A I I I I I Blad. i s I NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR GOUDA EN OMSTREKEN BERGAMBACHT, BERKENWOUDE, BODEGRAVEN, BOSKOOP, GOUDERAK, HAASTRECHT, MOORDRECHT, MOERCAPELLE, MEUWERKERK, OUDERKERK, OUDEWATER, REEUWIJK, SCHOONHOVEN, STOLWIJK, WADDINXVEEN, ZEVENHUIZEN, enz. 30. 16100 65s Jaargang Dit blad verschijnt dagelijks behalve op Zon- en Feestdagen EERSTE BLAD. A Groot. 1 ar de Ji- let HST MENS rieken STE i aarde. DE MAANSTEEN FEUILLETON^ Zntnrdng 13 —aart 1826 Dit nummer bestaat uit twee bladen. BRIEVEN UIT DE HOFSTAD. partij- en MODEPRAATJE. 608 310 zocht 605 36 haar 74 600 90 (Wordt vervolgd). OLIE ARNHEMi iH t Kt 30 34 kwam. een bijslag c INGEI QOUDA ten ■B DN. i?e- ter- ‘k die VEER. 176S - 2.75 975 8.— IS eme !ter« 90 so- bril ADVERTENTIEPRIJS: Uit Gouda «n omstreken (beboerende tot den bezorgkringj: 1—6 regels f 1JJ0, elke regel meer f 0.25. Van buiten Gouda en den beeorgkring 16 regels f 1 55, elke regel moer ƒ0.80. Advertentie» in het Zaterdagnummer 21 3b op den prijs. Liefdadigheida-advertentiën do helft van den prijs. JZONDEN MEDEDEELINGEN: 1—4 regels ƒ2.05, elke regel meer ƒ0.50. Up de voorpagina 50 hooger. Gewone advertentiSn en ingezonden mededeelingon bij contract tot zeer gereducoer den prijs. Groot* letters en randen worden berekend naar plaatsruimte. Advertentiën kunnen worden ingezonden door tusschenkomst van soliede Boekhan delaren, Advertentiebureaux en onze Agenten en moeten daage vóór de plaatsing •an hot Bureau zijn ingekomen, teneinde van opname verzekerd te zijn. van den grond stoi een van stond, ’t Is nu echter heel anders, d; Spannend, romantisch verhaal van WILKIE COLLINS. By kat aftraden van Minister Colijn. De betrekkelijke welwillendheid, waarme de het pas opgetreden kabinet wordt be groet, vindt voor een deel ongetwijfeld hare oorzaak in het feit, dat Colijn niet terug komt. Van Colijn zijn wij voorloopig af, roept „het Volk." „De Voorwaarts" ziet in zijn val een symptoom van den toenemen den invloed der sociaaldemocratie en van den groeienden wil van het arbeidende volk tot een kloeke politiek van democratie en socialen opbouw. Het is zeker niet te onpas, bij Coljjn’s aftreden even stil te staan bij den haat, die tegen hem in zoogenaamd de mocratische kringen is aangekweekt, omdat die haat, naar het ons voorkomt, een merk- waardig symptoom is van politiek verval, van de ontaarding der democratie in dema gogie, van volksmisleiding. Tot gedeeltelij ke verontschuldiging van de bedrijvers van die misleiding kan misschien worden aan gevoerd, dat zij het gevaar, waartegen Co lijn den strijd heeft aangebonden, nooit goed hebben begrepen. Wellicht zijn zij te( goeder trouw en nog altijd van meening, dat de strijd tegen de depreciatie van den gul den in de eerste plaats was een kapitalis- tenbelang en Colijn in dezen heeft gediend het belang van de groep, waartoe hij be- Aoort, «fns ryn strijd ten doel -heeft ge had het dienen van eigen belang en klasse- belang. Wie zich de moeite heeft gegeven, zich ook maar eenigermate op de hoogte te stellen van de gevolgen der waardedaling van het geld, kan dit standpunt echter ón mogelijk blijven innemen. Het moet hem dui delijk zijn geworden, dat die waardedaling in de eerste plaats treft de groote massa des volks, dat zij leidt tot plundering van den kleinen man ten bate van den kapitalist. Eigenbelang of klassebelang kan de drijf veer van Colijn dus niet zijn geweest, tenzij men hem voor zoo onnoozel houdt, dat eigen en klassebelang