ING ilATlEK ■IMm. Co i 'HANDEL I. it Blad.1 ^*2^5 LAAUW GOUDA RHE1D NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR GOUDA EN OMSTREKEN BERGAMBACHT, BBRKENWOUDB, BODEGRAVEN, BOSKOOP, GOUDERAK, HAASTRECHT, MOORDRECHT, MOBRCAPBLLE, enz. Maandag 18 Jai Nd. 16053 ri 1926 65*Jaargang NIEUWERKERK, OUDERKERK, OUDEWATER, REEUWIIK, SCHOONHOVEN, STOLWIJK, WADDINXVEEN, ZEVENHUIZEN, choenenGocd FEUILLETON. DE MAANSTEEN. De Polders Vettenbroek en de Broekvelden Reeuwijkscheen Sluipwijksche Plassen en Lijsten voor cent» l N en de A'dtm' l 4T KAUWGOM Tij.J Hingvoort Zwart veen Droogmokortj Bonh KUi Tig. 1 man) xoe TELEF 313 zullen ide prijzen. DADELS I JES VER [•EN NOTEN ren, Vettenbroek zoowel het 0611 itajuiting nog wel gnaar Reeuwijk en omgeving hier niet minder we! bij zouden behoeven te varen werd ons ge suggereerd, toen onze aandacht gevestigd werd op de mogelijkheid de Plassen by niet- droogmaking in meerdere mate aan de wa tersport dienstbaar te maken, indien de mo gelijkheid van een goede verbinding met een der grootere waterwegen IJoeel of Gouwe of Ryn in overweging zou kannen worden genomen. Het zou mij te ver voeren, en het ligt trouwens ook niet op mijn gebied, hier de technische uitvoering in detail na te gaan; alleen kunnen we opmerken, dat het ten deze misschien te betreuren is, dat de iMt s«lv«rt d«B frischt dkn bewaart bade lwr*r*teM Spannend romantisch verhaal van WILKIE COLLINS. worden om de Gele Rivier te beteugelen, zyn waarlijk wel in staat poldertjes van een dergelyken omvang als de hier beschouwde afdoende tegen het water te beveiligen. De waterbeweging in deze polders kan wel de gelijk zoo gemaakt worden, dat ze aan re- gedrei^d heeft te Niet de vreugde, die u wordt bereid, maar slechts die, welke gij voor anderen bereidt, kan u waarlijk gelukkig maken. Ie aoorten 578 10 >«rcod« prijien. nsvormen door D. Fr. I ISCHE KRACHTPIL- onderbafe Bustes. Ook j i zwakken. Bekroond' I i en eere-diploma’s. In I ond toeneming. Gega- I L Door Artsen aanbe- I Vele drjiKbetuigingen. 100 stuks 3.50, 200 thuis onder rembours postwissel. Zeestr. 21, Den Haag. liOIIISIHE COURANT. gen, zoo zij er de gelegenheid Jiadden gehad „Rookt gij, mijnheer Bettere-Age vroeg de reiziger. „Ja, mijnheer.” „In het land, waar die lieden van daan komen, geelt ippn even weinig om heit dooden van een mensch, als gij er om geeft, de asch uit uwe pijp te kloppen. Indien er duizend levens tusschen hen en den diamant stonden en rij dachten die levens te kunnen vernietigen, zonder ontdekt te worden zij zouden geen oogenblik aarzelen De opoffering van zijn kaste is een ernstige aaak in ïndiëde opoffering van een mensdienleven wordt er als nieAs beschouwd „Zij hebben d&i Maansteen in he* bezit van juffrouw Verinder gezien”, zedde mijnheer Franklin. „Wat staat ons te doen T* ,?Wat uw oom O rug, stjjve en etramme verstuikingen, spier- zenuwpijn, lendenpij», n verder alle rheuma- en pijnen die ontstaan gevatte koude geneed jke wrijftniddel Wortel- :oba Maria Wortelbrer. per flacon bij .rtriboeriB Artikelen verbinding van de Breevaart met den langs de tegenwoordige Krugerlaan nieKv mere bestaat. Een dergelijke toestand zou ook voor Gouda niet onbelangrijke voordee- len opleveren, als men in aanmerking neemt, hoe groote beteckenis aan de bevordering van het Vreemdelingenverkeer moet worden gehecht. Anderzijds echter zal het natuur lijk beter genoemd moeten worden waaneer de gronden met voordeel voor directe pro ductie kunnen worden aangewend. Ia aan merking genomen de toestand, zooala die in de laatste