I 1 Gouda I (TER RDAM aat 27a Fioduct Jl NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLADVOOR GOUDA EN OMSTREKEN BERGAMBACHT, BERKENWQUDE, BODEGRAVEN, BOSKOOP, UDERAK, HAASTRECHT, MOORDRECHT, MOERCAPELLE, NIEUWERKERK, OUDERKERK, OUDEWATER, REEUWUK, SC NHOVEN, STOLWIJK, WADDINXVEEN, ZEVENHUIZEN, enx 210. f8264 EERSTE BLAD. 1 g 27 Sept. FEUILLETON. ii DOOK HOUD V EK BLIND Een veel bewoge» Jena. 'i ikleeding t I I _di Zaterdag 2S September I92B tJ9« Jaargang 4 it nummer bestaat uit twee bladen. s E. H. de 2164 267 •■•kt. Wmtzaan. 'NMEM KAMLEM I f 1.75 f fluweelen Hen. i weten Kinder- :t alleen ils Velours, lodes loor. ame larmeel Aan de zanneayd© van de hofsteden staan de Herfstbloemen, ze staan er in uitbundi- gen overvloed en rijke Daar staan bescheiden I wig, daar pronken de vit ingen berekend >et maf 53 cant f 1.45 f 1.25 f 1.95 fl.50 1117 W Roman uit bel Engelsch van Miss E. B-RADDON. fraai van kleuren, aétera, wit én blau- lainmeind rootle dah lia’s, daar heffen de slanke herfstseringen hun bloemballen, daar ^Toornen de Chry- simtihén teer-rose, roomgeel of helder wit; veel gebladerte. irboven uit zjjn i hun knalgeel Mi daarmede was Sylvia’s korte Ken nismaking m(et de groote wereld aige- daan, wam nu gebeurde er ius waar door Sir Aubrtj, remain voor aiujd. uit de geoenscuiappen werd buitengtslo- ton- v-4 t Er is beweging! Er is beweging op ’t water, op de velden, in de lucht! Alles voelt de rijpe volheid van de dagen, de weidedhe weelde van den Herfst. Op de weiden rennen achter elkaar m *t rond, de kiéviten, met vlugge trippelpas jes; ie schermen en buitelen boven de sioo- ten. Ook trekken groot© troepen, blinkend wit gevederte van borst en onderzij in blauwe lucht .vroolyk zwierend op ’t Zui den aan. Glimmend zwarte roekenbendeu wentel wieken, met wild gekras, langzaam uit de «•«U.M.11, Ua Mnte of wa|e!) Intuur in den rug uren, beschutten arapluie Regen* een demi over* rel?' b°Vendien n4 Uhtm vindt beschutting ook en tevens een HOFSTAD, ft. rende dagen heeft ris genomen. Juist Cieeie badseizoen a. temperatuur zoo den ganschen zo- S Het volkazeebad jr zou sluiten bleef n den grooten toe ■st i gen niet te leur f liet aan het strand fcis abnormaal stil reenden naar de voor ontwapening op Houtrust om daaraan deel te nemen óf om Vrede brengen beteekent in de eerste plaats: offeren, verzoenen, wil zeggen, van zich zelf geven voor het geluk van den vrede. ABONNEMENTSPRIJS: per kwartaa.7 2.26, per week 17 cent, met Zondagsblad >r kwartaal 2.90, per week 22 cent, oderal Waar de bezorging per looper geschiedt ranco per post per kwartaal 8.15, met Zondagsblad 8.80. Abonnementen worden dagelyks aangekomen aan ons Bui eau: MARKT 31, GOUDA bij onze agenten en looperó, den boekhandel en de postkantoren. Onze bureaux zQn dagelijks geopend vpn 9—6 uur. Administratie Telef. Interc. 82; Redactie Telef. 83. Postrekening 48400. BRIEVEN UIT J Dioacx Met een drietal schil zomer afscheid van op den dag dat het d gesloten werd was het verrukkelijk als wij ha mer niet gehad hebbel! dat Zaterdags om één nog eemge uren open vloed van bad- en zwe» te stelden, *g Zondags w bizonder heerlyk en te omdat duizenden en""i meeting i waren óf er naar te kijken. Het was buitengewoon zooals deze bijeenkomst het trof al zal het misschien wel iets te warm geweest •zijn. Wn uit de verte hébben wij de ontzagge lijke massa gadegeslagen en het was een indrukwekkend schouwspel vol kleur en sdhakeering. Groot wAs vooral het getal jongeren