te zien, waar het niet ligt. Kan die drijfveer dan zijn gelegen in per soonlijke eerzucht of in partijbelang? Ook dit is moeilijk aan te nemen. Wie zich door persoonlijke eerzucht laat leiden, zet zich in onzen democratischen tijd niet schrap tegen den geest, die leeft onder het volk, ook niet, wanneer hij in dien geest een ge vaar ziet voor de belangen van het volk. In tegendeel tracht de eerzuchtige den volks geest in het gevlei te komen, ook waar hy weet daardoor verderf te brengen over het volk. En dat ten slotte de heer Colijn gemeend heeft, dat zyne politiek de antirevolution- De Voorjaarsmode. Zoo langen tijd, heeft men geroepen om décente kleeding. Men had geen vrede met de te korte mouwtjes, met de lage halzen, met de nauwe en te korte rokjes. Ten be wijze dat alles betrekkelijk is, zelfs in de mode, diene de opmerking, dat na het in zwang komen der mouwlooze kleeding en die bepaalde zich geenszins tot de avond- kleeding „korte mouwtjes” plotseling niet alleen getolereerd, maar ook heel comime-il-fout gevonden werden. Toch blijft nog altijd een groote groep vrouwen over die nimmer offert aan de extravagante lui men der mode, althans zoo deze niet met hare begrippen van fatsoen overeenkomen. En dat is maar goed ook. Immers, waar de gesloten kleeding nagenoeg iedereen staat, zijn er inderdaad heel wat vrouwen aan wie een gemis in de hoogte, in de lengte of /Het leven begint met de cel en als er gerechtigheid bestond, zou het bij menig een ook daarmee moeten eindigen. de stedelingen is tot stand gekomen maar dat is ongetwijfeld niet zoo. Het is voor een goed deel de export naar het buitenland die deze welvaart bracht. Er is wat de foura- geering van de steden betreft deze verbete ring gekomen dat de tusschenhandel voor een deel js verdwenen en dientengevolge ’n betere prijsverhouding is ontstaan tusschen den groot- en den kleinhandel. Het zou ook belangrijk zijn eens een ver gelijking te zien tusschen de opbrengst der belastingen ten platelande -voorheen en thans. We weten allen hoe vroeger de boer boek hield of liever gezegd geen boek hield. Het was daardoór onmogelijk na te gaan wat hij nu eigenlijk verdiende. Ook dat is door het landbouw-onderwijs zeer veel ver beterd en thans gelden dezelfde eischen van commercieele boekhouding in het bedrijf van den land- en tuinbouwer als in de gr^ te bedrijven in de steden. Het eenige waar aan het platteland nog ernstig lijdt is aan de overbevolking en het is een bedenkelijk verschijnsel dat men afvoering van het te veel in de richting der steden zoekt. Dat lijkt ons niet gelukkig. Het feit dat den Haag maar steeds een groot overschot aan vestigingen te zien geeft, is niet zoo ver heugend als sommigen wel meenen. Op den duur zal zich dit moeten wreken en de toe standen in de steden worden er niet beter van. Vroeger bleef het overgroote deel van de platte lands-aanwas op den geboorte grond; thans vloeit een deel af. Het ligt niet op onzen weg *de gevolgen daarvan alle na te gaan, maar dat het een ernstig vraag stuk is, is wel zeker. De tegenstelling stad-plattel and bestaat nog al is ze anders geworden. Tot op zekere hoogte is de afstand tusschen beide in geestelijken zin verminderd en dat moet aan beide ten goede komen. Het platteland akn niet anders dan voor deze ontwikkeling de nagedachtenis van een man als dr. P. van Hoek in hooge eere houden. HAGENAAR. S naire party ten goede zou komen, is al even weinig aannemelijk. De achteruitgang van die partij bij de