I No. 14421 Zaterdag 18 September 1920. j 59e Jaargang. .1 a Eerste Blad. I Feuilleton. De Vrouwe van Darracourt IEN. I 1 COOPS irkt 54. - GOUDA. ïTie’vxrtxrei- sxL •A.d.’vox'ttoaa.txe'blSLcl T’-ooxGbo’xxcLeu eix Ozxxs±xeJK:< Trauwsnl! w i BEHALVE ZON- EN FEESTDAGEN. rS«A Administratie: TaW. Intarr. 81 tl ni De en BINNENLAND. X V E E N. sterker mate i 1 van RKE5 litvoering, belast ECHT. voorde*!. l IA. roote of St. Jans- Schouwburg. Nat f (Wordt vervolgd.) 1—4 regels ƒ145, elke regel meer ƒ0.5». RUKWERK INKMAN A ZOON. AdvarteotiVn kunaen word.n ingaionda. door tuaaebaakomat van .oliede Boakhan dalara., Advertentiebureau. aa onna Aganlaa. abonnementen op ingenomen door EBOOM, Waddinxveen. Dit nummer heatnat uit twee bladen met hibngrip van de Kindercourant. maar En we okkeii DN - DOUDA door CHARLES GARVICE. Geauthoriseerde vertaling van I. P. W.ESSELINK—v. ROSSUM. (Nadruk verboden.) op eens doel er jaren >ijv. too- rnner muring WIJDSTRAAT 29 en igen, den verhouding van F n*et EN ROOKER? roote NAPOLEON, voor slechts 7 cent! TIP-POP 4 cent. 2832 8 i SEPT, tot en met zordt een GROOTE fVERKOCHT voor ituks. 4470 12 GOUffllE (MRANT. •P rasten io Qllette i INGEZONDEN MEDEDEELINGEN: Op de voorpagina 60 hooger. Gewone advertentiin en iagesonden mededeelingen bjj contract tot seer ceerdan prjj». Groote lettere en randen worden berekend naar plaatsruimte. ■iekamer der Rem. I. A. reregeld tydig me ngen van vergade- kelijkheden, eas. te vetfmelden. van be- »n. i principe dat deze en on niet ten- En li traan de jn. Maar >r belas- gegevens. 'el(jk redelijk wachten zal 'enblikkelyk ook deze nieuwe be- per kwartaal 2.W, per week tl cent, ovi Franco per port per kwartaal f 2.15, met Abonnementen worden dageljjks aangemnnen aan b(j onze agenten, den boekhandel en de postkantoren. ADVERTENTIEPRIJS: Uit Gouda en 1—5 regels 1.80, elke regel meer 0.25. 1—5 regels ƒ1.55, elke regel meer ƒ0.80. 15 cent per regel. Advertentiën in het Za*e^dagni Redactie: Tetef. Interc. 545. mü, waar ik je kan vinden, en Susie, denk er om: waar je ook bent, wat je ook doet, je moet komen, zoodra ik je laat roepen. Wat ik doen zad, hoe ik het zal aatnl^ggien, kan ik nu niet zeggen mijn hoofd1 draait, en ik kan niet denken, maar ais ik je laat roepen, kom dadeflylk, wacht op niets! Je moet komen!" ,3a, myniheer Harry, ja!” ,3e hoeft niet bang te zijn, Susie”, zeide h(j zachter. „Ik zal zorgen, dat je niets oveikxnnt. Ik zal niets doen om je in het ongeduk te storten.” „O, daar ben ik niet bang voor, mijn heer Harry”, zeide zy vertrouwend. „Nu ik u alles verteld heb, ben ik voldaan. Ik zal mü houden aan wat u mü gezegd hebt. Be zal u het adres geven, waar ik ben. Ik heb naaiwerk gehad.” Zy nam uit haar zak een stukje papier, verfrommeld en vuil en schreef er het adres op. Er stond iets geschreven op den anderen kant en zü keek er naar voor zü hem het papier gaf. ,Xük, münheer Harry, dit ia het adres, dat miss Verner heeft opgeschreven voor mü om naar toe te gaan, op den morgen toen ik weiiep”, zoute zü'. Harry nam het stukje papier en stak het zorgvuldig in een binnenzak en nadat h(j 91) Door een ingeving wiet Susie wie hü be- doeüde. nNëss Lucatlle?” antwoordde zü weenend. ,3a, münheer Harry, zy moet het gedacht hebben. De vaas - het ipo-aten met For bes.” hemel, nu begrü'p ik alles!" riep hü. de handen opheffende. „Wees my gena nte en bewaar mü voor krankzinnigheid. Zü denkt dat ik schuldiig ben