nieuws WAV WAV WW? do. 10235 A. BRINKMAN ZOON Dit blad verschi FEUÏELE1 DOOR GOUD VI BERGAMBACH' NIEUWERKER] SMAAKVOL DRUKWERK BINNENLAND. In ieder huis, waar de schept in het bijzijn zijm vrouw in het bijzijn i heerscht volkomen geluk G DAMRUBRIEK Onder redactie van de Damclub „Gouda”, Secretaris Steynkade 27, lokaal der club Markt 49. Een veel bewogei Roman uit het 1 van Miss E. BRAD abonnementspr pey kwartaal 2.90, pe Franco per post per In Abonnementen worde bij onze agenten en loc Onze bureaux zijn dï Redactie Telef. 83. Pos gedaan met hun domein, dan trekken ze naar ongerepter oorden en dan staat er in de Goudsche Avifauma: „broedde in 1926 vlak by Gouda, komt thans hier niet meer voor”, ’t Is echter te hopen, dat dit nog lang moge duren, dat nog lang daar ten Noordiwi van Gouda de pliassen zullen lig gen in al hun gtooteche pracht en dat wij nog lang deze fraaie wonderlijke dieren in hun prachtige omgeving kunnen bespieden en nagaan. Werkelyk: Inhere is romance enough at home, without going half a mile for it, only people never think of itt... (Dickens.) M. PEETERS, G. O. C. Gouda, 13 Aug. 1926. er dan ook maar twee grypen om te ringen, de andere Idrie lieten zich niet verschalken. In 1923, en 1925 dedeen wy geen apenwaamemingen; wel broedden gens opgaaf (van Dr. W. Zuydam elk jaar vveer op de „Roei- en Zeilplas”. jaar wouw- ze vol- dere buitenlandsche toeristen naar ons land brengen. Op dit punt heeft de practyk de verwachting voor dezen zomer bevestigd, want enorm is nu de belangstelling in het buitenland, die voor ons land en met name voor ons mooie Scheveningen, bestaat. Ei ken dag brengen de treinen dan ook hon derden vreemdelingen naar onze centra en badplaatsen en mag men hun uitlatingen steeds serieus nemen, dan is de verwachting voor de uitstapjes naar Holland steeds l)pog gespannen. ma- van een water- van na- aantrekkelykheid tot het zandbad, ziet ize daar* geregeld van gebruik maken en (het is niet noodzakelyk dat de kloek het ze voordoet of leert, want ma- chinekuikens «(ju er even bedreven in als natuurkuikens. De Volkenbond, ’t ideaa 1 van verbroedering van de r laatsten tyjd nog wel eens dan vrede en vriendschap 1 onderling. De toelating van Duitse, van het verdrag van Loc i tweespalt in de gelederen niet is verdwenen en zelft van Brazilië heeft tengevoi Een ander conflict, gere Volkenbondsleden onderlip den onze lezers uiteenzette Door de vergadering var is indertijd 'besloten tot he commissie, die een plan v zou voorbereiden. Op dez conferenties zyn echter zu de meeningen te voorschy men met alle 'bespreking^! eenparig aanbevolen voon kenbondsvergadering zal k Welke zijn nu de' moei! men in Genève is gestuit? In de allereerste en vo iis dit de kwestie der con.tr pening. Frankrijk had in i j gesteund door België, Pol' Entente, betoogd, dat er e commissie moest komen, o oefenen op de stand dier o verschillende landen. De de ontwapeningscommissie sche standpunt, maar L groote tegenvaller de ir ten, met name, Engeflar R Amerika, Zweden en Chili E er tegen en daar de versa’ r weg te nemen, zal nu een een miiwierheidsrapport wo Ondertusschen wordt me Volkenbondsgepraat beu er. kaansche waardeeringsther fe Volkenbond toch nooit veel j staan dan 0 graden, is di i Coolidge met zyn minister sche zaken Kellogg aan h( - gaan en heeft laatstgenoe een rede gehouden, waaimi-t waartoe de Amerikaanse E hebben geleid. Kellogg wil van internationale control^ voering van een overeen] „behoort af te hangen van en eerfned voor de verdrag Nu een ander point van Volkenbondskringen. De alle 'kwesties die zich bij oi doen eerst vast formuleerei ren zyn vastgesteld, zegge daarnaar een plan voor oi stellen, dat op ieder land toegepast kan worden, meer van afdbend handelei ffen: „<t Vaststellen ven zo ONS PLUIMVEE. Zandbad. Om hoenders, fazanten, patrijzen in hun gevangen staat het leven op den duur mo ge) yk te maken en zooveel mogelijk aan te passen aan hun aard en karakter, is het noodig ze voortdurehde beschikking over of gelegenheid te. geven tot ’t nemen van 'n zuiver zandbad. Met ’n kennelijk genot maken zij met enkele beenslagen een soort kuiltje, rollen er zich in, de veeren zooveel mogelijk opgezet zoodat de zanddeeltjes er flink tusschen gewerkt worden, woelen en schudden zy zich dat het een lust is. Als een poos (lang dfit spelletje geduurd heeft, staan ze op, schudden zich flink uit, zoo dat alle zanddeelen worden weggeslingerd soms tegelyk met eenige op het vogel- lichiaam huizende parasieten. Het ligt in den aard der zaak dat het zand goed droog is, «zooals het bijvoorbeeld op het strand en in de dunnen wordt aangetroffen. Droog rivierzand is eveneens best en bijvoegsels als alsch zijn heelemaal onnoodig, maar kunnen er in sommige gevallen een deel van uitmaken. Grove stukken steen hooren in een goed zandbad niet thuis. Het zand bad moet overdekt zyn, zoodat ook in den winter en bij alle weersgesteldheid er ge bruik van gemaakt kan worden. Het is aar dig om te zien hoe in een goede stadsren in het hartje van den winter van het zand bad gebruikt wordt gemaakt en hoe aan- stekelijk deze liefhebberij bij kuikens en kippen schynt te zyn. Vaak merkte ik op hoe by zeer makke dieren het al voldoende is met de hand een kuiltje in het zand te maken om ze aan het baden te kry'gen. Zoo lang hoenders lust hebben in het zandbad kan men wel aannemen, dat ze gezond zijn. By ongesteldheid of ziekte wordt er niet aan gedaan. Onze duiven daarentegen ne mén nooit een zandbad, maar moeten juist de gelegenheid hebben een bad te nemen in frisch water. Dit is voor hen onmisbaar, zooals het ook noodig is voor onze kooi vogels. Ook zyn er nog gevederde gasten, zooals de musschen, die zoowel gebruik ken van een zandbad als bad. Zelfls kleine kuikens hebben ture imen Prof. mr. J. Simon van der Aa. Naar het Groninger Dagblad verneemt, is de Internationale Penitentiaire commissie voornemens een permanent bureau te Bern in te richten en prof. mr. J. Simon van der Aa, hoogleeraar te Groningen, te benoemen tot secretaris-generaal van dat bureau. Zoo als men weet, heeft genoemde hoogleeraar op internationaal penitentiaire congressen zich by zonder onderscheiden en viel hem eenigen tijd geleden de eer te beurt in ver band daarmee door den Engelschen Koning te worden benoemd tot Knight. Duitsch bankpapier. Herhaaldelijk wordt getracht roodgestem- pe^le, gedeprecieerde Duitsdhe bankbil jetten van 1000 mark in Nederland te plaatsen, onder voorspiegeling, dat ten aanzien van dit papier waarschijnlijk nog gunstige valorisatiebepalingen te wachten zullen zyn. Naar aanleiding hiervan wordt mee gedeeld, dat het Departement van Finan ciën van officieele Duitsche zijde bericht heeft ontvangen, dat blijkens beslissing van het Duitsche Reichsgericht de valorisatie van zoodanig bankpapier in laatste instan tie van de hand gewezen is. De Zuiderzeewerken. Het volgend