F y IUM No. 16330 en*. <,7 Zaterdag U December 1926 :oop EERSTE BLAD. BÜI)EGRAVEN- BOSKOOP, GOLDERAK, HAASTRECHT, MOORDRECHT, MOERCAPELLE, MEUWERKERK, OUDERKERK, OUDEWATER, REEUWUK, SCHOONHOVEN, STOLWIJK, WADDINXVEEN, ZEVENHUIZEN, Dit blad verschijnt dagelijks behsrive op Zon- en Feestdagen I felilLeton, DUUR GOLD VtKBLliXD. 65*Jaargang I Dit nummer bestaat uit twee bladen. K. p STRAUSS. HAGENAAR. MODEPRAATJE. OJnVlft G vertoomngen •gii 3186-60 immer VOOrt- temmer. (Wordt vervolgd). ster Art Acord bijprogramma- gereduoaar- it24D.c. 1916 i, met bruisende che hartelijkheid, jrmerderhand de zal veroveren. ilmwerk gegeven 3208-100 f. Maatschappij, Amiter- ingevulde bonnen als toud met in de en de bekende en de GALA, esterwerk Y en WILLY oor de noodige Bonten Mantels. Nu het winterseizoen eenmaal op volle hoogte gekomen is, draagt iedereen die er een bezit, zijn bonten mantel, ongeacht of het weder dit al dan niet noodzakelyk maakt. De vrouw van eenige standing is tegenwoordig zelfs zoo ver dat zjj er niet één, maar meerdere bontmantels op na houdt en dat het dus niet eene weerskwestie behoeft te zijn, of zy hem dragen kan of niet. Zij bezit dus een bontmantel van licht beslissingen nemen, die voor eigen en an- derer leven de verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Het is zeker het best, daar aan niet te veel te denken, ons niet al te duidelijk bewust te maken van de onzeker heid, waarin we leven. Het maakt het be slissen en besluiten zooveel moeilijker, ten zij men zich zoo van deze ongewisheid te overtuigen weet, dat men «iet meer aarzelt, omdat de toevalligheid toch niet te ontgaan is en men dus zonder verder navragen maar moet nemen, wat zich het ^rst aan ons als het juiste middel opdringt. Maar moeilijker ongetwijfeld nog dan dit beslissen is de noodzakelijkheid van het doorzetten. Het is een noodzakelijkheid dringender nog dan die van het beslissen. Immers, wie eenmaal een besluit genomen heeft en morgen weer aarzelt, en vraagt, of het wel het goede besluit geweest is, staat alg iemand op een druk stadsplein, die nu dezen dan genen kant uitloopt en daarmee zich den zekersten weg opent om omver gereden te worden. Heeft men eenmaal een beslissing genomen, voor zichzelf vastge steld, hoe men het plein wil oversteken, 50, Eerste rang len S.O.G. fl.— i 2—5 uur. DOORZETTEN. Het leven vraagt telkens van ons beslis singen op allerlei gebied, in ons zakenleven of ons werk, in ons huiselijk leven en eigen innerlijk leven, in onze meewerking aan het openbare leven. Dat maakt het zoo vaak moeilijk en zwaar. Wy moeten beslissen voor de toekomst en wij weten niets van de toekomst. Wy moeten den weg bepalen, uien we gaan zullen en we weten soms niet eens, waar we heen willen, vaker nog, of de weg, dien we kiezen, wel naar het doel, of ze wel naar eenig doel leidt. Wjj staan allemaal, al voelt de een het sterker dan de ander, onzeker in het leven. Iedere nieuwe keuze, waarvoor we geplaatst worden, be- teekent een nieuwe onzekerheid. Want keu ze wil zeggen, dat we‘niet op één weg, op eén middel, op één doel zyn aangewezen. En welk mensch weet in dergelyk geval, welk middel, welke weg de beste is. Meestal weten we niet eens, wat we eigenlijk pre cies willen. Zeker, we verbeelden ons dat gewoonlijk wel. Maar, o, we spelen zoo graag en zoo gemakkelyk verstoppertje met ons «elven. En zoo we het al weten, moeten we toch feitelijk grootendeels ra den, hoe we dien wil in het leven zullen kunnen verwerkelijken. Tastend gaan we