een ge- meenen dief! Zy gelooft, dat ik heb ge stolen zyn eigendom heb gestolen! O, Susie, Susie was je gek, boon je dat deed!” „Wat i „Wat kon ik anders doen, mynheer Harry!” snikte zy. „Wat and era? Je hadt ze allen moeten tnotseeren, je hadt ze moeten helpen om my te vinden. Je hadt niet moeten rusten vóór de wane dief gepakt was, en ik en jü onschuldig waren bevonden.” ,X>, mynheer Harry, het is alles goed wel om nu, zoo te spreken, nu wü hier nrttou", snikte Susie; ernaar to u in mün nomen hqb en dat ik naar buiten moest gaan. Vraag haar om niet te slecht ovei my te denken, dat ik haar juist nu zoo plotseling veriiet, maar dat ik meen, dat de zaak, waarom ik ga, nog belangrüker to., zelfs dan ons huwelijk- „Biecht op, jongen, wat is het?” riep Doytle uit. „Ik kan het u niet zeggen. Vraag het mü niet”, zei de arme Harry. „U kunt mü vertrouwen, Doyle.” „Ik zou je vertrouwen voor alles, wat ik in de weredil had en aHes wat ik van mün vrienden kon leenen”, was het ka- i aktenwtieke antwoonl. „Maar A vind- het naar, je zoo te zien, kerel!” „lic zou gek wonden als ik hier bleef en «leze zaak moest opgeven", zeide Harry. „Goedro dag, beste vriend. Ik ben zeer ongelukkig maar niemand - zetfs u niet, kan mü helpen!" Doyle drukte Harry’s heete hand, wend de zich kiesch af en verliet hem. Harry ging het huis binnen en pakte haastig een valies en binnen het kwartier reed hij naar het station. Met wélk plan? Hü had er geen geen bepaald pian, wat ook. De eenige begeerte, die hem beitelde, was om naar Darracourt te gtaan, LuciHe en Merle persoonlijk te ontmoeten en zich te zuiveren tenmin ste in haar oogen, van de smet, die geheel onbewust op hem geworpen was. jdat subsidies uit de overheidskas wel vaard kunnen worden mits zy gegeven w< den, omdat men de bevordering van kunst een algemeen belang ■de benoodigde gelden echter v I bracht door hen, die te veel geld aan vermaak, dan is de gedachti algemeen belang verdwenen. inderdaad benieuwd hoe deze zal ontwikkelen. Het lüdt wel of het gemeentebestuur zal nu ••■'t zyn handelwüze inzien it te herstellen. Maar dat aan- ror- dering van de acht. Wanneer worden opge- 1 geld uitgeven te van het al niet hierom omdat nimmer is te zeggen, dat wat de commissie mooi vindt, inderdaad mooi is. Er staan in Zorgvliet villa’s, die in de oogen van tal .van kenners foei-leelük zyn en die toch de goedkeuring der commis sie hebben verworven. De commissie voorkome beslist ontsie ring, maar het gaat te ver als zü haar smaak wil doordoven. Het gevaar ia niet .denkbeeldig, dat zij de stichting van gebou wen daardoor tegenhield. Precies afgebakend is de v de overheid en (te kunst nog Maar het'zal wel komen! HAGENAAR. izie, blaasziekte, egen, aambèfen. mwillekeurige urine- ijd, geheime ziekten, gezwellen, impoten- en snelle genezing, wonderbare plauten- ER DAMMAN, ver- rte. No. 85 met bewijzen, SNABILIE, Groote et nauwkeurige om- 4857 15 verscheidene malen aan Susie verzekerde, dat hü spoedig in staat zou zün een mkhtel te vinden om hun onscfruM te bewijzen, bradht hü haar over het erf en in een rytaig. HÜ kwam tering en zat op liet kantoor met het hoofd in de handen. Wat hü ook deed hü kon het raadsel niet opfloesen. Dat Lord Merie het behendige pJan gesmeed h aid om hem te verlagen in de oogen van laicüle, daarvan was hü zeker; maar welke rol had Manie gespeel*!? Weer kwam zyn oud wantrouwen in haar by hem op. Toch had zü hem verpleegd