telegram is gezonden aan den Minister van Waterstaat: „Naar aanleiding van geruchten, die blij kens nadere informatie waarheid bevatten, worden onderhandelingen gevoerd over be langrijke werken voor den afsluitdijk der Zuiderzee met een op te richten naamlooze vennootschap, waarbij eenige aannemers mede dóór inbreng van bagtgermaterieel zullen zijn betrokken. Het bestuur der afdeelimg Gorinchem van den Nederlandschen Aannemersbond' ver zoekt Uwe Excellentie beleefd doch drin gend, uwe medewerking daaraan niet te verleenen, zoolang niet gebleken is, dat een andere oplossing mogelijk is. Onze leden beschikken over vijfenveertig baggermolens, negentien profiel- en bak kenzuigers, acht elevatoren, dertig sleep- booten, honderdtien zuigbakken, zestig on- derlossers, vijftig zolde/bakken, veertig zandbakken, woonarken, volksarken, stooin- kranen, drijvende bokken en divers spoor- materiaal, alsmede een staf van personen met ruime ervaring op waterbouwkundig gebied. Zij stellen er prijs op, niet op eeni ge wijze te worden uitgesloten, hetzy van mededinging, den wel beschikbaarstelling ook van hun materieel voor de te maken werken en verzoeken dringend uwe mede werking.” Aan den directeur-generaal der Zuider zeewerken is een telegram van dezelfde strekking gezonden. Fietstocht. Clinge Doorenbos dicht in de Telegraaf: Pa en Ma, op nieuwe fietsen, Gaan de stad uit, eensgezind; Beiden met den wind van voren En van achteren een kind. Op het stuur een mand met broodjes En een groote flesch met melk, Vier bananen, aipenoten En een zes-cents-reep voor élk. Ma rijdt door het stop-signaal heen (Een kruispuntig stop-agent) Vader moet zyn naam opgeven, Want hy bromde: lamme vent, ’t Hengsel van het broodjesmandje Breekt door ’t schokken in een kuil, Vader reinigt de kadetjes Met zyn zakdoek. (Was toch vuil). Ma vraagt na vier kilometers: Is ’t nog vèr, naar Muiderberg? Pa, die dóórzet, schoon hy dóórzit, Antwoordt opgewekt: niet erg. Nog drie kilometers verder Rydt Ma aan den linkerkant, Auto drukt haar claxonhonend In het mulle, rulle zand. By het slippen breekt de mdkflesch, Héél haar zwarte rok is wit, Pa merkt, dat een rechterbroekspijp (Van Pa) in den ketting zit. Duizend meter Voor het einddoel Wil het jongste kind er af; Daar hij zulks te laat gevraagd heeft, Krjjgt hy geen banaan voor straf. Pootjeébaden totdat ieder In een glasscherf heeft getrapt, Dan het collectieve beenwerk Met den zakdoek drooggelapt. 73) --- -•Het huwelijk mitste.. Sir Aubrey deal tijdi lat- échten te ver anderen, sclientijd te sterven. Ne Sir Aubrey niet lang v> niet zoo dooni zijn on 8le| te spreken.” Sylvia zuchtte, dacht no°?ens verbonden aan van armoede tot rijkdo wi0rp zioh. Zij zette ha» verwijderde zich om e< ooor t0 brengen te mid pers zijde, en patronen spelden, waarmee Mairy «K vertrekje als bezaa zij heel druk ha Roede Mary Peter er w ais zij van die nieuwe ne? E,. wafi aJ zoovoe GEMENGDE BERICHTEN. Het grensverkeer. Uit den Gelderschen Achterhoek schryft men aan de A. Ct.: Er wordt den laatsten tijd sterk gewaar schuwd tegen het overschrijden van de grens zonder pas, waardoor de indruk wordt gevestigd, dat van Duitsdhe zyde by zonder scherp wordt opgetreden. Weliswaar is voor een reis naar Duitschland nog een buiten- landsch paspoort noodig, doch dat neemt niet weg, dat ook nu nog aan de grens over en weer een zeer gemoedelyke verstandhouding heerscht en het is goed even vast te leg gen, dat