•p No. 14463 Zaterdag 6 November 1920. rk 59t‘ .Fwg’RBF. Zi Medische Brieven. EERSTE BLAD. de lipakjes. rden Feuilleton. STERKE MAC. en, 7 'JES in den Schemer. ie\xws-"voorr g exx Om atrelrexi. 4 BEHALVE ZON- KN FEESTDAGEN. O BI geredu 1 Redactie: T»lef. In tere. 545. BureauMA R KT 31, GOD D A. Administratie: Telef. Interc. 82 BRIEVEN UIT DE HOFSTAD. DXXX. 5390 11S U19 92 te brengen aan schrijf: dat het 5414 S2 »N 37». en van Advartantiiu kunnen worden ingezonden door tnsechenkomst van «oliede Boekhau del aren, Advertentiebureaus en onse Agenten. kunnen in, door rerzach- „Aan Mejuffrouw Adora Gracie. in het schoolgebouw te Lownan. Mejuffrouw, Na het afwyzen van mijn aangebo- INGEZONDKN MEDEDEELINGEN: Op de voorpagina 50 hooger. 5424?70 t Viaduct if. 8920. b hoest, b, griep» oer 5 om 1.10 ƒ140 ƒ1.40 ƒ1.4» Dit nummer bestaat uit twee bladen ■et inbegrip van de Kindercourant. de hezerfd 4534 1 hiUW o l'oen ging dtre over heimi dat ge- t de opname van uit vor- |k iicnaam en uei uit ziekte is ons lui op het tot- ilegenheid Die gele- zyn wel 0, van ize hand- Gewone advertenties en ingezonden mededeelingen by contract tot zeer ceerden pry». Groote lettere en randen worden berekend naar plaatsruimte. Naar het Schotsch van S. R. CROCKETT. Geauthoriseerde vertaling van L P. WESSEL1NK—v. ROSSUM. (Nadruk vexbodux.) woord heb, ral ik gaan aittan.” Hij wilde nriet hard zijm, maar er komt een tijd in het leven van den jongeling, dat de stem van iedere vrouw, behalve van die ééne, dof klanikt in zyn oor. In zulke tijden moeten de moeders toezien, dat haar woorden weinig en goed gekozen z^n en hoe minder, hoe beter. Anders zouden zij er toe komen bitter te schreien: „Zalig toy, die nooit gebaard hebben, en de bor sten, die nimmer gezoogd hebben.” Toch werikten na een poosje ouderdom en medelijden op Sydney Lotamer’s hart. Het is waar, hij wilde zich niet laten ver- teederen voor hij het engste gehoord had; maar hij was er de man niet naar om girijize haren verdriet aan te doen, als hij het loon voorkomen. „iZe zeddetn-begon zy stamelend. „Wlie?” onderbrak Sydney Lotimer vast besloten. „O, nu eens die, dan de ander uit het dorp", zeide zyn moeder, hier haastig over heen loopend. „Men zegt, dat je ieder huis in de straat voorbijgaat, om je tyd door te brengen met een met de dochter van den schoolmeester.” „En als dat zoo is”, zeide hij stijfjes, ,/wtat voor kwaad steekt daarin?” „Wat voor krwiaad?” herhaalde zijn moe der. „Ben je dan niet Sydney Lotimer van Lowman, je vaders zoon? Ben je niet de bezitter van het beste landgoed der ge meente, en je vraagt wat voor kwaad er in steekt „Laat dit voor het oogenblik rusten", zeide hij. „Heeft iemand iets te zeggen op Adora Gracie?” „Niets”, zeide Lady Lotimer waahhenis- de tem] heele >t(e) tyd de zieke luid in groot 1—4 regel» 245. elke regel meer den vriendschap «lezen avond en na uw bevel niet meer naar uw huls te rug te koeren, heb ik besloten mijn gevoelens voor u en mijn bewondering voor uw karakter buiten het bereik van verkeerde uitlegging te plaatsen, door onmnddelljjik het land te verlaten. MÜn vriend, generaal Barnard, thans met het leger van Lord Wellington in Spanje, heeft mij aangeboden Het papier viel op den grond. De oude dame deed een paar onzekere stapipen, tot waar haar zoon stond. „Sydney”, riep zy, ,,je zult niet o, je moet niet. Wil je je moeder den dood aan doen?” Zij strekte woest de armen naar hem uit. Hy ving haar op en zette haar op een canapé. Toen ging hy naa.»t haar zitten en nam haar hand, met meer dan gewone teederheid. „Luister, moeder”, zeide hjj. „U zegt en zy zegt ook - dat ik haar in opspraak breng met te blyven. Zy wilde vanavond niet naar my luisteren, toen ik haar wilde zeggen, dat ik haar liefheb.” „Dus heb je het haar