t. N°. 691. 1882. ie koop, 'ERTE, zonder reuk. ODE. JDSTER, Zondag 10 September. Eenstemmigheid. ltebdag a. Weekblad voor Zuid-Holland en Utrecht. I ÜDAG ing van BERG, KRUIS J Az., toveraar D. ngerde iOIRÉES BUITENLAND. Indische Brieven. 7 uur. jnr. I) de Wed. L. Schoonhoven, moiiïomffl connAST. S. W. N. VAN NOOTEN te Schoonhoven, üitgeVere. als nieuw. Te KR GRIFT te I zullen in het Bd of geen geld. Schoenhoven. nelden. igd tegen half eene te Kinderdijk. te Lekkerkerk November aan- Prijs der Advertentiën: Van 1 tot 5 regels 0,50. Iedere regel meer f 0,10. Groote letters naar plaatsruimte. Inzending francoen uiterlijk tot Zaterdags-voormiddags te 10 uren. Alle binnenlandsche Advertentiënwaarvan de plaatsing 3 maal wordt opgegevenworden slechts 2 maal in rekening gebracht. de vermaarde 3ASIS lagen van aila len, kwaadsap- il.huid-en kan en wacine zich HUCTUlM EN KOLFF. »2. biljarten, arten, b schik, m er bg, kt, ook partij, een prik. mst verbeelden, verspeelden, hen en plagen, migheid rbljjd, 1behagen. iet weten, rergeten irs hoort, niet vervelend, boos, maar streelend oogste woord. IER Gz. te Haastrecht. IERS en MEU- K 227, Gouda, untie. in nommer 677 wegens verge- l van de tegen- igt Mejufvrouw oonhovpn te- b, zindeljjke kheid onnoodig n. j van koop of nna getroffen »aen zal. stutje land, b, want soop nog toe, nnen is, mis, paard of koe. igendijk, n, kijk, er tang, belang, wegen. it van hem, wel eens klem, lend, leggen, l van zeggen, teekent. Vrienden 4 C. te 8.^ Deze Courant wordt geregeld iederen Zaterdag-middag verzonden. Prgs: voor Schoonhoven per drie maanden 0,70. Franco per post É00, het geheele rijk 0,80. Men kan zich abonneeren bij alle Boekhandelaren, Postdirecteuren en Brievengaarders. Overzicht Het spreekwoord in toepassing brengende „in troebel water is het goed visschen” heeft do gemeente-politio van Dublin, ten getale van 883 man, haar „werk” gestaakt. De onmiddellyke aanleiding tot deze voor >HT vertrouwd Beren JachtHef- Hij is geheel tters J. J., aan Heeft onlangs onze Afgevaardigde ter Tweede Kamer, de heer Patijn, het loffelijk voorbeeld gegeven in een vergadering zijner kiezers mededeeling te doen van zyn in zichten omtrent onderscheiden punten van regeeringsbeleid, hetzelfde geschiedde de zer dagen in het hoofdkiesdistrict Dokkum, waar een der beide Kamerleden, Mr. W. A. Bergsma, te Veenwouden in een talrijk be zochte kiezers-byeenkomst is opgetreden. Wy begroeten in deze samenkomsten de toepassing van een goed beginsel. By ons te lande is over het algemeen de band tus- schen kiezers en gekozene niet zeer sterk. In ruwe trekken wéét men wel nagenoeg hoe de Volksvertegenwoordiger zyner keuze gezind is, of hij liberale denkbeelden koestert, een voorstander is van finan- ciöele hervormingen, van een vrijzinnige koloniale politiek, van uitbreiding van het kiesrecht, van neutraal onderwgs, - doch de meesten hebben dit toch eigenlyk maar van hooren zeggen, vooral wanneer het een zoogenaamd «nieuw man” geldt. Heeft de Afgevaardigde een zeker aantal jaren zyn zetel in ’s lands vergaderzaal ingeno men, dan zou men met eenige oplettend heid langzamerhand zyn politieke denkwyze kunnen opbouwen uit zyn woorden en vooral uit zijn daden. Doch verreweg de meeste kiezers geven zich de moeite niet, hun mandataris zoo aandachtig te bestudeeren; en de opmerking dat courantenlezers byna allen zeer vergeetachtig van aard zyn, geldt ook hen die van de Tweede-Kamerdebatten slechts een vluchtigen indruk opvangen. Niets is daarom geschikter om eenheid van streven te verkrijgen tusschen het volk en zyn vertegenwoordigers, dat immers de hechtste grondslag is van het constitutioneel stelsel? dan die samenkomsten