LIGHT ««•-4 'erwege tegemoet, werk in de helft 1 en voor de helft die U aan groene tgevea. MITS, n h a nd el: ig adres: 48. Gouda. lLITEIT in is- en Heeren iEJSEL 10M Zoon, 27 -!■ tel. 333. SdiooDmaakarlihlH. ft lin grip Vrijdag 17 April 1914. UWtlIi cenhuis De zonde der vaderen. kennisgeving. ZUIGER wil No. 12454. &3e Jaargang. en BuitenUndscb Niews. FEL1LLE1 OA. XT5.®’V3-“WS- eix -^.d_-r7~ex‘te2SL‘tïe"bls.d_ voox G-OMda. ezx Oixxs'txelcezi- Verschijnt dagelijks behalve Zon- Telefoon Interc. 82. HELASTING E E Ir f 2.50, Electr. f J,_ Feestdagen. Uitgevers A. BRINKMAN EN ZOON. Telefoon Interc. 82. WHIM HE COURANT we- Heb ko- (Wordt vervolgd.) Bouw- en Woning' Burgemeester PRIJS VAN HET ABONNEMENT: Per kwartaal Idem franco per post f 0.55 0.10 het be- mijn dan te maakt, dat Uw ijdt, Uw handen rden en Uw leven lij ia. ktezuiverheid van lakt haar alleen voor het A. van kostbaar y-vi fijne kant pijen, als bedoeld >t opruimen in dezen om het Brokkenhair bericht aan een der of per Tel. n°. 178, te zal halen, wat U f 1.25 - ,1.50 Met Geïllustreerd Zondagsblad„1.50 Idem franco per post,1.90 Abonnementen worden dagelijks aangenomen aan ons Bureau: Markt 31, bij onze Agenten, den Boekhandel en de Postkantoren. het AmerikaarHoh, ion Felton. Het geeft en is onschadelgk. r flacon f 1.50. erkrijgbaar bij: »E JOiW Oosthaven 31, Commissie oorz. ZIG, Vice-Voort. JTENDORST, Pen. Inrichtingen welke gevaar, schade of HINDER KUNNEN VEROORZAKEN. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van GOUDA, Gezien art. 8 der Hinderwet; J)oen te weten ’Dat zij vergunning hebben verleend aan I. yan der Want en zijne rechtverkrijgenden, tot het uitbreiden zyner Pijpenfabriek, door den bouw van een oven in het perceel aan de Kuiperstraat Nos. 22, 24, 26 en 28 kadtjiriraal bekend sectie D Nos. 373, 372 371- Gouda, den 17 April 1914. on Wethouders voornoemd, R. L. MARTENS. De Secretaris, I. v. HEUSDE. Engeland. Het Koninkrijk bezoek. Het vertrek van den Koning en de Koningin naar Frankrijk is op aan staanden Dinsdag vastgesteld. Zij zul len van het Buckingham-paleis naar Victoria Station rijden en daar tegen halfnegen ’s morgens aankomen. De zeereis geschiedt aan boord van het koninklijk jacht Alexandra, dat geëscorteerd zal worden door een flotille van Fransche en Britsche krui sers en torpedobooten. Als een feit van beteekenis wordt gemeld, dat Sir Ed ward Grey, de minister van buiten- landsche zaken, en zijn particiliere secretaris Sir William Tyrrell tot het gevolg van het Koningspaar zullen behooren. Tegen den middag zal de Alexandra te Calais aankomen, waar de Koning door Fransche officieren wordt ont- op BEDRIJFS- en ANDERE' INKOMSTEN. BURGEMEESTER en WETHOU- DERS van Gouda, K Gezien het besluit van den Heer Commissaris der l^oningin in de Pro vincie Zuid-Holland, vairLden laten April 1914, A No. 159,3de Afd, (Prov. Blad No. 40); 1°, Brengen ter algemeens kennis dat mét de be8chrijviflg*’voor jp Belasting op' Bêdrfjft- en sphere Inkomstoa, v.oor W dienstjaar 1914/1915 zal worden aangevan gen op Vrijdag 1 Mei 1914, en dat de beschrijvingsbiljetten inge volge art. 13, 1 der Wet van den 2n October 1893 (Staatsblad No. 149) door of van wege den Ontvanger der Directe Belastingen twintig dagen na de uitreiking zullen worden opgehaald. 