nog niet verteld riep zijn moeder, met een gnoote vreugde rn het hart, die zy tevergeefs in haar stem trachtte te verbergen. ,Jfet komt er niet op aan zij weet het!” zeide haar zoon, „eti zü wilde niet naar my hooren. Haar redenen zyn de uwe haai- vader mijn positie. Maar haar verklaring doet haar meer eer aan, dan het mijn moeder doet, wanneer zij mij be- k-olgt door de «lorpapnaatjcs over te ver- getrouw, „behalve dat zij, als dochter van een dronken vader en zelve schooljuffrouw, zeer verkeerd doet, oen man in de positie van myn zoon aan te moedigen!” Plotseling lachte Sydney hard en by den klank van dezen lach verbleekte het gezicht zymer moeder. Zij kende dien vreemd klinikenden tweestrijd, die zich Sticht geeft in den lach van een man. wan neer hü bitter over zichzelf spot. „Helip my., God!” was het gebed van haar hart, „het is zelfs al be Iaat!" Miaar als antwoord o-p hare gedachten ging Sydney Lotimer langzaam van den schoorsteenmantel, waartegen hy geleund had, naar den open lessenaar. Hij nam het vel papier, dat hy instinkt matig op zy ge schoven had, toen zijn moeder binnenkwam. „b&es dat”, zeide htf. Qpgewonilen door zyne voortvarendheid zocht de oude dame in haar reticule van zwart satijn naar haar zilveren bril. Haar handen beefden zoo. dat zy nauwelijks het briileh.ua s kon vinden. „Lees het mij voor”, zeide zij zacht. „Neen”, zeide Sydney Lotimer, „lees het met uw eigen oogen en neg mij daarna of u denkt, dat de dochter van den dronken man uw zoon heeft aangemoedigd1” Zyn moeder gang langzaam naar het venster om het warme licht van het wes ten op het blaadje te laten vallen. Slechte een paar regels waren geschreven en wel met buitengewone haast. niet zelden nog wat, zoodat temperaturen van 4041 graden geen byzondeiiiudun zyn. Ook wat de andere verschynseien, die ik u zooeven genoemd heb, betruit, valt niet veel verbetering te bespeuren. Eerst als de uitslag, na 3 a 4 weken bestaan te hebben, langzamerhand gaat verbleeken, komt ook een verbetering in den algemeenen toe stand. De zoo kwellende slikbezwaren, ver oorzaakt door de heilige keelontsteking, worden veel en veel minder, de temperatuur daalt met den dag en de geheele algenieene toestand van de(n) patient(e) wordt bin nen betrekkelyk korten tyd aanzieniyk veel beter. Tenslotte gaat de zieke geheel vervellen en wordt de huid in groote lap pen ufgestooten. Juist in doze periode is het besmettingsgevaar nog zeer groot. Meestal vinden we deze afstooting van de huid, nadat de uitslag vrywel geheel en ai verdwenen is, dus ongeveer na een week. Evenwel moet ik u hierby tevens opmer ken, dat wy soms veel vroeger en ook veel later dit proces zien. Met de sterkte van den huiduitslag schynt dit absoluut geen verband te houden. Wy zien n.l. gevanen, waarin de roodheid betrekkelyk weinig uit gesproken was en de huid zeer sterk groote lappen later werd afgestooten. Ook kennen we een andere werkelijkheid, even wezenlyk als die onzer zinnen. Maar de lange miskenning heeft haar schuchter ge maakt en verlegen. Zy durft nog altyd haar rechten niet opeischen. En bescheiden schuilt ze weg, waar de nuchtere alle- daagschheid haar niet uitdagen kan. Daar buiten in het praktische leven van zaken en rumoer en verstandelijkheid voelt ze zich niet op haar gemak. Maar ze zoekt haar weg in de beschuttende gangen van godsdienst en kunst en verteedering, waar zy haar schoonste droomen droomt. Aan deze droomen heeft de riienschheid behoefte. Want de mensch heeft den droom niet enkel noodig ter bevrediging zyner di recte ziel «behoeften. Het leven, het nuch tere, alledaagsche, zakelijke leven, hoezeer het ook den droom miskent en veelal be spot, heeft hem niettemin noodig, wil het niet aan bloedarmoede ten onder gaan. Want ondanks zyn bruut