in klei nen kring. Of zou men misschien aan de zaak nog meer uitbreiding willen geven, door de Afgevaardigden te zien optreden voor een dichten drom part'ygenooten, in een lokaal van kolossale afmetingen, of in de open lucht, volgens Engelsche manier? Misschien zal ook eenmaal in Nederland het houden van zulke meetings aanbeveling verdienen, als de staatkundige opvoeding van ons volk een hoogeren trap van volkomenheid heeft bereikt, het stemrecht niet meer beperkt is tot een kleinen groep van burgers, en onze landgenooten beseffen dat hun belan gen bij een richtige behartiging van lands I zaken zyn gemoeid; maar voor het tegen woordige zijn we met het bescheidenst begin tevreden. De heer Bergsma trad te Veen wouden op als inleider van een drietal vraagpunten. Het eerste luidde aldus: »Er bestaat thans geen voldoendesamen werking by de liberale party; wat moet en kan er gedaan worden om die samen werking te bevorderen?” Zeker een hoogst gewichtige vraag; kon zij voldoende worden opgelost, dan zouden we met alle recht van een staatkundige herleving kunnen spreken. Of evenwel de heer Bergsma door zijn inleiding één enkelen stap nader aan die oplossing is gekomen, veroorloven we ons met alle bescheidenheid te betwyfelen Spreker erkende en betreurde de onvol doende samenwerking van de liberale leden der Tweede Kamer; als middel daartegen werd door hem voornamelyk aanbevolen, dat de kiezers zelven er naar streven zich omtrent de verschillende staat- en staat huishoudkundige quaestiën een heldere en vaste overtuiging te verwerven. De schuld zou alzoo by de kiezers liggen. De heer Bergsma zei dan met zooveel woor den: Gy, kiezers, zyt te weinig op de hoogte van politieke en economische vraag stukken en hebt daaromtrent geen bepaalde overtuiging; daarom zyn wy, liberale leden der Tweede Kamer, het over al die zaken zoo slecht met elkander eens. Tot ons leedwezen moeten we verklaren, de logica dezer redeneering niet te kunnen vatten. Een helder begrip van- en een gevestigde overtuiging omtrent zaken van staatkundi gen en staathuishoudkundigen aard zyn on getwijfeld hoogst wenschelyk, zoowel by hen die af en toe geroepen worden om een Volksvertegenwoordiger aan te wyzen als by hen die dit voorrecht missen; ja, die te verwerven is ieders plicht, ais burger van den staat en ais lid van de maatschappij. Dat die beiden evenwel spoedig het ge meengoed zullen worden van allen, of laat ons niet te yeeleischend zyn en zeggen van velen,is eenvoudig een illusie. Hon derden en duizenden gaan geheel op in hun dagelyksche bezigheden en beslommeringen, die al hun krachten in fieslag nemen en, kunnen zy al eenigen tyd besteden aan geestes-arbeid, dan zien wy hen in de meeste gevallen zich onledig houder^ met de dingen, die met hun werkkring ih ver band staan. De naar kennis en ontwikke ling strevende landbouwer, bij voorbeeld, zal zich veeleer gaan verdiepen in geschrif ten, op zyn vak betrekking hebbende, dan iparig tot i genuine, had hom duidelijk genoeg te ken- nen gegeven waar het op stond, en de Duit- sche Keizer, gereed staande Breslau te be zoeken, zou zeker ook niot nagelaten heb ben zijn ongenoegen over de houding van den Bisschop te kennen te geven. Dit alles heeft den prelaat voorzeker een toontje lager gestemd. Op voorstel van Italië zullen thans ook Spanje en Nederland aan de bescherming van het Suez-kanaal deelnemen. De president der Vereenigde staten van Noord-Ainerika, Chester Arthur, is ernstig ongesteld. IV. Poëten aan woord. Een Feest maaltijd. Het Royal aquarium, en an dere vermakelijkheden. Nachtelijke beslommeringen. Stichtelijke gepeinzen onder de dekens. Magister Kitzler. (Vervolg.) Keeren wij echter