IAAR, N°. 685. 1882. Zondag 30 Juli. Brieven van Barend. AARD11. N Co., STREKEN. i Bijbel Zonen TLLEH, OOR I» en meer I No 33, TIEL, REVP, iassier aldaar. DA, van n Laarsjes, lenboom. IWE Dll van SERDE Weekblad voor Zuid-Hoiland en Utrecht 'l BINNENLAND. BUITENLAND. 4.TST ent voor Dertien nslag 15 Cent per i Postdirecteuren S. BLOK. S. W. N. VAN NOOTËN te Schoonhoven, Uitgeven. j door laatsch. Toen bij hi van den 21 ►ES FÉES geeft ’t haar de na- terug, zonder de )R heeft mede VischmarkL A. P. MONTUN DER atschappij Bkering, EN T voor )MSTREKEN UTG enkomst 82, des avonds FAN ZESSEN” i mynheer Bientjes zal ’t wel ofschoon, als ik myn oudsten die na de vacantie 4o* de DEL in Assurantiën ren, lassend Ver- f 1,25. Heer S. VAN Kleermaker te alle commission Coiffeur, W. Wa- tanneemt. fijne HEEREN JAMESLAAR8- tentieblad )URANT voor dag- en Zater- der ng alle Stem- gens Art. 2 ant, in ’^Lo- IOOL, lulij e. k., r, tot rege- ;te. b Secretaris. i. TST 8 Ö8, DAM. ERDE NOVEL- ►mslag. AND- en VOL- d met Geïllus- n Fabrieken uit aardoor het werk ■dt van blijvende evens een sieraad Bestuur l Ha., Voorzitter. IPENZEEL, Secretaris. franco per post, TS. MTIËN en uitmuntende EIT. ewono regel. Bij inlijke korting, artentiën worden handelaars, Post- b, alsmede bij den Jr. te Gouda. IN, Schoonhoven. WOWIIffl COÜRAHT. Prjjs der Advertentiön: Van 1 tot 5 regels 0,50. Iedere regel meer 0,10. Groote letters naar plaatsruimte. Inzending francoen uiterlyk tot Zaterdags-voormiddags te 10 uren. Alle binnenlandsche Advertentiënwaarvan de plaatsing 3 maal wordt opgegevenworden slechts 2 maal in rekening gebracht. op te merken. 1:1 aan ik wil geen kwaad spreken d._ --*- te noemen, dat kan iny niet van ’t hart. Die Amsterdamsche heeren kleedden zich, naar eigen welgevallen, in het ryke kos tuum van die dagen, dat de lichaamsvor men op 't voordeeligst deed uitkomen. We hebben eens’t was bij gelegenheid van het vyf-en-twintig-jarig bestaan van onze rederijkerskamer, een voorstelling in kostuum gegeven de pakjes hadden we uit Den Haag laten komen, en wil u wel gelooven, we zagen er zoo kranig uit, en leken allemaal wel een half voet grooter dan met jas, vest en pypenbroek, en ik stellig wel een heelen langer en vry wat forscher voet dan wanneer ik klaar sta om naan te treden” met het geweer op den schouder voor het gewapend appèl. Verder zien die heeren op de schildery er Hink en blozend uit; maar vergeet niet, dat ze al een glaasje te pakken hadden op het oogen- blik dat Van der Helst ze uitteekende, zonder nog te spreken van de geestdrift die het sluiten van den Munsterschen vrede op hun gelaat te voorschyn bracht. Daar is eens een Koning van Pruisen ge weest die byzonder gesteld was op groote, stevige soldaten en er handen vol geld voor uitgaf. Iels daarvan vindt men by ons leger terug; de lijfwacht des Konings—- ze heet wel zoo niet maar is het toch fei- telyk, ik bedoel de grenadiers, zyn ook nogal flink van stuken als dat niet is om vertooning te maken, dan weet ik niet waarvoor het dient om voor een infanterie- Sliedrecht, voor f 1,06 per M1het maken van eenige werken ter voltooiing van den spoorweg GorinchemKesteren. Minste in schrijvers A. Kloote en W. Lamkamp te 'sHage, voor f 111.387. De Rotterdamsche Gemeente raad heeft besloten de handelsterreinen te Fijenoord nog eeriigen tijd op denzelfden voet te exploiteeren, in afwachting dat de definitieve exploitatie wordt vastgesteld, waartoe eene commissie ad hoe voorstellen deed. Het contract met do Rotterdamsche Handelsvereeniging is geteekend en het be drag der schadevergoeding