2°. Herinneren de ingezetenen voorts aan den inhoud der volgende ar tikelen van bovengenoemde Wet Art. 15 2. Ieder die optreedt als bestuurder of beheerend vennoot van eene hier te lande gevestigde vennoot schap, onderlinge verzekeringmaat- schappij, coöperatieve vereeniging, of van eene vereeniging of stichting die een bedrijf of beroep uitoefent, of als boekhouder eener hier te lande geves tigde reederij, is gehouden^ daarvan sehriftelijk binnen óóne maand kennis te geven bij het bestuur der gemeente, waar hij woont. Art. 16. Hier te lande wonende beheerende vennooten van Nederland- Bche vennootschappen en maatschap pijen, als bedoeld in art. 6 2, en van iderstands-Connni8816 i> ken wij geregeld tijdig nogen ontvangen»® moeiten, vermaW^ deze dan in nl- dden. inkman &Zn., Gouda- MEN 50 ets. pet roegtjjdig op te gevM .p., om niet te worden goed, dat de veertien manschappen aan boord moeilijk het net boven kre gen. Duizenden en duizenden visschen van allen vorm en grootte werden nu in de boot geworpen. Do visschers toonden aan het negervolk hoe ze de visch moesten opensnijden en toebe reiden voor het zouten, en daar de kleurling niets, liever doet dan met het mos werken, hadden zij weldra een gedeelte der vangst in de ton ge bracht. De netten werden nogmaals te wa ter gelaten en toen de Wangermée ’s morgens aan wal kwam liggen en het negervolk do boot bijna onder 't gewicht van den visch zag zinken, konden de zwarfen bijna hun oogen niet gelooven en moesten bekennen^ dat de blanken ook, wat de visch- vangst betreft, er meer van weten dan zij. De mijnbrand te Charleroi. Omtrent den gisteren te Charleroi plaats gehad hebbenden brand in een kolenmijn, meldt het H. v. A. het volgende: Hedenmorgen te 7 uur is een groote brand uitgebroken in de gebouwen van den put Viviers, van de kolenmijn Trieu-Kaisin, te Gylly, korten tijd nadat de werklieden waren neergedaald. Het geheele complex ge bouwen, waaronder de machineka mers en de electrische centrale, die de beweegkracht aan verschillende putten levert, is door het vuur vernield ge worden. De liften, waarvan de kabels door de vlammen werden doorgebrand, vie len allen op den bodem van den put op een diepte van 1000 M. Men vreesde aanvankelijk voor het lot der arbei ders, die in den put aan het werk waren, doch gelukkig hebben zij zich allen, ten getale van 250, langs den uitgang van den put Sebastopel kun nen redden. Deze put is op het gebied van Chatelineau gelegen. De schade is zeer aanzienlijk, daar vele kostbare machines vernield zijn geworden en wordt geraamd op 1.000.000 kr.500 werklieden zullen geruimen tijd ge dwongen worden werkeloos te blijven. Albanië. De AlbaneeSche gendarmerie. Naar uit Athene wordt gemeld, heeft, volgens aldaar ontvangen be richten, de Albaneesche gendarmerie in de laatste dagen belangrijke voor- deelen behaald, en is zij tamelijk ver in Epirus doorgedrongen. Een gen stand, die aan razernij grensde, ging ik don volgenden dag na, hoe do za ken liepen, waarin ik deelgenomen had. Daarbij pijnigde mij de vrees, dat alles door een toeval ontdekt kon worden. Het scheen mij toe, of mijn patroon sedert eenigen tijd niet meer zoo vriéndelijk was als gewoon, niet méér tegen mij sprak, dan wegens zaken strikt noodzakelijk was. Op een morgen ontving ik richt, dat de uitzichten voor onderneming gunstiger waren voren, dat er reeds aanzienlijke win sten te boeken vielen. Ik had de keus hiermede tevreden te zijn, de zaak af te sluiten, maar aan den anderen kant ook verder te speeuleeren. Een oogenblik aarzelde ik; doch toen koos ik het laatste. In de vreugde van mijn hart en dron ken van geluk, schreef ik aan haar, voor wie ik mijn eer en bestaan op het spel had gezet. Ik meldde haar, dat een groote speculatie mij gedeel telijk gelukt was en beloofde binnen acht dagen aan haar