met de txjewüding van een zuster; zy had hem verteld, dut zü hem lief had1 en zü zou zün vrouw wwden! Waarom had zy‘ hem nooit ver teld van de inbraak en het vinden van de vaas? Waarom had zü hem niet alles ver- teld en hem geholpen om zich te zuiveren van de blaam, die op hem rustte? Eimle- IÜk stond1 hü op, voelde zich riek en dud- zéNg en ging Doyle opzoeken. ,3ongens!” riep deze, Harry’s gezicht ziende, ',Avat scheelt er aan?" „Ik JhA slecht nieuw» gehoond'', sprak HarmPSik moet u vragen mü een paar dagen'ïveriof te geven.” „Een paar dagen? Wel, kerél! Overmor gen ga je tnouwen!” riep I>oyte uit, hem aanstarend. Harry bracht de hand aan het hoofd. „Ik was het vergeten-- „Vergeten?” „Ik zal trachten bütöds terug te zün. Ik moet gaan. Ik moet. Zeg miss Vemer Hü bleef steken. „Neen, zeg haar niets. Zeg maar alleen, dat ik slecht nieiiww ver en twarren.” Hü liep in het kantoor heen en weer, als een man die krankzinnig ie en SusJe stond zenuwachtig op. „Laat mü nu gaan, mijnheer Harry”, smeekte zy. ,Jk ben bang, dat zij komt en mü hier vindt en ik zou liever sterven dan haar te ontmoeten!” „Goed”, zeide h>ü, „je mag gaan. Zeg zeer voor, dat de houdt op den te ver gaan, ook Bureau: MARIT II, GOUDA. 4" i i lui iiwiwuigi m lasting niet een eisch stelle® waaraan meeste onzer belastingen ntetKrnldoei we mogen wel vragen, dat ntet dooi ting van gebruiksvoorwerpen het geld daar gehaald wordt de bexittenden vormen immers een kleine minderheid waar het het slechtst gemist knn worden. Een weel debelasting is, ofschoon ate alle indirecte belastingen, verwerpeltfk, omdat b.v. voor den gouden ring van eeft mlllionair hetzelf de betaald wordt als voor dien van een win kelbediende, niettemin in de huidige om standigheden eenigmms verdedigbaar, waar toch bepaalde weeldeuitgaven kunnen na gelaten worden. Maar, deze verdedigings- grond vervalt geheel, wanneer het begrip weelde wordt uitgebreid ook tot die voor werpen, die vrüwel iedereen in onze maat- schappü nowiig heeft. Mr. K. BRIEVEN UIT DE HOFSTAD. DXX1(1. Het gebeurde met d» subsidieering van voorstellingen welke kunstwaarde hebben, heeft een eigenaardig gevolg. De gemeen teraad heeft, zü het'-met éón stem meer derheid, de belasting op de bioscopen, va- rjété’s en kermis-vcrmatyelükheden met vyf procent verhoogd en bepaald, dat het be drag, hetwelk hierdoor Weer wordt ontvan gen zal besteed worden laan subsidies voor <le kunst. Nu wil het geval, dat de directeu ren van de kunst-bedrnven in een ielfde vereeniging zün saamgebonden met de hoe ren die de vermakelijkheden exploiteeren. Wanneer het systeem van den Haagschen Raad werd aanvaard, zou daarvan het ge volg zyn, dat de één zich verrykte ten koste van den ander. Voor die tweespalt in de vereeniging, welke onherroepelyk het gevolg zou zyn van de aanvaarding der op deze wüze verkregen subsidies, passen ech ter de artistieke heeren en dus aanschouwen wy thans het geval, dat 80 mille wordt aan geboden voor kunst-subsidie, maar dat de heeren waarvoor dit bestemd is, voor die eer bedanken. De solidariteit van allen, die door de belasting op de vermakelijkheden geHjkeljjk worden gedrukt, is gegaan boven de ’verdeeldheid. Wat er nu zal gebeuren, is übg niet vast te stelten. Het is ook een dwaas denkbeeld geweest om de subsidieering vast te koppelen aan de grootere heffing op de vermakely’kheden. Daardoor wordt de schün gewekt, alsof de kunst schade lüdt door deze tweede