aan haar uit gekeerd. Te ’s Hage werd Maandag de Haagsche afdeeling der Holl. Ma van landbouw eene harddraverij gehouden met chais en paarden van zessen klaar. Een nieuw soort van rijtuigje, de zg. Ame- rikaansche sulkeydeed heden zijn intrede ter Haagsche harddraverij. Deze uit hout on ijzerwerk vervaardigde tweowiolers over treffen de oud-Hollandsche chais in lichtheid. Zij bestaan uit bijna niets anders dan een onderstel op twee dunne wielen on vorderen over het algemeen eon geringe trekkracht. In de meeste ritten behaalde deze tweewieler de overhand op de gewono chais. De uitslag van de harddraverijwaaraan door 16 personen werd deel genomenwas als volgt: Prijs f350, zwarte merrie „Diana,” van den heer A. H. Jurgens te Oss, bereden door J.G. DeBoer; lepremie f 100uitgeloofd door het gemeentebestuur, bruine witvoetmerrie „Koningin”, van den heer G. Rees te Dordrecht, bereden door J. Smits; 2e premie f50, bruine merrie „Susanna, van den heer W. Paarlberg te Zjjpe, bereden door J. Koster; terwijl een 3e premie, f25, geschonken door een be stuurslid dat onbekend wenscht te blijvi voor de fraaiste chais met daarbij pat tuig, werd toegekend aan den heer H. haaren te Amsterdam. terugbetaald ruim f32.165. De eleotrische klokken, (chro nograaf of snelheidmeter) door den heer K. J. Enthoven uit ’s Hage uitgevonden en het eerst bij de wedrennen te Nijmegen ge bruikt, zullen eveneens bij die te Bussum wordpn gebezigd. ij het bestuur dor Ned. Ver- eetygitigr tot bescherming van dieren is het barichr? fontvangen, dat het schieten op le,,- duiven te Bussum niet doorgaat. He*, («rzoek, hiertoe door de Vereeniging aan den heer Langerhuijzen, burgemeester van Bussum, gedaan, is dus door hem in gewilligd. Naar men verneemt, heeft mevr, douair. O. B. ’t Hooft van Benthui zen, geb. Timmers Verhoeven, te Dordrecht, aan de koopers van aan haar toebehoorende tiendvruchten over het seizoen 1881, kwijt schelding verleend ten bedrage van 25 pCt. van de door hen verschuldigde kooppen ningen. Als een bewijs, dat sommige landeigenaren in Friesland de veredeling van den Frieschen veestapel op practische wijze bevorderen en de veehouders prikke len met hen in dezen geest werkzaam te zijn, kan dienen, dat enkele landheeren een grooter of kleiner deel van de jaarlijksche pachtsom aan hunne huurders teruggeveu voor eiken stier of elke koedie aan de vereischten voldoetom in het Friesche rundveestamboek te worden opgenomen. Tegen den gemeente-ontvan- ger van Ede (Gelderland) is proces-verbaal opgemaaktomdat hij handelde in strijd met de bepalingdat het aan niemand vergund is publieke verkoopingen van roerende goe deren te houden dan aan eon notarisdeur waarder of griffier. Door den kantonrechter te Kampen zijn onderscheiden jonge dames voor het plukken van bloemen of over het grasloopen in de stadswandelingen tot boeten van fl en hooger veroordeeld. - In de vorige week zjjn te Rot terdam 5 personen en te Gouda 1 persoon door de pokken aangetast. De prijzen der nieuwe aardap pelen zijn ontzettend gedaald. De oorzaak wordt toegeschrevendat de gerooide vroege soorten onmiddellijk bederven. Hot warme natte weer der laatste dagen schjjnt daarvan de oorzaak te zijn. Do zomer heeft, wat het weer aangaattot dusver het niet zoo slecht ge maakt als die van 1879, toen de zon bijna niet te zien was en het iederen dag regende, de uitkomst van den oogst spoedig beslist werd en hot buitenland in den aanvoer van aardappelen moest voorzien. Ofschoon de vroege aardappel overal ziek is, op klei gronden hevig, bijna niot do moeite waard om te rooienop