l m N°. 692. 1882. Jiveraar Zondag 17 September. Hobbelpaarden. DOPING 7uid-Holland en Utrecht. Weekblad voor s. w. Az., 4 BINNENLAND. BUITENLAND. Overzicht. imeente Gou- id 20 jaren. ere qualiteiten Schoonhoven. NOOTE) te Schoonhoven, Uitgeven. dito f 1,10 ,15 A 1,25 de ;ev. 2 paarden, en graskal- 1462 schapen 41 biggen en kaasmarkt. ,55, wei- dito rkrijgbaar bij polders, den n achtkan- en van den raarin eene begrip van en het ge- If koeien f270 0, dito vaarzen )&220, melk- ossen f80 A graskalveren f 7 15. 48 50 ct 8 weken f 7,00 JRS en MEU- 227, Gouda, tie. nommer 677 Schoonhoven, r 1882. I. Koutstaal en Th. Langerak uders A. Den per half kilo. 24 at. per half 1,60 per week, animeren f 14 50. ericht van de lts. Goudsche ijen. Pryzen ual. f24 A 27. D. 3 qual. f30,00 irdhollandsche 121 partyen. een aanvoer was de handel SCHO MHÖ m GOBRMT. t., 2de qual. balveren: 1ste i,75; Schapen IK, >enbaren ver- t achtkant ten), bene- i het ton den vjjzel- 'older Kat- van de hand, per kilo. ie qual. f56, i A 85 ets. vsche, Flakk. 1,50 12,25, dito mindere e beste f9,50 9,25. ie, Zeeuwsoho dito mindere weg naar Kuilenburg, niet toe te staan. Een uitstel van 4 weken word gegeven. Intusschen hebben de hoeren Verkerk o. s. boricht, dat zij dezelfde concessie willen aanvragen. Bij Z. M. besluit is aan Mr. J. G. Patijn, op zijn verzoek, eervol ontslag verleend als officier van justitie bij de arrond.- rechtbank te ’s-Gravenhageen benoemd Mr. E. Z. L. Van der Kemp, thans subst.- officier van justitie bij dje rechtbank.’ Z. M. heeft tot burgemeester benoemd te Reeuwijk F. H. Bulaeus Brack, secretaris dier gemeente; te Waddinxveen i Dort Kroon, secretaris dier frdeteKoöp: en LOGE- gelegen aau raar dagelijks tornt Adres ud-Beierland. ie weekmarkt aas111 wa- egende 36.618 I f28 A 30,50, er 9 wagens 9,50, 2e soort f 27,1 wagen 1. Weiboter: prijs 60 ct. Fl. en Overm. ndere f 5,20 A 1,20, mindere Prijs der Advertentiën: Van 1 tot 5 regels 0,50. Iedere regel meer 0,10. Groote letters naar plaatsruimte. Inzending franco, en uiterlijk tot Zaterdags-voormiddags te 10 uren. Alle binnenlandsche Advertentiënwaarvan de plaatsing 3 maal wordt opgegevenworden slechts prnal in rekening gebracht. imber 1882, zal in het ITEN. ter: le qual. alf kilo; kaas 27 ct., overloo- 00, lammeren a 26 ets. per A 6 per stuk; Zeeuwsohe f3,20, Boode toliter. lint f 161118, tepzaad f 7 A 8. PERSPULP, IE te Nleuw- Moeten we dan de théorie het recht ontzeggen, zich te doen hooren in het debat over algemeene en bijzondere belangen? Integendeel; haar adviezen stellen we hoog op prijs; zonder haar zou de practyk misschien wel vooruit komen, doch met slakken-snelheid. Wil zij inderdaad invloed uitoefenen, dan mag zij nooit vergeten dat we het bestaande niet zoo maar eventjes weg kunnen denken. De werkelijkheid,dat is de wortel die aan den eikenstam waarvan we straks heb ben gesproken de levenwekkende sappen moet toevoeren. f’“ Deze Courant wordt geregeld iederen Zaterdagsmiddag verzonden. Prijs: voor Schoonhoven per drie maanden 0,70. Franco per post I door het geheele rijk 0,80. Men kan zich abonneeren brij alle Boekhandelaren, Postdirecteuren en Brievengaarders. hoofdstad van het gewest, dat eenmaal on der tranen door Maria Theresia aan Fre- derik den Groote moest worden afgestaan. Wel een bewijs dus, dat de oude veeten vergeteji aflnl 1 Von Schlösinger, de Pruisische gezant bij het Pauselijke hof, is weer te Rome aangekomen en heeft een langdurig on derhoud gehad met ’s Pausen Secretaris Jacobini. De toepassing der overeengeko men punten schijnt getuige het gedrag van