vertoon van kracht, haalt het uit dien droom zyn levenssappen. Die droom is het, waaruit de groote ge dachten geboren worden, die het leven, ook het nuchtere leven van allen dag, leiden, zonder dat het merkt, waaruit de uitvindin gen ontspringen van wetenschap en de meesterwerken van kunst, waaraan ten slotte alle menachelyke beschaving en voor uitgang haar ontstaan dankt. Dat is niet de droom van ieder onzer, wanneer in het schemeruur alle vormen ver vagen en in de onzekerheid van het onwe- zenlyke onze mijmeringen dwalen over de velden van oné leven en ver daarbuiten, waar alleen de fantasie nog den weg weet. Maar het is dezelfde geestesgesteldheid, waaruit ook deze droom ontstaat; het is het zich uitheffen boven de werkelijkheid en haar enge vormen, het is het zoeken van andere wegenjauten hare grenzen, het is de vlucht der fantasie, die ondanks hare grilligheid, toch de eenige leidsman van de menschheid kan zyn op den weg der be schaving, omdat zjj alleen zich ten tfolle kan losmaken van de belemmerende banden der zintuigelijke en verstandelijke waarneming. De nuchtere mensch is zoo licht geneigd alle gedroom als nutteloos en tydverkwisting te beschouwen. Het is daarom goed, dat hij deze waarheid steeds in de gedachte houdt, dat uit dien droom alleen het leven stygt, en zonder hem alle leven langzaam sterft. En wij in ons eigen leven moeten beseffen, dat we hem ook noodig hebben, zoo goed als de menschheid, wil ook ons leven niet verkom meren by gebrek aan levenssappen. Want uit ons innerlijk leven toch komt ook ten slotte de werkelijke levenskracht. Neen, het is niet altijd zooals het schynt. Wanneer in de rust van het schemeruur het leven der werkelijkheid ons te ontzinken schijnt en we schijnen weg te glijden in het leven van den droom, dan kan toch wellicht het werkelijke leven voor ons vorm en ge stalte krijgen en kunnen we misschien be ter dan wanneer onze oogen waarnemen, het ware leven en zyn beteekenis onder scheiden. Roodvonk. II. Wij hebben den vorigen keer gezien, dat het Roudvonkvergiit ten zeer gevaanyaa stof is, die nu eenige jaien op euii u> «*nuer voorwerp gezeten te nebben, nog m su*ut ia, do ziekte te veroorzaken, ue iyu nu, urn venoopt tusschen de gift m het mtnscheiyl breken der eigeniyice dit oogenbuk, nog niet in aue gevui.cn even dtudeiyk. Weincnt is bot niet n<_ei mng en vovrzoover men kan nagaan duurt dit iyaa- verioop, dat wy bestempelen niet den u do- kenden nuam van „incubatieiyuperic” slechts enkeie dagen, waarin de peisuon in kwestie zien nauweiyks zjek gevueit. rTot- seling krygt nu onze patientje; t-vii kuude rilling, houge koorts, tiextige keeipyn en ia binnen enkpie uren zwaar ziea. uitrby komt nog het braken het lyuen nieesial verzwaren, terwyl hevige hooiupynen d«.»,n) zieke kwellen. De patient(e) is duurgauu* tegen den avond van den gersten dag zeer onrustig, ijlt meestal, daar de ncnauiusvcm- peratuur zeer hoog is n.i. pl.m. 4U graden, zoodat er van een rustigen nacht geen spra ke is. Langzamerhand gaat de nuid ten eigenaardige roode kleur vertoonen, waar van tot nog toe niets te zien is geweest. Deze verkleuring begint het eerst in de halsstreek en schrydt snel voorwaarts, zoo dat binnen zéér korten tyd de guheeie huid een hel rootle kleur vertoont, die de ziekte haar naarn eer aandoet. Alleen de nuiu- strook rondom den mond blyit normaal van kleur, zoodat deze zeer typisch ai steekt by de roode omgeving. Deze merkwaardige huiduitslag, die berust op een buitengeme ne bloedrykdom van de huid, blyit nu een paar dagen meestal bestaan. Gedurende dien tyd blyit de koorts zeer hoog en stygt De vrye Zaterdagmiddag wordt hoe lan ger hoe meer ingevoerd. De werkelijkheid is er thans, dat zelfs in die bedrijven waar van men niet had kunnen droomen, dat