jaren waren, is aan Vetten broek en de Broekvelden weinig of niets ver loren. Men begrjjpe my goed, ik acht het zeker noodzakelijk, en een duren plicht, dat de slachtoffers, die have en goed verleren by de overstrooming, ook bij de niet-weer- droogmaking behoorlijk schadeloos gesteld worden. Uit een oogpunt van algemeen wel- vaarts-belang is een droogmaking niet zeer dringend. Ook de gebouwde eigendommen, die in deze polders niet beheid zijn, kunnen we nu reeds, vooral na de vry hevige vorst als verloren beschouwen. Kunnen de hooge kosten die onverschillig welk droogmakings- plan ook met zich mede brengt, bezwaarlijk worden opgebracht, dan is deze niet-weer- droogmaking om economische redenen vol komen gewettigd te noemen. Van meer waarde, zoowel voor een alge meen economische als een op zuiver streek - belang gerichte beschouwingswijze is de oplossing, door Prof. Visser te Wageningen terloops aangegeven, waaraan ik hier eeni- ge nadere beschouwingen wil wijden. Deze bedoelt namelyk de hoofdmassa polders van het Utrechtsch-Zuid-Hollandsche veenpol derland in een groot waterschap te vereeni- gen, waarbij dan tevens de organisatie van de bemaling in één hand zou komen te lig gen. Wat hier verlangd wordt is in menig opzicht te vergelijken met de op verschil lende plaatsen zoo heilzaam werkende ruil verkaveling. Spreken de Duitschers hierbij van „Feldbereinigung”, hierbij zou van „Wasserbereinigung” gesproken kunnen worden (ongeveer het grijsgekleurde ge deelte van fig. 3). Ook hier zouden allerlei historische slagboomen, die zoolang een ruime ontwikkelii^ van deze gebieden be let hebben, daardoor worden opgeruimd. Allerlei twisten tusschen aan elkaar gren zende polders, zouden gemakkelyk beslecht liggende, klei-veenlaag worden aangetrof fen moet in het midden worden gelaten en,' dat de hiervoor van belang zynde te ver wachten dikte van de bouwvoor nog niet nauwkeurig zou kunnen worden vastgesteld door het ontbreken van een voldoend aantal metingen der baggarlaagdikt© op het oogen blik van de samenstelling van het verslag. Trouwens, het baseeren van de in deze pu blicatie getrokken conclusies op de resulta ten van het onderzoek van slechts een 20- tal monsters, die dan representatief zouden moeten zijn voor een 700 H.A. groote op pervlakte, wettigt volkomen het opschor ten van een waardeering der droogkoken de gronden tot men door een uitgehreider onderzoek wat meer kennis verschaft «al hebben over de samenstelling van den toe komstige droogmakerij bodem. Als een be langrijk voordeel van het uitvoeren van een zoo omvangrijk werk, als een derge- lyke bedijking en droogmaking, moet ze ker sterk naar voren gazet worden de rui mere mate van werkgelegenheid, die hier ook aan niet-geschoold© arbeiders geboden wordt. Vooral bij de nog steeds zoo nijpen de werkloosheid kan de waarde van een productieve werkverschaffing niet gduw overschat worden. Toch moet men de zaak ook weer niet al te hoog aanslaan: een wer- kelooze sigarenmaker kan slechts kwalijk aan het inpolderen gezet worden. Nimmer of nooit mag echter het zoeken naar werk verschaffing aanleiding worden tot het scheppen van een ongezonden toestand, tot het doen ontstaan van een boerenbevolking, die ook in figuurlijken zin nauwelijks het hoofd boven water kan houden, zooals dit in Vettenbroek het geval was. En tenslotte volgt ook hier weer uit, dat de vraag naar de al of niet droogmaking niet met metin gen en boringen noch met laboratorium proeven kan worden opgelost, wil men niet in de fout vervallen, die de oplossig van de