laatste verkiezingen, was zeker al heel gemakkelyk te voorspellen. Naar ons voorkomt, kan de drijfveer van Coiyn alleen worden gezocht in een sterk besef van plicht tegenover land en volk. Wij hebben in de achter ons liggende ja- ten gezien, hoe in Duitschland en Oosten rijk onder een democratisch bewind ten ge volge van de waardedaling van het geld de groote massa des volks is uitgeschud ten bate van enkelen. Als verschooning voor die bewindslieden kan worden aangevoerd, dat zij de zaak eerst begrepen, toen het te laat was. Thans zien wij Frankrijk denzelf- den kant opgaan. Daar weet men, door de ervaring in andere landen geleerd, waartoe de gelddepreciatie ten slotte leidt. En men weet ook wel, wat er gedaan moet worden, om het kwaad te stuiten. Wie dit wil doen, moet echter pijn veroorzaken, moet, het volksbelang dienen door tegen den voks- geest in te gaan. Daartoe ontbreekt echter de moed. Liever dan zich den volkshaat op den hals te halen, ziet men met open oogen land en volk den afgrond tegemoet snellen. Dit nu is naar onze meening de groo te verdienste van Colijn, dat, toen hij het gevaar zag, waarin wy> verkeerden en de ellende besefte, die daaruit voor ons volk dreigde, niet heeft geschroomd te doen, wat in dezen tijd zoo weinigen durven doen, n.l. het volksbelang te stellen boven eigenbelang. *-*>-*- Het gevaar voor de depreciatie van onzen gulden is voorloopig afgewend. In breeden kring ook waar men dit niet wil erken nen ondervindt men daarvan thans de gunstige gevolgen. Nu weten wjj wel, dat de omstandigheden Col(jn gunstig zijn ge weest. Dit neemt toch niet weg, dat hem de eer moet worden gegeven die hem toekomt, ook waar men het met alle details van zyn werk niet eens mag zyn. Nu begrype men ons wel. Wij stemmen het behoeft nauwelijks te worden ge zegd allerminst in met de godsdienstige opvattingen van Coiyn en zien daardoor ook allerlei politieke, economische en ciale vraagstukken door een anderen dan hij doet. Voorts kennen wy den heer Coiyn niet persoonlijk, zoodat wij moeilijk kunnen be- oordeelen, wat de diepste drijfveer van zijn handelen is geweest. Wy kunnen daarnaar slechts raden door af te gaan op zyne da den. Zy, die hem veroordeelen, verkeeren echter in hetzelfde geval. In de derde plaats gaat onze sympathie meer uit naar de kachtmoedigen dan naar krachtmenschen, zooals Coiyn er een is. Wy betreuren, dat deze krachtmenschen noodig den dag en vertrok naar zijn hotel, i en anderen morgen gingen i'uichel en ik naar de kerk en vonden bij onze terugkomst tante Ablewhite on mijn heer Brult aan tafel. Rachel at niet en wendde voor hoofdpui ju te hebben, t adelijk’ nam de sluwe rechtsgeleerde do kans waar, welke hem aangeboden word. „Er bestaat maar één middel tegen hoordpijn’ zeide die afschuwelijke man. ..Hen wimitteling, juffrouw Ka chel. zal u wel opknappen. Ik ben tot uw dienst, als gij mij de eer wilt aan doen, mijn gezelschap aan te nemen. ..Met het grootste genoegen. Ik ge loof. dat de lucht mij goed zal doen.’ Mijnheer Bruff hield gedienstig de deur voor haar open, en zij gingen te zamen uit. Ik ging den namiddag- d lenst in de kerk bijwonen, en bij mijn terugkomst vond ik haar weder thuis. Eén blik overtuigde mij. dat de no taris gezegd had1, wat hij 'zich had voorgenomen. Nooit was Rachel zoo stil en afgetrokken geweest. Nooit te voren had ik mijnheer Brutf haar zooveel oplettendheid zien be wijzen en haar met zulk een in het oog vallenden eerbied! behandelen. Hij had een uitnoodiging voor een diner, gelijk hij zeide. en ging vroeg heen. ABONNEMENTSPRIJS: per kwartaal 5L25, per week 17 cent, met Zondagsblad per kwartaal 2.90, per week 22 cent, overal waar de bezorging per looper geschiedt Franco per poet per kwartaal 8.15, met Zondagsblad 8.80. Abonnementen worden dagelijks aangenomen aan ons Bureau: MARKT II, GOUDA b|j onze agenten en loopers, den boekhandel en de postkantoren. Onze bureaux zijn dagelijks geopend van 9—6 uur. Administratie Tel. Int. 82; Redactie, Tel. 83. LOllkMIlE (IHIIDT. HOlA'DSrilK VI. Ik ga de dagen, welke onmiddelljjk volgde» op bovengenoemde treurige gebeurtenis, stilzwijgend voorbij. Een maand, verliep er, voor juf frouw Rachel en ik elkander weder om onunoetten. Het was bij gelegen heid, dat ik eenige diagen doorbracnt onder hetzelfde dak ais zij. In dien tijd viel er iets voor, betrekking heb bende op haar verloving met mijnheer Godfrey, dat van genoeg belang is om in de®e bladizijdijn vermeld te wor den. Waarneer deze laatste smartelijke onthulling van onze ïaimiilieaangelegen- heden heeft plaats gehad, zal mijn taak zijn afgedaan. Dan zal ik alles hebbed medegedeeld, waarvan ik in eigen persoon kan med «spreken. Het stoffelijk overblijfsel mijner tan te werd' van Londen1 vervoerd naar 'het kleine kerkhof, dat grenst aan de kerk in haar eigen park. Ik werd uil- genood'igd op de begrafenis met de ovengf laimiilielleden.'! Mijn gezond- heddstoei-La'nJl1 was echter op dat oogen blik van dien aard, dat ik er niet aan kon deelnemen. Mijnheer Ablewhite- senior was door tante aangewezen als voogd van zijn nicht, tot deze meer derjarig zou zijn. Onder deze omstan digheden deelde mijnheer Godfrey, naar ik veronderstel, zijn vader mede, in welke verhouding hij tot Kachel stond. Tien dagen na tantes dood ten minste was het geheim der verloving volstrekt geen geheim meer in den kring der familie, en mijnheer Able white gaf zich moeite om' zich zelt zoo aangenaam mogelijk te maken bij de rijke erfgename, die zijn zoon zou huwen. Rachel veroorzaakte hem in den beginne nog al eenige moeite, wat de keus van een tehuis betreft. Ein delijk werd besloten een gemeubileer de woning te Bringhton te huren. Me vrouw Ablewhite, een ziekelijke doch ter en Rachel zouden er hun intrek nemen, terwijl de heer Ablewhite zich later bij hen zou voegen. Zij zouden geen andere bezoekers ontvangen dan eenige oude vrienden, en Godfrey zou. zoo dikwijls hij wilde, gelegen heid hebben, met den trein over te komen. Het huren van het huis werd d'e aanleiding, dat ik wedterom' met Rachel in aanraking kwam. Tante Ablewhite namelijk was een vrouw het landbouw-onderwijs dat thans in ieder dorp gegeven wordt, dank zij de voorlich ting die door overheidsbemoeiing van we tenschappelijke zyde wordt verstrekt. Het is voor een goed deel het werk geweest van Dr. Van Hoek en hem dient daarvoor de eer en de hulde te worden gebracht. Wie eens een kykje neemt in het West land en dit vyf en twintig jaar geleden ook wel eens heeft gedaan, zal het enorme ver schil opvallen. De kas-kweek byv. is op reusachtigen schaal toegepast; de veilingen zijn het bewys dat handelsgeest gekomen is in de plaats van de stille tevredenheid met een schamel winstje. Vooral is aan het platteland ten goede gekomen de uitbrei ding van de middelen van verkeer. Op een oude plaat in het bekende boek over den Haag van de Riemer zien wij den ouden Loosduinschen weg met de Loosduinsche vaart. Daar gaat een groentenschuitje door die vaart. De plaat is meer