SCHOONHOVENSCHE COURANT. WEEKBLAD 1871 ZONDAG 12 NOVEMBER, r 124. VOOR DE KRIMPENER-, ALBLASSER- EN LOPIKERWAARD. De Drukpers en het Leger. S. W. N. van N00TEN te Schoonhoven, j Uitgevers. Jz. met deze wijze van kuonhovM. I Eb neene üitge- Heer van ot dit t^REN. it. N. n K lesge it Kandi- lijn. GREUP, de, B, (2206) LEÖÏE Leden Lij ijn geko- Herstem- OOU- -feld. i van tegvft i ver- itoil illiui») u»t, II. .en tie van ir uuj so ri om trek •or de na- i het misbruik uwer den goeden naam van PRIJS DER ADVERTENTIËN: Van 1 tot 5 regelst 0,50. Iedere regel meer- 0,10. Groote letters naar plaatsruimte. Inzending franco. te begrijpen en gaf den luitenant zijn hoog onge noegen te kennen over diens apdrna J. Krim- J. P. La- - Oudewa. lam: C J. f, Apotb. tl. Cloos lieuwland, ooabovani ;h- Her- au i burger- J. L. v. r. Apotb., w. Via» Kas i g<alu. I lette men grootste •sijde ge- RN. Praparate wht, Her- ■Ammers, k, Nimiw- fkerk. PECTEN. (2196) iïF Emmerik, de, daar ik UEd. ojot- ike handel- )EMaNN, i connectie sterdam ags-Zout zal het mij >0/4 pakjes Dienaar ENHUIb. te U n i- ergunstagst erking bij kken a 60, feL PRIJS DEZER COURANT Voor Schoonhoven per drie maanden ƒ0.60. Franco per post0,70. wettelijke bestraffing van vrijheid ten nadeele van c een ander. Dit geldt voor iedereen. Maar voor de militairen geldt nog iets an ders. In het leger behoort krijgstucht, disci pline, en een militair is voor schennis der krijgs tucht aansprakelijk. Wanneer hij bij «Let ge bruiken zijner drukpersvrijheid de krijgstucht bepaaldelijk aanrandt, kan bij zelfs volgens de straksgenoemde wet worden ontslagen. Krijgstucht, discipline. In ons land, waar de vrijheidsgeest een hoofd element is in het nationaal karakter, haalt men voor dat woord dikwijls de schouders op. Men denkt aan den korporaalsiok men vindt zoo iets goed voor de gehoorzame Pruisen, maar men acht een «fermen, vrijen Nederlander” bijna te hoog voor eene strenge krijgstucht. Men wachte zich voor eenzijdige overdrijving. In een leger is het eerste vereischte krijgs tucht, en het tweede, krijgstucht, en het derde, krijgstocht. Zonder discipline is geene over winning mogelijk. Dat vooreerst. Maar bo vendien, en dit vergete men niet, de krijgs tucht verzacht het leed van den oorlog. Vele, zeer vel? plunderingen en wreedheden, waartoe het ruwe bedrijf des oorlogs zoo licht voert, worden alleen voorkomen door eene strenge krijgs tucht. Frankrijk zou nog vrij wat meer heb ben geleden onder den laatsten oorlog, wanneer huil vijand minder goed was gedisiplineerd ge weest. Ja, wanneer de vrij wat minder goed gedisciplineerde Fransche troepen eeus de over winning hadden behaald, dan zou men al de ellenden niet?eens hebben kunnen overzien, die door dat gemis aan de noodige tucht Duitscb- lands deel zouden zijn geworden. In het belang der menschelijkheid bij het oorlogvoeren zeggen wijhoudt de krijgstucht in hooge eerè Het leger heeft dus even ruime drukpers vrijheid als ieder ander, maar het leger mag. door die vrijheid de krijgstucht niet schenden. Heeft de kapitein Janssen door die zinsnede tegen den Minister van oorlog de krijgstucht bepaaldelijk aangerand, zooals de wet het noemt? Wij gelooven het niet. O. i. ondermijnt de door hem gebezigde uitdrukking den eerbied en de gehoorzaamheid die een militair aan zijn chef, den Minister van oorlog verschuldigd is, niet in die mate, welke de wet voor een ont slag vereischt. Wij voor ons achten dit ont slag onrechtvaardig. -Er zijn er die er anders over denken. Wij verheugen er ons in, dat ten gevolge van een adres des heeren Janssen aan de Tweede Kamer, ons parlement over die vraag zal hebben te oordeelen. Doch juist omdat een militair voor hetgeen hij laat drukken verantwoordelijk is naar de wetten op de krijgstucht, juist daarom is die krijgstucht zulk een teedere zaak. In de han den van een bekrompen chef is zij een plaag, in de handen van een vrijzinnig chef is zij een zegen. Men heeft hard geroepen over eene circulaire ,van den Minister van oorlog van 1862, waarbij wel de drukpersvrijheid der militairen wordt erkend, maar waarbij de militaire bevelhebbers De uitvinding der boekdrukkunst, dewrijheid der drukpers, de versnelde middelen van gemeen schap, deze drie hfebben te samen de gedaante der wereld vrij wat veranderd. Gij denkt gij schrijft - gij zendt het geschrevene naar de druk kerij en binnen een paar dagen wordt uwe ge dacbte door honderden en duizenden gelezen. Hoeveel wat vroeger geheimzinnig was is niet door deze drie wereldkundig geworden; hoeveel sluiers zijn er niet weggerukt van hetgeen vroeger stelselmatig aan het licht onttrokken werd; aan hoeveel knoeierijen, aan hoeveel misbruiken is er niet de kop door ingetrapt I Doe iets waarbij de belangen van anderen betrokken zijn, doe het vooral als ambtenaar en schend daarbij de rechten dier anderen morgen is het feit algemeen bekend en roept de publieke opinie u ter verantwoording. Dit is ten minste vooruitgang. Veel wat door sommige vereerders van den tegenwoordige!» ti|d als vooruitgang