TO 95. BINNENLAND. IJ, Nieuws- en Advertentieblad voor Gouda en Omstreken. Donderdag 9 Mei 1895. No. 6654. i.n.m. 18, anderd. lezen 7 FEUILLETON. 3eld burg-, 84/86. eid s; 34ste Jaargang. ▼au msterdam Inzending van Advertentiën tot 1 uur de» midd. »sch. Uitspraak over 8 dagen. in over de wer- g en Geaoting) H. M. DERCKSEN. twist doodgestoken. De dader is in 1 der resp. Oration de enz. enz. ich bevin- rag, voor besteller in onmid- der pr eekenden, De Uitgave dezer Courant geschiedt dagelijks met uitzondering van Zon- en Feestdagen. De prijs per drie maanden is 1.25, franco per post 1.70. Afzonderlijke Nommerg VIJF CENTEN. den Staat tie national fabricatie ruiker van (Uit het Zweedsch.) >00 Mark )00 )00 000 000 c. den Staat en wel: Gill INII I’ (III RIKT By kon. besluit is jhr. A. H. P. C. van Snchtelen van de Haare benoemd tot burge meester der gemeente Stad- en Ambt-Delden, met toekenning van eervol ontslag als burge meester van Bergambacht. rechtmatige o v a veilleerende op den openbaren weg bevond, kennen rden, die in de eleerde vestiger id geworden ia del tegen vrou- heeft gemaakt beperking van ie eenvoudigste anderd aange- heel te verdrin- i in lichaam en rgd worden en door vreesejjka gekweld. Dan ngen, oorsuizen ade ziekte. Al jn zenuwzieken De rechtbank te Rotterdam veroordeelde gisteren: J. 8», arbeider te Zevenhuizen, we gens diefstal van eendeu tot twee maanden J. de J., visacher, en A. de Z., arbeider, beiden te Schoonhoven, beklaagd van diefstal van een hond, werden vrijgesproken. Allereerst stond terecht J. D. A. T., 47 jaar, verver te Dordrecht. Ham werd ten laste ge legd het wegnemen van een paar schoenen op Door den directeur der artillerie inrichtingen te Delft is aanbesteed de levering van ver schillende benoodigdheden. Minste inschrjjver was voor perceel No. VI de Goudsche Machinale Garenspinnery, Gouda, voor f 809.90. ADVERTENTIES worden geplaatst 15 regels a 50 Centen; iedere regel meer 10 Centen. Groote letters worden berekend naar plaatsruimte. GOUDA, 8 Mei 1895. aan den gemeenteraad Zondagavond is te Helden (Limburg) d 20-jarige Könings door zyn kameraad Smits, by een arrest. 7) «Weder eene vergissing, Alma. Ivar had zeer treurige mededeelingen van zijn homme d'affaires ontvangen ea bovendien een niet zeer aaugenaam onderhoud met zijne moeder gehad. Een en ander was dus wel geschikt, hem afgetrokken en somber te maken." I Alma zweeg eene poos on begon toen over andere dingen te praten, waarna de generaal afscheid nam. Toen Alma alleen was, zat zij een geruimen tijd onbewegelijk enals in ernstig gepeins verzonken daarna schelde zij en toen de bediende zich vertoonde, zeidd zij: «Verzoek magister Rehn bij mij te komen." Benige oogenblikken later trad een bejaard man met sneeuwwitte lokken binnen. Zyne gelaatstrekken verrieden echter geen hoogen ouderdom. Zijne ge stalte was rijzig en ofschoon schrual, bezat ze iets krachtigs door zijne nog ongebogen houding en de gemakkelijkheid, waarmede hij zich, bewoog. De uitdrukking van de diepliggende oogen was zacht en ernstig en scheen van een helder verstand te getui gen. De mond met de witte, ongeschonden tanden, had een goedmoedig, vaak humoj -istisohen glimlach en gaf aan het aangezicht iets aantrekkelijks. Alma reikte hem de hand, tenuyl zij zeide: heden schonk, dat ik eindigde met te gelooven, dat het alles onwaarheid was, wat de mensohen tot mij spraken en dat men mij vleide, omdat men mij als dom genoeg beschouwde, zulks voor goede munt op te nemen. Ik lette op de meuschen en bemerkte spoedig, dat men het bovenal op de rijke vangst gemunt had. Maar terwijl ik allen wantrouwde....” «Steldet gij nog vertrouwen in uw oom en lanteP” «Ja, geheel en al.” «En nu bevindt gij, dat zij, even als alle anderen uw rijkdom als uw grootste verdienste beschouwen." «Dat zou nog het minste zijn, maar ik vermoed, dat men