veelal onzen weg, hoe zeker we ook van ons zalven lylcen. En toch eischt het leven telkens opnieuw, dat we in dien tast den ze- ADVERTENT1EPRIJS: Uit Gouda en omstreken (behoorende tot den bezorgkring) 1regels 1.80, elke regel meer f 0.25. Van buiten Gouda en den bezorgkring: 16 regels f l.b6, elke regel meer 0.80. Advertentiën in-het Zaterdagnummer 20 bjjelag op den prjjs. Liefdadigheids-advertentiën de helft van den prü«. INGEZONDEN MEDEDEEL1NGEN1—4 regels 2.06, elke regel meer 0.60. Op de voorpagina 60 booger. Gewone advertentiën en ingezonden mededeelingen btf contract tot zeer gereducoer- den prys. Groote lettere en randen worden berekend naar plaatsruimte. Advertentiën kunnen worden ingezonden door tusschenkomst van soliede Boekhan delaren, Advertentiebureaus en onze agenten en moeten daags vóór de plaatsing aan het Bureau zyn ingekomen, teneinde van opname verzekerd te zijn. Ünste plantagekoffie, rrukkelijk aroma. De minste verschil zult Ondervinding is een flanellen klee- dlngstuk; velen trekken het niet aan, vóórdat ze kou hebben gevat. Een veel bewogen leven, houiau uit het Engeisch van Miss E. BRADON. of zyn auto komt een heele toer om te we ten wat hy niet maK doen en wjj zien dan ook herhaaldelijk dat vreemdelingen worden aangehouden door de politie, die hen er op wyst dat zij niet goed ryden. Vooral nu blijkt dat in de drie groote steden, Amster dam, Rotterdam en den Haag op sommige I kardinale punten van verkeersregeling zeer uitéénloopende bepalingen worden gemaakt wordt het een puzzle. En men beware de steden ervoor, dat op iederen hoek van de straat een bord of een handwijzer wordt geplaatst, want wy hebben van die ontsie ring al meer dan genoeg. Is het tenslotte noodig dan dient men eens eenvoudiger signalen uit te vinden zonder lange verha len er bij. Een pijl bijvoorbeeld geeft een richting aan waarin wel gereden moet- wor den, een kruis zjj een aanwijzing dat <nrjj- den verboden is. Indien dergeljjke eenvou dige aanduidingen eens werden genomen in plaats van de leedyke, grillige rjjksborden was men veel verder en was er meer uni formiteit. Ieder die fietst of autorijdt kent die teekens en dus is hy onmiddallijk ge oriënteerd. Nam men voor de aanduidingen voor fietsers een andere kleur dan die voor autorijders dan was het zaakje spoedig op gelost. In het Haagsche Bosch vindt men thans borden met heel lange verhalen om trent de tjjden dat <wel en dat niet op een pad gereden mag worden. Er zjjn zelfs bor den die afzonderlijke hoofdstukken voor den Zondagsdienst hebben en deze worden op werkdagen omgeklapt zoodat men ze dan niet kan lezen. Het wordt op die manier een afzonderlijke studie en ieder kan be grijpen dat daar allerlei moeilijkheden uit voortkomen. Op die wjjze zou men zomer en winterdiensten, werk- en Zondagsbepa- lingen, ochtend-, middag- en avondvoor- schriften krijgen en dat wel voor allerlei wegen telkens verschillend. De verkeerspuzzle die de verkeerspolitie bezig is op te lossen wordt hoe langer hoe me“r omgezet in een puzzle voor hen die het verkeer vormen en dat is toch zeker niet gewenscht. Het moet eenvoudiger, dui delijker en vooral uniform worden, want anders zal men een instituut van verkeers- loodsen moeten instellen, menschen wier taak het wordt fietsen en auto's door de stad heen te loodsen. Wie weet wat er op den duur nog komt! GOME fflRfflT 1 «l de postkantoren. uur. Administratie Telef. Interc. 