?rs.
EG.
ft
Zondag 21 Augustus.
1887.
N°
(I
AG
Nieuws- en Advertentieblad voor Gouda en Omstreken.
BINNENLAND.
i
n
'Jrs
Ins.
X'HH
ONS
KEL,
G.
-
4i
I
I
i
it
LM s
F
den,in
j1 onzer
as naar
eskun-
aarvan
jn DE
od van
LNGE-
?HMA
.00
len,
LLEN,
gebruik
ES
loest en
nts.
HOLM,
1st
PEEPE
o
Dat ware belachelijk;
4
3
i
r
X
Souda
I
reren Tan
rs,
re benoo-
Koktvak
I
ïtten geeft
Hing. In
srmeda in
vice-
I
1
v
I speciale
Idig voor
goudsche courant.
IFWtKKEHO
sweboruvem»
OEDE
ITE ZWAKTE
van 100 aan don heer Jeppe; maar dit had vol
strekt geen invloed op zijn bedanken gehad. Hij
had alleen bedankt, omdat bij uit het amhtelijk
leven wenschte te treden en mat wil nemen, f“
gezondheid lijdt onder het zittend kantoorleven en
daar het land nu in vrede en voorspoed verkeert,
achtte hij dezen tijd hot geschiktste, nu de voor
naamste Regeeringsmaatregelen door den Volksraad
reeds afgehandeld zijn, om zijn ontslag in te zenden.
Zijn diensttijd zal eerst aanstaande jaar in Octo
ber verstreken zijn; doch hij verlangde vóór dien
tijd ontslagen te worden en had daarom bedankt
terwijl de Volksraad zitting hield, opdat deze dade
lijk maatregelen zon kunnen uemen voor de benoe
ming van zijn opvolger.
De Volksraad nam Jouberts ontslag aan en benoem
de in zijn plaats tot lid van den Uitvoerenden Baad,
generaal N. J. Smit die daarna ook tot vice-presi
dent werd gekozen. Naar aanleiding van deze keuze
merkt De Volksstem op:
«Alles in aanmerking genomen, is de kenze van
den heer Smit als lid van den Uitvoerenden Baad
misschien de verstandigste onder de omstandigheden.
Niet dat er geene bekwamere mannen te bekomen
waren maar onder de bestaande toestanden is ’t te
vreezen, dat iemand, die oen beetje sterk voor voor
uitgang is, zich nit zijn element zal gevoelen in onzen
Uitvoerenden Baad, zooals die nu te zamen gesteld
is. De heer Smit echter heeft naar onze beschou
wing juist genoeg zin voor vooruitgang en gevoel
van onafhankelijkheid en vrijzinnigheid, om hem tot
een nuttig lid te maken van ons tegenwoordig Uit
voerend Bewind.
«Aan de betrekking van rice-pseaident wordt, naar
onze beschouwing, meer waarde gehecht dan ze ver
dient. Volgens de bestaande wet mag de vice-presi
dent niets meer doen dan bij ontsteltenis van den
president den Volksraad op te roepen, om voorzie
ning te maken voor de verkiezing van een nieuwen
president. Wij betwijfelen ’t of hij onder de wet als
waarnemend president kan optreden bij afwezigheid
van den effectieven president buitenlands, of anders
zins. Wij begrijpen 't dus niet, waarom sommigen
er zoo erg op gesteld schjjnen te zijn om dit heel
ondergeschikt baantje te bekleeden.»
De Cholera. Te Napels werden in het etmaal van
Zondag tot Maandag 8 personen door de cholera aange
tast en zijn 6 aan deze ziekte overleden. Het aanhou
dend droge weder wordt aangemerkt als oorzaak dat de
epidemie zich niet uitbreidt. Opmerkelijk is hét dat
van al de gevallen uitgezonderd zes, waarvan met
doodelijken afloop, in de gevdjgenis, geen enkel
zich heeft voorgedaan in de als ongezond bekende
wijken der stad. Den 14 Augustus zijn te Palermo,
aangetast 7, overleden 4; te Catania 17, overt. 6;
in de provincin-Syracdse 5, overt 8; in Messina 1
geval. Op Malta den 14 Augustus aangetast 8,
overt. 5.
In het noorden van Britsoh-Indië moeten in Juni
en Juli 70,000 personen aan de cholera overleden
zijn. De «Daily News» zegt, dat er in vroegere
acbaarsche berichten daaromtrent niets was, dat zulk
een schrikkelijk heerschen dier ziekte in die streken
vermoeden deed. Het blad kan niet anders dan
gissen, dat van overheidswege de zaak zooveel mo-
gelijk stilgehouden is. Het is, zegt het blad even
goed alsof er in dien tijd 40,000 menschen te Lon
den waren gestorven, zonder dat men er veel bewe
ging over maakte.