terug naar Magister Kitzler. „Daar heb ik nu, sprak hij treurig tot Hoine, twintig korven kerkvaders geëx cerpeerd; daar hob ik nu gansche nachten voor mijn studeertafel gezeten on Acta sanetorum gelezen, terwjjl op uw kamer punch gedronken en vroolijke liederen ge zongen werdendaar heb ik nu voor theo logische nieuwigheden, die ik voor mijn werk noodig had, 38 zuur verdiende Thalers aan Van den Hoeck Ruprecht betaald, in plaats van mij voor dat geld een pijpen kop te koopendaar heb ik nu gewerkt als een hond sedert twee jaren, twee kostbare levensjarenen dat alles, om mij be lachelijk te maken, om als een ontmaskerd pronker de oogen neer te slaan, als „die Frau Kirchenriithin” mij vraagt: Wanneer zal uwe „Voortreffelijkheid van het Christen dom het licht zien Ach, hot boek is klaar, ging de arme man voort en zou ook de gunst van het publiek verwerven; want ik heb do overwinning van het Christendom over hot Heidendom daarin verheerlijkt en ik heb bewezen, dat daardoor ook de waar heid en het verstand over huichelarij en waanzin gezegevierd hebben. Maar ik, on- gelukkigste dor menschen, in hei diepst mijns geinoeds voel ik, dat- „Houd op! riep ik met billijke veront waardiging, waag het niet, verblinde, het verhevene te bezoedelen en het schitterende zwart te maken. Al moogt gij ook de wonderen van het evangelie ontkennen, zoo zult ge toch niet weerspreken, dat de over winning van het evangelie zelve een wonder was. Een kleine schaar van weerlooze menschen drong in het groote Rome, trot seerde hare beulsknechten en wijzen en triumpheerde door de kracht van het woord. Maar welk een woord I Het broze Heiden dom beefde en kraakte bij het woord dezer vreemde mannen en vrouwen, die het rijk van een’ nieuwen hemel verkondigden en niets vreesden op de oude aarde, niet de klauwen der wilde dieren, niet den toorn van nog wilder menschen, niet het z waard,,-.niet de vlamwant zij zelven waren zwaard en vlamvlam en zwaard Godes. Dat zwaard heeft het ver welkte loof en dorre hout van den boom des levens geslagen en hem daardoor ge zuiverd van het invretend vuil; deze vlam heeft het hart van den verstijfden stam weer verwarmd, zoodat frisch groen en geurige bloesems konden geboren wordenhet is de verhevenste verschijning der wereld geschiedenis, dit eerste optreden van het christendomzijn strijd en zyn volkomen’ overwinning. Ik sprak deze woorden met des te meer waardigheid, daar het vele Eimbecker bier, dat ik dien avond gedronken hadaan mijne stem een volleren klank gaf, Heinrich Kitzler echter liet zich daardoor niet overbluffen en met een ironischen droevigen glimlach sprak hij„Broederhart geef u geene overtollige moeite. Al wat gij daar zegt, heb ik zelf in dit manuscript veel beter *en veel grondiger in ’t licht gesteld. Hierin*heb ik don treurigen toe stand der wereld ten tijde der Hellenen in de schelste kleuren geschilderd en ik durf mij vleien, dat mijne koene pensoeltrokken aan de werken der beste kerkvaders her inneren. Ik heb getoond, hoe verdorven Grieken en Romeinen geworden waren door het slechte voorbeeld hunner góden, die, naar de misdaden te oordeelen, waarvan ze beticht werden, nauwelyks waardig zouden geweest zijn, den naam van menschen te dragen. Ik heb duidelijk aangetoond, dat zelfs Jupiter, de opperste der Goden, naar het koninklijk Hanoveraansch strafrecht, honderdmaal het tuchthuis, zoo niet de galg, verdiend had. Daarentegen heb ik de ze- delijke schoonheden, die in het evangelie neergelegd zijn, behoorlijk ontwikkeld en ik heb aangetoond, hoe naar het voorbeeld van hunnen goddelijken voorganger de eerste christenenniettegenstaande de minachting en vervolgingwaaraan zij onderworpen