dat deelnam en dat met zijn vaan dels, zjjn gezang en ztfn muziek een eigen aardig karakter aan de bijeenkomst gaf. Van heinde en ver waren zij reeds vroeg in den morgen samengekomen en ontelbaar was het aantal autobussen dat naar den Haag gereden kwam met meetringgangers. Men kan in ons land zoo moeilijk een openlucht vergadering houden omdat het weer geen dag, geen uur dikwjjils te ver trouwen is. En venschrikkelük is het mee te maken een dergelijke bijeenkomst drie gezegend wordt met plasregens. Dat ia het allerzieligste wat men kan aanschouwen. Alles is dan ingesteld pp mooi we?r, alles is in feesttooi en in minder dan geen tijd is het een flodder-iboel, die medelijden op wekt Waarlijk mogen zij die hun hart aan deze meeting verpand hadden ,diep dank baar ajjn voor het resultaat, dat voor zeven achtste aan het schitterende wee» is te 'ter veilig door te Zoudt ge ze d*n A. prijzen rt van deze on* r ieder mogelijk, alle risico voor leedingstuk ia, it, waarover de :de reden van wordt desge* ■oor den vatten nen zijn onaer een anaeren meester. „Als de lor tuin Edmuiui en mij zuU een wouuug nad geschonken, nee a*»u- ^enaam zouueu we die hebben in^e- riuirt. We zouden die lange, sombere gangen hebben gevuld met vroon jKe menschen. en die naargeestige eetzaal hebben opgevrooüjkt met vuur en heul en schitterende oog en en juweeken en dierlijke toiletten, lettere aag zou ons nieuwe genoegens hebben geschonken. J Dit was zeer dikwijls Sylvia’s ge- dachtenloop, terwijl zij de ruime mu- ziekzaal op en neer liep waarin nooit «enige geluid van muziek was gehoord op regenachtige achtermid dagen, wanneer er geen enkel helder plekje was te ontdekken aan het grau-1 we uitspansel, en evenmin een straal va» hoop in haar eigen leven. Zij had genteend als Sir Aubrey s vrouw alle genoegens der wereld ie smaken. Toen de baron haar het hof begon te maken, had 't haair zoo ge- fmikkelijk toegesohenen alles van hem gedaan te krijgen. Zij had gehoopt een' slaaf te hebben en had een meester gevonden een strenger meester dan halar vader, want buiten dezen om>had' rij bijkans alles kunnen doen wat zijj verkoos, als zij maar zorgde dat hij nergens gebrek aan had eh zijn mid dagmaal naar zijn smaak gekookt was; nu editor Sir Aubrep haar meester Wils. kon rij bijkans geen enkelen' stap Meer doen zonder er rekenschap» ■s I 1* I danken geweest. Men zegt dat dit de groot ste openluchtmeeting is die ooit in den Haag werd gehouden. Naar schatting zal het aantal deelnemers en kijkers niet ver van de honderdduizend xjjn afgeweest. Men moet er anders wat voor over heb ben om aan een dergelijken dag deel te nemen. Reeds in het nachtelijk uur waren velen op reis gegaan, om maar heel vroeg in den morgen reeds present te*«ijn. Er waren er al om half aoht in de residentie. Op het terrein is niet veel schaduw en wjj hooiden dat er waren die vier en vijf Uur in de zon hadden geataan of gelegen, waarbij kwam dat veel verfrisschende drank niet te bekomen was. Maar ze schenen het er voor over te hebben en opgewekt was de stoet die langs den weg door bereidwil lige burgers met water werd gelaafd. Ook al zou men niet instemmen met doel en strekking van de bijeenkomst en al zou men nog ander bzwaren hebben, niemand kan ontkennen dat de demonstratie groot, ordelijk en indrukwekkend wa* Maar, nogmaals, het was in de eerste plaats aan de goedgunstigheid van het weer te danken, dat dit succes zoo buitengewoon werd. Nu wjj dezen brief schrijven is het echt herfst