den Bissohop van Breslau nog al ernstige moeielijkheden te ontmoeten. De Russische keizer en keizerin hebben zich weder eens een paar uren te Petersburg gewaagd waar zij in een open rijtuig rond reden en een bezoek aan de hoofdkerk brach ten. Ongelukkig landwaar dergelijko zaken tot de vermeldingswaardige bijzonderheden behooren. »Met onpractische theoriëen”, zegt Laurillard’s Scheurkalender op 7 Septem ber,»zit een mensch op een hobbelpaard hij maakt wel beweging, maar komt niet vooruit” Gelijk Harpagon eens het bekendeWij leven niet om te etenmaar wy elen om te leven”, in gulden letters op de wanden van zijn eetzaal wilde laten beitelen, zouden wij geneigd zijn de aangehaalde woorden van den geachten letterkundige op een in het oog vallende plaats van het schrijfvertrek aan te brengen bij allen, die zich nu en dan bezig houden met het leveren van beschouwingen over maatschap pelijke zaken. Ook in de spreekzalen, waar we soms byeenkomen om van gedachten te wisselen over sociale en politieke belangen, zouden zy gansch niet misplaatst zyn. Het kan niet ontkend worden, er zyn een massa dingen en toestanden in de wereld niet zooals zij behoorden te zyn. Aan het opnoemen zullen we ons maar niet wagen, dat zou een onbegonnen werk zynaanstonds slechts een paar voorbeelden tot toelichting van de manier waarop >theorie” ze*foms te vergeefs poogt op te knappen. Dat wy allen de begeerte in ons voelen leven, die kromme dingen recht te buigen, die verkeerdheden uit te dry ven, die onhoudbare toestanden in orde te bren gen, zulk# bewyst, dat we onze plaats in de maatschappij verdienenwanneer ten minste niet het persoonlyk belang, het egoïsme in zyn meest prozaïschen vorm, ons naar zwaard of pen ot strydbyl doet grypen. Want in dat laatste geval is ons oordeel altyd min of meer verdacht, en bestaat er noodzakelijkheid, onze uitspraken aan een kleine revisie, onze voorstellen tot verbete ring aan een onpartijdig onderzoek bloot te stellen. Maar aangenomen nu, dat het laatste volstrekt niet het geval isdat onze afkeuring van hetgeen if volkomen belangeloos is, dat woord in de alledaagsche beteekenis genomen, zooals het byv. voorkomt in de berichten betreffende de medewerkers aan liefdadigheids-concerten I ja zelfs, dat we, indien die minder goede dingen eens volgens onzen zin werden opgeruimd, financieel na deel zouden lijden! Dat zou dan toch wel aangemerkt mogen worden als een bewijs van de oprechtheid onzer bedoelingen, geloof ik. Zoo is het denkbaar, dat een upper (met vergunning) het jenevergebruik vijandig is; dat een aannemer van fortificatiën of een leverancier van fourages het land heeft aan de hooge uitgaven voor militaire doel einden; dat een slager de weldaden van het vegetarianisme levendig beseft, en een collecteur van de Staatsloterij alle dobbelspel, zonder onderscheid en in welken vorm ook, verderfelijk noemt. Hervormingsplannen voorstellen, zegt men, is geen kunst. Als we nagaan, dat we telkens nieuwe zien vormen, die na korten tijd even weinig levensvatbaarheid toonen te bezitten als een by den wortel afgehouwen eikenstam, dan zouden we dat wel moeten aannemen. De redeneering die gewoonlyk wordt gevolgd, is dezeDe toestand, dien we daar hebben geschetst, deugt niet: weg er dus mee. Ziezoo, nu is er schoon schip gemaakt, en kunnen we alles van voren aan zóó inrichten als we meenen dat goed zou zyn. We hebben een zekere hoeveelheid menschen, die, zoo al niet volmaakt, de volmaaktheid toch tamelijk nabij zyn, en die over de dingen precies denken als wij, derhalve A. hier, B daar, C in deze, D in gene ver houding