groote landbouwcrisis aan het einde van de vorige eeuw zoo moeielijk gemaakt heeft. Toen had men, het voetspoor volgend van Justus von Liebig, die de grondlegger is geweest van een natuurwetenschappelijke scheed, die 50 jaar lang den toon in de land bouwwetenschap heeft aangegeven, de be schouwing van de economische zyde der landbouw-vraagstukken zonder meer over boord geworpen. Door eenige ervaren land- bouw-economisten zal dus ook een droogma king als de hier genoemde zorgvuldig in dit opzicht moeten worden onderzocht; deze zou- den dan misschien tevens kunnen aangeven in welke richting de eerste ontwikkeling van de nieuw-gewonnen landstreek zou moeten geleid worden. Dit oordeel zou wel eens niet onverdeeld gunstig kunnen zijn, vooral ook nog om later te noemen oorza ken. Wie deze streek objectief en in ver band met de aangrenzende landstreken be schouwt, wordt er als het ware toe gedron gen de oplossing nog in een andere rich ting te zoeken. Er blijft echter ook de ook in het meergenoemde verslag aangehaalde uitspraak van den heer W. H. de Beaufort: ,/iat het bewaren van het woeste ongerep te, tot de ziel sprekende landschap een ideaal is, waaraan binnen de practische horizont van den ontginner een plaats moet worden ingeruimd”. Dat nochthans leru^uomien. In gewone omstandighe den slaan rij maar zelden den rechten weg. in, en vooral niet in een geval als dit, waarin de minste misgreep noodlottig zou worden voor hun plan”. „Maar als die schelmen nu eens stoutmoediger waren dan gij denkt, mijnheer hernam ik. „Hebt gij niet een paar groote hon den F’ „Twee nrijmhcter. Een brak en een bloedhond.” „Goed. Laai die dan los. Zij die lieden wel afechrikfcen.” Op dit oogenblik deden zich de io nen der piano hooren. Murjhwaïte w ierp rijn sigaar weg en stok* zijn arm door dien van mijnheer Franklin om naar de dames te gaan. Ik zag, dat de lucht erg was betrokken en ^olgde hen naar binnen. Mijnheer Murthwaite merkte het ook op. (Wordt vervolgd) zaak uit een algemeen oogpunt bezien, dan kunnen we zeggen, dat we op het oogenblik in de omgeving van Reeuwyk vinden een zeven tal grootere en kleinere plassen, in totaal een oppervlakte van 785 H.A., benevens in het Noorden van deze streek een tweetal ondergeloopen polders, te zanten 190 H.A., voorzien van een gedeeltelijk vernieldien ringdijk, die over het geheel in een desola- ten toestand verkeert. Vanzelf rijst nu de viaag, die tot opschrift gediend heeft voor deze artikelen: .droogmaken, of niet?” en als we gaan droogmaken, wat zal 'het dan zyn? Er zjjn dan in hoofdzaak vier ver schillende mogelijkheden te overwegen. lo. Alleen de ondergeloopen Polders Vet tenbroek en Broekvelden worden weer drooggemaakt; 2o. De weer-droogmaking van de ingeloo- pen polders wordt vastgeknoopt aan een algeheele inpoldering der Reeuwyksche en Sluipwijksche Plassen. 3o. Men laat het geheele gebied, ook de ondergeloopen polders, rustig onder water, bescherme het aangrenzende land behoor lijk tegen afslag en zoekt de ontwikkelings mogelijkheden van deze streek in andere banen te leiden. 