ên der de rangs amusementen en alsof de overheid de taak heeft deze onbillijkheid te herstel len. Een dergelyke opvatting van de tank van de overheid is hoogst zonderling afkeurenswaardig. Bestemmingsheffini gely’k dit er één is, zyn altijd uit booze, omdat het verband altijd onwaar is. Wat zou men er van denken, als de brengst van de speelkaartenbelasting werd besteed aan een of ander ideëel Ieder zou dat afkeuren. In vroegei had men de slechte gewoonte om bij neelgezelschappen verlof tot spelen te ge ven als zy een bepaald bedrag aan de armen schonken. Eindelük is men van dat systeem terug gekomen en nu sluipt die verkeerde gewoonte weer in. Het is daarom gelukkig <lat de theater-directeuren het systeem af- wyzen. Zij* stellen zich op het standpunt, VKBSCHU^T DAOKLUKR ƒ2.5, per wertt IT cent, met Zondagsblad Tatkl waar de baiorglng per loopar geschiedt. 4>ndagtblad flM. one Bureau: Marttt 81, GOUDA, ten streken (behoorende tot den beaorgkripg): Van buiten Gouda en den bezorgkring: Advertentiën van publieke vermakelijkheden lummer 20 bjjslag op den prijs. plaats geweest was! H^t zag er alles zoo zwart uit. Ik wist, ik voelde dat u onschul dig was; maar de anderen de anderen, münheer Harry! Wat -aoudt u gezegd héb ben van iemand andens, als de vaas in zün huis gevonden was en hy verdwenen zon der een woond achter te laten en men wist dat hy by de plaats jjeweest was, waar de inbraak heeft plaats gehad? Wat zoudt u gezegd hebben, mijnheer Hanry?” Hü steunde 'het hoofd met de handen en kreunde. „Wel, zelfs nu”, ging zy voort, zoo gauw als zy adem geschept had, „kunnen zy ons gevangen nemen, u en mü, en ons naar de gevangenis zenden. \Mie kan bewijzen, dat ik u het geheime woond niet heb gezegd en dat u niet hebt ingébroken in de Hall en het zilver gestolen? Wie heeft dfie vaas d'aar gezet?” „Slechts één man kon zoo laag en zoo gemeen zyn om dat te doen!” kreunde hy. „Denkt u”, aarzeflde Suste, „dat miss Marie iets-- o, vergeef my, hujnheer Har ry, ik vergat- Hy schrikte op en keek met woesten af schuw naar haar. „iMarie Verner!” zei'de hy'. „Denk je aan het meisje, ddt ik ga trouwen, Susie! O, neen, neen, ónmogelijk!” „Neen, zij kon er niets mee te maken hébben, mynheer Harry. Het was alleen mün domme dwaasheid, die het mü van haar deed denken. Maar het te alles zoo verward!” ,3a, dat is het!” zeide hy woert. „Het is nu zeer verward', maar zoo waar als er een zon aan den hemel staat, zal ik het lij aamborstig? Belet dttende slijm deruatj mhaling? Vergalt d» uw bestaan? Waar, t uw toevlucht genfc een beproefd slijm, u geneesmiddel d« men vergemakkelijk luchtwegen vrij kaa De Abdijsiroop wonlt prezen bij influenza, hardnekkige hoest’ loosde verkoudheid n kinkhoest, asthma ts. flacon van 230 grim 550 gram ƒ3.60, vM ?ram ƒ6.-. Alom v," Lischt rooden band met eekening: L. I. AKKER «12 40 Belastingbeginselen en de Weeldebelasting. De noodzakelükheid, uit de tüdsomstan- digheden geboren, om ’s lands middelen te versterken en aan den wassenden stroom der uitgaven eenigszins het hoofd te kun nen bieden, heeft minister De Vries op zoek gebracht naar nieuwe bronnen van inko men voor de berooid rakende rüksschatkist. En van dezen opsporingstocht is hjj thans thuis gekomen met het ontwerp van een weeldebelasting, dat hü ter beoordeeling aan de Kamers van Koophandel en Arbeid en andere corporaties heeft toegezonden. Ongetwyfeld zullen deze adivseurs hem de vete