zandgrond met veel uit zonderingen doet zich van den laten aard appel geen zoo nadeelige uitkomst verwach ten. Althans datzooals in Zeelandde oogst zou verloren gaan, stelt mon zich nog niet voor. Datzelfde jaar was ook zeer nadeolig voor den hooibouw. Thans Huurt de bouw wel lang, maar dit heeft meer pli o terwijl de landman toch nog met regiment juist de grootste mannen uit te pikken. Over die verzwakking van het menschen- ras wordt in den laatsten tyd veel gesproken en geschreven, en ik vrees dat er dan web' eens wat overdry ving bykomt. Niet dat ik mynheer Bientjes daarvan beschuldig, ik spreek in ’t algemeen. Als men daar den schoolmeester hoort dichten van «bleeke kind’ren, kranke moeders, neven met een breukband aanscheele zustersbochelbroe ders, vaders, die uit kuchen gaan, ram- lend vee, met kwik bevracht, machtloos, tnislijk nageslacht,” dan teekent hij toch zeker de zeldzame uitzonderingen, rgeens zins den regel. Men zegt dat het ras ach teruit gaat in lichaamsgestalte, ofschoon ik ook weleens gelezen heb van geleerden die het tegendeel beweren. ’t Is Waar, in de muséums worden zwaarden en wapen rustingen bewaard die ons respect inboe zemen voor de lui die ze gebruiktenmaar ik heb soms gedacht, zou men niet juist daarom zoo zorgvuldig op die dingen ge past hebben, omdat zij ook bij de tijdge- nooten als iets buitengewoons golden, even- Deze Courant wordt geregeld iederen Zaterdag-middag verzonden. Prijs: voor Schoonhoven per drie maanden 0,70. Franco per post door het geheele rijk f 0,80. Men kan zich abonneeren bij alle Boekhandelaren, Postdirecteuren en Brievengaarders. Z. M. heeft met 1 Augustus 1882 benoemd: tot subst.-off. van justitie bij de arr.-rechtbank te Rotterdam Mr. A. N. baron De Vos van Steenwijk, thans subst.-off. bij de arr.-rechtb. te Zutfen en tot subst.-off. van jusW» bij de arr.-rechtb. te Heerenveen Mr. C. H. Moens, thans subst.-off. van just, bij de arr.-rechtb. te Rotterdam. Aan hot Departement van Wa terstaat is 26 dezer aanbesteed: Het ver richten van baggerwork tot verbetering van de vaargeul in den bovenmond dor rivier de Geldersche IJsel. Minste inschrijver D. J. Kroon Cz. te Sliedrecht, voor 48} cent per M’; het maken van verdodmnks- werken aan den linkeroever van db door graving van den Hoek van Hollanij/.iy^or den waterweg lange Rotterdam naar’TZee. Minste inschrijvers A. Volkor Lz. te Slie drecht en P. A. Bos te Gorinchom, voor f8250; het uitdiepen door middel van een stoombaggervaartuig, van eon gedeelte van het vaarwater tusschon do beide lei- dammen op het Zwolsche Diep. Minste in schrijver A. L. Van Wijngaarden IJzn. te De Khedive heeft «en procla matie uitgevaardigd, waarbij Arabi afgezet 'wordt ala minister Tan oor.bg en marine. Toen het bombardement van Alexandria tien uren geduurd had zegt de Khedive in dit stuk kwam Anbi in het Ramleh- paleis en deelde mede, dat alle forten ver nield waren. Te gelijker tijd kwam do eisch van den Britschen admiraal om drie forten over te geven. werd toen onder voorzitterschap van Jen Kledive een minister raad gehouden, waarin Jrabi en Derwisch tegenwoordig vaan,' en er werd besloten dat de forten nietjovergegeven zouden wor den zonder bevetf/des Sulans; de bezetting der forten zou vèrsterkt rorden, ten einde eene landing te belettenvan een en ander werd den Sultan telegrafiscl bericht gezonden. Maar Arabi deed niets van hetgeen hem bevolen was. liet de forten weerloos en ging met het geheele garnizoen naar Kafr- el-Doear. Zoo viel Alexandriëeene van de belangrijkste steden des lands, in handen van de Engelschen