4o. Is er een mogelijkheid, die hieronder nader uitvoerig uiteengezet xal worden, en misschien zal blijken wel de meeSf g«- wenschte te zijn. Allereerst zullen, we het oogenschyniyk meest voor de hand liggend© hebben na te gaan: namelijk in hoeverre de herwinning van het ondergeloopen land gewenscht is en zich aanpast aan de tegenwoordige econo mische verhoudingen. Technisch is de zaak natuurlijk vry eenvoudig, de Hollandsche ingenieurs verdienen waarlijk niet ten on rechte den naam van ,’,de edelen der water- i bouwkunde”. Zy die naar China geroepen 27) - „Gij bebt ongetwijfeld een zeker uur bepaald om bij mevrouw Verin- oer aan te komen? Het is nog al eenzaam tusschen 'hier en het station Hebt gij u aan dat uur gehouden F* „Neen. Ik ben vier uur vroeger ge komen dan ik gezegd had.” „Daar wenedh ik u geluk mede. Wanneer hebt gij den diamant naar de Bank in de stad hier gebrachf?” „Nadat ik een uur hier was ge weest en dr e uur, voor iemand er op kon rekenen, mij m deze omtrek te zien.” „Nogmaals geluk gewenscht. Waart gij alleen, toen gij er mede terug- kwaamt „Neen. Ik reed terug met mijn nich ten, mijn neef en mijn rijknecht.” ,Ik moet u voor de derde maal ge- lukwemchen. Indien gij het ooit in den zin mocht krijgen, mijnheer Bla ke, buiten Jiet gebied der beschaafde volkeren te reizen, waarschuw mij en ik ga mede. Gij zijt een ge’uksklnd.” Hier achtte ik het tijd' een woordje mee te praten. De voorstelling van de zaak kwam volstrekt niet overeen met mijn Engelsche denkwijze. ,G’j wilt toch niet zeggen, mijn heer”, vroeg ik, „dat zij mijnheer Franklin -het leven zouden hebben be nomen, om dien diamant td bemnctui- snellen afzet der betrekketyk vry sterk aan bederf onderhevige producten, een ligging in de onmiddeliyke nabijheid van groote ver- bruikscentra, en/of een -goede aansluiting op belangrijke verkeenw en de Broekvelden mist als het ander. Nu zou de verkregen kunnen worde» gnaar hiervoor zouden weer een aantal werken noodig zijn, die opnieuw tot een verhooging van de toch al zoo omvangrijke kosten zouden leiden. Het denkbeeld van de •lléén-weer-droog- making van deze beide polders moeit dus op economische gronden afgewezen worden. Laat men tocix vooral bedenken, dat by de verwerping van de wyze van een dergelyke kapitaal-aanweadtog, wel degelijk ideële bedoelingen voor Liggen; het geld, beter be steed, had kunnen bijdragen tot een ruime re welvaart van de hier besproken streken en misschien kunnen leiden tot het verschaf fen van oen weinig meer levensgeluk aan den daarmede toah niet *1 te ruim bedeelden modernen mensch, die we in den tegenwoor- digen tijd niet alleen meer in de centra van opgehoopte cultuur, de grootere steden, maar ook in grooten getale op het platte land kunnen ontmoeten. Na het voorgaande zal het wel z>eer be grijpelijk zijn, dat de djgemeene opinie dez« drooglegging onmid^ellijk verbonden heeft aan een inpoldering van het geheele piassencomplex, vooral, waar de kosten voor de beide polders, al» onderdeel van het geheel, veel geringer zulten worden. Een houdbare toestand zal dan kunnen worden verkregen door om het geheele te bemalen gebied een behoorlijken ringdijk te leggen en een zandkist aan te brengen, als reeds hiervoor beschreven la. Men zal dan wél de moeielykheden by het sparen van ge fundeerde gebouwen, dae pinnen den ring dijk op het oude land komen te liggen, heb ben te overwinnen. Het i» dan zeker wel van belang eens na te g»4^ wat geaardheid de bodem van de toekpM^hH1^,-4»0Q<makerij dan wel zal bezitten. Daartoe is door de afdeeling voor grondonderzoek van het Rykslandbouwp roef station Groningen een onderzoek ingesteld naar de toekomstige cultuurwaarde van de vrykomende gron den, van welk onderzoek een verslag is ge publiceerd in de vooraangehaalde „Versla gen van Landbouwkundige onderzoekingen der Rykslandbouwproefstations No. XXX, uitgekomen in 1925. In hoofdzaak zijn hier in opgenomen de resultaten van het onder zoek, van een 16-tal, in verschillende plas sen verzamelde baggermonsters en nog 4 