men op Duitsch gebied buitenge woon voorkomend wordt bejegend. Het klei ne grensverkeer ondervindt absoluut geen moeilijkheden en dat men nu daarvan een zeer druk gebruik maakt, bewyzen de dui zenden Duitsche toeristen, die aan de Hol- landsche grensplaatsen bezoeken komen brengen en Montferland met omgeving dan ook geregeld aandoen. Omgekeerd krijgen de Hollandsche grensbewoners onophoude lijk gelegenheid goedkoope uitstapjes naar de Duitsche overburen te maken, alwaar in plaatsen als Emmerik, Kleef en omgeving geregeld sportfeesten worden georganiseerd. Vooral wedrennen te paard en per rijwiel, alsmede vliegdemonstraties trekken kolos saal veel bezoek uit ons land en er is we der dezelfde aangename omgang over en weer alsof men nooit oorlog en passen heeft gekend. Dat ook in het groote internationaal ver keer buitengewone vooruitgang is te bespeu ren, bewyzen niet enkel de in grooten ge tale naar Nederland komende Oostenryk- sche en Duitsche zakenlieden, die men da gelijks te Emmerik met hun monsterkof- fers naar ons land kan zien trekken om de oude handel srelatiën weder aan te knoopen, doch het zijn vooral de lange D-treinen, welke met duizendtallen de Duitsche en an- Probleem No. 376. Ziwart schijven op: 1, 12/14, 16, 17, 19, 23, 24, 39. Wit schijven op: 26/28, 30, 32, 33, 35, 38, 39, 47. Oplossing van Probleem No. 371. Wit speelt 35—30, 34—29, 28—23, 38—83, 32—1, 1 49. Oplossing van Probleem No. 372. Wit speelt 27—22 fzw. 23—29 gedw., op 20-24 of 25 wit 27—18 en 38—32), 34 23, 23 gaat tot 4, ziw. 20 tot 49 of 50. Wouwapen. In de dichtste rietpollen van de Reeuwijk- sche- en Shiipwijksche Plassen, in ’t wilde, woeste moerasstruweel, waar de gele we- derikken en de roode wilgenroosjes om 't hardst om den voorrang strijden, waar me- terftioog koninginnekruid en melkeppe elkaar verdringen, daar, in de mooiste hoekjes van on&e mooie omstreken, huizen geheimzinnig deze in levensgewoonten en manieren zoo buitengewoon interessante vogels. Niet veel streken van ons vaderland is het gegeven de schuwe, kleine butoortjes te herbergen; zelfs het beroemde Naardermeer, eigendom van de Vereeniging tot Behoud van Natuur monumenten in Nederiand, kan er zich niet op beroemen, hoewel ze wel op de naby ge legen Ankeveensche plassen broeden. Al een paar jaar lang hebben de leden der Gowlsche Ornithologische Club „Hirun- do” geprobeerd iets meer te weten te ko men van deze schuwe rietbewoners en dit is lang niet gemakkelijk, aingezien bij die schuwheid en zeldzaamheid nog komt hun naehtelijke levenswijze, ’t Eerst werden we op ’t voorkomen van deze vogels opmerk zaam gemaakt, door ’t volgend bericht in een der Goudsche bladen van eind Augustus 1920: e e u w ij k. „Door den heer J. Slinger „alhier werden tusschen het riet van de plas „een nest met 7 jonge roerdornpen (woud- „apen) gevonden, een groote bijzonderheid. „Twee ervan worden door hem groobge- „bracht met visch.” Natuurlijk weid er door ons al dadelijk ijverig uitgezien naar woudapen, zooals ze officieel heeten en werkelijk, reeds den llden September 1920 wajjen wij zoo geluk kig een paartje van deze dieren te consth- teenen op 'n eiland van den bekenden „Plas van Stoflberg”. Ook 1921 gaf ons twee waamentingsdata n.l. 13 Juli en 5 Septem- ,ber; maar daarbij bleef het; nesten wenden niet gevonden. Ook 1922 begon ontmoedi gend; overal werd gezocht, systematisch werden groote rietgorzen afgezocht, didh- te wildernissen