geworden: een grijee lucht, wuiven de boomen die hun bladeren beginnen af te schudden, een vrjj kille wind, 't Is de dag van de opening der Staten-Generaal, van ouds een dag van veel drukte in de stad al is het op geen stukken na meer wat het vroeger was toen van heinde en ver nog voor het laatst als afscheid van het zomer seizoen een dagje-uit werd ontworpen naar den Haag. De optocht naar het Binnenhof en terug duurt te kort en is niet meer van die schitterende pracht die vroeger deze glorieuse tocht kenmerkte. Ongelukkig is het uur, dat er voor gekozen pleegt te wor den. Hoe men toch ooit dit uur, om één uur in den middag, heeft kunnen kiezen, is on begrijpelijk. Dat is nu letterlek voor ieder een het ongeschikste van den geheelen dag omdat wie wil gaan kijken een deel van den ochtend en een deel van den middag daar voor moet vrjj maken. Het blijkt echter al tijd dat nog zeer velen er deze moeite wor over hébben ,a!s is geljjk wjj zeiden de drukte allerminst zoo groot als vroeger en dat terwjjl den Haag in de laatste vjjf en twintig jaar <zoo enorm is toegenomen dat alleen daaruit de stroom Iheel wat grooter kan zjjn. In de Ridderzaal is het wel eens aardig een kijkje te nemen, ’t Is zoo iets voorwe reldlijks al dat geschitter van uniformen, iets uit een groote opera. Alleen., de di- rectie van een opera zou waarschijnlijk een groot deel va ndeze ge-uniformeerdeq zelfs niet als figuranten engageeren. Er zjjn er vele die uiterst komisch - worden in (dat mooie pakje, ook al omdat zjj zelf rich er niet in thuis gevoelen .We zullen geen na men noemen maar het is nu en dan om te Nu sprankel^ de heerljjke Herfstzon, licht en leven door de ruimte om in den vroe gen avond weg te ririken; achterlatend heel *t land dat in den avondgloed dan plechtigljjk ’n wjjl oïhivafagen bljjft. Dan is *t alles roerloos stil. luchten zjjn ge kleund in waden violet en amethyst en waar de zon is weggegaan, daar gloeit de lucht als oud gedegen «oud. Gouda. |as v. gekl. ij knoopen gepl. rug gensmod.) in5j. (met S 8” ius. Z.1J vervuiue al hhar piicnteo naar behooren, maar in haar binnenste haak ie zij 'naar veTandering. Maar was hei gezeesnhap Aubrey somijjds een last, voor een naar afwisselend jeugdig hare. Mordred Perriam was nog veu-moteaeiiider dan zijn bloeder, daar hij veel meer praatte. Hij vond in Sylvia eene welwillende en aan dachtige toeiioorderes. Zij wilde niet onbeleefd zijn jegens den broeder van tiaar echtgenoot en hij nam1 haar dus in beslag om haar al zijn merkwaardi ge opmerkingen mede te doelen. Hij uas echter verstandig genoeg om te bemerken dat zij vlug van bevatting was, en zeide bij ziöh zelven dat zijn gesprek, dat als droog zand aan elkan der hing, zeer gesdhikt was om haar geest te beschaven. ,,Gij rijt geheel verschillend van an dere jonge vrouwen”, zeide hij, toen Sylvia hem haar verlangen te kennen gaf om latijn te leeren, en iets van de klassieke schrijvers te weten, „ge kunt belangstellen in groote onderwer pen”. Dag op dag, avond op avond ram melde hij op dezelfde vervelende, dro- ge manier voort, verhelderde met geen enkelen lichtstraal van zijn, eigen ver stand de bladzijden waarover hij zat heengebogen, en waarvan hij rijn best deed den inbond van buiten te leeren. (Wordt vervolgd). Sylvia’s overpeuuingcs, Sylvia was zee maanden getrouwu. Februari, de vervelendste maand in - een koutten, eentonigen winter, lie-j» ben einde. Sdherpe noorden-windvla- gen deden de vensters vgn Paraam Platje rammelen. De ontbladerde boo-1 men in de lange oprijlaan wrongen wanhopig hun naakte armen, alsof rij moedeloos uitriepen Wanneer komt toch eindelijk het warme weder Wan neer gaan we weer bloeien?” De cs>- ders alleen stonden onbewogen, en! schenen den noordoosten stormt te tar 4en. ui - •->.