82; ABONNEMENTSPRIJS: per kwartaa. U6, per week 17 cent, met Zondagsblad penr kwartaal 2.90, per week 22 cent, overal waar de bezorging par looper geschiedt Franco per post per kwartaal 8.16, met Zondagsblad f 8.80. Abonnementen worden dageljjks aangenomen aan ons Bureau: MARKI IL GOUDA, by onze agenten en loopers, den boekhande' J- Onze bureaux zjjn dageljjks geopend van Redactie Telef. 83. Postrekening 48400. van en Walsdroom .Uuaioie nem zag. Van mat oogenubA ai heb ik mij nooit van die beioove- ring Kunnen losrukken, ik ver o ledde mij alleen dat ik er van bevnjd was. ,,Gij zijt voor altijd1 mijn gevange ne zei Sylvia en sloeg haar arm on tuchtig om den hals van haar minnaar, toen hij zijn hoofd tot haar voorover boog. „En laat ons nu over de toe- KQitBti spreken, Edmund,” vervolgde zij, terwijl zij hem uit die zoete ge vangenschap verloste, en plaats nam o>? stoel bij ’t open venster. „Nu behoeven we niet meer bang te zijn voor armoede -of voor een strenge moeder die ons onterft.” „Neen”, hernam Edmund half mij merend, „gij zijt rijk genoeg.” „En gij zijt arm arm om mijnent wil en ge ziet er tegen op van mij afhankelijk te zijn. Is dat niet zoo, Edmund Ik heb er mij vroeger erg verdrietig over gemaakt toen er kans bestond dat gij arm zoudt worden, en nu maakt ge er je verdrietig om, dat ik rijk ben.” „Neen. Sylvia, ik ben te gelukkig om treurig te zijn. Ik kan je immers niet opgeruimd genoeg wefkom heeten mijn lief, moedig meisje, dat zelve haar minnaar komt opzoeken. We heb ben om niemand te geven dan om ons zelven en als andere menschen uw echtgenoot verachten, zult gij hem nooit ;ets verwijten, niet waar. Sylvia ,,U iets verwijten?” herhaalde rij. in 8«/a tot 11 uur. BRIEVEN UIT DE JtiOFSTAD. DCCCXLV1. Nog altijd is men bezig 4n onze stad met het nemen van proeven ajet allerlei ver keersmaatregelen. NatuiMflyk i8 het met geiukt de groote puzzle op te lossen en het moeilyke is wel dat het vmagstuk hoe lan ger hoe om vang rijker wortlt omdat by na met den dag het verkeer zich uitbreidt. Men heeft nu ook een opiossaig gevonden voor de moeilykheid van het itationneeren van auto’s van particulieren die uit de buiten wijken naar het centrum komen om daa/ ty del ijk te vertoeven. Vooral ’s avonds is dit van veel belang omdat dan talloos velen raar theater, concert en bioscoop gaan. Het aan(al auto-eigenaren dat «een chauffeur heeft, neemt steeds toe en voor hen is het van belang dat ze ergens veilig hun wagen kunnen plaatsen. Op allerlei pleinen en in, verloren hoekjes van straten zyn nu plaatsen aangewezen waar avond* de auto’s^koge», «taan mits daarvqor iets betaald wordt aan de bewa kers, die door het gemeentebestuur worden aangewezen. Men heeft nu reeds een be vredigende oplossing gevonden en de auto mobilisten schynen voldaan te zyn. Het voor hen voordeel ig om hun auto onder toe zicht te stellen tegen een kleine vergoeding en dan niet verplicht te zyn hun lichten te laten branden. Eenige uren de lichten aan te laten, terend op de accumulatoren is met ®rg goedkoop en de standplaatsvergoe ding is inderdaad geringer dan de kosten der verlichting. Zelfs het Plein in het cen trum is nu autoparkeerterrein geworden en avonds staat het er ry aan ry propvol. Het Tournooiveld. en het Dange Voorhout bieden uitstekende gelegenheden voor het plaatsen van auto’s en het is te verwachten dat op den duur nog tal van plaatsen moe ten worden aangewezen. Gelukkig dat het gemeentebestuur hier nu eens actief is ge weest en flink heeft doorgetast. Het is al- tjjd een tekortkoming geweest dat voor de fietsen een dergelyke