doorwaad, maar alles tever geefs. Wel weiden talrijke hhJf of by’na vol tooide nesten gevonden, vele malen wenden de mooie vogels gezien en des avonds klonk duidelijk en helder over de in maanlicht roerloos liggende plassen hun op kikkerge kwaak gelijkende paringsroep (waaraan ze hier hun naam wouwaap te danken hebben) maar ondanks alles: ’n legsel van de kleine roerdompen bleef tot de vrome wenschen behooren. Maar ook hier speelde het toeval weer een rol. Op een klein onaanzienlijk en smal eiland joegen we een prachtvogel op: ziwart met groenachtige metaallglans was de geelbruin de onderzijde, de vleugels fraaie witte diekveeren, een wouwaap! toen bleek ook waarom ze wouwapen noonwl worden. teruit, de veeren verliezen hun glans, de dieren vermageren, staan treurig in een hoek, verliezen soms enkele nagels of ge ledingen van hun teenen, kunnen op het laiatst zelfe niet meer staan en sterven aan algemeene uitputting. Wordt de besmetting vroegtijdig ontdekt, dan is er nog wel veel te herstellen. De be handeling komt natuurlijk aan op het doo- den der parasieten, zoowel op de pooten van het dier als op den zitstok zelf. Door goed inwrijven met groene zeep worden de korsten week, daarna afgewasschen met lauw water, mits geen bloeding veroorza ken. Nu begint onze hernieuwde aanval op de mijten met creoline, hertshoomolie, peru balsem, teer en ook nog zuivere petroleum. Maar al deze stoffen gebruike men pas na voorafgaande vermenging met olie, vase line of eenig ander vet, gemiddeld vyf dee- len vet op één deel andere stof. Eenige ma len herhalen van deze bewerking zal altijd noodig blijken. - Zyn de aangetaste dieren minder kost baar, dan zou afslachten aanbeveling ver dienen en dit dan ook niet uitstellen tot de vermagering begonnen is. Het vleesch kan dan nog dienen. Ook dit was weer vrij gunstig voor ide wouw apen. Alleneerst ondekte ons clublid, H. D. Boot Jr. op de plassen waar de Roei- enq Zeilvereeniging „Gouda” haar clubgebouw heeft, ’n nest van den wouwaap d.w.z. op 19 Juni 11926 vond hij het begin van een nest, dat echter ongeveer 1% week verlaten bleef. W« begonnen reeds te denken aan een speelnest of aan een hulpnest, zooals meerkoeten en waterkipjes ze dikwijls bou wen en die laten dienen als rust- en speel plaatsen voor de jongen, tot by de controle op 5 Juli echter bleek, dat de wouwapen er een étage-woning van gemaakt hadden: 20 c.M. onder het eerste nest en 40 c.M. boven het waten was een tweede nest ge bouwd en hierin lagen ’n tiweetal eieren, een aantal, dat op 10 Juli tot 6 aangegrooid was. Op 21 Juli waren de jongen er, n.l. 4 stuks, 2 eieren waren, nog niet uitgekomen. Op 28 Juli waren er 5 jongen en 1 ei; drie jongen waren op het bovenste nest geklau terd, de twee anderen, die kleiner en jonger I leken zaten nog op de benedenwoning. Na tuurlijk werden ze geringd. Ongeveer terzelfder tijd wertf van ver schillende kanten het bestuur der club er 1 opmerkzaam op gemaakt, dat aan den Plat- teweg jonge wouwapen te koop aangeboden werden. Aangezien zoowel ’t uithalen, als het ten verkoop voorhanden hebben van deze dooi- d^ wet beschermde vogels verbo den i^ en tevens de wouwapen door het steeds meer en meer in cultuur brengen van woeste oenlanden voortdurend zeldzamer wonden, werd de Nederiandsdhe Veretni- ging tot Bescherming van Vogels gewaar schuwd, en, dank zy de medewerking van Rijks- en Gemeentepolitie kon op de jonge vogels beslag gelegd worden. Daar zy