**• I Die lange winter was bijzonder ver velend geweest voor Laft>y Perriam1. Na het half dorijn dineer ter harer eere 1 gegeven, in de hoerenhuizen, villa’s en kasteel en Vijftien mijlen in ’t rond I vnn Perriam Place, had er geen en kele vermakelijkheid meer plaats ge vonden. Zelfs haar eenzame ritjes ln| de gele koels waren door het onbarm hartige weer gestaakt, en haar bleqf niets over dan door het ruime oude5 huis te loopen', met rijn groote, Jedj-, ge, overvloedige» kamers, en te bepein zen hoe geheel anders alles zou kun-* van Sir te zwaar snak k enu fiOUME COURANT. Dit blad verschijnt dadelijks behaive op Zon- en Feestdagen ADVERTENTIEPRIJS: Uit Gouda en omstreken (behoorende tot den betorgkriog) 1 1—5 regels f 1.30, elke regel meer 0.25; Van buiten Gouda en den bezorgkrfhg: 1—5 regels 1.55, elke regel meer 0.30. Advertentifen i»het Zaterdagnununer 20 bjjslag op den prjjs. Liefdadigheids-advertentiën de helft van den pril». INGEZONDEN MEDEDEELINGEN; 1—4' regels 2.05, elke regel meer 0.50. Op de voorpagina 50 hooger. Gewone advertentiën en ingezonden mededeelingen bij contract tot zeer gereduceer- den prijs. Groote letters en randen worden berekend naaj plaatsruimte. Advertentiën kunnen worden ingezonden door tusschenkomst van soliede Boekhan delaren, Advertentiebureau» en onze agenten en moeten daags vóór de plaatsing aan het Bureau zijn ingekomen, teneinde vnn opname verzekerd te zijn. - f i 1 i *- 1 -1 schaterlachen als men de type0 daar ziel roniddwalen met hun deftigheid en hun de gen! En Vooral als men dan de personen in hun dagelyksch doen kent^ ze heeft gade geslagen in hun gedragingen als Kamer lid, omdat het oer-komisch om fién heen als edele ridders uit' de middeleeuwen’ te zien rondkuieren. Waarschijnlijk voelen zy zélf niets van de humor van het geval en dat is maar gelukkig ook, want dan bleef ons dat vermaak bespaard. ,By deze uniformen past alleen een echte karakteristieken regenten-kop, zooals wij ze kennen van de oude platen. In den ouden tyd paste het uniform daarby. Het uniform bleef maar de koppen Veranderde zeer; het genre dat nu regenten-rollen vervuld is gansch gewijzigd en nu is er een dwaas anachronisme in deze kleederdracht. Met een stijven rok aan wondt het er niet beter op. Dan krijg je telkens den indruk alsof je op een congres van kellners en huisknechten ben. Er zijn er velen die meeium dat deze sta tige opening moest verdwijnen en dat wtf djp meer in stijl van het heden moesten brengen. Och waarom zouden wij het doen Het is zoo typisch Hollandsch om by plech tigheden deftig te doen. Je ziet het bij hu welijksvoltrekkingen hoe men daar nog steeds aan het ouderwetsche vasthoudt en niet ziet hoe komiek het voor den buiten staander is. Wie zich eens kostelijk wil vermaken ga eens op het kostelooze trouw- uur naar het stadhuis en sla het schouwsi>el gade van de bruidstoeten die daar bijéén zijn. Man gevoelt zich bij die gelegenheid pas ernstig statig en gewichtig wanneer men anders doet dan in gewone omstandig heden. Hollandsche deftigheid bestaat in een zwarte jas en een eenigszïns uitgestre ken gezicht. Er wordt ytrteld dat voor het HoJland- sche woord „deftig” in geen enkele taal ter wereld een