en Arabi heeft alzoo schande over het land en het leger ge bracht. Bovendien liet hij Alexandrië on beschermd tegen roorers en brandstichters en het waren de Engelscken, die derhalve de rol op zich namen van handhavers der orde, welke Arabi had laten storen. Onwaar noemt de Khedive het, dat de Engelschen inboorlingen mishandelden: zij straften alleen de plunderaars en brandstichters; iedereen kan ongehinderd te Alexandrië komen. Verder wordt aan allen, die deze procla matie lezen gelastgeene bevelen meer aan te nemen van Arabi, die het land ten verderve voertmaar alleen van den Khe dive en zijne ministers, die zich niet verder tegen de mogendheden willen verzetten vooreerst omdat alle verzet nutteloos is, daar elk van die mogenheden afzonderlijk tweemaal zoo sterk als Egypte is; ten an deren omdat zij zeker zjjn dat geene der uieï^Teoogên Egyp^*ïSlï5i^fm^7~“«ir alleen daar de orde te herstellen. Anders zouden zij hun land tot den laatsten drop pel bloeds verdedigen. Een tooneel uit een der dagen van schrik te Alexandrië wordt als volgt geschetst Een der plunderaars een veroordeelde wion op het voorhoofd het merk van den moord gebrand is en die dus levenslang tot den zwaarsten bagger-arbeid aan den Pharos was veroordeeldliep ongewapend rond. Toen de Engelschen op den ellendeling wil den vuren haalde hij van onder zijn wijden manteleen zuigeling van nauwelijks 10 maanden voor den dag en hield het wicht, het kind van een blankeals schild rich voor het lichaam. Hij hoonde de Engelschen en riep hun toe dat zij nu maar moesten schieten. Twee soldaten slopen echter onbe merkt heen, doorliepen met levensgevaar verschillende stratenwaarvan de huizen in lichte laaie stonden en vielen den onmensch plotseling van achter aan. Twee goedgeraakte schoten in den rug deden hem neêrstorten. Het kind is gered en bevindt zich aan boord van de Inflexible. Na eenige uren werd het plechtig gedoopthet kreeg, ter eore van admiraal Seymourde voor namen van Frederik Frans en als familie naam den naam van het schip, welks offi cieren de opvoeding van het kind op zich zullen nemen. Een gelijke ramp als het ver gaan van de „Adder” heeft mennaar te vreezen is ook in Rusland te betreuren. De groote stoomboot „Moskwa”, die den 7don Juni met twee honderd personen en een lading van 3300 ton thee aan boord uit Wladiwostok vertrokis sedert spoor loos verdwenen. Vermoedelijk is zij door een orkaandoor brand of het springen van den ketel vergaan. Er loopt oen ge ruchtdat de ketel reeds bij het vertrek van het schip niet in orde was. voorraad binnenkwam. Met het hier wat minder, elders wat beter gewonnen hooi, zal de lange wintertijd toch afgewacht kun- i nen worden. Vervolgens is van Mei af het weiland bijna niet zonder gras geweest. Want het weer washoe wisselvallig ook i en eenige koude dagen uitgezonderd, groei zaam. Deze zomer is echter voor sommige producten ongunstig. Bloemkool was er tot heden zeer goederwten zullen voor den wintervoorraad wel bijkomenook de boonen herstellen zich, hoewel onder de snijboonen voel roest in het blad ontstond door de nattigheid. Het graan kreeg nog niet zoo veel regen om bekommering te veroorzaken vlas en koolzaad zullen niet bedrogen doen uitkomen. Aardbeziën waren er veel, mo rellen worden ruim gepluktaalbessen zijn er niet minder dan anders moerbeziën moe ten meer warmte hebben om rijp te worden, ook de wijnstok is nog achter. Opmerkelijk is, dat de wind bijna zonder afwijking reeds weken lang uit het zuid-westen blieshet geen vroeg of laat veel keerwind uit den oostelijken hoek kan