dan twee eeu wen oud maar het gnoenteschuitje had reeds ihet model dat tot voor kort nog algemeen gebruikelijk was in het Westland en dat nog dagelyks te zien is. Wel een bewijs hoe wei nig beweging er in het bedrijf valt te con- stateeren. Thans echter is dit befaamde „Westlan- dertje" gelijk het schuitje, dat zelfs een ty pe is geworden, pleegt genoemd te worden, aan het verdwijnen. Het is de vracht-auto die het verdringt, 't Is heelemaal geen onge woon verschijnsel dat opreen tuinderij in het Westland een paar groote vrachtauto’s worden aangetnoffen, naast eenige motor fietsen én een groot aantal gewone rijwie len. Deze drie middelen van verkeer heb ben het platteland uit zyn isolement gehaald en eerst toen dit het geval was bloeide de geest daar op en werd een gansch andere geest over de land- en tuinbouwers vaardig. Thans is hun bedrijf goed georganiseerd, op de hoogte van den tyd, toegerust met moderne hulpmiddelen en ten allen tjjde vatbaar voor toepassing van al hetgeen de wetenschappelijke onderzoekingen hebben geleerd. Nogmaals: in deze belangrijke ontwikke lingsperiode heeft <lr. van Hoek een groote rol vervuld, is hij do stuwkracht geweest en is hy de pleiter geweest voor den boeren stand. Toen de Wageningsche hoogeschool geopend werd, werd hem de eere-titel van doctor in de landbouwwetenschap toege kend .Voor hem, die eenmaal voor lager- onderwijzer werd opgeleid en verder zich zelf heeft opgewerkt, een bizondere onder scheiding die echter ten volle verdiend mocht heeten. Voor de steden is de ontwikkeling van het platteland van zeer groote beteekenis geweest. Het Jykt ons dat men daar meer belangstelling en meer waardeering voor die ontwikkeling mocht hebben dan than* over het algemeen het geval is. Een econo- ^piisch bedrijf is altijd in het voordeel van ~ons allen; het lijkt misschien dat de finan- cieele welvaart van de boeren ten koste van 'I1 J. de oude wereldluig te Brighton was ge komen met net een oi ander doel. „Godfrey had er veel spijt van, dal hij niet mco Kon gaan, Drusilla zei do tante Ablewhite. .,Er is iets in den weg gekomen, dat hem1 in de stad ophoudt. Mijnheer 3ruïf heeit aange boden, zijn plaats te vervangen, en stelt zich voor, ons tot Maandagmor gen gezelschap te hóuden.” Rachel stond bij het venter, oogen op de zee gericht. ..Vermoeid vroeg ik'. .,Neeti, alleen maar een weinig neer siachtig. Ik heb dikwijls de zee zien op de kust van Yorkshire wijl dat licht er op scheen. En dacht, Drusilla, aan de dagen, nimmer terugkomen. Mijnheer Bruff blieef dineeren. Al meer en meer werd ik in mijn over tuiging versterkt, dat hij een gehei me bedoeling had Ihet te Brighton te komien. Ik hield hem opmerkzaam in het oog. Hij bleef voortdurend op zijn gemak praten over allerlei onbeteo- kende onderwerpen, tot het tijd werd afscheid te nemen voor den nacht. Terwijl hij Rachel de hand gaf, zag ik. dat zijn sluwe, doordringende blik even met bijzondere aandacht en be langstelling op haar bleef rusten. Ze ker, zij moest betrokken zijn in het geen hij voor had. Hij zeide echter mets bijzonders noodigde zich zelf op het tweede ontbijt van den volgen- DKXKJVII. Een merkwaardige figuur in den Haag is heen gegaan in de persoon van dr. van Hoek. Hij was een type uit de opkomende periode van den landbouw en er is wel geen tweede aan te wyzen als hy zich er toe gezet heeft om den N»derlandschen land en tuinbouw uit den aatts-vaderlyken sleur op te heffen tot een economisch en modern bedry*, dat vooral