ES.
en
Zondag 20 Maart.
N° 3523.
1887.
Nieuws- en Advertentieblad voor Gouda en Omstreken.
ucla,
lenten,
>terij
ping
BINNENLAND,
E. 73».
IEL,
IGOED.
BEVER
so».
iart a.s.
goudschecourant
of op kal-
4, BOUW-
SCHOüW
EST
t,
Floest,
jr
jouwe C9,
she Cou-
n door den
Gouda,
F
aria
ID
xsow
zijn.
zenda
dsche,
□grtjke
oi beid
skaten,
line.
.AKUSi
Volgens de «Banier», geredigeerd door predikan
ten ran de streng rechtzinnige richting, heeft de
vrije universiteit met groote bezwaren te worstelen.
De beide professoren Kuyper en Hoedemaker kunnen
nog maar niet met elkander overweg. De president
curator dr. Felix heeft zich krachtig verklaard tegen
het doleeren, dat uit de vrije universiteit ontstaan
is. De vacature ontstaan door het ontslag van prof.
Dillöo blijft nog maar ultyl onvervuld. De candidaten
der vrije universiteit, nog maar drie in getal ofschoon
die inrichting meer dan zes jaron bestaat, nemen
niet zeer toe in aantal, terwijl de doeleeronde ge
meenten geen haast schijnen te maken om hun, die
klaar zijn, een beroep te bezorgen.
Gaat hpt werk der Grondwetsherziening voort, dan
acht men het noodig, door middel van een golegen-
heidswetje de gewone verkiezingen, van 1887 op 14
Juni vallende, niet te doen plaats hebben met het
oog op de algemeene verkiezingen, welke ingevolge
artikel 197 der Grondwet na de afkondiging der
wetten, die thans door de Tweede Kamer zijn aan
genomen en wellicht nog aangenomen zullen worden,
moeten geschieden.
Op het eerste gezicht schijnt deze opvatting vol
komen juist; maar bij scherper toezien ontwaart men
do groote bezwaren er tegen, zegt de Arnh. Ci.
Met het oog op de verschillende termijnen, voor
de oproeping, herstemming en wilsverklaring van
den verkozeno in de Kieswet bepaald, zal men met
naleving van art. 25 der Grondwet de verkiezingen
niet langer kunnen uitstellen dan tot den laatsten
Dinsdag in Juli of den eersten in Augustus.
Nu is zeker zes weken gewonnen veel gewonnen;
maar zal een uitstel van zes weken in het geval, dat
men op het oog heeft, veel baten? Wij gelooven het
niet, zegt de Arnh. Ct.
Zeer veel meer dan zes weken zal de Kamer noo
dig hebben, ook al gaat alles goed on al bekort zij
haar recessen tot minima, eer zij al de wetsontwer
pen heeft afgedaan. En dan zullen wij reeds half
Mei geschreven hebben. Is het van de Eerste Kamer
te verwachten, is het overeen te brengen met haar
plicht en waardigheid, dat zij op haar beurt mot
overhaasting haar deel van den gewichtigen arbeid
verrichten en tegenover de herziening van de Grond
wet werkelijk de taak van een eenvoudig registratie
kantoor vervullen zal? Hiervan zou men haar met
grond beschuldigen, wanneer zy een arbeid, waaraan
de Tweede Kamer twee jaren besteedde, afdeed in
minder dan twee maanden-
gevaar en
le jaren bij
den
MIG.
eaar in fla
van gee'e.
van roode
at die van
jjn waarop
srk,
des mor-
>ning, wjjk
lente
De heer Ruys v. Beerenbroek wees er nogmaals
op, dat er ondanks de verzekering van de Regeo-
ring, geen waarborg bestaat dat bij niet aanneming
der add. artikelen de Grondwetsherziening niet zal
doorgaan.
De heer Gleichman verklaarde er niet in ge
slaagd te zijn, motieven te vinden voor de samen
koppeling, door den heer Godin de Beaufort in
zijn voorstel gewenscht.
Door den heer Godin de Beaufort werd in korte
trekken het nut der samenkoppeling aangewezen.
De heer Rutgers van Rozenburg verduidelijkte
eenige uitdrukkingen in zijn vorige rede en prote
steerde tegen het verwijt van den hoer Lohman,
dat hij zich aan inconsequentiën zou hebben schul
dig gemaakt.
Eerder verdiende de heer Lohman dit verwijt.
Het algemeen debat is daarna gesloten en de be
raadslaging aangevangen over de wijziging van het
bestaande Kiesrechtartikel 76.
Bij deze wijziging wordt het kiesrecht, behoudens
uitsluitingen, toegekend aan mannelijke ingezetenen,
Nederlanders boven de 23 jaren, die door de
Kieswet te bepalen kenteekonen van geschiktheid
en maatschappelijken welstand bezitten.
Door de heeren Van Houten en Zijlker is daar
op een amendt. voorgesteld, om te bepalen „dat
de leden der 2e Kamer gekozen worden door kiezers
die de Wet aanwijst, on op de wijze bij de Wet
te bepalen.»