het ooit mogelijk zou zijn dezen middag vr(j te maken, thans dit, zij het met eenigen dwang, is geaÉ^ed. Over het vraagstuk dat hierin schullt/zullen we niet spreken, maar wel zü een ©ogenblik dé aandacht op dit feit ge vestigd, dat er een gansch nieuw vraagstuk is ontstaan, n.l. dit hoe de vrije middag be steed moet worden. En dat vraagstuk is lang niet gemakkelijk. Er z(jn bedrijven, waarin het ónmogelijk is den vrijen Zater dagmiddag in te voeren en niet ongerecht vaardigd is de vraag of men niet vreest, dat voor velen deze middag een verzwaring van den arbeid zal gaan beteekehen. Politie, brandweer, gasfabriek, waterleiding, electri- sche centrales zullen blijven werken, de post, de telegraaf, de tram, de'trein, zy zul len functioneeren. Echter is het een reeds nu te constateeren feit, dat vele van deze bedrijven het drukker krijgen op dien voor anderen vrijen middag. Het aantal vergade ringen, dat op Zaterdagmiddag wordt ge houden, neemt nu reeds zeer toe. De ver huurders van zalen stellen extra personeel in dienst; de café’s worden drukker bezocht en even een oratio pro domo de pers die de vergaderingen heeft te verslaan, krijgt het op Zaterdag maar al te druk. Zaterdag j.l. werd op tal van plaatsen in den Haag vergaderd; er was geen zaal vrij en dit feit is niet een toevalligheid. Het laat zich aanzien, dat dit eer toe dan afne men zal. Bovendien zyn er tal van bedrijven, die het er nu op gaan zetten om Zaterdag middag hun slag te slaan. Inderdaad is dit een vraagstuk, dat ernstige beschouwing verdient. We vestigen er de aandacht eens op, zoodat ieder zyn gedachten er over kan laten gaan. Wel verre van tegenstander te zijn van dezen vryen middag is het ons toch een verschijnsel van belang gebleken om eens te wyzen op de eigenaardige ge volgen, die dit instituut heeft, gevolgen die zich in -de centra natuurlijk het meest doen gevoelen. De jaarlijksche revue van gemeenteaanj legenheden, welke by de begrooting woi gehouden, heeft dit jaar niet veel beler ryks ten tooneele gevoerd. Behalve groote p verloopt, opmerkii kele ige- jrdt lang- ten tooneele gevoerd. Behalve de politiek, die meestal in kleinigheden )t, zijn het tal van ondergeschikte vingen, welke gemaakt worden. En- leden hebben de aandacht gevestigd op de ontsiering van de straat door het vele en leelijke meubilair in den vorm van kiosken, borden, palen, kraampjes enz. Natuurlyk is dat alles niet mooi maar zal het mogelyk zijn de straat mooi te houden, zoolang die duizend palen voor de stroomgeleiding van de tram blyven bestaan? Dat zyn de eerste die ontsieren en we zullen ze toch heusch niet kunnen missen. Onlangs heeft de Raad toegestaan het aanbrengen van lichtrecla mes, hetgeen allesbehalve de schoonheid ten goede komt. Het meubilair van de straat is de laatste tellen.” „Ik wias het niet zeide I^uly Lotirnetf zwakjes. .Jonathan Grier „O!" nep de jonkman. .Jonathan Grier! Zoo komen wy er emdelyk! En wat had hy er mee te maken?” ,J*Iiiet.s niets", aeóde zyn moeder over haast. „Ik vergis iny ik beloofde Sydney Lotimer drong niet aan. Hy zou het later uitmalen met zijn hoofdjuchtop- aiener. Zyn moeder greep zijn beide han den. „Je zult my toch niet verlaten?" zede zy. er langzaam byvoegemle de woorden, die ujt liaar keel werden gedrongen ,jk wu.1 dat zelfs vergeven ik wil alles doen wat je wemscht, >ndten je het meisje wer- kjelyk Lieflhebit.” Het was een vreeselyk» inspanning, niaa^f het verlangen om haar zoon veilig by zich te houden, overwvn zelfs dlit. Sydney Lotimer schudde droevig hen hoofd. .Jfet kan net, moeder", zeide hij. .jtoo- als u vroeger zong: „Ik heb myn congé gekregen.” Mander dan een gewoon dorpe- rninnaar kan ik zondigen tegen een be- jKiald verbod orn nog eenmaal den drem pel te overschrijden, waar het my verbo den wend.” .J'y, lord Lotimer, die den meester en zyn dochter kunt wegzenden door één woord aan de Kerkvergadering!” .Jn.