voeten een ver mogen, een groot vermogen, neer te leggen. Dezen brief vertrouwde ik toe aan een dienstmeisje in het huis van mijn patroon, dat ons reeds meermalen zpo van dienst geweest was. Ik dacht krankzinnig te worden, toen ik het bericht ontving; nu was ik van alles beroofd om mijn doel te bereiken. Maar op den avond van dien on geluksdag was er een bal bij mijn patroon aan huis. Ik was ook weder genoodigd en zag haar weder. Als een vorstin stond zij daar in haar schitterend balkleed en liet zich het hof maken. Geen enkele blik verried onze verstandhouding. Zij sprak uret mij over onverschillige zaken. Maar bij den wals fluisterde zij mij in Heb je aan mij gedacht, Thé? TT je al om mijn bezit gestreden? Ik knikte van ja. Voor geen ningskroon had ik de waarheid dur ven zeggen. O, goed, dat is heel goed, ant woordde zij, en voort ging het in vroolijken dans. Ik voelde haar warmen adem, ik zag haar verteerenden blik, voelde haar overgave in mijn armen, en... ik schold mezelf uit voor een laffe kerel, een ellendigen lafaard, die bij het eerste mislukken reeds moede loos wordt. Den volgenden, morgen deed ik een eigenaardige ontdekking. Tot op dien dag waren de banknoten en goud stukken, die mij door de handen gin gen, niet anders voor mij geweest dan papier of metaal, waarvan ik de waarde bijna niet meer besefte. Voor mij was geld iets, dat ik moest RCHT^V— riafrnihin 2) Nooit ben ik in verzoeking ge komen om mij één penning toe te eigenen, vervolgde Theodoor. En Waarom zou ik ook? Ik genoot een zeer ruime jaarwedde, waarvan ik onbezorgd met mijn moeder kon leven. Zij bestuurde mijn huishou dentje; elk jaar kon ik een reisje maken, en een paar honderd gulden ter zijde leggen. O, dat was een schoon», gelukkige tijd!... Voorbij... Voorbij Hij bedekte het gelaat met beide handen en gaf zich over aan zijn smart. Zelfs de lichtzinnige jonge man had eerbied voor deze droefheid. Golinski schudde het hoofd en mom pelde: Arme man arme man! Na een poos ging Theodoor voort: Vijf jaren genoot ik dat geluk. Toen teerde ik een vrouw kennen, die ik nooit gezien moest hebben zij werd mijn booze geest. Zij was gouvernante in het huis van mijn pa- troon, die mij nu en dan op een par tij noodigde. Ik Jueld van die bruine oogen, die Ten blijke dat zij hieraan voldaan hebben, ontvangen zij kosteloos een door of vanwege het hoofd van dat bestuur onderteekend bewijs, dat zij gehouden zijn mede te onderteekenen en op aanvraag aan ambtenaren der directe belastingen te vertoonen. Art. 47 7. Personen, die van een bewijs voorzien moeien zyn als bedoeld in art. 34 en die in gebreke blijven dit bewijs op aanvrage aan bevoegde ambtenaren te vertoonen, /warden ge straft met eene geldboete van ten hoogste f 25. Geven zij ter bekoming van dat bewijs aan het bevoegd gezag een valschen naam, woonplaats, bedrijf of beroep op, of maken zij gebruik van het aan een ander af gegeven bewijs, dan worden zij gestraft met eene geld boete van ten hoogste f 150. Wordende eindelijk gewezen op de in art. 12 2, 2e lid, 1° d, aan do ingezetenen van het Rijk verleende bevoegdheid, om zich bij de aan staande beschrijving de uitreiking van een beschrijvingsbiljet B te verzekeren door vóór of op 15 Mei a.s. het ver zoek daartoe te richten tot den Ont vanger der Directe Belastingen van hunne woonplaats. Gouda, den 17n April 1914. Burgemeester en Weth. voornoemd, De Secretaris, De Burgemeester, J. v. HEUSDE. K. L. MARTENS. P R IJ S DER ADVERTENtIËN: Van 1—5 gewone regels met bewijsnummer. 