Het beoogt dus, den gewonen wetgever grooter rry-
heid te laten.
Eeu tweede amendement vau de heeren Ruys van
Beerenbroek en Reuther strekt om het oorspron
kelijke regeoringsvoorstel, dat alg. stemrecht uitsluit,
te behouden.
Een dorde amendement van den heer Van der
Kaay beoogt, om te lezen „kenmerken van geschikt
heid," terwijl een vierde amendement van den heer
Rooseboom de uitsluiting van kiesrecht wil voor mili
tairen, zoolang zij zich ouder do wapenen bevinden.
Die amendomenten worden door de verschillende
voorstellers toegelicht.
De heer Clercx verklaarde zich voor geleidelijke
uitbreiding der kiesbevoegdheid.
De heer Borgesius verlangde alsnog verduidelij
king van het regeeringsartikel. De Regeering heeft
wel de bepaalde verklaring gegeven, ilat het alg.
stemrecht door het regeeringsartikel wordt uitgeslo
ten, doch zoor verschillend wordt het artikel uitge
legd, terwijl een duidelijke omschrijving toch bepaald
noodig is. Hij drong in de eerste plaats aan op eono
verklaring van do Regeering, wat zij door algemeen
stemrecht verstaat^
De heer Reuther verdedigde zijn amendement en
bestreed de overige.
Omtrent de poging tot moordaanslag op den pas
toor van Woensdrecht wordt uit Bergen-op-Zoom
het volgende geschreven
Zekere W., iemand van een zeer laakbaar gedrag,
was eenige malen door don achtenswaardigen pastoor
v. M. onderhouden, en dit niet alleen over zijne
eigen levenswijze, maar ook over die van eene by
hem inwonende dochter. W. hiermede minder inge
nomen, liet onder voorwendsel van zwaar ziek
te zijn den pastoor bij zich ontbieden. Nauwe
lijks had deze den voet in huis gezet, of W. greep
oen pistool, hetwelk hem echter juist intijds door
den pastoor werd uit de hand geslagen, die hierop
ijlings het huis verliet. De justitie is niet zoo-
als aanvankelijk gemeld werd derwaarts vertrok
ken, maar de zaak is in hare handen gesteld.
De langdurige droogte veroorzaakt aan vele land
bouwers in het Noorden veel schade door waterge
brek, zóó dat enkelen het een of twee uren ver
voor hun vee moeten halen. Ook de vervener ziet
met zorg hoe nu reeds, in een seizoen waarin er
gewoonlyk overvloed van water in de venen is,
wat bij het aanstaande spreiden der korte turf van
het grootste belang is, de waterstand merkelijk lager
wordt en vele veenputten dreigen droog te vriezen.
Het is meer gebeurd dat de rervener zijne werk
lieden wegens watergebrek moest afdanken.
Te Londen heerscht algemeens verslagenheid orer
een moord, welke met zoo veel driestheid is ge
pleegd, dat het vertrouwen in de openbare veiligheid
er ernstig door geschokt wordt. Drie mannen, die
eenige dagen te voren afzonderlyk waren gezien,
terwyl zy schynbaar doelloos rondslenterden, kwamen
- GOUDA, 19 Maart 1887.
D» hn. W. Bokhoven alhier en T. van der Vliet
te Hekendorp zijn benoemd tot onderwyzer te
Rotterdam.
De verloting van Kunstvoorwerpen, afgestaan aan
het .Ondersteuningsfonds opgericht door het Nod.
Ond. Gen., heeft Zaterdag 12 Maart ten overstaan
van den Notaris J. C. G. Foliones plaats gehad. Op
de hier en in den omtrek geplaatste loten zijn vijf
prijzen gevallen, en wel op: Serie 38 No. 105, 125
on 128, Serie 2 No. 115 en Serie 11 No. 272.
Aan belanghebbenden is hiervan bericht gezonden.
Door den Volksbond, vereeniging tegen drankmis
bruik, is bij den heer Brinkman te Amsterdam uit
gegeven een houtgravure op keurig papier, voorstel-
lond een tragisch moment uit het leven van een
dronkaard. De teekening van deze plaat, een kind
dat haar vader tracht tegen te houden een tapperij
in te gaan, werd geleverd door den bekwamen
teekenaar Joh. Braakensiek te Amsterdam, terwijl
de heer Walther te ’s Hortogenbosch voor een nette
uitvoering der gravure zorgde.
Naar het Bestuur van den Volksbond hoopt, zal
de aanwezigheid van deze plaat (voor slechts 10 cent
en by groote bestellingen nog goedkooper te ver-
krygen tot 14 April a. s. door tusschenkomst van
het hoofdbestuur te Amsterdam) in de woningen
van de ambachtslieden een invloed ten goede kunnen
hebben op dronkaards en nog meer op hen die ’t
kunnen worden.
Als bijzonderheid kan worden medegedeeld dat er
onder de 140 lotelingen welke onlangs te Zevenhui
zen deelnamen aan de loting van de Nationale
Militie slechts één was die de vereischte lengte
(M 1.55) miste.