tot E, en die allen bezield met het ernstige voornemen om geen haarbreed af te wijken van de voorgeschreven baan, nu moet het wel beter gaan. In theorie sluit dat alles als een boek. Maar de practyk spot met al die mooie plannen: zij is een eigenzinnige dame, die haar weg bewandelt zooals zij zelf verkiest, en wel de raadgevingen van haar rede- neerende zuster in ontvangst neemt, ze somtyds in toepassing tracht te brengen ook, maar alleen voor zoover zij met haar zienswijze en ervaring overeenkomen. Op de laatste vooral laat zy zich niet weinig voorstaan. Elke schrede die zy aflegt staat in nauw verband met haar vroegere stappen zy is, zooals men dat noemt, aan zekere antecedenten gebonden en kan haar verleden nooit uit het oog verliezen. Laat ons eens zien. Gedurende eenige weken is een gedeelte van ons lieve vaderland in rep en roer ge bracht door krijgstoerustingen. Men heeft eenige duizenden jongelieden, die door hun arbeid de maatschappij dienden, en daar onder zelfs hoofden van gezinnen, uit hun omgeving weggerukt, hen laten bijeenkomen op de onherbergzame heide, laten exerceeren en manoeuvreeren onder geweldige plas regens, veel kruid laten verschieten dat allemaal geld kost, op staatskosten een voeding verstrekt die zy beter zelf konden verdienen, en dat alles voor oefening in Bij de Woensdag te Baam- brugge gehouden harddraverij met paard en ohais, door paarden die niet meer dab een maal een prijs gewonnen hadden, is de prijs behaald door de Goliath van Hille- brandt, le Amsterdam, pikeur A. I)o Graaf, en de premie door Dikke Jan, van C. De Jong, te-Nieuwerbrug bij Woerden. 13 deelnemers waren ingeschreven. Bij de ringry derijuitgeschre ven door de afdeeling Osdorp der Holl. Maatschappij van landbouw, werd de le premie, een sigarendrager met zilver ge monteerd, behaald door den heer J. v. d. Laarse. De heer J. D. De Bock te Gouda heeft aan den gemeenteraad van stad Almelo concessie gevraagd voor het aanleggen en exploiteeren van stoomtramwegen van Al melo naar Ootmarsum en naar Avereest. Door eenige ingezetenen van Gorinchem zal in het laatst dezer maand een stoombootdienst worden geopend, tus- schen Gorinchem en Vianen. De spoorweglijn Geldermal- sen—'Eist wordt met 1 November geopend. Do spoorbaan beoosten den Diefdijk is Zaterdag over eene aanzienlijke lengte van ongeveer 250 meter plotseling weggezakt. Tengevolge dezer ramp zal van het in exploitatie brengen op 1 November, waartoe het voornemen bestond, thans ver moedelijk wel niets komen. Wegens geringe deelneming zal het concours, uitgeschreven door de Gorinchemsche rederijkerskamer, aanstaan den winter niet plaats hebben. —Aan de heeren Diepeveenf Leis en Smit, te Kinderdijk (gemeente Nieuw- Lekkerland), is tot wederopzeggens vergun ning verleend tot den aanleg en het gebruik van eene electrische geleiding tusschen hun kantoor en dat van de heeren I. en K. Smit, beiden aldaar. Vermits de gronden in de pol- TX 1 aan één eigenaar behoordenwaren ae be palingen van het rivier-polderreglement betreffende het bestuur en het financieel beheerdaarop niet toepasselijk. Na de scheiding der nalatenschap van Mr. I. Viruiy van Vuren en Dalem tusschen zijne erfge namen heeft die toestand opgehouden en zijn die polders ook onder die bepalingen gebracht, en hobbon Gedeputeerde Staten benoemd tot poldermeesters in den polder Vuren de heeren O. A. Van Everdingen en G. De Bruyn, en in den polder Dalem de heeren G. De Gier, H. Van Giessen Wz. en W. Van Dannes. Op den Rijn bij Rhenen is men met het visschen naai* zalm begonnen, en tot nog behoeft men niet te