parkeer-gelegenheid in het midden der stad niet is geopend. Het had een rijk-makerij kunnen zijn. Wij heb ben er altijd zoo’n vermoeden van dat men deze noodzakelyke inrichting heeft achter wege gelaten omdat de f’®ts de sterkste dan wordt elke aarzeling noodlottig qn de zekerste weg naar de mislukking en is door zetten, onverbiddelijk doorzetten onvermy- delyk. Natuurlijk, er zyn uitzonderingen. Men kan een beslissing genomen en een weg ge kozen hebben, waarvan men met zekerneiü het foutieve en daardoor gevaarlijke waar neemt ,zoodra men vol gens die be al i usi ng en langs dien weg begonnen is te keeren dan ten heele te dwalen. Maar in *t alge meen kan men zeggen, dat, zoo men een maal een besluit genomen en de middelen om dat besluit uit te voeren, vastgesteld heeft, men met iangfer moet vragen, of dat besluit nu wel het juiste was. En dit eischt ongetwyfeld meer van onze wilskracht dan het nemen van het besluit. Het is met en kel het uitvoeren, het is ook zoo vaak het vasthouden aan het besluit, dat ons zoo zwaar, zoo moeilyk kan worden. Telkens weer by iedere nieuwe moeilijkheid, by iedere nieuwe zorg, by iedere nieuwe smart wellicht, die ons of anderen het doorvoeren van het eens genomen besluit kost, stormt do vraag opnieuw op ons aan, of het be sluit, dat We namen, wel het juiste was. Nietwaar? het kan zoo bitter, zoo bitter Pijn doen, oude liefde uit te rukken, vriend schap te verzaken, wat ons lief geworden is, op zjj te schuiven, met oude, lief gewor den gewoonten te breken. En hoe vaak vraagt de doorvoering van een besluit dat niet Maar is het dan niet vanzelfsprekend, nat men vraagt: „kan dat h®t goede, het juiste zijn, kan uit zooveel leeds, het geluk keten, den juf sten weg' hanwyzen,' dat W Sn d® overwinning Voortkomen?” En met die vraag dringt de aarzeling opnieuw onze gedachten binnen. Midden op het plein, dat we bezig waren over te steken, blijven we stilstaan om ons nog eens t© beraden. Is er gevaarlyker methode denkbaar. Maar nu is het de tijd immers ook niet meer van be raad, maar van uitvoering; nu moeten we weten. En als we opnieuw vragen, nog eens het proces doormaken, dat ons tot de beslis sing voerde, ontnemen we ons zei ven de kracht tot uitvoeren, blyven we aarzelen midden op het plein. Maar hoe weinigen zjjn er, die aan dat gevaar ontsnappen? Zou het niet meer nog dan het moeilijk tot een besluit kunnen komen de oorzaak zjjn van zooveler mislukking? Zeker, het be sluit kost moeite gewoonlyk. Maar het wordt genomen als vóór den strijd, wan neer men nog rustiger staat tegenover de keuze en overwegen kan. Wanneer we nu midden in dp uitvoering den twijfel toela ten, dan zyn we als de veldheer, die mid den in het gevecht, terwijl de emoties op hem aanstormen en de spanning van den stryd hem nauwelijks de kans laat tot rus tig overwegen, zyn veldtochtsplan moet wijzigen. Begrijpen we niet, dat we nu juist al onze kracht moeten samentrekken op de uitvoering? Want ap die uitvoering komt bet toch ten slotte aal, niet op het be sluit. En daarom, wanneer we eenmaal be slist hebben, dan geen vragen en aarzelen meer, maar doorzetten. Dóórzetten ondanks alles! Het kan natuurlijk, dat het gebeuren zelf ons onze dwaling aa^wyst. Maar an ders, ja, doorzetten, niet ktr en der loopen op het overdrukke stadsplein, maar de eens eenmaal gekozen richting wolgen. Zoo eischt het leven. ..uAuuuajA ziuii um wei vau> never.e^e veranderen. Ze bevinut zicta. nu in de omsirexen van Londen bij ouue vnen- aen. Ue behoeft