veroorzaken. Blijkens een bij het Departe ment yan Marine ontvangen bericht, is het w/ak' van Zr. Ms. monitor „Adder” in den naqht van 21 op 22 dezer gevonden. Het wrak is liggende in 10 vadem diepte Noord west, miswijzend van Scheveningennage noeg één geographischo mijl uit den wal. De Minister van Marine maakt bekend dat in zee tijdelijk een ton is gelegd om te dienen bij het onderzoek van het wrak van den rammonitor „Adder”, dat met den kop om de Zuid en op bakboordszijde gezonken ligt in 10 vaam waterdwars van Scheveningen, ongeveer geographischo mijl uit den wal. Omtrent het vinden van de „Adder” worjft door schipper Nieman het volgende medegedeeld aanbreken van den morgen ili de schippers L. Nieman kenzagen zij met hunne kijkers óp onge veer eene mijl afstands de stoomschepen Naerebout, Schelde en Hercules bij elkander liggen en hunne jollen rondvaren. Zij be sloten daarom, er heen te roeien en te ver nemen wat er gaande was. Bij de stoom schepen gekomenkregen de schippers op hunne vraagwat zij vast haddenten ant woord dat het nog onbekend was. Schipper Nieman begaf zich daarop naar de plaats waar eene dier jollen aan het voorwerp vast lag, onderzocht dit, en bevond, dat het eene lichte stomp was, die in den grond zat. Zij roeiden daarop naar hunne schepen terug, zeilden eene mijl verder in zee en begonnen des middags omstreeks vier uur met nieuwen moed te drijven. Om zeven uur ongeveer bemerkten zij, dat zij begon nen te haften. Om het breken der lijnen te voorkomenlieten zij wegens de sterke stroo- ming hunne schepen op tij draaien. Tot dit gestild was, bleven zij zoo aan de lijnen liggendie zij toen door hunne manschap pen lieten opkorten tot nabij het voorwerp, waaraan zij waren vastgedreven. Schipper Nieman liet toen door zijn volk een anker uitzetten in de richting van de lijnen, ten einde nader op het gevonden voorwerp te kunnen halenen dit te onderzoeken. Zijn broeder K. Nieman, die als duiker naar beneden ging bracht weldra de zoo vurig verbeide tijding, dat het wrak van de „Adder” gevonden was. Dat was om streeks half tien ’s avonds. Schipper Nie man trad daarop terstond met zijn collega Weltevreden in overleg, hoe te handelen. Zij besloten de „Naerebout” en de „Schelde” (de „Hercules” was intusschon naar Nieu- wediep vertrokken wegens gebrek aan kolen, en met hem de eenige duiker aan boord der marine-stoomsciiepen), die zij vóór het invallen der duisternis nog met hunne ky- kers hadden gezien, op te zoeken, waarin zij slaagden. Zij deelden toen den heer Nijgh mede, dat de „Adder” door hen ge vonden was en geleidden de beide stoomers naar de plaats, waar het wrak lag en waarop een hunner vaartuigen als boei diende. Om circa een uur ’s nachts kwamen zij daar ten anker, ’s Morgens om vjjf uur kwam de heer Nijgh bij de schippers aan boord en wonschte nadere aanwijzing van de plaats, waar het wrak te vinden was. Met zijn goedvinden roeide schipper Nieman hem voor. Daar aangekomen, werd bij ’t op halen van ’t dieplood, waaraan zand kleefde, 10 vadem water gevonden. Toen de heer Nijgh een weinig verder het lood uitwierp, werd een verschil van 3} vadem opgemerkt. Op zijne vraag, in welke richting het wrak lag, werd hem geantwoorddat dit zich van noord naar zuid uitstrekte. Daarna vroeg hij de namen der schippers, plaatste eene wrakton bij het achterschip en stoomde naar Scheveningenom het rapport der schippers over te seinen. Dat by het vergaan van de „Adder” geen dor opvarenden zich door zwemmen kon roddenofschoon or geoefende zwemmers aan boord warenwordt daaraan toegeschrovondat het ongeluk