klagen. De vangst is redelijk, eenigen zyn reeds naar Kralingen verzonden. In 1881 en in het begin van dit jaar ging het den visschers niet voordeelig; reeds in Januari moest men het bedrijf staken, daar er toch niets meer gevangen werd. Voor de zooveelste maal wordt weer door de Duitsche en Zwitsersche bladen de oude klacht aangeheven over de roofvisscherij van de Nederlandsche zalm-visschers. Als een bewijs hoe erg die roofvisscherij gedreven wordt, voert men o. a. aan, dat in de laatste week van Au gustus, nog even vóór het sluiten van de visscherij, aan het Kralingsche veer, bij Rotterdam, niet minder dan 1062 stuks zalmen gevangen werden. Die klacht is even onbillijk als ze oud is. Er zijn hier te lande voldoende maat regelen genomen tegen moordvisschorij, het vangen van jonge zalmen in netton met kleine magen en dergelijken, terwijl de vis- scherij in den tijd dat de zalmen kuit schieten verboden is. De goede vangst, binnen den geoorloofden termyn gedaan, mag dus geen moordvisscherij boeten. Het is toch een aan zee gelegen land niet kwalijk te nemen, dat het do zalmen in zijn rivieren vangt en zo niet aan zijn naburen ten geschenke zendt, ’t Is waar, als zij hier niet gevangen werden, zouden zij de rivieren verder op zwemmenon in Duitsohland gevangen worden. Maar onze Duitsche broeders zullen toch niet vergen dat onze visschers te hunnen behoeve oen gedeelte van de ge vangen zalmen aan de Duitsche grenzen weer in den Rijn werpen? Dat zou de welwillendheid wat al te ver gedreven zyn. De heer H. Homkes Kz., lid der Commissie van Toezicht op het Lager On derwijs te Haarlem heeft aan den Minister van Binn, Zaken een afdruk aangeboden van het dezer dagen door hem geschreven werkje, getiteld: „Een NederlandschBelang, de Lees boeken voor de Volksschool van L. Leopold enz. beoordeeld.” Hij wenscht de aandacht van de Hooge Regeering te vestigen op de feiten, door hem in dat werkje aan het licht gebrachten verzoekt dat daarmede in ken nis worden gestold de ambtenarenbelast met het toezicht op het Lager Onderwijs (ingevolge art. 21 der wet van 17 Augustus I 1878regelende het Lager Onderwijs.) I Te Rotterdam heeft zich in de vorige week slechts óón nieuw geval van I pokken voorgedaan. de verdediging onzer onafhankelijkheid, die, zoover we weten, op dit oogenblik door niemand wordt bedreigd. De théoristen onder nns halen over al die dingen de schouders op, en vragen, waarvo-jj- zooveel J heeft toph beweging noodig is. Vechten behoort thuis moet blyvt bij barbaarsche volken, en indien de burgers van een vrijen staat één greintje gezond verstand bezaten en wisten te gebruiken, dan zouden zij eenvoudig zich nooit laten commandeeren om een natuurgenoot die hun nooit eenig leed veroorzaakte, voor het hoofd te schieten, zoodat oorlog on- mogelyk was en oefening in het krijgvoeren geheel overtollig werden. Komaan, laat ons een vredebond sluiten, die voorschrijft alle internationale geschillen langs scheids rechterlijken weg te beslissen en daarna, de geweren verkocht voor oudrpest, de zwaarden omgesmeed tot ploegijzers, en van het brons der vuurmonden tuinsieraden gemaakt I Zoudt ge niet denken, dat het vredebond een hobbelpaard is Het beweegt zich tot dusver heel bescheiden en langzaam wel is waar, doch komt geen duimbreed van zyn plaats. Want let eens op, hoeveel broederzin er reeds voorzit bij de betrek kingen der volken; hoe weinig er noodig is, om het wantrouwen, dat immer in een hoekje onzer ziel op den loer ligt, te ont ketenen en als een wild beest op hol te jagen. Wie kon denken dat de Êngelsche matroos, die vandaag