1 Elke regel meerv.iu Bij drie achtereenvolgende plaatsingen worden deze tegen twee berekend. Dienstaanbiedingen per plaatsing van l'-r-5 regels f0.35 bij vooruit betaling, elke regel meer 6 ets. Reclames f0.25 per regel. Groote letters en randen naar plaatsruimte. vangen en de eerewacht zal inspec- teeren, alvorens naar Parijs te gaan in een particulieren trein, waarin voor ieder lid van het gevolg een aparte coupé is gereserveerd. Kort na half- vijf zal de trein, die even te Chantilly stopt, te Parijs aankomen. Het Ko ninklijk paar wordt daar ontvangen door Poincaré, den president der repu bliek, en diens echtgenoote( De presi dent zal de voorzitters van Senaat en Kamer, de minister en andere offi- cieele personen voorstellen. Dan volgen voor den Koning en de Koningin vier drukke dagen, gedu rende welke zij in het ministerie van buitenlandsche zaken hun hoofdkwar tier zullen hebben Vrijdag, 24 dezer, koeren zij naar Engeland terug. Belgie. Goede vangst. Gisteren is te Ostende scheep ge gaan naar Congo luitenant Goor met zjjn echtgenoote, om op last van het bestuur der kolonie de vischvangst in Congo op nijverheidsvoet in te rich ten en aldus een nieuw voedingsmid del den Europeanen en inboorlingen aan te schaffen. De waterloopen en meren van Congo zijn inderdaad zeer vischrijk. In October 1910 vertrok luitenant Goor voor de eerste maal met een ploeg visschers uit Ostende, die te Ant werpen het rooken en drogen van visch hadden aangeleerd. In Congo gekomen, werd een stoomboot van 20 ton, de Wangermée, te hunner be schikking gesteld, om hun netten uit te werpen. De vier blanken namen aan boord een tiental zwarte helpers mede en zetten zich na hetregensei- zoen aan den arbeid op het groote meer Moero, dat 125 kilometer, lengte op 30 kilimeter breedte heeft. Aan den oever van het meer werden ba rakken opgericht, waar een 160-tal negers de gevangen visch zouden be reiden. Toen de vier visschers zich tot de eerste vangst gereed maakten en de negers hun groote netton met (jiepe zakken in ’t oog kregen, was het alge meen gevoelen, dat de witte toove- naars daarmede niets zouden kunnen verrichten. Ook kon men een glimlach op de zwarte gezichten zien spelen, toen luitenant Goor besloot de netten uit te werpen. Het was bij klaren maneschijn. Na twee uren visschen werd het groote net opgetrokken en de vangst was zoo tellen, waarmee ik mótest rekenen, en anders niet. Plotseling begon ik bij iedere som gelds, die ik ontving en uitbetaald», na te denken, hoeveel ik daarvoor nader tot mijn doel zou kunnen ko men. Ieder goudstuk scheen een mensch te wordei^, een menschengelaat to hebben, diw mij tegenlachte; elk stuk scheen met zijn klank een taal te spreken. 'Het verraste mij, dat ik on bewust het goud voor mij uitspreid de of ophoopte, en het als een gou den stroom door mijn vingers liet glijden. Daarbij dacht ik dan aan niets, voelde niets, maar toch droom de ik met open oogen, droomde een gevaarlijken droom. Drie maanden weerstond ik de ver zoeking. Drie maanden gevoelde ik me ziek van opgewondenheid. Do kwelling was vreeselijk. Eiken dag, ja ieder uur, had ik het middel voor oogen, dat mij redding kon brengen, en ik durde het niet te nemen, om dat de eer en de vrees voor ontdek king mij weerhielden. Vreeselijker dan de jaren, die ik in het tuchthuis had doorgebracht, wa ren deze drie maanden vol smart. Ik heb het gedaan. Het geld, dat ik moest storten voor een mogelijk ver lies, nam ik uit de kas van mijn patroon. Het waren verscheidene dui zenden guldens, waarmee ik het tien voud hoopte te winnen. -In een toe- de in