nuttige wenken kunnen geven, die dit ontwerp moeilük missen kan. Maar daar naast is het zeker ook goed, dat pers en publiek .over dit nieuwe voornemen van den minister van financiën hun meening uit spreken en hun kritiek laten hooren. Het is zeker in dezen tüd niet gemakke- lyk belastingen te ontwerpen, die onaan vechtbaar zün en aan alle eischen voldoen. Maar niettemin mag men ook nu vasthou den aan bepaalde voorwaarden, die aan ieder belastingontwerp te stelten zyn en de allersimpelste grondslagen handhaven, waarop een belastingstelsel dient te worden uitgebouwd. Tot nu toe is men er feitelük nog nergens in geslaagd het belastingstelsel geheel en volkomen naar draagkracht in te richten en aldus den grondslag aan te geven, die de eenige juiste en rechtvaardige is. Immers het is duidelijk, dat de eenige zuivere maat staf, waarnaar men het percentage bepaalt, dat ieder burger tot dekking van de staats uitgaven heeft by te dragen, het inkomeh is, dat die burger heeft. Naarmate men ontj vangt, kan men geven. Wie 10.000 guldey inkomen heeft, kan meer geven dan w/e 1000 heeft. Maar niet 10 maal meer, maar 12, 15, misschien 20 maal meeryWant van ieder inkomen moet eerst afgetrokken worden, wat voor noodzakelyk levensonder houd noodig is. Hoe meer men hoven dit minimum stügt, des te in eer kan njen per- centsgewüae betalen. Immers de 14de dui zend zijn in ve^L sterker mate overtollig dan de 2e duizend. In ons en in vrüwel alle belastingstelsel wordt dit dan ook- erkend door de progressie. Het gedeelte, rat men van iedere duizend gulden betaalt, stügt voortdurend. Maar nog in geen belasting stelsel is erkend, dat dit inkomen eigenlijk de eenige redelüke grondsldg van een be lasting zün kan. En'op allerlei wijzen wor den belastingen geheven, die met iemands inkomen, iemands draagkracht niet te ma ken hebben, maar óf bepaald worden door iemands levenswy'ze als personeele belas ting óf als indirecte belastingen paalde voorwerpen geheven wordei Het is duidelijk en zal dan ook in wel door niemand ontkend worden, i belastingen in zich zelf onredelyk billijk zyn. Het gaat den staat absoluut ni aan, wat ik met my'n inkomen wil doen, 1 zy misschien wanneer ik het verkwist. EERSTE KAMER. Wüziguu Radcawct. In de Memorie van Antwoord oo het voorloopi* voralwr betreffende het wets ontwerp tot iwüaunng der Raxtenwet, würt de Minister van Arbeid er op. dat in de Ra denwet ondubbeAzinnwr aan de Raden van Arbeid de bevoegdheid ib gegieven o<n. be houdens iiat in de wet irererelde toezicht, over de wüae, waarop de Raden aan hunne taak uitvoering zullen geven, zelfstandig moet regelen en besluiten te nemen. In perking van deze bevoegdheid der Raden ,is niet zonder wetswüziging mogelük en *een zoodanig wetsvoorstel is niet gedaan en la ook niet van den Minister te ver wachten. Mochten andere organen, wier wertc- zaamheid op het gebied der arbeidersver- zeMkarmg Hat. er naar streven om de wet tel like bevoegdheden van de Radhn van Arbeid aan zich te trekken of tegenover die lichamen bevoegdheden zich aian te ma tigen. wellke de wet hun niet heeft ver leend. dan zal de Minister niet aarzelen die organen te nopen zich binnen de gren zen nhunner bevoedheden te houden, ter- wijè, naar hü vertrouwt, de Raden vM wel tegen zoodanige machteoverschrijdinir, krachtig positie zullen nemen. De Mond ster iwüst er od, dat zelfbestuur niet synoniem is met onbeperkte vrijheid. Onmisbaar te een