ad. 9 i i ÏEN )ON. NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR GOUDA EN OMSTREKEN BERGAMBACHT, BERKENWOUDE, BODEGRAVEN, BOSKOOP, GOUDERAK, HAASTRECHT, MOORDRECHT, MOERCAPELLE, NIEUWERKERK, OUDERKERK, OUDEWATER, REEUWIJK, SCHOONHOVEN, STOLWUK, WADDINXVKEN, ZEVENHUIZEN, enz. Zaterdag 3 Maart 1828 Mo. 16708 Dit blad verschijnt dagelijks behalve op Zon- en Feestdagen EERSTE BLAD. i 1 feuilleton; I Tabletten genezen. J een schadelijke veremcdicinale Ie Ingrediënten. zooraanslaandc J ke werking van I et de gastrische en opgewekt cn 8 t o «KV e Dit nummer bestaat uit iwee bladen. we ILLES ET Eli f O tot 15 minuten tn 24 uren. S1 uister, iieïsie.' zij -het hem zeggen, hier op den streep grt Alle grachten zyn ten’ maar voorshands tn£ redden door allereerst d doen vallen. Een enkele i eschrijvlngovcr, storingen, huid e koude, slapt- rzwakking. even ontvangen 3 ruikers. b Handel- en 'EAST-VITE' tag. Waf baat de Wijsheid of de Sterkheid, Indien men geen van bei te werk leit, Noch 's Hemels gaven, ons betrouwd, in eere hoirfL? voor de WSHtglieid den doorslag f is waar dat sommige de veilJghe gen èn door hun ouderdom, dib ter been maakte èn door hun -pli zij den doorgang belemmeren. ZONNEWEELDE. Roman vtui OLGA WOHLBRüCK. Met autorisatie vertaald door Mevr. I. P. WESiSELINK—Vanjioèau'n (Nadruk verheden» ABONNEMENTSPRIJS: per kwartaal 2.25, per week 17 cent, met Zondagsblad per kwartaal 2.90, per week 22 cent, overal waar de bezorging per looper geschiedt. Franco per poet per kwartaal 8.15, met Zondagsblad 3.80. Abonnementen worden dagelijks aangenomen aan ons Bureau: MARKT 31, GOUDA, by ouze agenten en loopers, den boekhandel en de postkantoren. Onze bureaux zyn dagelijks geopend van 96 uur. Administratie Telef. In tere. 82; Redactie Telef. 88. Postrekening 48400. :len neem een of U friseb enop- elpen U bQ bet i In 5 minuten. 1 Hot 10 minuten, j tot 15 minuten. 98 - Zeer opgewonden sprak mémêre te gen de oude vrouw en daarna liepen zij over den Boulevard Amiral Cour 'jet langs de Esplalnadlei^ langzaata, met moeite adeimhelend en het was Lou. alsof zij zich met inspanning van al haar krachten door glorende. witte nevelen moest werken, die hern van alie kanten omdolen, die zich als flarden tegon hun wangen legden, en om hun ledematen kronkelden. Half volwassen jongens drdngen zich legen hen aan; ze droegen groote aan plakbiljetten. deelden papieren uit, ve/kochteTT blauwe brillen en lorgnet ten. waaiers en Japansöhe parasols met steeds dezelfde luide, gerekte, gillen de kreten. jPoiur les afènes Pour la mise a mort, de bloedig» schilderijen, waar op pjaandlen met opengereten lijven en vodhitig voorhoofd- af. Het portret van Gareto prijkte aan alle hoe:en der straten, op alle post kaarten, alle waaiers, op de legkaar ten der kinderen, op de sieraden dèr vrouwen. Gareto in blauw z jden ter- rerocostuum met goud, in violet flu weel met zilver. Gareto in geel, in nood, in het zwart, Gareto met hoed, Gareto niet degen. Gareto omgeven door de lijken van vier stieren, Gare to met Woemen in d« hand. ,,Hij is een groot man”, zei me vrouw Vidal. En toen gingen z'j de kathedraal binnen, die met haar oude m t ware screen te steunen teg te dicht er tegen aMUgpboiï fnö huizen, die ha: namen. Gerhard boog zich naar Lou toe. Zij greep naar ae hand van na<.r man r— zij stamelde in ploteelinge op winding.!