de resultaten van de we tenschap aapvaardde. Jarenlang is hy de leider geweest in alle ■|<ndbouw-aangelegen- heden voor zoover de Staat zidi daarmede inliet. iFeitelyk ligt de tyd nog slechts een paar tientallen jaren achter ons dat de be vordering van een l^jdbiuw geheel buiten j dert‘overhei&Xmoeiïng lag. Er is i - 5 geenr maatschap pelijk leven in ons land dan de land- en tuinbouw. Van vader op zoon ging het be drijf over; er werd niets aan veranderd, alles sjokte op den ouden voet voort en ner gens vierde het conservatisme zóó hoogtij als in deze bedrijven. De boeren waren arm al werkten ze hard; zy hadden geen kennis van de wetenschappelijke ervaringen die op gedaan waren; zelfs stonden zy daar vijan dig tegenover. Zij hadden geen zaken-ken- nis en waren daardoor de ^dupe van sluwe handel sagenten die hun waren opkochten en die met de winsten gingen strijken. De eerste stap ter verbetering zijn de proefvelden geweest, welke werden aange legd om de landbouwers te laten zien dat met betere en wetenschappelijke toepassing van bemesting en kweeken veel hoogere re sultaten waren te bereiken met dikwijls veel minder moeite. Het oude verhaal omtrent het werk en het leven van den boer is bekend. Een boer is iemand zoo luidde het, die één aardappel in den grond stopt, daarna zijn pijp gaat rooken, afwacht tot er uit dien éénen aard appel twaalf andere zijn gegroeid; dan er die twaalf elf verkoopt, er weer één in >pt, enz. enz. Misschien is er tyd geweekt dat deze primitieve gang zaken heel dicht by de werkelijkheid^ lank/ïy zijn, maar mogen daarajm o.i. niet het recht ontleenen, hunne dadeiCte verkleinen en hunne dryfveeren verd»ht te maken. Alles wel beschouwd, pieenen wy dan ook onze volkomen instemming te moeten be tuigen met de woorden An „het Vaderland”. Coljjn, aldus dit blad, gaat heen, en al zul len de vijanden niet ontbreken, die den ge vallen leeuw den ezelatrap meegeven, wy willen hem niet zien vertrekken, zander hem recht te doen. En dat tal hierin bestaan, dat wy constateeren, dat hij, alle populari teit versmadende, wat hij als landsbelang zag, onverbiddelijk in het oog heeft gehou den en ons voor inflatie .heeft behoed. zonder de muiate geestkracht, die van niets zooveel hield ais van haar ge mak. Daarom dacht zij er dan ook aan, mij in den arm te nemen, om de onaangename drukte en beslomme ring, die noodzakelijk met het opzet ten eener nieuwe huisihouding gepaard gaan, van haar eigen schouders te schuiven. Zoo ontmoette ik Kachel dan weder. Zij zag er veemagerd en bleek uit, hetwelk nog te meer uitkwam door den «nepen rouw, waarin zij ge huld was. Grootelijks tot mijne ver wondering stond zij op, zoodra ik bin nentred. en begroette mij met uitge stoken had. „Het doet mij genoegen, u te zien”, zeide zij. „Drusille, bij vorige gele genheden heb ik u dikwijls ruw en onbeleeid behandeld. Ik vraag er ver- sohooning voor en hoop, dat gij mij vergeven zult.” Ik gaf een gepast ant woord en wij gingen over tot de be spreking der huiselijke aangelegenhe den. Zaterdag tegen den namiddag was do w.oning gereed om de nieuwe bewoners te ontvangen. Tusschen zes en zeven kwamen z» aan. Tot mijn onbeschriivelijke verbazing werden zij begeleid, niet door mijnbeer Godfrey, gelijk ik gemeend had, doch door den notaris mijnheer Bruff. „Hoe gaat het u, juffrouw Clack?” zeide hij. „Ditmaal ben ik van plan te Wijven.” Uit déze woorden maakte ik op, dat ■ïi M

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1926 | | pagina 1