je niet bezorgd over naar te maken, Edmund ze heeft het .e^enwooruig aeer goed.” „uair twij el ik ook niet aan. Maar gij zei immers dat gij niet alleen nhar Antwerpen waart gekomen.” „Mijn zoon met de kindermeid is bij mij en dan ook nog mijn kamenier. Zij zag hoo een lichte huivering hem beving bij ’t noemen van haar zoon een onwillekeurige uiting van ,<ie sluimerende jaloezie waarme hij steeds den erfgeataaim van Perriam had aan schouwd. Hier was ieraand die met t volste recht aanspraak maikte op Sylvia's liefde - wiens rechten van jaar tot jaar grooter zouden worden, lOtdat langzamerhand haar natuurlijke moedelijke trots op haar eerstgebore ne haar geheel onverschillig voor haar echtgenoot zou maken. Moederliefde was immers een alletsoverheerechenh gevoel. En Edmund had te veel reeds ^an zipi liefde ten <h'fer gebracht om gedachte te kunnen verdragen dat hij haar genegenheid zou moeten dee- 'en zelfs met haar kind. ..Zoo is de kleine jongen hier”, zei- de rnj on onverschiwigen to^n. „Ja, Edmund. Bedenk dat hij ”tan ook jou zoon zal wezen.” „Ik zal hem liefhebben ter wille van rijn moeder, als 165) - „Zoo waarlijk?” hernam Sylvia. „Dat doet me genoegen. Gel ooit gij aan de macht van een geiest over den ande ren Ik wel. Meer dan eens, in die akelige, langzaam voor tk rui pende da gen op Perriam r- na Sir Aubrey’s overlijden toen ik hoopte dat ge mij zx>u komen opzoeken en ge niet kwam, vouwde ik mijn armen over mijn borst, en sloot mijn oog en, en deed mijn beet om mijn gedachten in jou over te storten Kom tot mij Ed mund, zeide ik dan blijf mij trouw, Edmund ik bemin je Edmund, schenk mij je wederliefde. Hebben die too- verwoorden gewerkt „Ja”, antwoordde hij, terwijl hij haar op nieuw aan zijn hart drukte „De betoovering heeft haar uitwerking niet gemist, Sylvia, maar ’t was de oude betoovering dezelfde macht die mij op dien lentemorgen tot je trok te®*» ik je voor ’t eerst in de Hedtng- concurrent van dè tram is en men daarom niet heeft meegewerkt om het gebruik van de fiets te bevorderen. Men weet nu een maal dat het gemeentebestuur in alles heeft meegeholpen om de tram te helpen en wij verdenken het er daarom ernstig van dat het in stilte de fietsen heeft tegengewerkt, althans niet geholpen. Particulieren hebben g'edeeltelyk de leem te aangevuid en op verschillende plaatsen was al gelegenheid om fietsen te stallen. Bovendien werd er door allerlei instellingen op gerekend, dat er plaats moest zyn voor het onderdak'van de ry wielen van hen die kantoren, café’s enz. bezoeken en op die wijze is toch reeds veel verkregen van het geen ongetwijfeld op den weg van het ge meentebestuur had gelegen om algemeen in orde te brengen. Het is nog ontzaggelijk zooveel als er gefietst wordt in den Haag. Wie dat eens goed wil zien moet tusachen twaalf en één uur - eens postvatten op het begin van de Laan van Meerdervoort, waar het dan een optocht lykt van rijwielen. Het zijn al te gader menschen van de kantoren die naar huis gaan om te koffie drinken. Volgens rnededeeling van velen is het fietsen op den duur even duur als trammen maar men geeft aan de fiets verre de voorkeur omdat de tram altijd onvoldoende in het verkeer voorziet en met veel te veel omwegen rijdt. Wanneer de tramdienst beter was, zou on getwijfeld een deel der fietsers met de tram gaan .omdat dit zyn voordeelen heeft voor al met het °°g °P Merke wisselingen in de weersgesteldheid. Nu wij het over de fietsen hebben moeten wij toch even aanstippen hoe onbillijk toch