ech ter te jong waren om, aanstonds losgelaten te worden, werden ze „uitbesteed” om, tot ze groot genoeg zouden zijn, ,^>pgevoed” te worden. Onder dit „opvoeden” werd ver staan, dat het edele vijftal dagelijks onge veer 1 K.G. witvisdh te verorberen kreeg. In de natuur zijn de wouwapen echter niet zulke vrs-ohverislinders; tusschen ’t riet ma ken ze jacht op vliegen, muggen, torren en kevers, hoewel ook niet verzwegen mag worden, dat eieren en jongen van de kare- kieten graag door de scherpgebekte movers worden buitgemaakt. Verscheidene scheef hangende geplunderde karekieten-nesten in dc buurt van de wouwapenhuiöhouding wy- een er op, dat ze op z'n tijd een eitje en ’n jong vogeltje niet versmaden. lEindelyk, 6 Augustus was de dag daar, dat de pleegkinderen groot genoeg warei. om zelfstandig de wereld in te trekken. Op e«i eenzame plek, waar ’n ki-aggeneiland stil te droomen lag midden in de zonover goten plassen, waar geheimzinnig uitzien de rietbosschen overvloed schuilplaatsen bo den voor de aan hun lot ovengclaten jongen, werd kalm hun hok geopend. Zachtjes be hoedzaam slopen ze naar buiten in de typi sche reigerhouding, kop laag tusschen de schouders, de snavels bij elkaar eiken stap vooruitpriemend, voorzichtig, de pooten neerzettend. ’n Hand in hun nabijheid ge bracht negeerden ze totaal, maar kregen ze by het ringen even de gelegenheid, direct werd een forsche houw in de richting van ons gezicht, speciaal de oogen gelanceerd. Draaiden we, als ze op den grond zaten, langzaam om hen heen, dan draaiden ze als maar mee, steeds maar hun oogen op de» (denkbepldigen) aanvaller gericht. Daarvan maakten we ook by het kieken gebruik, om hen naar believen „en face” of „en profil” te fotografeeren. ’n Typisch moment was het, toen hoog in de blauwe lucht 'n witte stern traag wiekte direct werden de halzen gerekt, de hals- en borstveeren gingen om- ’hoog en ze staarden, staarden met hun snavels opgeheven en volgden hem met hun blik: de natuur riep. En ineens, daar verhief er zich een hoog op de pooten, de vleugels klapwiekten, een sprong- en... dkar ging hij. Nooit had hij zijn vleugels gebruikt en nu zeilde hy, eerst onzeker, maar dan steeds vlugger en vlugger over de wondere we reld ondei- hem, 't rietland in... de onbe kende toekomst tegemoet. Ook de ander’n stegen, de een na den ander op en nog lang hoordén wy hun geritsel, als ze rondschar relden in den rietzoom langs het eiland. De eerste dagen lyden ze misschien honger, maar dan geven ze gehoor aan de oerin- stincten, die hen aanzetfoen tot vischvangst en insectenjacht en als straks de trekeen- den uit de Oostzee den naderenden winter zullen aankondigen, dan trekken ze heen naar het Zuiden, om straks, wanneer de strakke voorjaarswind suist oveir onze wij de, mooie plassen, terug te keeren en hun diepe paringsroep te laten klinken in den helderen maanlichten lentenacht. Als ook hier echter de plassen worden drooggelegd en ’t (dichte rietstruweel plaats moet maken voor akkers, waar ry en ry de bloemkolen staan, als in plaafs van ’t donkere watervlak met zilverblanke water lelies, gouden plompen en 'bronzen rietplui men, glanzend 'groene weiden liggen te blinken, dan zullen onze wouwapen onze omgeving niet lang meer bewonen, dan is ’t Kalkbeenen. De kalkbeenen by hoenders, fazanten en andere hoenderaöhtige vogels worden ver oorzaakt door een bepaalde soort schurft- myt, die op en tusschèn de schubben van het loopbeen