^ Lieisie.Muisteriieïsie. Hier wilde zij het hem zeggen, hier in de schei tierige koelie) van de eeuwen ouderkerk Nu wilde zij hem zegden wat zij sinds dagen, sinos weken als een bange, gelukzalige hoop met zich fmdroeg. Én als dait gezegd was. dan zou hij haar begrijpen. Dan zouden oo.< zijn gedachten weer terugkee^n naar het oude huis aan/ de K.up»er- grabdn. dat aan graaf Otodpvall toebe hoorde, en waar twee oude menschen, wachtten» pp het jonge leven, dat den orfclen naani verder zou dragen. ..Liefste; luister, liefste.’’ ,.Een oogenblik Lou, ik moet even groefje helpen.' Mevrouw Vidal steunde zwpar zijn arm en hield de hand op Behouder barer dochter. En toen stonden de beide vrouwen naast efkaar. met kalme gezichten, te vreden. haast voldaan. Gerhard snelde haajr vooruit. „U gaat zeker wel naar het hotel öm wat te eten en uit te rusten”,,'zei Gerhard, ..ik ga in’usschen in de are na, om te zien, of ik Gareto nog vind. Wel worden in de nieuwe wijken groote plantsoenen en plantsoentjes aangelegd maar ook daarvan zyn er al die moesten verdwijnen. Midden op één der lanen stom; het monument voor Jhr. Gevers Deynoot, den secretaris van de Maatschappij voor land- en tuinbouw. Het stond er in een aar dig perkje met bloemen en planten, maai de dictator kwam, zag en veroordeelde. Reeds ia het monument afgebroken, reeds is het plantsoentje een wildernis, want de train zal er langs moeten en eischt onver biddelijk verdwijning. Het monument gaat naar een ander pleintje, tot tijd en wijten ook dat. zal moeten verdwijnen. In de binnenstad wordt alles opgeruimd wat in den weg staat. De menschen trok ken er ook weg en als typisch gevolg daar van staat er in het oude deel... een kerk te koop.- Men heeft er in den omtrek zoo ruim baan gemaakt dat er geen voldoende bewoners meer zijn voor het bezoeken van die kerk. Er zullen er nog wel meer volgen want zelfs in de oude groote kerken is het bezoek zeer aanzienlijk gedaald tengevolge van de afbraak der woningen in het oude geddelte. In de nieuwe wijken verrijzen nieuwe kerken, »die daar weer bezoekers vinden. Zoo verandert alles geleidelijk en van het oude blijft niets over. De boomen, de kerken, de menschen, wij worden verd^evöi. Baas is de tram; de auto, de motor, de fi Al. En een wandelaar is iemand die misschien nog ergens in de duinen wandelt. HAGENAAR BRIEVEN UIT DE HOFSTAD. Duccxm. Eén van de versierselen van een stad vormt haar boomen-senat iieiaag is er niec veel gelegenneid om groen in de straten te brengen. Onze voorvaderen waren in cht opzicnt heel wat gelukkiger, zy groeven grachten en grachtjes en langs den rand plaatsten zy boomen die uitgroeiden in weelderige pracht. Wie de oude stadsgezich ten op de platen en prepten ziet, weet hoe het de aantrekkelijkheid was die nfeoie iet wat overhellende boomen langs het water. Nederland was er zelfs om beroemd dat midden in df steden zooveel bladeren-groen te aanschouwen viel. Maar de moderate tijd met zijn hooge eischen van verkeer wierp de grachten en grachtjes dicht en de boomen stonden dan op een zonderlinge plaats waar zy plotse ling sta-in-den-weg wenden. Successievelijk, indien met onmiddellyk by dumpen wer den zy gerooid, soms werden langs de voetpaden nieuwe geplant, soms liet men ook dat achterwege. Nog leeft in de namen der straten de her innering aan de gracht maar niemand die van de meeste grachfaen meer heugenis heeft. Men kan zich niet voorstellen dat er een gracht was en het Merkeer zou ónmo gelijk een streep grond kunnen missen. ppode opgeschreven it men nog iets te I boomen-rijen te jtaal komt de storm te hulp en hakt hiaten in de ryen. Men ac