do rij wiel belasting is. Het overgroots deel van de fietsers rjjdt alleen maar door de stad en denkt er niet over andere wegen, provinciale of rykswegen te befietsen. Zy moeten nu toch bijdragen in de belasting die strekt om deze wegen te onderhouden. Men weet <lat de Regeering er niet van heeft willen weten om onderscheid te ma ken tusschen de locale en intercommunale fietsers en automobilisten, maar zij allen liet bijdragen in het wegen-fonds. Wy kun nen slechts hopen dat op den duur een be ter inzicht zei doordringen. Het ware wel licht billyk geweest dat de gemeentebestu ren het recht kregen een kleine vergoeding te heffen van hen die locaal gebruik ma ken van de rijwielen. Men had een locaal en eer. intercommunaal-tarief kunnen maken en de menschen zelf laten kiezen. Nu doet men maar raak, het typische onvermogen van wetgeving demonstreerend. Wat overigens de verkeersregeling in de stad aangaat, blijkt het wel, dat111611 op den duur een afdoende regeling wel niet zal krijgen als niet iedereen meewerkt. Van die medewerking hangt veel af; de rechter legt wel heel zware straffen op bij schuld aan ongelukken, maar daarmede komt men er niet. Het wordt met *11® bepalingen voor een vreemdeling die hier eens met zijn fiets „uj wvet imuzers uat U je aidju heb oesenouwu ais ae beste en edeiSie man ja, zeds toen ik je <coo laag De- muKieldie.” „Laat ons niet meer aan 't verleden, uieimtien, Syiva vertel miij Heiver eens noe ge hier zijt genomen.. Ik was te verbaasd en te gelukkig om die vraag eerder te doen. Ge rijt immers niet alleen naar Antwerpen gekomen?” „Neen, niet alleen.” „ZeKcr is uw moeder meegekomen;, de moeder voor wie ge uzelve hebt opgeofferd. Ze moei wel bijzonder aan je geheent zijn en heeft je zekor niet alleen laten gaan.’ Sylvia; keek eenigzins verlegen. „Neen”, zeide zij, „moeder is niet bij me.” Begon hij reeds gebruik, te maken, van de rechten als haar aanstaande echtgenoot, om haar allerlei lastige vragen te doen Wrevelig wendde zij t hoofd van hem ai, en keek naar het door de zon beschenen plein, met oogen, die de hooge witte huizen, met hunne vierkante gevens en heldere vensters niet schenen te zien. ,^Waar U ze dan, lieveling Ze bad' in zulke oogerablikken. aan uw zijde moeien blijven. Twijfeit rij misschien wi mijn vriendschap voor hiar? Be moeder van mijn Sylvia moet ynij dier baar rijn.” ..Ze heeft al zooveel ge’erjen. en is een weinig, afkeerig van vreemden. „uc>u nij aarzeiue. „Aik gij iue< al te yeei van hem uouaC” „vaar behoeft ge niet bang voor te weauu gal zij ten me< naar n oei en glimlach. ,,lk ben geen model- mooaer Die woorden deden hem eenigszina pijnlijk aan, hoewek hij zooeven nog jaloerseki was geweest op het kind, uat zooveel reent had op haar liefde. ,,Ge moogt zooveel van hem houden ais ge wilt, lieveling, zeide hij. „Ik zal geen hardvochtige stiefvader zijn. tje kleine zal mij even dierbaar zijn alsol hij mijn eigen zoon ware. Hij is immers de uwe, en geeft dat hem geen voldoende aanspraax op mijn liefde Ach, Sflvia”. zuchtte Edtaund, „gij kunt je niet voorstellen welke liefelij kv droombeelden ik nrij in vroeger da- en vorm ie van uw eerste kind ons eerste kind.” „Laat t verledlne rosten, Edmund, ons blijft immers het tegenwoordige en de toekomst.” „Ja, lieveiing. eindelijk lacht het ge- 'uk ons dan toch tegen.” „En laat me nu eens Antwerpen en M’q beroemde scthaldterijeni b^rictiti- "en.”

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Goudsche Courant | 1926 | | pagina 1