öt dtoarom”, zeide hij vastbesloten. „Wat zoudt u van my denken, als ik myn positie wilde m-'ilw’unen om my te wreken op een onschuld,.# meisje, «lat he< recht heeft my te beoordeelen zooals zii wrl!” (C widt gu.) U) »D, Sydney!” was alles wat de Vrouwe ▼M- lOwran kon zeggen, dkijk niet naar n^j ala je vader!” «leAandReeft u leugens verteld, moe- y*i zeide de jonge man, zijn stem be- 'fo'rtgende (maar dat kon hy zjjn giezicht Jk edsch, dat men mjj zegt wie.” iX)T’ spaak de oude tame trillend, „eisch van je eigen moeder, Sydney. Dat ik wk «la je vader en ik wal dat vergeten. myn jongen en ik wil het je zeggen Woord voor woord.” «Zeg het my”, zeilde hij onbuigzaam xGa zitten, Sydney o, ga toch zitten! Beloof, dat ik dan beter met je kan 'Veken; ik geloof hij zou dan niet zoo van ayn oude moeder af zyn.” 0, wat moet mén medelijden hebben met die een afgod van iemand gemaakt en aangebeden hebben, en hun geheele *ven bang zyn voor den toom van hun «Jgod! «iNeMi, ik wil niet gaan zitten, moeder.” ■***>lde Sydney Lotimer. „Zeg my, wat n géhoord hebt en dan, als ik u geant- versterft. >g komt de ge- les gaat toedekken sluiers, waaronder naar vorm en wezen te veranJ lijnt. Het is, of we haar fluistering i. Haar adem huivert door de hooge Haar raadselachtige vingers raken En onmerkbaar schijnen we weg uft deze wereld van stof en wer kelijkheid in een andere van droom en mij mering. Er is een vreemde, wondere bekoring in dit schemeruur, die maar weinigen niet on dergaan. Maar waarom Is het juist daar om, omdat we ons als weg voelen uit de ■wereld onzer dagelyksche, nuchtere werke lijkheid, wanneer met die vervaging van vormen en geluiden alle realiteit hare be trekkelijkheid openbaart en we ons, vrij van het nuchtere leven, kunnen laten gaan op de onnaspeurlijke wegen onzer mijmering en fantasie? De mensch heeft behoefte aan den droom, aan iets, dat hem uitheft boven de werkelijkheid zijner zintuigen. En het is de fout geweest van dezen tyd, dat hy dit niet heeft erkend en begrepen. De nuchtere werkelijkheid is niet de wer kelijkheid van onze ziel en ons gemoed. En omdat we haar die zintuigelyke werkelijk heid ook als haar eenige werkelijkheid heb ben willen opdringen, voelde ze zich ver kommerd en verlaten. Nu langzamerhand beginnen we weer haar rechten te erkennen. En in den droom, dien zij droomt verre bo ven de dagelyksche werkelijkheid uit, her Dit is het einde van den dag, het lang- xjuun, geruischloos versterven van het licht en het leven. Strak spant de kleurige lucht, grijsblauw in den hooge, tintiger dan tot waar in het verre Westen de vlammendroo- de zonnebrand dooft, boven de onbewogen aarde. De boomen staan roerloos, scherp- geteekend tegen den strakken achtergrond van dezen wolkenloozen hemel. In het ijle licht «pitst een scherp dorpstorentje om hoog. En ginds verre verwazen wat huizen en boomen in de aansluipende schemering. Langs den weg spelen nog wat kinderen; hun stemmen klinken onwezenlyk in de roerlooze avondstilte. Het luid rumoer ver derft langzaam, dis brak het ergens ginds ia duizend kleine stukjes uiteen. Een toren klok slaat zijn zware slagen. Vage geluiden gaan om als onherkenbare gedaanten: een hooge vrouwenstem, het toeslaan van een deur, het schelle fluiten van een jongen langs den weg. Het bloedrood in het Westen ii vervaagd tot een licht-vurige gloeiing, die ver-uit den hemel met haar zwak licht overglanst. De vormen van boomen en hui len worden onwezenlyker als werden de grenzen uitgewischt in het ijle licht. De menschen gaan geruischloos als in een an- wereld. Alle gerucht versterft. En de velden, ver weg nog izinnige nacht, die