avereenkometig woord is te vinden ,dat precies dezelfde get lach ten be vat als het onze. Inderdaad is de Hollandsche deftigheid iets bijzonders, maar wie die deftigheid niet in zich heeft, kan er zich alleen maar mee amuseeren. Daarom laat ons de defti ge opening der Staten-Generaal houdên; duizenden zyn er mee ingesnomen en eenige honderden amuseeren zich gratis. HAGENAAR. MEDISCHE BRIEVEN. Digitalis. II. Den vorigen keer hebben wij gezien, dat de werkzame bestanddeftlen zitten in de bladeren der plant, die den naam draagt van Digitalis purpurea. Langen tijd heeft het geduurd, alvorens men er in slaagde de bewuste stof in handen te krijgen. Aller eerst heeft men de bladeren, na ze ontdaan te hebben van hun steel, behandeld met chloroform, door welke bewerking men een Sir Aubrey had eeu feestmaal gege ven aam de adellijke vrienden, die zajn vrouw wareni komen bezoeken, een maaltijd welke rich onderscheidde door deftigheid en pracht, maar bijkans even, somber als dat rouw bank et det de Ro- meinsöhe keizer Domitianus aan zijne vrienden gaf, waarbij de muren met zwart weren behangen, en de dood iu ai ajn verschrikkingen zoo duide lijk was voorgesteld, dat „velen onder db gasten van den minzanw» keizer m zwijm vielen, en werkelijk dien geest pven, bij ’t gericht van die afgrijse-, lijkheden, waarop hun, gastheer hen onthaalde. Ne dit feestmaal werden er g«en partijen meer op perriam gbge- maar Sir Aubrey nam zijn mooie F^gie vrouw mee naar /drie: of vier gelijksoortige feesten, die rijn vrien den haar ter eere hadden aangelegd. ruij^ewassen planten met v Tegen den muur, ver vaai de zonnebloemen, dragend stralendeoieuzenblomnen hoog in ’t libht. verte aan. Vraatzuchtig vrilén ze op bouw land neer waar stronken staan van half- bedorvèn kool. Ook ijlt ’n schollevaar^vereenzaamd door de lucht, met snel beweeg van vlericen, op trék naar open water. Zijn zwarte silhouet zakt steeds meer na^r ’t verschiet. Op de oneindig lange draden langs ’t sgioor, op die draden die steeds maar voort deinen van verschiet tot verschiet, zitten in drukke rijen de spreeuwen. Glimmende metaaflglans vloeit op liun gevederte, de zon spikkelt en sprankelt daarop haar dui zenden dansende vlekjes licht. De spreeu wen zwatelen luidruchtig ondereen en nu en dan zwiert er ’n troep vandaan, ze ma- noeuvneeren even Wat in ’t rond en strij ken neer in ’t gras, bedrijvig zoekend naar wat voedsel. Ze vallen ook in groote regi menten aan op boschjes hulst, die hier en daar zijn achter boerderijen. Gulzig pak kend naar de roede bessen, rukken z© dia met trosjes af. En dan zitten ze weer te kwetteren op de ruige rieten daken, ze zingen met de 'borst in de zon. iDoor de boomgaarden, waar vreemd- veiw rongen door ’t zware loof, stammen gebogen staan, gebogen als oude wezens onder last van jaren, last die ze torsen van donkergroen, goudgeel en purper fruit, zoo- dat de takken neigen tot den bodem van *t gewicht, trekken kleine bonte meesjes. Met helder tjing’lende geluidjes, die waterfiin opklinken en rinkelen als scherfjes blad- kristal, riBwerven zy van boom tot boomf’! De blauwige pimpeltjes, dfe gnauwe zwart- kopmeesjes met hun roetzwart kapje, de gitten kopjes en de zwavelgele borstjes van de fiere koolmeesjes, ze buitelen om de takjes; die pittige figuurtjes wippen nu eens weg en da’n weer op, >ze moeten alles doorzoeken en alles bekyken. Nu trekt de torenvalk snel en vroolyk over veld en weiden. Soms staat-ie stil in eens, wiekelend houdt-ie zich op een