werden, slechts de schoonste reinheid van zeden geleerd en uitgeoefend hebben. Dat deel van mijn werk is het schoonste, waarin ik vol geestdrift schilder, hoe het jonge christendom, de kleine David, met het oude heidendom in het strijdperk treedt en dezen grooten Goliath doodt. Maar helaas! dat tweegevecht verschijnt mij sedert in een zonderling licht Ach! alle lust en liefde voor myne Apologie droogde op in mijn gemoed, toen ik mij levendig voorstelde hoe misschien een tegenstander den triomf van het evangelie schilderen konde. T.ot mijn ongeluk vielen mij eenige nieuwere schrijvers, b.v. Edward Gibbon in handen, die juist geen by zonder gunstig oordeel over dio overwinning uitspraken en er zeker niet zeer door gesticht schenen, dat de christenen, waar het geestelijk zwaard en de geestelijke vlam niet voldoende waren, tot het wereldlijk zwaard en de wereldlijke vlam hun toe vlucht namen. Jaik moet bekennen, dat mij eindelijk voor de ruïnen van het hei dendom, die schoone tempels on standbeelden,' een schromelijk medelijden aangreep, want zij behoorden niet meer der godsdienst, die reeds lang, lang voor Christus geboorte dood was, maar zij behoorden der kunst, die eeuwig leeft. De tranen traden mij eens in de oogen, toen ik toevallig in de bibliotheek het „Pleidooi voor de tempels” las, waarin de oude Griek Libanius de vrome barbaren op het innigst bezwoer, die dier bare meesterstukken te sparen, waarmede de scheppende geest der Hellenen de we reld versierd had. Maar te vergoefs! Die monumenten van eene lenteperiode der menschheid, die nooit terugkeeren zal, die slechts eenmaal opbloeien kon, gingen on herstelbaar verloren door den zwarten ver- nielingsyver der christenen-- Nöen, vervolgde de Magister zijne rede, ik wil door de uitgave van dit boek geen deel hebben aan deze misdaad, neen, dat wil ik niet.... en aan u, vermoorde stand beelden der schoonheid, aan u, schimmen der doode góden, aan u, liefelijko droom beelden in het schaduwenrijk der poëzie, aan u offer ik dit boek. Bij deze woorden wierp Heinrich Kitzler zijn maniscript in de vlammen en van de voortreffelijkheid van het cl niets over dan grauwe asetf.” emmge venwueiuenneia vim meemngen, uus uooi. oiuuoiya behoeven wij vooralsnog niet naar eenheid tegen Arabi ^afgekondigd vordert, en we gelooven dat hieromtrent I geen verschil zal bestaan, dan zijn onze Vertegenwoordigers verplicht, dien eisch tot zyn recht te doen komen. Niet buiten de Kamer alzoo moet het kwaad genezen wordenmaar daar binnen. Ook kunnen, naar wy meenen, de Af gevaardigden zich niet verontschuldigen met het gemis van een leider. We hebben juist geen hoog denkbeeld van het nut, dat zulk een aanvoerder sticht: Kappeijne viel als zoodanig niet mee, evenals in Frankrijk Gambetta binnen weinige dagen zijn repu tatie als partyhoofd totaal verspeelde. Het zal ook wel een groote zeldzaamheid zijn dat één man specialiteit is in alle onder in Thorbecke’s aanteekening op de Grond wet of De Bruyn Kops’ handboek der staat huishoudkunde. Is dal zoo onnatwwriyk? We gelooven het niet, en zullen ons dus wel wachten het te betreuren. De waarde der ^Staatkundige” kennis, die door een burger van gemiddelde ont wikkeling kan worden verkregenwordt dikwijls overschat. Men kan een verdien- stelyk lid van het volksgezin zijnen niet temin slechts een nevelachtige voorstelling hebben van de verhouding der verschillende machten in den constitutioneelen staat, of van de financiëele betrekkingen tusschen Nederland en zyn koloniën, of van de eischen waaraan de landsverdediging moet voldoen. Men legt ons weleens ten laste, dat we in politieke ontwikkeling bij andere volken achterstaaninzonderheid bij de