alk wet haar ondootzichtbare i a'i leven deren schij) al hooren. boomen. ons hoofd, te glyden GOIDSCHE COURANT. VERSCHUNT DAGELUK8 "ABONNEMENTSPRIJS: p«r kwart..! :.25, per w„k 17 cent, met Zondagsblad par kwartaal 2.94, per week 22 cent, overal waar de bezorging per looper geschiedt. Prueo p«r port p.r kw.rU.1 I.T5. mat Zondert,!..! f l.U. Aboiunm.ntui word.. d*galük, ■a.ge.ome. au oa, Buram:- Markt 11, OOUDA. H| nu ^«otan du bartdiud.1 u d. „rtkutoru. ADVERTENTIEPRIJS: Uit Goud. omatreku (bakoornd. tot du buorgkrüig): 1-5 regeli l.W. elke regel Mar /B». Vu buitu Goud, u du buorokrinir 1-5 Hgel. I US, elke regel man (LM. Advertutita vu publieke vanukelükheden U «ut per regel AdvertutMn ia het Zatordagaumw M bgrtag op du prb. jaren zeer uitgebreid en natuurlyk het meest in de centra, in de middenstad en op de pleinen. Het kan niet gezegd worden, dat de situatie daar mooier door wordt, doch zoo stuitend leelyk is het bok niet. De oud-Hollandsche degelijkheid verloo chent zich nooit en ditmaal wordt meer con trole op cabarets en bioscopen gevraagd. Of zoodanige contröle effect heeft en mogelijk is, laten de vragers natuurlijk in het mid den. Over het algemeen zijn de tegenwoor dige raadsleden knapper in het opwerpen van vraagstukken dan in het oplossen. Maar toch hebben zij veel te klagen over gemis aan voortvarendheid by de oplossing door anderen. Het allerlaatste kunstproduct op sociaal gebied, de aanneming-maatschappij is tot stand gebracht. De gemeente heeft afscheid genomen van een millioen gulden. Op den- zelfden middag, dat er weer eens zes milli oen werd geleend tegen 6 en drie jaar aflossing, werd er één van de zes wegge worpen aan de maatschappij, die als duurte- breekster tegen de rust van aannemers gaat ageeren. We zullen over dit punt niet uit weiden; de uitvoerige verslagen in de dag bladen hebben wel een goed licht geworpen op dit nieuwe instituut, waarvan wy de ver dere ontwikkeling met bizondere belangstel ling volgen zullen. Inmiddels valt niet te ontkennen, eenigermate naar bezuiniging wordt streefd. Dit drukt zich o.a. hierin uit, dat\.« post voor onvoorzien veel lager is geraamd, wel anderhalf millioen lager, hetgeen be duidt, dat de Raad in 1921 minder groote bokkesprongen kan maken. Wederom is aangedrongen op standbrengen van een goede gel< voor het houden van congressen. Die genheid ontbreekt in den Haag. Er ■(,- een paar zalen disponibel en zelfs de Ridder zaal is ten slotte wel te kragen, maar een gebouw, dat daarvoor speciaal geschikt is ontbreekt. We hebben vroeger al eens de noodzakelykheid van een dergelyk gebouw bepleit en het ware te wenschen, dat men daartoe eens overging. Een goede exploita tie zou misschien eer winst dan verlies op leveren. Doch zeker zou er hierin winst be staan, dat congressen des te meer in de re sidentie werden gehouden. Ten slotte vestigen wij even de aandacht op een nieuwen plattegrond, die van de re sidentie is verschenen. De Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer geeft dezen uit. Het systeem van de Baedekers is daarbij ge volgd. Er is een kleine overzichtskaart en voorts zijn er een reeks kaarten van de min of meer afzonderlijke gedeelten van den Haag, van het Bosch, de Stheveningsche Boschjes enz. Een alphabetisch register op de straatnamen, een paar plattegronden van musea, een lystje van bezienswaardigheden maken het keurige boekje compleet. Deze kaart was noodig, want al bestaan er al an dere soorten, zij waren geen van alle zoo overzichtelük en zoo volledig. Wie den Haag moet bezoeken, schaffe zich deze platte grond, die slechts een daalder kost en met een mercantiel doel wordt uitgegeven, aan. Hij zal er wel gemak van hebben. HAGENAAR.

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1920 | | pagina 1