cepteert dat werk en men- vult ze niet aan- Vandaar dat op sommige plaatsen nog slechts enkele van di^pude getrouwen in eenzaamheid staan, wachtend tot da.storm hen grypt... of het gemeentebestuur ter juister tijd ontdekt dat zy «zóó ziek en oud zijn, dat het beter is ze maar op te ruimèn. Er is altijd wel verzet tegen dezen moord op de boomen maar het eind is altijd dat de groote leuze vajn-Jlff verkeer of de schrik geeft. Het eid’ bedrei gen zwak laats ,waai Meestal worden dan de opposanten gesust met de mededeeling, dat nieuwe exemplaren zullen wonden geplaatst en dat eldiers uitbreiding zal gegeven worden ter vergoeding. Thans is de aloude Kneuterdijk aan de beurt om ten offer te vallen. Een paar janr geledén kwam de storm ons weer te hulp en ontwortelde er al een paar <Ke het meest i|i den weg stonden. Het kan niet anders ge- zegd .jvorden dan dat de wind) het werk tech nisch zeer juist verrichtte; hij liet ze juist i vallen op een wiy’ize, die het minste gevaar opleverde en als de kappers van de boomen het hadden moeten doen, hadd’eri ze het niet beter en voorzichtiger kunnen doen. We moeten aanstonds toegeven dat de Kneu terdijk in den tegenwoordiigen vorm on houdbaar is. Inderdaad leveren de boomen diepe binnenplaatsen klonk het iivi- verinj^wekkendi opwindend .,Mse mort. Mise a mort.’ Het straalde uit aller oogen, het grijnsde van allegezichten, het gilde uit eiken trctnimeistoot va®/ de rond- trekl enfde muziek. Het scheen Lou toe, alsof die dood krijsohte boven de witgloeiende stad als een ake.ige, zwarte, reusachtige vogel mei. bloedige vleugels. ..Hoe verschrikkelijk is dWt alles luisterde Lou. Gerhard knikte. „Veredirikkelijk en mooi..” Hij was bleek en het kootte hem moeite om te spréken. Zijn keel leek wel d’chit gesnoerd. Hij haalde een zakdoek uit zijn zak en droogde zijn er gevaar op omdat zy op den ryweg staan en juist zoo dat alle (Doorgangen te smal zijn. Met voorzichtigheid is het wel moge- lyk er zonder gevaar te loopen en te ryden, maar voorzichtigiheud is een deugd die m veier woordenboek niet meer genoteerd staat Het traim-verkeer heeft het gevaar aanzienlijk vergroof omdat dit aan vaste banen is gebonden en dus steeds weer be slag legt op een deel van den weg. De oude gqtrouiwen zullen dus weldra on der d<e bijlslagen vallen, het profiel van den weg wordt veranderd en langs de trottoirs zullen dunne boompjes de plaats der Aide innemen om misschien over tientallen van jaren wederom gavonnist te worden, als ook de trottoirs zullen moeten verdwjjnén of tot een minimum ingeperkt* Stukje voor beetje verdwijnt het oude centrum van den Haag en weinig is veilig voor de eischen die de dictatuur van het verkeer stelt. Verlaten, in eenzaamheid staat ook neg een oud monument als lantaarn op deze plaats. Het lydt geen twijfel of en passant zal die met de boomen worden weggeno men. De kranten' publiceeren op hun foto-pa- ®ina den ouden tijd en den nieuwen 4n men kan (Jan zien wat er verdween. Men kan er een traan by p’en^en maar het kan niet an-1 ders. Onze voor-vaderen werkten graag met hekken en hekjes; zij rasterden er hun stoepen mee af en zy hebben nooit kunnen vermoeden dat zy daar althans een</goe« werk voor het nageslacht mee deden dat zij den weg breeder maakten door hun huizen iets achteruit te plaatsen. Thans komt de wetgever en onteigent het stoepje, wijl het verkeer dat eischt. Voor den voorwereld lijken voetganger moet nog een klein piekje blijven waarop hy min of meer veilig is. Min of meer want