Franschen. Waarheid is, dat een Fransch- man over allerlei dingen doorslaat als een blinde vink, en dat van de honderd Parij zenaars minstens vijf-en-negentig zich van de ernstigste zaken met een groot woord afmaken. Scherp begrensde staatkundige en staathuishoudkundige kennis wordt slechts door gezette studie verkregenen deze ligt niet op den weg van de groote meer derheid eens volks. Slechts omtrent enkele hoofdbeginselen kunnen we, geleid door het eenvoudig ge zond verstand, een besliste meening heb ben, en dit bepaalt dan de keuze der staatkundige richtingwaarbij we ons aan sluiten. Diezelfde eigenschap is ook het richtsnoer bij de benoeming der mannen, aan wie we met vertrouwen de behartiging der vaderlandsche belangen opdragen. Zy ontvangen daarb'y een onbeperkt mandaat; zij behoeven niet te vragenhoe de kiezers over dit of dat onderdeel van regeerings beleid denken, maar hebben zelven te be slissen. Dekiezers hebben alleen recht van hen te eischendat zy de beste middelen kiezen om, in de door hen voorgestane richting, het algemeen welzyn te bevorderen. En als daartoe in de eerste plaats noodig is eerlijke samenwerking tusschen party- genooten, dan mogen wij van de Afge vaardigden verwachten dat zij naar die overeenstemming streven. Zij hebben niet te zeggen: bij de kiezers bestaat een on- eindige verscheidenheid van meeningen, dus te zoeken. Als het belang des lands haar unidorf - nn «ra zralnnvan <1nt hUrnmtnu.t OBteF UeglHC 10 Slaan, KSQ 01011011, Oat ÜJU- i geland heeft toegestemd in de ontscheping van 2 ii 3000 Turksche soldaten te Port- Said, die, onder kommando van Derwisoh- pacha on Baker-pacha de laatste een Engelschman, medo aan de expeditie zullen deelnemen. De wind schijnt in Turkije geheel uit I den verzoenenden hoek te waaien. Ook do zaken met Griekenland hebben veel kans van te zullen worden bijgelegd door de toegevende gezindheid van de Porte. Of dit alles wel van heeler hart gaat, mag men evenzeer betwijfelen als de oprechte bekeering van den bisschop van Breslau, uu,.„ 1 toen hÜ dezer dagen het anathema tegen deelen der regeeringstaaken tegelyk wel- j de gemengde huwelijken herriep. Het sprekendheid en persoonlijk overwicht ge- j Dnitsche officieuse orgaan, de Nordd. All- noeg bezit om zyn medeleden een; de erkenning zijner boven allen uitstekende verdiensten te brengen. De liberale party in de Tweede Kamer moet zijn een ver- eeniging van gelijkgezinde mannen, die, het algemeen belang stellende boven de zegepraal van eigen denkbeeldenernstig zoeken naar het gemeenschappelijke; sa menwerking ligt, om het met een uitdruk king te schetsen, aan de rekenkunde ont leend, in de richting van den grootsten gemeenen deeler van elks overtuiging. Er bestaat by ons geen degelijke partij vorming. Elk Afgevaardigde treedt als het ware voor zichzelf op, en het succes van een regeeringsvoorstel hangt dikwyls af van bykomende omstandigheden. Vandaar dat jaar in jaar uit de wetgevende arbeid zoo onvruchtbaar is, en dat geen enkele noe- menswaardige hervorming tot stand komt. De Kamerdebatten dgigen geheel het ken merk van dien toestand; elk lid voert het woord, te pas of te onpas,'en te midden der discussiën komen soms amendementen opdagen, waarvan de part'ygenooten niets weten, enwaarby men volstrekt niet vraagt of zij ook het hoofdbeginsel der wet in gevaar brengen. Samenkomsten van party- genooten om over een voordracht van ge dachten te wisselen en de rol der deskun digen by het debat te bepalen, hebben nooit plaats, en hoe langwylig de voorbereiding eener wet ook zyn moge, in ondoelmatig heid gaat zy alle begrip te boven. Het middel, door den heer Bergsma aanbevolen om het gebrek aan eenstem migheid