is gebeurd midden in den tijd van de eb, waardoor maar dit heeft meer plaats gehadhet onmogelijk was tegen de eb in naar landman toch nog met een goeden strand te zwemmen. muiltjes van vrind Daniël Cajanus laat zien Dat de gemiddelde levensduur van de men- schen toeneemt, wordt in elk geval zoo dikwijls met cyfers aangetoonddat ik het niet in twyfel durf trekken. Zoo even sprak ik van myn zoon; die vertaalde my uit het Fransch een stukje dat hij in de Europeesche Illustratie aan trof, en waarin, op min of meer spotten den toon wordt verzekerd dat de menschen in de beschaafde maatschappij heel wat sterker zynalthans vry wat meer kunnen verduren dan onze vaderen. Inderdaad welke middeleeuwsche vrouw zou bestand geweest zyn tegen de vermoeienissen van het gezellig leven in de hoogere kringen, vooral *8 winters, met al die schouwburg bezoeken, bals, voor het lichamelijk wel- zyn verderfelijke kleeding corsetten die vaisch^naar waaronder de hersenen half gaar moeten koken, ontblooten hals en naakte schouders, het rondzwieren in stof fige balzalentotdat de trage wintermorgen het flikkerend gaslicht verduistert, r- het opeengepakt zitten in den bedorven damji- kring van een schouwburgzaal? Welke vrou- welijke helft van een paar »reuzenouders” om nog eens met den schoolmeester te spreken, zou het leventje hebben kunnen uithouden dat de kleine, tengere, vel-over- beenige Sarah Bernhardt maanden by maan den leidde? ’t Is waar, zij kreeg nu en dan een bloedspuwing, doch dat schynt haar even weinig kwaad te doen als aan Hercules een muggeprik. En, zou er wel één van die kloeke reuzenmagen ongestraft de verdachte mengsels hebben kunnen op nemenwaarmede wy ons laven in de mee- ning dat we ons aan een glaasje madera verkwikken? Bewys genoeg dat we zoo erg zwak niet zyn. Maar om op onze schutters terug te komen. We hebben er van alles onder, groot en klein, ook lui die het tegenover de origineelen van Van der Helst erg moeten afleggen. Maar dan moet ge eens vragen, wat eten die menschen? Ik behoef over dat punt niet veel te redeneeren. daar gij het reeds in uw artikel van de voorlaatste week hebt aangeroerd: kortom, het is be droevend te zien wat er bij velen ’s middags op tafel komt. Dat doet my dikwyls denken We halen allerlei quaesties overhoop, en kijven soms jaren lang net als vischvrouwen over onbeduidende zakenwat zou het toch wenschelijk zijn, als men eens een vracht van die twistvragen liet rusten, om eens alle aandacht te vestigen op een der be- langrykste zaken van onzen tyd; de volks voeding. Ieder oogenblik lees ik in de courant dat deze of gene een uitvinding gedaan heelt om vleesch in volkomen ver- schen toestand uit Zuid-Amerika of Australië te laten komen, en dan zeg ik: Wacht, daar zal je ’t eindelyk hebben, maar er komt niets van, en het vleesch blyft even duur en vopy den werkman onverkrijgbaar. Watf'de kost in de Middeleeuwen beter? Alweer men zegt het, maar ’t is niette bewijzen. De vent, die op de St. Janskerk te ’s Bosch staat afgebeeld, en die naar luid van het verhaal het potje erwtensoep met spek omverschopte dat zyn vrouw hem op het karwei bracht, onder den uitroep: »Is dat nu eten voor een man die een braspenning daags verdient?” zal ook wel een uitzondering zynanders zou men hem niet vereeuwigd hebben. Hoe jammer, niet waar dat we van die dingen zoo weinig weten: de vroegere geschiedschrijvers hielden zich b’yna in het geheel niet met >het volk” bezig, zeker ook al geen bewijs dat het voorheen veel in tel was en goed werd behandeld. Doch hoe dit zy, dat er in velerlei opzicht vei