volledig veijig is hij nergens meer. Als straks twee auto’s op een hoek der straat dreigen tegen elkaar te rijden), dan zal minstens één van-beide er de voorkeur aan geven om het terrfffflr van den voetganger te betreden en wee dep ar men wandelaar die zj/h daar veilig waande! Gyi kent het mooie Plein 1813 Het is een mathematisch plein, symetrisch als geen anderi in een cirkel aangelegd, om zoomd door twee parallelle ryen boomen. Het lag er altijd in een vreedzame ^nist. Maar ook die rust is voorbij. Twee tram banen, elk drie tramlijnen bedienend sne- deri het plein. De auto’s die door de binnen stad naar Schevenóngen snellen, pa^seeren alle dit rustige plekje. Op de doorgangs- punten zijn al verschillende boomen ten offer gevallen en nog staan er verschillende op de lijst der ter dood-verooideelden. Mis schien mogen zij het levfen nog wat rekken totdat het blijkt dat zy oud genoeg zfjn om dpodelyk-ziek te worden verklaari en dan is spoedig hun laagste uur geslagen. Al weer is het juist, dat zy in den weg staan, dat zy gevaar opleveren, alweer is, juist dat zy oud zyn en alweer zijn alle motieven aanweeig voor het doodvonnis. LEVENSMOED. Zou er wel iets zyn, dat we meer, dat blijvender noodüg hebbeh? We maken ons van moed over ’t algemeen zoo gemakkelyk een geheel verkeerde voorstelling. Want het is wat anders toch dan brutaliteut of branie achtigheid, wat anders ook dan dlurf. Die branieachfaige durf, die brutaliteit, die zoo veel op moed kam gelyfken, zyn gqwoonlyk Nd gevolg van het niet zien van gevaren, van een zekere onverschilligheid ook wel voor gevolgen van onze daden voor eigen er. anderer leven, van ongevoeligheid vaak voor de uitwerking van gebeurtenissen. Dat is moed, die met levensmoed weinig van doen heeft Zeker hij kan ons het leven ver- gemakkelyken, waar hy bezwaren licht doet teilen. Maar hy hangt ook nauw samen met het gébrek aan dien dieperen ernst, die het leven doorvorscht en te begrypen tracjit en van dat leven voor zich zélf en voor anderen het beste maken wi!, met die oppervlakkig heid ook, die ons allen steun doet missen, zoodra het leven werkelijk als door de scha duwen des doods gaat. Want er ontbreken het ernstig besef en de krachtige onverzet- teljjke wil, die dezen uitertyken moed tot het peil van zeddlijke heldhaftigheid .op heffen. Moed is ongetwijfeld het durven. Maar het is een durven, dat alle gevaren, alle bedreigingen kent en overweegt, maar het leven moedig durft te aanvaarden, vol en volkomen kan aanvaarden, omdat het ook de smarten en het leed en den ondergang, waarmede die gevaren dreigen, rustig on der de oogen zien en rustig dragen kan en vertrouwt, dat het ook uit dat leed een maal den weg zal weten te vinden naar een nieuwe hoop en een nieuw licht Het is dit durven, deze moed, di^ we noodjg hebben. Het is de ihoed, die geboren wordt uit vertrouwen en wilskracht en diepen ernst. Zekér er zijn allerlei eigenschappen, al lerlei' talenten, die ons leven meer verge- makkelyken kunnen. Intellect en vlugheid van bevatting en handigheid en jyaiktischen ain zullen ons wellicht d^h sl^eren van een gunstige positie in de maatschappij ver zekeren. Maar dat alles helpt alleen, wan neer allies, althans in betrekkelijken zin van een leien dakje gaat. ZoodÉfrhet leven ons zijn donkerste zyde laat zien, zoodra we het leed leeren ken nen en de wanhoop ons aangrijnst, dan ontvalt ons de steun dezer eiigenschappA en kunnen we alleen nog staande blyven door de onverzettelijkheid van onzen wil, de