door daaze en onware voorspiegelingen mij vangen wil, om zoodoende aan mijn vermogen te komen." «Dat vermoed ik niet." .Niet?" zzNeen, ik vermoed niet, maar ik ben ten volle verzekerd. Ik heb zelfs in dien zin menigen wenk gegeven, maarDe magister nam weder een snuifje. z,Maar.... waarom vervolgt gij niet?” Alma rag hem scherp aan. *Ik z*g gnnn onkale syllabe, als gij geen ander gezicht zet. Wat beteekent het, dat gij het air van eene gravin aanneemt tegenover den ouden Rehn, die de gravinnen voor geen greintje beter houdt dan andere vrouwen. Herinner u, dat ik mij nimmer in een vertrouwelijk gesprek met gravin Stern inlaat, maar dat ik altijd de oude, getrouwe vriend ben, wanneer ik tot myne kweekeling Alma spreek." (Wordt ooroolfd.) Omtrent de Wereldtentoonstelling te Amster dam valt mede te doelen dat de officieele ope ning door den vertegenwoordiger van H. M. de Koningin-Regentes mr. M. W. baron du Tour van Bollinchave, opper-ceremoniemeester is vastgesteld op 11 dezer des middags om twee uur. Daarbij zullen o.a. ook de meeste leden van het ministerie aanwezig zyn. De officieele rede voeringen zullen in de Nederlandsche taal wor den gehouden, terwyl aan het diner, ’s middags in het Paleis voor Volksvlyt om 6 uur te geven, het Fransch de officieele taal zal zyn. Zoowel 'smiddags als 'eavonds zullen con certen worden gegeven op verschillende plaat sen, nl. in het Vondelpark, op het Weesper- Het volgend adres is alhier toegezonden; Aan den Raad der Gemeente Gonda. Ik heb de eer voor te stellen de >Ve’- ordening op de heffing van rechten voor het gebruik of genot van openbare gemeentewer ken, bezittingen of inrichtingen of voor of door of van wege het Gemeentebestuur verstrekte diensten te wyzigen, en wel in dier voege, dat uit art. 7 de bepalingen, vermeld onder de letters h, m en p vervallen. H. M. DERCKSEN. Ingevolge art. 17 van het Reglement van Orde, ondersteund door n A. VINGERLING. J. J. v. d. SANDEN. Gouda, 8 Mei 1895. MEMORIE VAN TOELICHTING. De reden, dat ik dit voorstel doe, is deze thans, nu bovenbedoelde bepalingen worden uitgevoerd, is bet my duidelyk geworden, dat ze bet meest bezwarend zyn voor de nering doenden onzer Gemeente, die, naar myne be scheidens meening, toch reeds het meest onder den druk van onderscheidene belastingen ge bukt gaan. terugkwaamt en uw intrek in mijn huis naamt. Gij zaagt spoedig in, dat uw kweekeling, die by uw vertrek in den huwelijken staat trad en nu bij uwe terugkomst alleen in de wereld stond, met eene onbe perkte vrijheid als weduwe, op weg was, eene ver troetelde zottin te worden. Gij herkendet mij niet weder. Ik, die door mijne ouders zoo eenvoudig en ernstig was opgevoed, was nu verzonken in bewon dering over myne uitstekende eigenschappen, eene bewondering, waartoe men mij vroeger niet de minste aanleiding gegeven had. Gij gaaft u de moeite, mij herhaaldelijk te herinneren, dat wanneer men zeide «hoe beminnelijk zyt gij4.” men eigentlijk meende«hoe zal ik aan uw geld komen P" Sprak men over myne schoone stem, dan zeidet gy «Wan neer uwe bewonderaars u hooren zingen, dan ver beelden zij zich den klank van uw goud te hooren, anders zouden zij wel bemerken, dat gij dikwijls valsch zingt. Op zekeren dag toen mijne tante, gravin Ridderhjerta, beweerde, dat ik een fraai pro fiel had, alsmede dat mijn groen ftuweelen kleed mij tot eene ware «beauté" maakte, zeidet gij: «Het is verwonderlijk, hoe eenige millioenen iets schoon kun nen makenhet komt zeker daar van daan, dat men altyd aan deze denkt en met deze voor het oog der verbeelding buiten staat is, goed te zien, anders zou uwe tante zich de moeite niet geven, uw profiel schoon ie heelt o. Uw neus heeft eene in het oog vallende gelijkheid met den snavel eener papegaai en in uw groen fluweelen kleed wordt uwe huidkleur bijna geel en dit kan toch nooit fraai genoemd wor