betering kon komen als men er zich maar eendrachtig en zonder bijbedoelingen op toelei, ja, dat staat by my zoo vast als iels ter wereld. Ik bemerk daar, dat ik op een mij geheel vreemd terrein ben geraakt. Adjuus dus, en tot later. V. Dezer dagen, geachte Redacteur! (neem me niet kwalyk dat ik niet schrijf »Mijn- heer de Redacteur,” maar dat klinkt zoo allerakeligst styf, precies als «Mevrouw de Markiezin” in de comedie', wat elders geen sterveling ooit zegt!) dezer dagen heb ik iets gelezen dat mijn schutterlyk gemoed nogal heeft getroffen. In zekere vergadering heeft een mijnheer Bientjes, leeraaraan de Hoogere Burgerschool te Utrecht, gespro ken over een vereeniging die hij wil op- riehten, een splinternieuwe, om het getal wat gauwer vol te maken. Die vereeniging zou «Olympia” moeten heeten. Dat schijnt de naam van een stad in Griekenland ge weest te zyn, waar de lieden bij elkaar kwamen om schyf ie gooien, iets anders dan bij onze compdgnié het schyf ichieten, dat we nooit doen omdat we geen schiet baan en geen goede geweren hebben, voor' ’t overige is alles er voor klaar, te hard- «»«»- draven, te bakkeleien in Adamskostuum,'y als men te Haarlern het hemd en de kamer- en voorts tot verpoozing verzen voor te dragen en tooneelstukken te vertoonen in de open lucht. Ik dacht, als we zoo iets bij ons krygen, zal ’t niet onaardig zyn; en is de contributie niet al te hoog, dan word ik dadelijk lid. Vooral dat zooge naamde «worstelen” herinner ik my uit myn jongenstijd, moet nogal pleizierig zyn. Alleen zal men hier te lande de Grieksche kleeding wel een beetje dienen te wijzigen, ook omdat er wel dames zullen komen kyken. De Griekinnen hadden daar minder erg in by ons is dat een ander geval. Mynheer Bientjes heeft vooral het jonge volk op het oog, dat, zegt hy, veel te wei nig afwisseling van lichaamsbeweging krygt. Nu, in ’t algemeen gesproken kan dat wel waar zyn, en -• weten ook, i jongen naga, aie na uc vacamro w» ov tweede klasse Hoogere Burgerschool zal overgaan, dan loopt het zoo’n vaart niet. Maar ik mag dan ook zeggen, hy is een stevige knaap, die absoluut smid wil wor den; ’k heb er vrede mee, want een goed ambacht is een kapitaal dat nooit door de Egyptische onlusten in gevaar zal worden gebracht; maar eerst moet de snuiter flink wat leeren, Waar hij ook volstrekt niets op tegen heeft. Evenwel moet ik erkennen, hij heeft een paar kameraden die er wel wat pipsch uitzien, en voor wie zoo’n Olympia-veftooning wel goed zou zijn. Doch zplt ge my vragen, wat heeft dat alles met uw schutterlyke gemoedsbe wegingen te maken? a Geduld, mijn beste heer, dê- zaak zal u v.vduld, mijn beste heer, aanstonds helder worden. In zijn redevoering zei de heer Bientjes o. a. dat de kloeke, krachtige figuren van vroegere dagen byna niet meer gevonden worden. Vergelijken wy by voorbeeld onze schutters met de heldengestalten door een Van der Helst op ’t doek gebracht, dan zien wy een merkwaardig verschil tusschen die mannen van de 17e en die van de 19e eeuw. De «Schuttersmaaltijd” op het Trippen huis te Amsterdam heb ik meermalen ge zien, enjaals men een groepje van onze schuttery-offlcieren, want de «min deren” hielden in 1648 zulke maaltijden als daar een is afgebeeld zeker evenmin als tegenwoordig, aan den feestdisch bij elk ander zet, dan valt er wel eenig verschil ■- Maar zou dat niet voor een groot deel aan de kleeding liggen? Zie, ik wil geen kwaad spreken van de uniform die ik met eere draaghaar echter mooi

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Schoonhovensche Courant | 1882 | | pagina 1