ze- kerhe.d van ons geloof, die vastheid van ons vertrouwen, door onzen levensmoed'. Maar dat slaande blyven is niet genoeg. Weik leed, welke smart ons ook treft, wil len we ons zelf en onze levenskracht hand haven, dan moeten vze ons altijd weer om hoog worstelen-uit cie duisternis van het lyden naar het licht van een nieuwe hoop. Och, het staande blyven zou wellicht nog wel gaan. Men zou ook zonder den krach- tigen, vollen levensmoed wellicht alle sla gen van het lyden op izich laten neerrege- nen en onverschrokken rechtop blyven on der het verwoestend geweld dier slagen. Maar na dien stryd waarin men zich staan de wist te houden, zich weer aangorden tot nieuwen arbeid, met nieuwen lust en de nieuwe kracht, die die lust 'geeft, het werk of een ander, een nieuw en ons vreemd werk, weer op te vatten, dat eischt een vas tere wil en een sterker onverschrokkenheid. En die wil en die onverschrokkenheid zyn het, dóe den levensmoed vormen, welken we zoozeer behoeven. Het leven kan soms zoo gemakkelyk, izooals van zelf voortglyden. Maar voor de meeaten van ons verloopt het anders. En op dat andere moeten we reke nen. Daarvoor, voor dien stryd van het leven, hebben wij den moed noodig, die niet versaagt. Na iedere teleurstelling lederen tegenslag, iedere zorg na iedere nieuwe worsteling moeten we opnieuw kun nen beginnen. Maar den wil daartoe en de kracht kun nen we alleen putten uit het vaste 'vertrou wen, dat we van het werk, dat we aan vatten, dat we van ons leven wat maken zullen. Dat vertrouwen is het diepere we zen van den moed, die ons het leven mo gelijk maakt En dat vertrouwen kan slechts geboren worden uit h^t geloof in on& zel- ven en het geloof in het Leven. We zullen, ons werk alleen daiaHjoed kunnen doen, wanneer we vertrouwen hebben in zyn wel slagen. En het is alleen het geloof in ons zehven, dat ons dat vertrouwen schenken kan. Maar daarnaast moeten we geloof hebben in het leven, gelooven, weten, dat dat leven, ondanks zyn onbegrijpelijkheid, een voortdurende worsteling is naar schoo ner volkomenheid en dat die volkomenheid niet altyd bereikt zal worden langs den weg dien wij ons hebben afgebakend. Dit is de levensmoed, dien we behoeven, dat we het leven aandurven, omdat we we ten, dat het ons in liederen vorm het schoone en goede openbaren kan, en om dat we uit vertrouwen, in eigen kracht den vasten wil putten (W goede en schoone te bereiken. ÜIIIFSIHE101 RV\T. ADVERTENTIEPRIJS: Uit Gouda en omstreken (behoorende tot dfn bezo 1—5 regels L80, elke regel meer 0325. Van buiten Gouda en den bezorgknng. 1—5 regels 1.55, elke regel meer 0.30. AdvertenUén in het Zaterdagnummer 20 bysiag op den prijs. Liefdadigheids-advertentién de helft van den prys. INGEZONDEN MEDEDEEL1NGEN1—4 regels 2.05, elke regel meer 0.50. Op de voorpagina 50 hooger. Gewone advertentiën en ingezonden mededeelingen by contract tot zeer gereduceerden prijs. Groote letters en randen worden berekend naar plaatsruimte. Advertentiën famnen worden ingezonden <|oor tusschenkomst van soliede Boekhande laren, Advertentiebureau! en onze agenten en moeten daags vóór de plaatsing aan het Bureau zyn ingekomen, teneinde van opname verzekerd te zyn. MODEPRAATJE. -7---- Nieuwe Voorjaarsstoffen. Nauwelijks zyn de „uitverkoopen” en de „Witte weken’’ achter den rug, of de mag£- zypeft hernemen hun gewoneu van zaken en brengen zonder onderscheid het luchtige voorjaarshoed uit, dat ons nog wel heel ver af en al te «omersch aandoet. Het zyn vooral de stoffen-etalages