by de liberale party te genezen beantwoordt even weinig aan de kwaal als drop water voor de koorts. V. Het Crystal Palace en zijne preciosa. Geestdriftige aandoeningen op een plat geschoten huis. Een versleten motief. Het Crystal Palace draagt zijn naam met eere. Reeds het gebouw toch is de bezich tiging ten volle waard. Het Paleis van Volks vlijt is eene imitatie daarvan, maar kan in afmetingen en omvang natuurlijk niet met hare Londensohe zuster wedijveren. Ja, de dilettant-wiskunstenaar zou hier eene even redigheid van vieren neerschrijven het Pal. van Volksvl. staat tot het Crystal Pal. als enz. Doch minder het gebouw, dan wel het bezienswaardige daarbinnenlokte ons her waarts. In tal van zalen vinden we hier de meest uiteenloopende producten van kunst, nijverheid en handel. Het Crystal Palace biedt iederen wereldburger zijn lievelings gerecht, waaraan hij zijn smaak en verstand naar hartelust verzadigen kan. De aandacht van technicus en industriëel zal spoedig ge trokken worden door demachineriën en werk tuigen die hij hier in overvloed zal opgo- steld zien. Daar onze kennis op dit gebied zeer bescheiden is, wekken ze slechts met mate onze belangstelling. We zijn niet ge noeg vakmenschen om de fijnheid van wer king en inrichting te begrijpen dier kunstige gecompliceerde gewrochten waarmede het scheppend genie van stoom en vernuft onze nyvere aarde verrijkt heeft, en evenmin is het ons ook gegeven, de meerderg of min dere waarde van tapjjten, linnen stoffen en al die andere waren te beoordeelenom ze met die kostbare juistheid en kleurige ver ven te schilderen, hetwelk wij gaarne aan hunne respectieve fabrikanten en kooplieden overlaten. De honderden zetels, die thans als orchest fungeeren, blikken ons koud en onherberg zaam tegen. We zouden ze zoo gaarne door menschen bezet zienwelke machtige to nen znlU” hier eens vonrte’obracht “ü-, zullen hier nog voortgebracht wordeü, nu eens ons dwingend tot stom en sprakeloos luisteren, een ander maal ons opzweepend tot de edelste geestdrift, de hoogste ex pansie, waarvoor het menschelijlc gemoed vatbaar is. Helaas, thans zoekt de jongelingschap haar levenskracht in verkooplokalen van ham en stout, en zij vindt daar den fetisch- surrogaat, die voor do Heilige Moeder-geest- drift in de plaats treedt. Ach, zoo is de wereld, lezer, er wordt veel valsche munt geslagen. Ja, er wordt vgel valsche munt geslagen; zoo zullen we nu oens, bij wjjze van een zeiltochtje naar Rotterdam of een uitstapje naar Zeist-Driebergen, een kijkje nemen in de buurt van Parys. Hier, op de ruïne van een platgeschoten huis we leven in 1870, mijn waarde, hebben we een heerlijk ver gezicht op de stad en omliggende forten. We zien vlammen, rook en bloed en de gruwelen van den Fransch-Duitschen oor log liggen in alle naaktheid voor ons. Kom, courage lezer, ge behoeft u niet beangst te maken het bloed is maar roode verf en ze schieten met papieren kogelsprecies als we in onze jeugd deden, ’t Is maar om ons te amuseeren, weet je, ik heb vol strekt geen plan, als een Engelsoh reporter in ’t vuur te kruipen en ter wille van cou- rantenspijs „den hoek om te schieten,” zoo- als Kribelprawan zich zoo dichterlijk uit drukt. Als ge dus last hebt van geestdrif tige aandoeningen, kunt gij hier a loisir aan uwe bewondering lucht geven en ge hebt volkomen vrijheid „hèh, hoe mooi” te roepen. Ónze weg leidt door den tuin. We zullen deze schoone occasie niet ongebruikt laten en even aanwippen bij een electrischen tram, waarmee we een toertje door het park maken orp beurten, lezers, want er is slechts plaats voor een tiental menschen. Ziezoo, dat is alweer achter den rug en onze Hollandsche panoramawoede zijn