De «Arnh. Ct» verwacht, dat over het algemeen
de op 1 Sept, te verkiezen Kamer, wat het samen
stellend personeel en de verhouding der partijen
betreft, met de thans ontbonden Vergadering zal
overeenkomen. Eene groote, algeheele omkeeringis
althans niet te verwachten. En nu er eenvoudig
met ja of neen over de Grondwetsvoorstellen is te
stemmen, «bestaat er weinig aanleiding tot agitatie,
nadat de grootste aanleiding daartoe door het ver
standig votum der Eerste Kamer over het voorstel
Schaepman-Vos de Wael is afgesneden». Blijven de
partijen echter onveranderd in hare gevoelens, dan
eenig verschil tusschen worden slechts voor enkele hoofdstukken de ver-
hem en andere leden geweest omtrent de toelage eisohte twee derden verkregen (de hoofdstukken van
o me j_ inïcomen ,ier Kroon enz. en van de Provinciale
en Gemeentebesturen.
r’
GOUDA, 20 Augustus 1887.
De' generaal-majoor jhr. A. B. J. Klerck, adju
dant des Konings i. b. d., commandant der le
divisie infanterie, inspecteerde gistereA het 4e bataljon
van het 4e regement infanterie alhier in garnizoen.
Tegen J. 8. alhier is proces-verbaal opgemaakt,
als verdacht van diefstal van eenige kleedingstukken
en andere voorwerpen uit de woning van Tuilo en
Botterop. Genoemde voorwerpen zijn in de woning
van 8. door de politie in beslag genomen en door
de eigenaars herkend.
De Standaard meldt het volgende
Donderdagmorgen kwam te Utrecht de depu-
tatenvergadering der anti-revolutionaire partij, die
zeer talrijk bezocht was, saam. Na eene openings
rede van den voorzitter, waarin hij de geestelijke
roeping der anti-revolutionairen uiteenzette, ging de
vergadering over tot het behandelen van de door
het centraal-comité voorgestelde wjjzigingen in de
statuten
1. Dat het centraal-comité voortaan uit 15 in
plaats van uit 13 leden zal bestaan en dat slechts
6 van dezen tegelijk leden van de Staten-Generaal
mogen zijn
2. dat de club der Kamer zal worden uitgenoo-
digd voortaan 3 loden aan te wjjzen, om met 3
leden vsn het centraal-comité de politieke aangele
genheden te regelen
welke wijzigingen met algemeens stemmen werden
aangenomen. Daarna ging men over tot de benoe
ming van 4 leden in het centraal-oomité, waarvoor
werden herkozen de heeren Kabius, De Geer, Hey-
blom en de Savornin Lohman.
Na de pauze ging men over tot de bespreking
van do houding, die de anti-revolutionaire partij zou
hebben aan te nemen ten opzichte van de tweede
lezing der grondwetsherziening. Dienaangaande werd
door het centraal-comité op den voorgrond gesteld
het diep gevoel van gekrenktheid, dat leefde bij alle
anti-revolutionairen over de moedwillige bestendiging
van hot grievende onrecht, hun door de Eerste
Kamer in zake art. 194 aangedaan, en over den
schier brutalen zet der libersdisten, om, in strijd
met het aangenomen stelsel van enkelvoudige districten
en in weerwil van het gegeven uitzicht, toch de
groote steden niet te splitsen. Desniettemin oor
deelde het centraal-comité, dat dit voor de anti
revolutionaire partij geen aanleiding mocht zijn, om
wat goed en nuttig voor land en volk was, nit
partijgeraaktheid af te keuren. Het non pouwnns
was, zoo oordeelde het centraal-comité, van zelf
vervallen, vooreerst doordien thans do revisie der
grondwet elke vier jaren aan de orde zou kunnen
komen, en ten anderen doordien het thans aange
bodene volstrekt piet de revisie der grondwet was,
maar slechts eene voorloopster van de thans uitge
stelde, meer ingrijpende revisie, die hoe eer hoe
beter moet komen. Als middel om tot die betere
en meer gelijke revisie te geraken, stelt het centraal-
comité daarom voor, de aangeboden reformhill aan
te nemen en voorts uit te spreken, dat onze begin
selen niet verboden, om ook de wijziging, rakende
«de troonopvolging, de administratieve rechtspraak
en de defensie» te helpen tot stand brengen, terwijl
het foordeel over de min beduidende wijzigingen
aan de prudentie der te kiezen leden moest
worden overgelaten. i
De heer P. J. Joubert, de commandant van het
Transvaalsche leger, heeft zijn ontslag genomen
als lid van den uitvoerenden Baad en) als
president dor Zuid-Afrikaansche Bepubliek.'