art. 16 bedoelde commanditaire vennootschappen op aandeelen, be stuurders van hier te lande gevestigde naamlooze vennootschappen, coöpera tieve en andere vereenigingen en on derlinge verzekeringmaatschappijen, alsook boekhouders van hier te lande gövestigde reederijen mogen niet tot het doen van uitdeelingen of uitkee- rjngen, waarover volgens art. 5 1 en 2. en art. 6 2 belasting ver schuldigd is, overgaan alvorens daar van aaifcifte gedaan en de over vroe gere uiKeelingen of uitkeeringen ver schuldigd? belasting betaald te hebben. Bij liquidatie mogen de hierbedoelde uitdeelingen of uitkeeringen niet ge schieden, alvorens de daarvoor ver schuldigde belasting is voldaan. Art. 45. Bestuurders van de bij art. J6 en c bedoelde naamlooze vennoot schappen, coöperatieve vereenigingen, andere vereenigingen en stichtingen, die een bedrijf of beroep uitoefenen, onderlinge verzekeringmaatschappijen en sociëteiten, als ook beheerende ven nooten van hier te lande gevestigde commanditaire vennootschappen op aandeelen en boekhouders van hier te lande gevestigde reederijen, zijn gehouden binnen veertien dagen na de vaststelling van balans of rekening een zoodanig uittreksel als noodig is tot toeliftifting der winst, uitkeeringen of uitdeelingen te doen toekomen aan den Voorzitter der Commissie van aan slag, bedoeld bij art. 19 16 of 2, die efen aanslag moet regelen. Art. 47 5 en 6. Hij, die daartoe gehouden, nalaat de verplichtingen na te komen, bedoeld bij art. 15 1 eerste lid en art. 15 2 eerste lid, wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste f 25.Gelijke straf wordt opgelegd ingeval van overtre ding van art. 45. Overtreding van art. 16 wordt ge straft met eene geldboete van ten hoogste f 400. Art. 34, le lid. Handelsreizigers, kramers en alle verdere personen, die hun bedrijf of beroep rondtrekkende uitoefenen, voor zoover zij behooren* tot de bedoelden bij art. la h en Ze, zijn gehouden onverminderd hunne verplichtingen omschreven bij artt. 12 en 14 zich ter plaatse binnen het Rijk, waar zij zich na het begin van het belastingjaar het eerst bevinden, bij het Gemeentebestuur schriftelijk aan te melden, met opgaaf van hun naam, hunne woonplaats en hun bedrijf of beroep. volle lippen, die donkere haren. Ik beminde die koninklijke figuur met haar liefelijke vormen, ik beminde de hartstochtelijktf vrouw en haar derliefde werd mijn verderf. Ik bood haar een bescheiden levens geluk in den burgerlijken kring. In den kring, waarin ik met mijn moe der verkeerde. Toen zag zij mij door dringend aan en antwoordde met een uitdrukking in het gelaat, die ik nim mer vergeten zal Ik bemin u, Ihe- odoor, maar ik kan niet meer terug in den ktein-burgerlijken kring, strijdt voor mij... leg een groot ver mogen aan mijn voeten en op dien dag zult ge zelf den tijd van ons huwelijk bepalen! Dag en nacht, wakend en droo- mend, hoorde ik haar stem. Ik re kende en rekende, ik ging mijn op- geepaarde geld na en overlegde hoe ik mij spoedig een groot vermogen zou kunnen verwerven. Niets scheen mij geechikt toe. Langs den gewonen weg ging het te langzaam, blechts één middel wist ik, waardoor ik in korten tijd mijn doel kon bereiken. Ik deinsde er voor terug, want ik zag dagelijks de ongelukkige waag halzerij. Echter zag ik ook dagelijks geldvorsten, die gewaagd en gewon nen. Het zou ook mij kunnep geluk ken en de prijs was te heerlijk. Ik begon aan de beurs te spelen. Reeds de eerste speculatie verslond mijn ge- heele vermogen.

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1914 | | pagina 1