huist, op de kale, maar meer nog op de beveerde beenen, zooals van Sa- belpootkrielen, Cochins enz. Gelukkig be staan er eenige voorbehoedmiddelen om ons pluimvee bevrijd te doen blyven van deze lastige, vieze en ten slotte zelfs doodelyke plaag. Wie kuikens langs den natuurlijken weg fokt heeft er nauwkeurig op te letten, dat de hen aan welke men de jonge kuikens ter opvoeding toevertrouwt, zelf volkomen vrij is van kalkachtigen aanslag op het loop been, ook zelfs van zulk een aandoening in het allereerste stadium, dat vooral op het kniiegewricht het eerste is wiaar te nemen. Het is vast en zeker dat door haar de kui kens met kalkbeeneh besmet zullen worden en reeds voordat ze volgroeid zijn er vrij sterk door aangetast zullen zijn. Zich daar naar te richten is dus al een voorbehoed middel en wel het meest afdoende. Het tweede is nooit hoenders, hetzy hanen of hennen aan te koopen of van anderen over te nemen, als ze niet volledig vrij zijn van besmetting door deze mytensoort. Een derde middel is om alle pluimvee, dat boven, de drie jarén oud is, af te slach ten of voor de consumptie te verkoopen, want het zou wel kunnen gebeuren, dat on danks de behoorlyke verzorging en rein heid, zioh toch van buiten af de besmetting kenbaar maakt. De bedoelde schurftmyt (Sarcoptes mu- tans) is zeer klein, want als er vier of vijf naast elkaar staan opgesteld, vormen zij een gelid van slechts één enkelen millimeter of een kleine vijftig op een rij van één centi meter. Maar hoe klein ze ook zyn, ze ver oorzaken een ondragelijke jeuk, die aan broedsters de vereischte rustigheid en aan volwassen dieren ((en slaap ontrooft. De wy’fjes graven zich in, terwyl de mannelijke rny’ten meer aan de oppervlakte blyven. De ingraiving der wijfjes veroorzaakt ontste king, die gevolgd wordt door een afscheiding van vochten, welke met de uitwerpselen der mijten de bekende poederachtige, kalkach tige korsten vormen, waardoor de van na ture goed aansluitende beenschubben wor den opgelicht. Dit opgelicht zyn vertoont zioh het duidelijkste daar, waar de teenen beginnen. Bij aankoop op dat punt nauw keurig te letten! Ten slotte wordt door die aangroeiing en afscheiding het been steeds dikker, het loo- pen wordt moeilijk, de eetlust neemt af, het voedselzoeken en de bewegingen minderen, I de eierproductie gaat natuurlijk hard ach- Probleem No. 375. Zwart schijven op: 3, 6/14, 19, 20, 24. Wit schijven op: 21/23, 27/29, 33/35, 38, 42. rug, met En g«- Als een aap zoo vlug en handig klauterde de vogel weg van rietsten gel op rietstengel met behulp van de lange grijpteenen. Eeneigenaardig wuiven van het riet toonde n<>g lan® den weg, dien de vogel nam. En in een elzenstruik lag het nest, heel eenvoudig, bijna slordig gebouwd van twijgen, gevoerd met rietstengels, riet bladen en biezen en daarin lagen 7 witte, Jets blauwige eieren ter grootte van een tortelei. Een paar weken later waren er jongen, prachtdieren, geheel in gelig crème kleurig dons gekleed, waartusschen 't vleeWh roze schemerde. Naderden wjj het nest, dan werd direct de „schrikstand” aan genomen: de donsveeren gingen omhoog, de kop achterover en de halfgeopende snavel- gaven de jonge vogels een zeer vreemd uiterlijk. Dit nest lag in een elzenstruik, zooals wij reeds vermelden, in 1924 echter vonden wy een nest, dat op geheel andere wijze gebuowd was. Dit rustte op de manier van k o’ten nes ten op de rietstoppels van het vorige jaar, dreef a.h.w. half