Betreffende de redenen, welke hem tot dit be
sluit leidden, verklaarde de heer Joubert, dat er
geene oneenigheid in den Uitvoerenden Baad is
voorgevallen. Wel was er
Dat ware belachelijk; en daarom reeds gelooft
Zijne i de «Arnh. Ct.,» dat de tweede behandeling in de
>n en Tweede Kamer beteren afloop hebben zal. Er bestaat
kans dat de non-posumus-politiek met haar obstruc
tionisms en onwil zich in de nieuwe Tweede Kamer
niet zal laten hooren, maar dat daarentegen alle par
tijen evenzeer doordrongen zullen zijn van de politieke
noodzakelijkheid van de aanneming dezer veranderin
gen. Die politieke noodzakelijkheid ontstaat uit de
óvertuiging dat, bij verwerping vooral van de nieuwe
bepalingen omtrent het kiesstelsel, eene vervaar
lijke beweging zou ontstaan, die ons veel verder
zou brengen dauwde tegenwoordige voorstellen. Ook
van de Eerste Kamer verwacht de «Arnh. Ct.» de
aanneming bij de tweede behandeling, behalve die
van het defensie-hoofdstuk, hetgeen de «Arnh. Ct.»
niet sterk zou betreuren.
Hoogstens met één enkele uitzondering* zullen,
denkt het blad, de voorstallen dus de vuurproef door
staan en zal Nederland' „eene nieuwe, schoon onbe
kende toekomst ingaan met het daarbij geschapen
kiesstelsel op den grondslag eener ruimere uitwer
king der kiesbevoegdheid».
Het HertogenwM brandt nu reeds ruim een
week. Volgens de laatste berichten behoeft men
echter niet te vreezen, dat het vuur zich verder
zal uitbreiden. De Pruisische en Belgische troepen-
afdeelingen, die den brand hebben helpen dooven,
zijn naar huis gezonden. De boschwachters met de
bewoners der omliggende dorpen zijn voldoende om
den verderen voortgang van den brand te beletten.
Toch zal het nog wel een zes weken duren, voor
hij volkomen gebluscht is. Op het oogenblik dat
de brand op het jachtgebied van den graaf van
Vlaanderen ontstond, kwamen uit Bölgen, uit Heire-
montk en andere plaatsen ook tijdingen van bosch-
branden. Dit heeft op het vermoeden van één
groote brandstichting gebracht.
De wouden bestaan voor het meerendeel uit
naaldhout, dat zeer gemakkelijk vuur vat.
Het Herzogenwald en het Hooge Veen zijn Van
oudsher‘het toevluchtsoord voor houtdieven, struik-
roovers en smokkelaars. Aanleiding hiertoe is, dat
er de grenzen van drie landen: Nederland, België
en Pruisen sameukomen, welke staten den kleinen
„vrijstaat* Moresnet insluiten.
In de laatste jaren werd het bosch bij Aken
■herhaaldelijk door branden geteisterd, waarbij men
ook meende aan boos opzet te moeten denken. De
gestrengheid, waarmede de verordeningen op het
stelen van hout en het bessen-plukken werden ge
handhaafd, joeg de talrijke houtdieven tegen de be
voorrechte pachters en eigenaars van jachtgronden
in het harnas. Zoo is het zeer wel mogelijk, dat
zij hen door brandstichting nadeel zochten te berok
kenen. J
In vroeger jaren werd het stelen van hout niet
of zeer licht gestraft. Vandaar dat velen er een
handwerk van hadden gemaakt. Ze beschikten over
goede bijlen en messen en waren zeer bedreven in
het bijeen binden en vervoeren der takkenbossen.
Tusschen Aken en Herbesthal kon men tegen den
avond dikwerf kleine karavanen ontmoeten, die zich
met de bundels hout over den schouder voort
haastten. Zij droegen den last zoo, dat zij dien elk
oogenblik konden afwerpen, en ze het hoofd vrij kon
den bewegen. Tegenwoordig echter wordt hun het
sprokkelen zoo goed als onmogelijk gemaakt en dit
zal hun wraakzucht hebben opgewekt. Evenals dè
branden van het woud bij Aken, zal ook die van het
Herzogenwald wel op hunne rekening moeten wor
den gesteld. Indertijd is ook het plukken van bes
sen verboden. Sedert overoude tijden hadden de
hrme vrouwen vrij bessen mogen plukken, en. het
volk beschouwde het ten slotte als een recht.
De in lompen gehulde vrouwen, die men dikwerf
met korven zwarte bessen op het hoofd, hun „Geil
Walbri’ geil!» zingend, langs de straten zag loepen,
zagen er gewoonlijk onheilspellend genoeg uit, om
hen tot alles in staat te rekenen. Als het on
derzoek, dat men instelt, bewijst dat de brand
werkelijk gesticht is geworden, weet men ook welke
lieden men verdenken moet.