omvattend toeziicht op kte Raden van Arbeid. Dat toezicht zal er op moeten zün gericht, om te waken voor een zoo zuinig mogeflyk beheer der Raden en in het algemeen voor een zoo deugdelijk mogelijke uitvoering van de aan Ra<llBn op gedragen taak. Met dat toezicht belast art. 79 der Radenwet de Verzekerinirera- den. Deze lichamen ziillen krachtens hunne taak de besluiten, maatregelen, enz. der Raden van Arbeid hebben te bezien uit het standpunt van 't algemeen verzekerings- belang en hebben in te grijpen waar, naar hunne overtuiging, dat belang dreigt te wonden geschaad. Daarmede zün echter de Raden van Ar beid niet onder de Voogdij der Verzeke ringsraden gestéld. Overigens aai, naar <te Minister ver trouwt, de voorgedragen aanivuNing der Radenweit er veel toe kunnen bijdragen om, xx>or zoover het betreft de controle op het geldélük beheer der Raden, wrijving tua- aan vernu algemeen We zün kwestie zich geen twüfol <ie dwaasheid van en trachten de fout zal niet geinakkelyk zyn. De bioscoop-theater-directeuren huilen nu krokodillen-tranen. Z(j lamenteeren, dat zy toch zoo heel veel voor de kunst hebben ======r gedaan en (Jat zy toch zulk hoog-fün artis tiek werk leveren. De affiches echter geven dien indruk niet en wie wel eens een voor stelling van een' toaneelstuk op de film heeft gezien, moet waarlijk lachen om de verbeelding der heeren, dat dit kunst is. Voor-hoofd-gefrons, wenkbrauw-getrek en pupillengedraai vervangt den tekst. Terwyl een tooneelstuk vóór alles een streven heeft om het teven, zün gedachten en gevoelens uit te drukken, wonlt het op de film een pantomine met overdreven gebaren. Een gebrekkige explicatie van den directeur van de film moet de rest aanvullen. We zulten geen kwaad zeggen van de bioscopen; zy hebben wel eens iets leer zaams gegeven, maar als dat de hoofdzaak werd van de vertooningen, zouden de direc teuren zeer spoedig even schraal by kas zyn als de collega’s van de theaters en concert zalen. Het feit op zichzelf reeds, dat de biosco pen een winstgevend bedrijf vormen, be wijst, dat het kunst-element zeer klein moet zyn. De fout van de belasting op de ver- makelükhvden tghuiit dan ook voorname- lük hierin., men geen rekening hield mei de wins/t- verlies rekening dier bedrijven. Daardojur ornct de belasting zeer op de kunst-ijptp'lifigen en heteekent ze weinig voor de WPiakelijkheden, die alle een goed winstje <B>leveren. De kunst baart de overheid vele moeilyk- heden. Zoo vaak de laatste haar grooten neus in kunstzaken gaat steken, is het hom meles. Zoo is er ook een Schoonheidscom missie in onze goede stad, van gemeente wege aangesteld en deze heeft tot taak op nieutf-te-stichten gebouwen haar artistiek oog te laten weiden ten einde na te gaan of het kunstgewrocht inderdaad een ge wrocht van de kunst is. Deze commissie is niet voor de poes: ze bemoeit zich met al les, zelfs met een eenvoudige fietsenberg plaats en het deert haar niet of ze met haar advies en haar bezwaren iets nuttigs tegenhoudt of vertraagt. Nu weer sputtert ze tegen den gevel van het gebouw, dat de Ned. Handelsinaatschappü op den Kneuter- dijk wil plaatsen. Daar tegen heeft ze tal van zwaarwichtige bezwaren, die men niet met droge oogen kan lezen. Zelfs staat de toren ervan op een „onbevredigende” plaats. Misschien deed de commissie er geen kwaad aan als ze eerst artistiek Neder- landsch ging bestudeeren. Natuurlyk zün wij er overheid een wakend oog bouw maar dit moet niet t< .