andere, welke dan voldoenden grond moeten leveren voor de verklaring: „Door de droog making van deze plassen zal by goede rege ling van den waterstand en by oordeelkun dige bemesting een terrein land van on geveer 700 H.A. gewonnen worden, dat voor uitoefening zoowel van den tuinbouw als van den akker- en weidebouw uitermate geschikt is”. Al is zeker volkomen gerecht vaardigd de groote' nadruk, die er gelegd wordt op een goede waterregeling, toch lykt de hier geciteerde uitspraak op zyn minst genomen eenigszins voorbarig. We lezen toch elders in ’t verslag, dat zure plekken in de baggers en gronden niet zyn aangetrof- fen, of deze zure lagen mogeiyk in de ondier doen", antwoordde mijnheer imjnneer Murthwaite. „Kolonel Hernöastle Ken de het volkje, waarmee hij te stellen had. Zend den diamant morgen onder bewaking van meer den een persoon, naar Amsterdam, om' hei», te laten splijten. Maak er een half do- rijn steunen van in plaats van één, en gij hebt er het geheiligd karakter van den Maansteen aan ontnomen, waarmee de reden van de samenzwe ring is opgeheven”. Manheer Franklin wendde rich tot mij „Wij kunnen niet anders, handelen, sprak hij. „Wij moeten morgen alles aan mijn tante mededeel en.” „Waarom van avond (niet, mijnheer?” vroeg ik. „Verondierstel, dat de In diërs terugkomen?” Mijnheer Murthwaite antwoordde, voor de andere nog iets kon zeggen „De Indiërs tirtlen van avond niet delyke edschen, vooral met betrekking tot de kwel, kan voldoen. Waarom dit alreeds vroeger niet zoo gedaan ie, wie hiervan de schüld draagt, of er zelfs sprake van schuld mag zyn, ik acht my niet bekwaam, noch geroepen dit te beoordeelen en volsta dan ook slechts met te constateenen, dat het anders had kunnen zyn. Men zal een geheel nieuwen ringdyk moeten aanleggen, waar voor men op ,de plaatsen, waar zulks in velband met de ligging der doorlatende bonklaag noodig geacht wordt, een dyksleuf moet baggeren tot op de onderliggende zeeklei, en in die sleuf een zandkist van fyn zand aanbrengen (fig. 2), wil op die plekken de kwel met succes bestreden wor den dan zal men moeten gaan malen, ver moedelijk zal men wel met het bestaande gemaal alléén niet toekunnen en nog wel hulpmaalwerktuigen in werking moeten stellen. De bladen hebben het reeds gemeld, de kosten van deze onderneming zal men ongeveer op een 120.000 moeten stellen. Ook zal het mogelyk zijn den bestaanden ringdyk te herstellen en voldoende te ver sterken, terwyl de zandkist dan in den dam die de droogmakerij van het omringende water scheidt, zou kunnen worden aange bracht. Waarschynlijk zullen ook hiervan de kosten niet gering geacht moeten wor den en zyn deze maatregelen altyd een soort lapmiddel te noemen. Afgaande op de ervaringen, die met deze polders in hun ruim 30-jarige geschiedenis zyn opgedaan, lykt de uitspraak niet ongerechtvaardigd, dat, wat men dan hier zou gaan doen, wel eens „goed geld naar kwaad geld gooien” zou kunnen zyn. Want dit stiaat wel -onom- stootelyk vast, dat ook by de dan gunsti ger waterbeweging en bemalingscondities deze gronden althans voor den weidebouw slechte zeer matige eigenschappen bezitten. Voor een cultuur in den vorm van tuinbouw ligt de streek, tenminste zonder verdere droogmaiki'ng, te zeer geïsoleerd, hoewel een dergelyk grondgebruik zich beter aan de eigenschappen van deze veenbodems zou aansluiten. Voor het drijven van tuinbouw toch is een economisch eerste-vereischte, voorbeen Willens t II. Wanneer we nu de broek 108 60

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1926 | | pagina 1