welke onze aandacht boeien, zoowel door smaakvolle uitstalling alg door hun nieuw en byzon.de-• fraai karakter. Niafiw"en vreemd zyn de soorten, de kleuren, de benamingen. De kashanella’s, de crépella’s, de artificielles, de kashatdlles ,de soies-limineuses en fleurs-de-soie, het zijn alle stoffen welke verw^ptschap toonen met wat ^y reeds eer der kenden, doch welke toch eigenlyk de „nouveauté’s voor dit seizoen” inhouden. Er kan maar één roep zyn over deze nieu we stoffen. Dat ze prachtig zyn! Prachtig van weefsel, prachtig van patroon en prach tig van kleur. Zandkleurtjes,,teer groenen, teer rozen, zilvergrijs en pastellig '}biauw, dat zijn ongeveer de modetinten. Effen stof fen hebben allen een diepen gloed, een fraaien weerschyn, gewerkte stoffen zyn of klein zeer gedistingeerd en toch kleu rig van patroon, of ze zijn bedrukt’ met een uitp'ufi.endei ingewanden afgobeeldl wa ren, en stieren getooid nftt bloemen en linteli aan de pijlen in den rug, waarvan hot bloed in breede strepen afliep. Van café tot café liepen hijgen de en zweetendei mannen met gele nieuwsbladen, en schreeuwden metal de kracht hunner longen „Te Torrero demandea le Toi- reroi derranldez la mise a mort.’ Anderen sleepten aanplakborden met reusachtig groote, roode opschriften .,Zes mooie Spaansche stieren, voor de nnise a mortde paarden zullen niet gespaard worden. Gareto, de grootsfte matador.” Kilffine jongens renden halfnaakt met builens, nog vochtig van de pers, door dé straten, over de pleinen, wier peiite^apielrein in de open ramen, waar gróRpen lachende, pratend©, zwartha r'ge mannen waren, en vrouwen met domkere oogen. die met vliegenden adem en bevende lippen programma's lazen op geed. rood en bruin papier, waarbij ziUMh zoelte toewuifden met groote die, als ze toe klapte, ^den vorm hadden) wan een stier of van een torrero. ..Mise a mort/’ scirr-eeuwdien de ben gels als bezeten op schorren. I’rij- schenden toön. .,Mise mort.” fluisterden de men schen op straat en in de café’s. Mise ’i mort, joelden^ de arbeiders in hun Zoniagsch gewaad. Vaai de pleinen, uit alle hoeken, uit donkere stegen en wij zijner heboen gedacht in onze ge beden. Hij nam zijn hoed at en liep bijna iot aan den naasten hoek l'oen scuool hem pas te binnen, dat hij geen ai- sclielu ^had genomen van Lou. iUj Keek om en zwaaide nog eens met 4jii hoed. Haar wiite, fijne silhouet, süx scherp af tegen den dGnAergrij2»ii muur. Zij steunde op haar witzijuUn'! parasol met langen stok en keek on- beiveegtijk naar hem. Hij knikte haar |acr end toe. zij boog het hoofd en toen namen de twee zwarte gedaanten baar tusachen zich ih en zij liep tusscneii haar als een blinde, die zich la^gs onbekende paden beweegt. Corrida was afgeloopen. De wa gens van 8e slagers wachtten aan den achteruitgang van. het amphitheater om de met bloed overdekte l.jkén der stieren op te laden, die de eerstyol pende dagen, in smakeiijc® stukken gedeeld, de vleeschwinkels zouden sieren, die na elke groote Corrida hun\ groot rood-schild: ,.Came de to- ro" tHÜwngen. Uit tI* lage poort stroomde de du<- zendhoo dig». menigte, die met baar adem den bloeddamp uit del arena me- devoerdé In een' gesloten auto, dea hoed diep in het voorhoofd gedrukt, den kraag öen feeder langs zijn groote. slan gestalte. ,Ga, mijn kind, en zeg hem, dat, reto naar het hotel, terwijl monsieur* Olivier eerst met de on'/ternemersde zaken afdeed (Wordt vervoigafi

Kranten Streekarchief Midden-Holland

Goudsche Courant | 1928 | | pagina 1