op het water. Dit nest was geheel van riet en biezen ver vaardigd en bevatte 5 eieren. Bij dit nest zijn heel wat waarnemingen geschied en tal van leuke wouwapen-tgewoonten zijn er geobserveerd. Naderden wij met onze boot heel zachtjes, dan werd door de broedende vogel, zöodra er gevaar dreigde de z.g. „psialhouding” aangenomen, üjwjz. de vogel rekte zich zooveel mogelijk uit, de kop ging achterover, dë groengele snavel loodrecht de hoogte in. Draaiden wij nu in een halve- boog om het nest heen, dan volglden de fel gele oogen ons steeds en de vogel draaide onmerkbaar mee, steeds maar zorgend de borst naar ons toe gekeend te hebben; ’n pracht methode om zich te verbergen, daar de geelbruine kleur van de bonst, bij het v'ijfje nog van donkere vlekken voorzien, de vogel zoo goed als onzichtbaar maakt tus schen 't gelende riet, terwyl de lange, slan ke vorm het dier geheel doet oplossen in het-rietwoud. Zóó goexl hielp soms de me thode, dat als we even ons hoofd afwend den, we weer groote moeite hadden den vo gel terug te vinden. Naderden we te dicht nbar zijn zin, dan werd tot vluchten over gegaan. Behoedzaam, heel zachtjes, steeds de borst naar ons gekeend houdend, sloop de vogel achterwaarts het rietland in en plots •was hy dan verdwenen, weg in ’t moeras. Verraktten wy ham, door plotseling om den hoek van „Rietgat” met een kano met groote snelheid te naderen, dan maak te hij van een andere vludhtmetihode ge bruik: klapwiekend steeg hy dan op door het riet, en laag fladderend boven de wui vende riettoppeu onder eiigemaairdig gra cieus staartgevip verdween hij dan met een grooten boog in een nabijgelegen rietkrag. Do jongen hebben de gewoonte al op zeer jongen leeftyd, als ze nog heelemaal niet vliegen kunnen, rond te scharrelen tusschen ’t riet, dat het nest omgeeft. Met echte aapachtige bewegingen grypen ze (zich met hun grijpklauwen vast, balanceeren op dun ne rietstengels en snappen in de ónmoge lijkste, gewrongen houdingen naar vliegen en libellen. Van de vijf 'jongen konden we ’s Avonds, als ze doodmoe thuis zyn Na hun doorgetrapten dag, Krijgt mama de zenuwzinkings En ze zwabbert over stag. Héél den dag de wind van voren Vrouwenbeul! Zoo roept ze uit; Pa kry’gt wéér den wind van voren, Knypt zich kalm zyn fietskrampkuit. Over boord en verdronken. Donderdagavond te twaalf uur wilde een Noorsch zeeman, die in Rotterdam aan hot passagieren was geweest met de motorboot „Oranjeplaat” van den havendienst „Spido” naar zijn in de Maashaven aan paal 16 lig gend schip ,^kard" terugkeeren. De man verkeerde onder den invloed van alcohol en ging op het dek liggen slapen. Toen de boot by paal 1 in de Rijnhaven was gekomen we^d de man plotseling wakker, stond op en viel een oogenblik' later over de railing, waarsdhynltfk doordat hy zeer onvast op zyn beenen stond. Hy zonk onmiddellyk. Hoewel men twee en een 'half uur dregde, gelukte het niet hem op te visschen. De verdronkene is vermoe- delyk T. Christiansen geheeten, tremmer van beroep en afkomstig uit Tromsö (Noor wegen De Boni fariusfeesten te Dokkum. Sedert eenige dagen wordt te Dokkum druk gewerkt aan de feestelijke ontvangst der pelgrims, die op Maandag 23 dezer de groote nationale bedevaart meemaken, die ter inwyding van het nieuwe processiepark plants vindt. Ook de aartsbisschop van Utrecht en de bisschoppen van Fulda en Malnz nemen er aan deel.

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1926 | | pagina 4