*n Huiskamermeu- toelen, Linnenkas- hilderüen. Theeta- Buffetten. Boeken- ijla. Zijden pluche eerameublementen. Vollen- en Satiin- sssen, enx. enz. )PJES!!I 20 OOR JONGELUI i IKSPLANNEN. hull, nA IiScMiMi Telefoon 12800. men nu van dezen ongetwyfeld on- aantastbaren stelregel uit, dat alleen het inkomen, al dan niet in verband met be- jhoeften, iemands capaciteit tot belastingbe taling en dus ook zyn verplichting en daar mee de grootte van het te betalen bedrag 'bepaalt, dan is daarmee de nieuwe, door minister De Vries in te voeren belasting al Iveroordeeld. Het bezit en gebruik van weel deartikelen toont alleen aan op welke wyze iemand zün inkomen gebruikt, maar ver meerdert dat inkomen op geen enkele wyze. Het belastbaar zyn wordt dus bepaald door demand’s levenswüze, door een factor, die tmet zyn draagkracht niets heeft uit te ‘staan. Maar bovendien is het ook een indi recte belasting, die met persoonlüke om standigheden in geen enkel opzicht reke ning houdt en den arme en rüke gelykelyk belast. Want het eigenaardige van deze weeldebelasting is, dat zü ook den arme, althans den min of meer behoeftige, den ai lereenvoudigste treft, tengevolge van de uitbreiding, die minister De Vries aan het begrip weelde gegeven heeft. Voorwerpen, die in onzen tüd, nu we niet meer in holen, of tusschen vier naakte muren wonen, vrü wel iedereen noodig heeft en gebru ikt, re kent de minister tot weeldeartikelen, zooals beddespreien, spiegels, vloerkleeden, prent briefkaarten enz. En dit maakt deze be lasting ook in onze bestaande belasting- praktük verwerpelyk. lp die praktük toch houden we met het groote beginsel der draagkracht, dat de eenige grondslag van iedere belasting moet zün, geen rekening. We belasten niet naar het inkomen alleen, naar allerlei willekeurige kunnen dus, nu een derg< belastingstelsel nog wel niet te zyn en waarschünlyk oog( moeielyk in te voeren, aan 1 ■er is dan ook geen enkele grond voor «kn [te wijzen, dat iemand, die in een grooter 'huis woont of mooier en meer meubelen heeft, daarom meer belasting moet betalen, dan wie zich met een kleinere woning tevre den stelt en zyn inkomen op andere wyze verteert, misschien het wel verbrast. Boven dien zyn gezinnen met meer kinderen ge dwongen grootere woningen te betrekken, dan kleinere gezinnen. Een dergelüke be lasting werkt dus in dubbelen zin onbillijk. |Want zoo er naast de grootte van het in komen nog een andere maatstaf zou moe ten gelden ter bepaling van iemand’s belas- 'tingopbrengst, zouden het zün behoeften zün. Immers hoeveel iemand missen ka'n, wordt bepaald door zün inkomen in tegen stelling tot zün behoeften. Het is nu een maal onweersprekelyk, dat de eene mensch, ,om zich gelukkig en behagelük in het teven te voelen, andere en grootere behoeften heeft dan de ander. De zuiverste rechtvaar digheid zou dus eischen, dat ook hiermee rekening gehouden werd. Maar dit zou in de praktyk onmogelyk wezen. Wel echter .kan en moet ook de staat rekening houden mei meerdere behoeften, die ontstaan uit het aantal kinderen, den aard van het be roep en dergelyke. Daarnaast zal dan te vens onderscheid moeten gemaakt worden tusschen inkomen uit vermogen en inkomen uit arbeid, omdat bij inkomen uit vermo gen iemand nog de gelegenheid voor het verwerven van een inkomen uit arbeid over- blüft. Gaat aantast inko",a'

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1920 | | pagina 1