plaats; de zon giét baar strelen over ’t warme bruin en zwart van zjjn rug en van ayn trillende vleugeds. De boeren zeggen: „Hy bidt voor ’t eten”. Maar schenp tuurt-ie naar omlaag... laait zich dan op ’t onver wachts naar beneden vallen, verdwijnénd even in 't gras... dlan wiekt-ie op, klimt weer in de lucht omhoog, met 'buit in de klauwen; sonoor jubelt zijn kreet door den rlag... kli... kli... krikrikriii...! Hoog, héél hoog is er ’n reiger in de lucht, die hangend aan zijn breede zware valsdhermVleugels, traag naar de slooten dalen komt. van to moeien geven, hij Deuianueuue haar echter ni©i onvriendelijk, en dai maakte den <Qaad nog ooaragenjaer. Zij had geen reden tot klagen, en te genover die 'lachte dwingelandij was t bijkans onmogetijk in verzet te ko men Hij verbood haar dit, beval haar dat, maar was altijd de zoetsappig heid aelve. Hij beperkte haar bewegingen tot zulk een nauwen kring, dat een eekhoorntje in een kooi zich eveneens vrij had kunnen noemen. Vrienden of kennissen had zij niet want de adel lijke lieden, die geneigd waren ge weent omgang met haar te zoeken- hielde^ zich op een afstand, daar zij; niet de minste aanmoediging ontvin gen om beleefd te rijn. HERFSTDAG. Hoe zeena vallen ze af, de ziek© zomenbfaren; hoe zinken ze, altemaal, die eer zoo groene waren, te grondewaardl Guido Gezelle. Hoog en wijd koepelt ’t blauw over den polder. Eindeloos strekken zich de weiden uit; groot groene tapijten in ruime zaal. Vèr weg, in ’t verschiet, verwazen de din gen in grysblaiuwen nevel. (De dag is helder, de lucht is jjl en klaar; de hemel onbedekt van wélken. De dingen staan zeer fijn, zeer broos, alle in de rustige stilte van den plechtigen Herfst. De rilde populieren, waarvan ’t rijzig beeld blinkt in de breede watervaart, tui- schen haast onmerkbaar, er is iets stil* ver hevens in ’t gefluister van hun steeds be weeglijk loof. De knoestige knotwilgen staan scheef gezakt, gebogen over de volgegroeide sLoo- ten en hier en daar, waar open water is, bestaren ze hun nog zomersah wezen, dat heaf snel dorren zal. om ne^r te zygen op den stillen spiegel van *t water. Langs den straatweg, in lang gelid, staan de trouwe Wi nJet de zon daarop,, is 't of ze branden, ’n inwendig vuur, goud- Vlammen, getemperd rood en okerbruin. Rondom de breedvoldane boerderijen zijn oude zware kastanje’s saaJngegroept, ze staan al» bergen in 't land, betgen van rjjk tapijt, Oostersch van bezonken verven. Donkere schaduwen diepen in die bonte bergen. De groote Plassen liggen voor de laatste keer uiteengespreid onder ’n open zon, ’t effen water is groenverzadigd1 van uitge werkte zomepgiroeizaamheid, ’t dorre riet heft allerwegen, grijze pluimen hoog, ’t is volgroeid, de kentering is daar. Die stréfige winter tastte Sir Au brey’s niet zeer sterk gestel aan Hiji was gedurig ongesteld, en de deftige edelman, die zulk een toonbeeld' van, oudierwetsdhe hof lelijkheid scheen te zijn op dien warmen zomermiddag in? den boomgaard van den heer Hopling, was onrustig, knorrig wanneer hij ver kouden was. of door eene lichte keel ontsteking werd aangetast. Gedurende dien tijd werd Sir Aubrey liever door Jeetti Chapelain, dan door zijn jonge’; vrouw opgepast, hoewel hij rischte dat Sylvia ’t grootste gedeelte van haar tijd in de Ziekenkamer doorbradit, en gaarne had dat zij hem tot afleiding de politieke artikelen en do buiten-’ lamfeche berichten irft de Time» voot4

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1926 | | pagina 1