wordt uitgeroepen is het niet. Maar hierop, dat de openbaarheid in de plaats is getreden der vroegere geheimzinnigheid, kunnen en zullen wij altijd wijzen, wanneer iemand rden goeden ouden tijd’’ mocht terugwenschen. En dat blijft zoo. |)e boekdrukkunst is niet meer te vergeten. De snelle middelen van gemeenschap zijn niet meer weg te nemen. En de vrijheid van drukpers? Wie zou het ooit wagen haar te verdrijven I De vrijheid van drukpers is vooral in Nederland een voorwerp van buitengewone vereering. Zij is daar, zouden wij bijna zeggen, de meest geliefde van alle vrijheden. Zij is er een kleinood, een heiligenbeeld, een talisman. De minste schennis, de minste schijn van schennis dier vrijheid, wordt in Nederland door de publieke opinie nooit ver geven. Men heeft gelijk. Alle groote \oordeeleir der openbaarheidwaarop wij straks wezen, staan of vallen met haar. Onlangs heeft hier te lande een feit plaats gehad, dat met die drukpersvrijheid ineen zeer nauw verband staat en waarover zooveel gesproken en geschreven isdat ook de meesten onzer lezers er wel bekend mede zullen zijn. Het ontslag van den kapitein P. A. Janssen. Alleen iets ter herinnering Kapitein Janssen had in het Utrechtsche Dag blad een alleraardigst artikel geschreven waarin hij een aanval richtte tegen het gedwongen kerk- gaan der militairenterwijl hij zijn betoog met een paar sprekende, allervermakelijkst beschreven verhalen opluisterde. Een officierdie voor ka tholiek te boek stond, en, hoewel hij verzekerde den katholieken godsdienst niet meer te zijn toege daan toch door zijn majoor gelast werd den dienst bij te wonen. De luitenant-moest wel gehoorza men. Maar al was hij in de kerkaan den êere- - dienst zelven nam hij geen deel. Daarin bleef hij natuurlijk vrij. Maar de majoor scheen het anders noegen te kennen over diens gedrag. De heer Janssen noemde in dat artikel geene namen. Zijn superieur echter was I handelen volstrekt niet ingenomen onderhield I hem er ernstig over en. raadde hem aan zich van soortgelijk geschrijf verder te onthouden. Kapitein Janssen evenwel, die over dein zijn artikel geuite gevoelens door sommige dagbladen was aangevallenweuschte daarop te antwoorden en nog eens nadrukkelijk op het onrechtmatige van den dwang bij het kerkgaan te wijzen. Hij plaatste een tweede artikel in het L'trechtsch Dag- olad en besloot dat met de volgende woorden «Ik herhaal hethet geweld aandoen van iemands godsdienstige begrippen, dat bij het Nederland- sche leger plaats heeft, is onchristelijk onbillijk ergo ongepermitteerd in den militairen stand en vooral geene “handeling van een Minister die den naam van liberaal wil dragen." Die laatste woorden vooral hebben den kapitein Janssen zijn ontslag gekust. Vooreerst werd hij voor dat tweede artikel door zijn majoor gestraft met 14. dagen arrest. Hij beriep zich van die uitspraak op het Hoog Mili tair Gerechtshof. Het Hof echter bekrachtigde voor zoover deze straf betrof de beslissing van den majoor en overwoog o. a. //dat kap. J. meer dan berispelijk handelde, door, niettegenstaande de ernstige vermaning van zijn Bataljonskomman- dant, weinige dagen later een tweede artikel -in denzelfden geest als het voorgaande, maar waarbij bovendien op eene zeer oneerbiedige en laakbare wijze over den Minister van Oorlog werd gespro ken in druk te doen verschijnen De Minister van Oorlog nam uit dit arrest van het Hot aanleiding ingevolge de wet een Raad van Onderzoek te doen samenstellen ten einde na te gaan in hoever de handelingen van kapitein Janssen een reden opleverden tot zijn ontslag. De Raad adviseerde tot ontslag en de Koning ontsloeg den heer Janssen opgrond van art. 273 der wet van 28 Augustus 1851. Deze bepaling luidt aldus rGeen officier kan uit den dienst worden ontslagen dan... 3° we gens gedragingen of daden in het openbaar of wegens openbare geschriftenwaardoor de waar digheid van den officiersrang, de eerbied voor den persoon des Konings en de grondwettige instellin gen of de krijgstucht bepaaldelijk worden aan gerand.'' Zietdaar de feiten waarop het hier aankomt. Schennis der grondwetschennis der vrijheid van drukpers I Zoo heeft men van zeer vele zijden geroepen. Wij voor ons betreuren dat ontslag niet min der dan die zeer velen ook wij achten dien maat regel niet te verdedigendoch met dat geroep kunnen wij niet instemmen. De quaestie is moeielijker dan men denkt en •het is al zeer gemakkelijk met het groote woord van schennis der drukpersvrijheid de geheele zaak op te lossen en d.i opinie van het oppervlakkige publiek op zijne hand te krijgen. Wat is drukpersvrijheid //Niemand zegt de Grondwet, heeft vooraf gaand verlof noodigom door de drukpers gé- dachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de, wet" Laat drukken, wat gij wilt, maar wanneer gij in dat gedrukte iemand lastert, dan wordt gij volgens de wetten op den laster gestraft. Dat is geen schennis uwer vrijheid, maar eene

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Schoonhovensche Courant | 1871 | | pagina 1