Een rechtsgeleerde wijst er in het „Wageningsch
Weekbl.» op, dat de tactiek der Neo-gereformeer-
den, om niet gelijk vroeger ieder zijn lidmaatschap
van de Neder!. Herv. Kerk op te zeggen, en zieh
dus van dit kerkgenootschap af te scheiden, maar
door den kerkeraad te doen' besluiten, dat de ge
meente het „synodale dwangjuk» afwerpt, geen daad
is van de in hunne consciëntie getroffen personen,
maar een aardschgerinde poging om zich ten koste
van andersdenkende gemeenteleden al het kerkelijk
goed der gemeente toe te eigenen. Die poging is
voor den Kerkeraad zonder geldelijk risico; bij mis
lukking, en deze is in de moeste gevallen zoo goed
als zeker, verliest bij niets dan de achting van een
aantal leden der gemeente.
Voor de kerkvoogden is echter, zoo zij met den
kerkeraad mcegaau, de zaak zeer bedenkelijk. Zij
ontvingen als bestuur van de goederen der gemeente
het kerkegoed. Zij blyven daarvoor verantwoorde
lijk met hun vermogen. Die verantwoordelijkheid
blijft bij overlijden op hunne nalatenschap kleren,
en drukt dus dan op hunne vrouwen, kinderen, erf
genamen.
Zoodra de orde in de gemeente hersteld, en naar
de synodale reglementen een kerkeraad benoemd is,
zal ook een college kerkvoogden worden gekozen
uit en door personen, die zich door de synodale
reglementen gebonden achten, en dat college kerk
voogden zal in de eerste plaats het kerkegoed op-
eischen van de personen der vroegere kerkvoogden.
Zij zyn verantwoordelijk. Zj moeten trouwe rent
meesters wezen. En wanneer zij nu die kerkegoede-
ren niet meer onder zich hebben, omdat de dolee-
rende gemeente andere kerkvoogden koos, of omdat
die gemeente over de voorhanden waarden heeft be
schikt; wanneer van het goed reeds verbruikt of
verkocht is, evenals de revenuen die het sinds de
afscheiding heeft opgelererd (en dat kan over eenige
jaren heel wat bedragen), dan kunnen zij met hun
vermogen betalen, wat zij niet terug kunnen geven
de onroerende goederen, zooals kerk en pastorie
moeten zij door een lastig proces uit de handen
der doloorenden trachten te wringen. En die ver
antwoordelijkheid dragen zij na hunnen dood op
hunne vrouw, hunne kinderen, hunne erfgenamen over.
Staten-Generaal Twmzub Kaméb. Zittingen
van Donderdag 17 en Vrijdag 18 Maart.
Het algemeen debat over het Ulo Hoofdstuk
(kiesrecht) der Grondwet werd voOrtgesot.
In zijn repliek hield de hoor Ruys van Beeren
broek vol, dat de census-grondslag nog te verkiezen
was. Hij bestreed nogmaals het alg. stemrecht en
bleef aandringen op vereeniging van art. 80 met de
additioneele artikelen.
De heer Van Houten verdedigde krachtig het
algemeen stemrecht, voor de hoofden van familiën,
als gebaseerd op rechtsgelijkheid Hij wilde het
kapitaal in de wetgeving onttronen, verzekerde bij
verwerping van zyn amendt. vóór het Regeerings-
voorstel te zullen stemmen, daar toch langzamer
hand de grondwettige barrières zullen verdwijnen,
en beval het amendement-Godin de Beaufort aan.
Door den heer Mees werd het algemeen stemrecht
bestreden en het Regeoringsvoorstel verdedigd.
De heer Schaepman wees op de noodzakelijkheid
van uitbreiding van het stemrecht, dat men niet als
waan van den dag moet beschouwen, maar als eeno
historische noodzakelijkheid tot bevestiging der vrij
heid en in het belang van Vorst en Volk.
De Minister van Binnenl. Zaken bestreed de be
wering van den beer Heldt, dat de Volksvertegen
woordiging moet vertegenwoordigen alle belangen in
’t volk. Hot algemeen belang moet zij behartigen.
Voorts verdedigde do Minister nader het Regeerings-
voorstel en geloofde, dat de Kamer het best zou
doen dit aan te nemen, en met terzijdestelling van
eigenbelang en vertrouwen op de pertinente verkla
ring van de Regeering, dat zij blijft en staat voor
haar voorstel, een stap te doen die de quaestie van
het kiesrecht voor langen tijd van de baan zal
schuiven.
In de zitting van gisteren werd het algemeen
debat over do wjjziging in Hoofdstuk III (kies
recht) voortgezet.
Bij een goeden uitslag van het gemeen overleg,
heeft het verlangde gelegenheidswetje dus geen nut.
De kiezers zullen zich het monnikenwerk hebben te
getroosten eener geheel overbodige verkiezing, waar
van ze vooruit weten dat ze geen praktisch gevolg
zal kunnen hebben.