met het grootste plei- zier van de wereld en het heldhaftig be wustzijn dat hij het vaderland een grooten dienst bewyst, een armen Arabier of fellah nederschiet, gisteren in ’t geheel geen ge dachten had dat hij dien man ooit als vyand zou moeten beschouwen Ge zegt, dat die telkens losbarstende haat door de «Staats lieden” wordt in het leven geroepen en wakker gehoudenwaren de volken geheel vry, inderdaad, zooals zy het thans slechts in naam zijn, zy zouden er eenparig voor bedanken als kanonnenvleesch te worden gebruikt. Alsof de volks- en raeocrrhaat anders de menschelyke natuur zoo vreemd is! Ziet eens wat er nog dezer dagen te Parys gebeurde, te Parys, in het midden punt der beschaving, waar mannen die beter weten of moesten weten, de Duitschers wilden moiesteeren die zich in hun midden hebben neergezet en van meening waren dat zy gerust onder elkander een huishou delijk feest mochten vieren. Zoolang de menschen zich nog door zulke booze harts tochten om den tuin laten leiden, is ieder oogenblik een uitbarsting te vreezen, moet elk volk als het ware tot de tanden gewapend staan en zyn ook wy verplicht, hoe ongaarne ook, onze zuurverdiende pen ningen als aandeel in het leger-onderhoud af te staan. De apostelen des vredes kun nen inmiddels hun beginsel verbreiden, en den steun van weldenkenden inroepen, zoolang zij geen enkel praktisch middel hebben aangewezen om in verband niet met den door hen gedroomden, maar met den werkelijken toestand, den oorlog te beperken, nemen wy de vrijheid aan het door hen bestegen ros den toegang tot de renbaan te ontzeggen, op grond dat we daar levende paarden behoeven. Zoowel op maatschappelijk als op staat kundig gebied zyn we allen min of meer hoppelpaard-ruiters. We gaan uit van on derstellingen, in plaats van wezenlijk be staande dingen als bazis aan te nemen, en vandaar die eentonige op en nederwaartsche gang die geen gang is. Arbeiders die al leen heil verwachten van hooger loon en verkorten yverktijd, doch het meerdere dal zy, by vroeger vergeleken, ontvangen, be steden voor uitgaven die liever vermeden moesten worden, of den vrijen tijd, waar over zy meer dan voorheen beschikken kunnen, aanwenden voor geheel verkeerde dingensocialistische hervormers, naar wier meening alles goed zou gaan indien niet het kapitaal optrad als middelaar tusschen voortbrengers en verbruikers, maar de eer sten zelven al de vruchten hunner vlyt tot zich riemen kunnen, door het kapitaal in hun dienstbaarheid te brengen; ijveraars voor algemeen kiesrecht, die niet eerst den geschikten tijd willen afwachten om lang zamerhand en zonder schokken tot hun ideaal te komen, doch het zoo maar stor menderhand zouden wenschen te veroveren, op het gevaar af dat al wat wij uan poli tieke vryheden tot op dezen dag hebben bijeengezameld, op eenmaal onderst boven zou gaan, we gelooven dat zij allen het zelfde houten beest beryden. G. W. C. Van gemeente. De tegenwoordige vergade ring van de Staten-Generaal zal heden, te 2 uren, door den Minister van Binnen!. Zaken in naam des Koningsin eene ver een igde zitting der beide Kamers worden geslotenterwijl de plechtige opening op Maandag 18 September door Z. M. den Koning op de gewone wijze zal geschieden. Ofschoan de heer Mr. J. G. Patijn nog niet zijn mandaat als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor Gouda neerlegt, is hij. toch niet voorne mens oy nwr ourgoiireeswrscuap van ueu Haag de gewichtige taak van afgevaardigde te blijven waarnemen. Zijn aftreden als zoodanig is slechts een quaestie van tijd. In eene buitengewone zitting van den Haagschen