den. Kortom, gij zongt voor mijne ooren zoo aan houdend het lied, dat bet alleen myn rijkdom was, die mjj in de oogen der wereld soo veel lieftallig— «Kom mij toch met uw raad te hulp, want ik bevind my in een uiterst neteligen toestand.” «Dat klinkt verontrustend; dan is er zeker weêr eene dwaasheid begaan, die de oude Rehn in eene verstandige daad zal moeten herscheppen.” uO, neen, ditmaal heb ik geen schuld, maar het is my, alsof ik geheel in een net verward ben ge raakt, «op dezelfde wijze als de vlieg in het spin- neweb.” «Ik had niet gedacht, dat men de gravin zoo ge makkelijk daarin wikkelen zou, en mij dunkt, dat ik mijne vroegere leerling al heel slecht ken, als ik niet overtuigd was, dat zij zich moeielyk laat vangen. Verscheur het net en vlucht ziedaar myn raad.” «Maar dit is niet te doen. Neen, myn oude meester moet nu, als altijd, mijn vaderlijke vriend zijn en mij helpen.” «Met raad en daad. A la bonne heure, madame. Laat eens hooren, wat de zaak is. De magister nam een snuifje uit zijne zilveren doos en vleide zich in een armstoel, om in eene recht gemakkelijke houding zijne voormalige leerling te kunnen aanhooren. «Gij weet, zoo goed als ik zelve met welk eene vriendschap ik bij myne komst in de hoofdstad, als weduwe, door al mijne naaste en zelfs verre bloed verwanten ontvangen werd. Overal werd ik bewie rookt. Ik werd gevleid, gestreeld, vergood en op negentienjarigen leeftijd is men geneigd aan de waar heid te gelooven van de genegenheid, die ons bewe zen wordt. Ik begon inderdaad overtuigd te worden, dat ik iets buitengewoons en wie weet, hoe bemin nelijk en schoon was. Kortom, het gift der vleiery had mij tamelijk krachtig aangegrepen, toen gij myn beste, beminde meester van uwe reis naar Egypte den 3en Juli 1894 te Gouda ten nadeele van J. C. P. den Dunnen. Beklaagde ontkende. Uit de behandeling bleek dat beki. gedurende acht dagen gelogeerd had in een kosthuis te Gonda, waar ook de bestolene verbleef. Beiden sliepen op éénzelfde kamer. In den ochtend van den 3en Juli had nu beklaagde zyn kost huis verlaten, waarna onder het ledikant van den bestolene stonden een paar oude schoenen (door bekl. ter terechtzitting als de zyne her kend), terwijl de daar gestaan hebbende schoe nen van Den Dunnen verdwenen waren. Bekl. beweert een tweede paar schoenen gehad te hebben, ofschoon noch diens kosl- vrouw nóch de bestolene daarvan iets bespeurd hebben. Tegen beklaagde, die reeds tal van vonnis sen ten zynen laste heeft o. a. één van zes jaar tuchthuisstraf, eischte het O. M. een jaar gevangenisstraf. De toegevoegde verdediger mr. J. M. J. van der Minne, die verklaarde geen sympathie te gevoelen voor dezen beklaagde, die reeds een zeer treurig verleden achter zich heeft, refereerde zith aan rechters oordeel. Mocht de rechtbank termen vinden bekl. te verook- deelen, zoo verzocht pleiter de oplegging van eene clementestraf. J. H. v. V., 24 jaar, borstelmaker te Krim pen a/d Lek, zou den 5en Maart aldaar moed willig C. van der Doe hebben gestompt. Bekl. bevond zich op genoemden dag in de herberg van de wed. K. te Krimpen, waar hem door de kasteleines een glas bier werd gewei gerd, daar hij beschonken was. Bekl. werd toen hierover boos en bracht van der Doe, die de kasteleines gelijk gaf, eenige stompen toe. Tegen beklaagde, reeds meermalen veroor deeld, eischte het O. M. drie weken gevange nisstraf. Medo beklaagd van mishandeling had zich te verantwoorden P. H., 25 jaar, zonder be roep te Schoonhoven. Hij zou nl. aldaar den 14 April moedwillig J. F. H. in het aange zicht hebben geslagen en getrapt. Het feit werd door bekl. bekend. Hij was zich te buiten gegaan omdat H. hem een kwaad woord toevoegde, toen hij hem om eenig geld vroeg, dat deze aan zijn vader schuldig was. Thans had hij spijt van het gebeurde. Eisch drie dagen gevangenisstraf. Bekl. vraagt eene genadige straf. Nog