ze in Schoonhoven ook al aan ’t bouwen voorloopig verzadigd. We kunnen nu eens in 't aquarium gaan kijken naar de visschen, krabben, polypen, in één woord naar al de watcrlievende we zens, die we daar in menigte en verschei denheid vinden zullen. Sommigen zijn prach tig gekleurd, bieden ons do schitterendste, veelzijdigste tinten, en zien er toch alles behalve vriendelijk uit, neen vreeselijk gri- zelig, lezer. Als schryver moest doze ge legenheid mij welkom zijn, eens een nieuw deuntje te fluiten op het versleten motief „’t is alles geen goud, wat er blinkt”. Bij eene dergelijke gedachte breekt mij echter het angstzweet uit de daarvoor bestemde poriën, daar zulk eene verhandeling mij on- willekeurig denken doet aan die vreeselykste plaag mijner burgerschooljaren c. k. d. aan de zoo innig gehato opstellen, ’t zij met alle bescheidenheid en eerbied hier in ’t midden gebracht, kreupele spreekwoorden als anderszins, waarmee de leeraar in Ne- derlandsche taal- en letterkunde, zaliger nagedachtenis, zich naar den meerderen of minderen welstand onzer respectieve her senen informeerde. Daar moesten we dan ityristendom bleef 3 k 4 bladzijden over vol-philosopheeren, ‘h?’ terwijl er eigenlijk niets van te zeggen viel, I omdat, vergun mij de eenigszins triviale de rogeering alles behalve aangename ge beurtenis was het ontslag aim 300 agenten gegeven, wegens deelneming^gan eene ver gadering, wiarJh zij hunne’overfiedod aan vielen. Dat de andere zoo spoedig de partij der ontslagenen kozen, was het gevolg van de algemeene ontevredenheid over de rege ling der loonen. Hoewel de verlaten politie- bureaux dadelijk door militairen werden bezet, heeft het gebeurde toch aanleiding gegeven tot opstootjes, die niet altijd zonder bloedvergieten afliepen. Tot eer van het welgezinde gedeelte der lereche bevolking moet echter gezegd worden, dat op de eerste oproeping van den Onderkoning tal van peréonen zich hebben aangemeld om als buitengewoon constabel dienst te doen. Die goede gezindheid der meerderheid heeft de ontevredenen ook spoedig op huu besluit Joen terugkomen, zoodat velen hunner zich bereid verklaard hebben het „werk” woer te hervatten en in een adres aan den Onder koning hun leedwezen hebben betuigd over het verzet waaraan zij deelnamen. Gelukk'g voor de Engelsche regeering, dat dit standje dat, vooral in Ierland zoo aanstekelijk, gemakkelijk groote afmetingen had kunnen aannemen, met een sisser afliep, want waarlijk zij heeft do handen toch vol. Alles‘is in de weer om het ex- peditieleger in Egypte dat, naar meer en meer blijkt, den vijand weder te licht had geschat te versterken en te comple- teeren. Tot zoolang dit niet geschied is en Wolseley o. a. niet van meer geschut en beter vervoermiddelen zal voorzien zijn, zullen de wapenfeiten in Egypte zich wel tot schermutselingen bepalen. De laatste ontmoetingen van belang toch, hoewel ze gunstig voor de Engelschen uitvielen, hebben bewezen, dat Arabi-pacha geen licht te tellen vijand is. De positie, die hij bij Tel-el-Kébir inneemt, moet vrij sterk zijn; zijn voorposten staan tot bij Karsasin, in de onmiddellijke nabijheid der Engelschen. De Engelschen hebben veel van de mus kieten en vooral ook van de zwervende rooverbendenBedouinen, te lijden. Het gerucht dat de cholera in Engelsch-Indië en aan de Roode zee op nieuw was uitge broken, waardoor het troepenvervoer groote vertraging zou ondervindenis gelukkig niet bewaarheid. Turkije heeft eindelijk de proclamatie *w’ ’„I ®n «la bewijs, dat het met de militaire overeenkomst ook beter begint te staan, kan dienen, dat En-

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Schoonhovensche Courant | 1882 | | pagina 1