gemeenteraad van Woensdag-namiddag is de heer Mr. J. G. Patijn als burgemeester geïnstalleerd. De oudste wethouder, do heer Van der Duyn, heette hem welkom, roemde ’s Konings keuze zeer en herdacht de verdiensten van den afgestorven burgemeester Gevers Dey- noot. De heer Mr. Patijn verzekerde diens stappen te willen volgen en ofschoon over tuigd, dat het een ijdel streven is de goed keuring van allen te willen verwerven, ver zekerde hij, dat hij al zijn tijd en al zijne krachten wilde wijden aan de belangen der gemeente, die hij lief had; zijn eenig stre ven was nuttig te zijn voor de plaats zijner inwoning. Beide redevoeringen werden door, de raadsleden en een talrijk publiek zeer toegejuicht. Op de vergadering van de pro vinciale vereeniging van burgemeesters en secretarissen in Zuid-Holland die 26 dezer te Rotterdam zal plaats hebben j zal onder meer, een voorstel behandeld worden van de HH. Quarin Willemier te Kralingen en D. Nugteren te Moordrecht, om bjj den Minister van Binnenl. Zaken aan te dringen op eene aanvulling der gemeentewetwaarbij in be ginsel worde vastgesteld: 1. Dat schorsing of ontslag van gemeente secretarissen of gemeente-ontvangers door den Koning. moet worden bekrachtigd. 2. Dat die ambtenaren op 65-jarigen leef- tijd recht hebben op ontslag en pensioen uit ’s Rijks kas en dat gelijk recht van pensioen aan hen wordt gegeven bij ont stane lichaams- of zielsgebreken. 3. Dat dat pensioen zal beloopen voor elk jaar diensteen zestigste deel van de jaarwedde, die over de laatste twaalf maandenaan het ontslag voorafgaandetot grondslag gediend heeft voor de bepaling der bijdrage nader vermeld, doch nimmer het twee derde gedeelte dier jaarwedde mag te boven gaan. 4. Dat telken jare door de titularissen als bijdrage voor huh pensioen worde gestort 2 pet. hunner jaarwedde in ’s rijks schatkist. Bij aanschrijving van 6 dezer hoeft de Minister van Financiën aan de ambtenaren te kennen gegeven, dat, vol gens art. 13 der wet op hot recht van zegel van 11 Juli 1882, o. a. het thans voorhanden formaatzegel na 1 Januari 1883 niet meer gebruikt kan worden, omdat van dat soort van zegels, volgens de nieuwe wet uit te geven, voortaan 50 opcenten worden geheven, en van de betaling dier opcenten op het gezegeld papier moet blij ken. Met de uitgifte van nioqpre zegels zullen vermoodolyk nog eenige weken voor bijgaan. De gemeenteraad van Tiel heeft besloten het verzoek van de heeren Crans Co., om acht maanden uitstel voor deu aanvang van het leggen van den tram- Generaal Wolseley heeft voorzeker be grepen, dat na het eerite treffen met den vijand, dat op een twijfelachtige nederlaag voor dezen uitliep, van een flink en snel optreden alleen vrucht te verwachten was. Hij werd daarin versterkt door een nieuwen aanval door de voorposten van Arabi’s leger tegen de stellingen bij Kassasin gericht, welke aanval evenwel mede werd afge- 8 ^u'weiijKs was net Êngelsche leger dan ook versterkt door het Indische en Schotsche contingent, die ook het ontbrekende geschut aanbrachten, of Wolseley richtte den aanval tegen de hoofdmacht van Arabi te Tel-el- Kebir. Na een verwoed gevecht moest laatstgenoemde zijn stellingen prijs geven met achterlating van veel geschut en on geveer 2000 dooden. De verliezen aan de zijde der Engelschen bedragen 200 man, waaronder vele officieren. Die opgaven zijn van Engelschen oorsprong. Neemt men in aanmerking dat, volgens berichten van de zelfde afkomst, Arabi’s macht teTel-el-Kebir bestond uit 25 a 30.000 man, dan zou men haast geneigd zijn de schitterende en vol komen overwinning ietwat