 't staat toch niet dat aan 't hoofd van een vergadering zoo’n man staat, wordt er gezegd; nog eens: waarom niet? Alleen belangstelling, gezond verstand en een flink karakter moeten de vereischten zgn voor 't lidmaatschap van dergelgke colleges en niet een meer of min deftigen stand. 18 waar afgeschaft, inde werkelijkheid nog steeds bestaan, beschouwt men menschen uit verschil lende kringen werkelijk te veel als niet bij elkander passende. Een paar voorbeelden uit het dageljjksch le ven zij ’t vergund hier in te lasschen. De BURGEMEESTER vau GOUDA brengt ter algemeene kennis, dat ingevolge art. 138 der Wet op de NATIONALE MILITIE, van den 19den Augus tus 1861 (Slaateblad no. 72), de INSPECTIE der VERLOFGANGERS voor de Gemeente GOUDA, is bepaald op DONDERDAG den 13den JUNIJ 1878, des morgens ten lÖ*/2 ure op de Stads-Timmerwerf aan de Turfmarkt alhier. Dat daaraan behooren deel te nemen de VERLOF GANGERS der NATIONALE MILITIE, van de ligtingen 1874, 1875, 1876 en 1877 die vóór den In April 11. in het genot van onbepaald verlof zijn gesteld, eene I Gemeente woonachtig zjjn), met uitzondering alleeu van hen die, oasu quo, in de maand Junjj e. k. in werkeljjke dienst moeten komen. Voorti worden den Verlofganger! opmerkzaam gemaakt a. dat zij, volgens art. 140 der genoemde Wet ter inspectie behooren te verschijnen in uniform gekleed en voorzien van de Kleeding-en Uitruelingitukken, hun bij het vertrek met verlof medegegeven, van hunne zakboeken en van hunne Verlofpanen. b. dat zij, volgens art. 130 dier Wet, worden geacht onder de wapenen te zijn, niet alleen gedurende den tijd dien het bedoeld onderzoek duurt, maar in het algemeen wanneer zij in uniform zijn gekleed, zoodat zij, die ongeregeldheden als anderzins plegen bij het gaan naar de plaalt voor het onderzoek be paald, gedurende het onderzoek en bij het naar huü keuren, te dier zake zullen worden gestraft volgens het crimineel Wetboek en het Reglement van Krijgs tucht voor het krijgsvolk hier te lande, bij genoemd art. 180 toepasselijk verklaard. o, dat hjj die door ziekte niet kan verschijnen, een attest van een Geneesheer of Heelmeester door den Burgemeester geviseerd, moet overleggen, en d. dat degene, welke zonder vergunning absent is, volgens de wet met arrest zal worden gestraft. Gouda, den 28n Mei 1878. De Burgemeester voornoemd, VAN BERGEN IJZEN DOORN. eigenbaat hen op de schouderen had geschoven, staken het hoofd omhoog en in plaats van ge boorte en geld, gelden: kennis en ontwikkeling. Zjj, die zoo spreken hebben ten deele gelijk, er is iets waars in die dankbetuigingen, er is op dat gebied grond voor een erkentelgke stem ming. En toch.al moge de onoverkomelgke slagboom, die vroeger de menschen van elkander scheidde, gevallen zgnal ms§t^ie angstvallige, scherpe verdeeli >g tusschen wezens van dezelfde soort, zjjn opgeheven, standen zjjn er gebleven, en die zullen wel steeds blijven bestaan. Niets is dan ook natuurlgker. Opvoeding, na tuurlijke aanleg, bevoorrechte finantieele omstan- standigheden werken er toe mede om menschen, van nature en voor de wet allen gelgk, te maken tot persoonlijkheden, die hemelsbreed van elkan der verschillen. Niets is dan ook ongergmder dan den wensch te koesteren dat alle verschil in stand worde opgeheven, dat behoort tot het onmogelgke en zulk een verlangen is kinder achtig. Maar een andere vraag is het of de grens tusschen zoogenaamde standen niet vaak ver keerd wordt getrokken en of die grens niet dikwgls te echerp wordt afgebakend. Men neemt I rvoor grens aan, wat in de Verste verte daarop ld, (daaronder ook begrepen, dezulken, die tot geen aanspraak magmaken en eenmaal overtuigd, andere Gemeente behooren, doch thans in deze dat de standen nu eenmaal, voor de wet wel is -L.:_ met uitzondering alleeu -r_ j--z„a_ hen die, ou«u quo, 4-4 T- Die voorbeelden waren gewis nog met etteljjke te vermeerderen, telkens en .telkens doen zich gevallen voor, waarin nog blijkt hoe bekrompen de menschen op dat gebied denken, hoe weinig - zjj zich weten te verheffen boven het denkbeeld, dat er zoo zekere kringen zjjn, waarin ieder mensch past en waar buiten hg zich niet mag bewegen. Mqn moest vragen bjj de beoordeeling van personen: wie hjj, d. w. z. hoe is zgn ge drag, karakter, ontwikkeling en men vraa't veel eer: tot welke cóterie behoort hjj,is hg van fatroen- Igke familie, behoort hij tot den deftigen stand Het wordt werkeljjk meer dan tjjd, dat men eindelgk de menschen eens gaat beoordeelen naar hunne handelingen, waarbjj de motieven die daartoe leiden niet uit het oog mogen worden ver loren 't wordt werkelijk meer dan tgd dat men eindelgk eens ophoude met te letten op allerlei bijomstandigheden, maar alleen acht geve op de hoofdzaakhoe is de mensch zelf? De jeugd wordt het reeds ingeprentniet hjj is uw omgang het meeste waard, die zich flink aanstelt, maar hij die in een mooi huis woont en van deftige afkomst is. Zoo komt het er in. En hij doet geen stap verder in de maatschappg of telkens wordt hij er aan herinnerd dat niet een goed hart, een flink karakter, uitgebreide kennis en achting verdiensten zjjn in 't oog der wereld, maar't zgn van een goede familie, 't hebben van geld, enz. enz. Bjj al den vooruitgang waarop men zich zoo veel laat voorstaan, moet dit anders werden Wij. spraken hjerboven met een enkel woord yan een verkeerde grens, die gesteld wordt door de menschen, daar heeft men b. v het, geld. Zoo er één verkeerd getrokken grens is, dan is 't die van het geld. En toch hoe vaak wordt zjj getrokken Voor een man van geld! die algemeen bekend staat alajeen schurk of een ezel, vliegen de hoeden af; kundige, eerlijke mandie arm’ bleef, wijl hij oneerlyk verkregen rijkdom verfoeide, wordt ongezien

Kranten Streekarchief Midden-Holland

Goudsche Courant | 1878 | | pagina 1