werd behandeld de zaak tegen H. P., 23 jaar, arbeider te Bergambacht. Hem werd ten laste gelegd den 15en April jl. te Berg ambacht opzettelyk den veldwachter dier ge meente Tennis Langerak, die zich daar in de Uit Gonève wordt het overlyden gemeld van den vermaarden geleerde Carl Vogt, een der beste natuuronderzoekers, die Duitschland heeft opgeleverd. Den 5n Juli 1817 te Giessen geboren, begou hy aldaar in 1834 zyne medische stadiën, maar later maakte hij vooral de natuurweten schappen tot het veld van zynen arbeid. Bij nam deel aan degietscher-expeditie van Agaagiz en gaf im 1816 zijn >Lehrbuoh der Geologie und Petrefak ten kunde uit. In 1847 werd hy tot professor te Giessen benoemd. In 1848 door de plaats zyner inwoning iu het Voorparlement en in de Duitache Nationale Vergadering gekozen, behoorde hy daar tolde uiterste linkersyde; hy volgde het parlement ook naar Stuttgart, waar hy tot ryksregent werd gekozen. Van zyn professoraat te Gies sen ontzet, vestigde hy zich in Zwitserland en werd in 1852 tot professor in de geologie te Genève benoemd en later tot lid van den Na- tionalen Raad gekozen. Vogt was een der ijverigste baanbrekers van het materialisme. Te Apeldoorn had eene meeting der sociaal democraten in de open lucht plaats, en wel in den tuin van den heer W. F. Paehlig, gepen sioneerd officier der marine. Duitsche muzi kanten lieten zich daarbij hooren. Ongeveer 400 personen kwamen byeen. Als sprekers traden Van Emmenes en Byleveld op. Alles liep ordelijk af. Omtrent den te Dorenweerd plaats gehad hebbenden brand, ten huize van den papier fabrikant, den heer G. Schut, kan nog nader worden gemeld, dat de brand vermoedelyk is ontstaan in een schuurtje by het woonhuis gelegen. Door de felle wind werd het gebouw ook spoedig aangetast, terwyl een schuur op eenigen afstand van het woonhuis gelegen, een prooi der vlammen is geworden. Gelukkig dat de wind gunstig was, zoodat het pasgebouwde fraaie fabrieksgebouw geen gevaar liep om aangetast te worden. Een en ander moet ver zekerd zyn by de Brasselsche assurantie maat- Bij de feestviering van de Gist-en Spiritus fabriek te Delft wilde men voor den optocht een detachement huzaren hebbed tot hand having van de goede orde, en tevens ter op luistering de regimentsmuziek te paard. Dit verzoek van den heer van Marken werd ook mondeling op een audiëntie bij den minister van Oorlog toegelicht, maar afgewezen, doch onder byvoeging dat de directeur zich tot luit.-kolonel Römer moest wenden, indien hij wenschte, dat het muziekkorps te voet by de feestelijkheden zou meewerken. Dit laatste verzoek zoo verhaalt de heer van Marken in zyn Fabrieksbode werd op de gewone wyze door ons ingediend de kapelmeester had ons medegedeeld, dat alle aanvragen in deze door zyne bemiddeling plegen te geschieden, er by voegende dat zoodanige aanvrage nog nooit door den chef van het regiment werd geweigerd, tenzy wegens de eischen van den dienst, die natuurlijk den voorrang hebben. Den dag vóór onze feestviering ontvingen wy echter van den kapelmeester een telegram »Zooeven bevel ontvangen, mogen aan de feest viering geen deel nemen. Wy hebben niet kunnen nagaan, dat dit bevel door de belangen van den dienst is geëischt.* Verbitterd over die weigering, voegt de heer van Marken aan die mededeeling toe >Voor de aanstaande maskeradefeesten der Leidscbe studenten zijn de huzaren en hunne muziek te paard toegezegd; waarschynlyk is de overtuiging van Z. E., dat de handhaving van orde by dat studentenfeest meer noodig zal zyn, dan by onzen vreedzamen ommegang van de Nederlandsche Ny verheid, ons feest van den Arbeid. uitoefening zyner bediening sur beleedigend hebben toegevoegd de woorden -^-5en smeerlap*. Tegen den niet verschenen beklaagde werd twee weken gevangenisstraf geeischt.

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1895 | | pagina 1