sterk gekleurd te wanen, ware het overwinningsbericht niet gevolgd door de mededeeling, dat Tel-el- Kebir door de Engelschen genomen is en dat de vijand fel vervolgd wordt tot in de woestijn. Die eerste overwinning kan dus wel eens het eerste bedrijf van het laatste tooneel in Egypte worden, dat dan door Engeland vermoedelijk wel geheel alleen zal worden afgespeeld. De 3000 man die Turkfle, nu de mili taire conventie dan toch eindelijk is tot stand gekomen, in Egypte zal ontschepen, en die nog wel onder contrólo van een En gelschen Commissaris, overste Wilson zullen staan, kunnen geen groot aandeel eischen in de lauweren, die nog te behalen zijn. Het is ook niet te denken, dat hun een voorname plaats in den nog te voeren strijd zal worden aangewezen, daar altijd nog vrees bestaat voor overloopen naar den vijand. Die vrees wordt gevoed door dos Sultans handelwijze tegenover Arabi. In de tegen deze uitgevaardigde proclamatie schijnen ten slotte nog veranderingen te zijn aangebracht, die daaraan de scherpe punten ontnemen, iets wat trouwens zeer beprijpelijk is, na de weifelachtige houding die de Sultan steeds tegenover dien oproer stoker aannam. Nu de zaken in Egypte zulk een keer namen zal het de vraag zijn of de zelfde Fraiische afgevaardigden, die indertijd de regeering het crediet weigerden om zoo noodig gewapenderhand in Egypte te kun nen optreden, nu er roem te behalen viel, er de regeering geen verwijt van zullen maken, dat zij geen deel nam aan de ex peditie. In elk geval zullen zij wol de eerste zyn om voor Frankrijk aanspraak te maken op de vruchten, die er het gevolg van zijn zullen. Behalve deze quaestie, die, daar zij de oorzaak is van het optreden der tegenwoordige regeering, wol in de eerste plaats in behandeling zal komen, is er een ander, geheel nieuw vraagstuk, volgens de Figaro in geboorte. Men zou namelijk eén vice-prosidentschap willen invoeren, waar voor Freycinet dan in aanmerking zou ko men. De gelden zouden gevonden worden uit eene vermindering der inkomsten aan het Presidentschap verbondenMen zou daarom reeds betwijfelen of het denkbeeld wel van de regeering zal uitgaan. Ook de Oosfenrijkscho Kroonprins en Kroonprinses hebben den DuitHchcn Keizer Elke verandering, san I een bezoek gebracht en wel te Breslau, de welken aard ook, is ontvikkeling; dat wil zeggen, zij maakt zicb/tnffistal zonder snelle overgangen, los uit hetg®® is; en iedere toestand, dien we willen heeft toph ook ajjn cHciretnmxleMf moet blyven. In de stoffelyke wereld is overvloed van tijdiedere Vooruitgangdien de geleerden daar hebben kunnen bespie den, loopt wellicht over eeuwen. Op ze- delyk gebied kan en moet het wat gauwer gaan, omdat de mensch de natuur een weinig te hulp kan komen; er zijn hier en daar wellicht belemmeringendie het ontwikkelingsproces tegenhouden, en die we kunnen wegnemm opdat alles wat ge- makkelyker ga. Dat is bij uitnemendheid de taak der théoristen; voorzichtig opruimen, zuiveren, hinderpalen verwyderen, aantoonen wat er in den weg staat en hoe men het kan doen verdwynen. Dan kan de practijk on gestoord haar arbe'd voortzetten, en weest er zeker van dat zij onder die voor waarden haar tijd gced zal besteden* Ge schiedt dit, dan wordt er gezaaid op een behoorlyk toebereides bodem, en de oogst kan menigvuldig zy>. In het tegenover gesteld geval strooit men wel de zaden uit, te midden van keisteenen en onkruid- stoppelen, maar het is niet te verwachten dat de* opbrengst de vlyt des bouwmans voldoende zal beloonen.

Streekarchief Midden-Holland Kranten

Schoonhovensche Courant | 1882 | | pagina 1